Rechtbank Amsterdam, 01-02-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:403, C/13/716600 / HA ZA 22-332
Rechtbank Amsterdam, 01-02-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:403, C/13/716600 / HA ZA 22-332
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 februari 2023
- Datum publicatie
- 22 februari 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:403
- Formele relaties
- Einduitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2024:412
- Zaaknummer
- C/13/716600 / HA ZA 22-332
Inhoudsindicatie
Collectieve actie over in rekening brengen vergoeding door leverancier elektriciteit. Ontvankelijkheid. Toepasselijkheid oude recht of per 1 januari 2020 geldende recht over colectieve acties. Tussenvonnis.
Uitspraak
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/716600 / HA ZA 22-332
Vonnis van 1 februari 2023
in de zaak van
de stichting
STICHTING NUON-CLAIM,
te Amsterdam,
eisende partij,
advocaat: mr. Q.L.C.M. Bongaerts te Amsterdam,
tegen
de naamloze vennootschappen
1. VATTENFALL N.V., 2. VATTENFALL SALES NEDERLAND N.V., 3. VATTENFALL ENERGY TRADING NETHERLANDS N.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partijen,
advocaat: mr. B.W.G. van der Velden te Amsterdam.
Partijen worden hierna de Stichting en Vattenfall genoemd (gedaagden afzonderlijk: Vattenfall NV, Vattenfall Sales en Vattenfall ET).
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 maart 2022, met producties,
- de conclusie van antwoord ten aanzien van toepasselijkheid WAMCA en ontvankelijkheid, met producties,
- het tussenvonnis van 26 oktober 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald, - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 december 2022 en de daarin genoemde stukken en
- het B16-formulier van mr. Bongaerts met opmerkingen op het proces-verbaal.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Waar gaat de zaak over?
Deze zaak is een zogeheten collectieve actie. Daarin wil de Stichting als belangenbehartiger opkomen voor een deel van de zakelijke klanten van Vattenfall. Die zakelijke klanten zijn volgens de Stichting gedupeerd door Vattenfall. Inhoudelijk gaat de zaak over de kW-vergoeding (vergoeding voor gecontracteerd vermogen) die Vattenfall (voorheen Nuon) na de liberalisering van de elektriciteitsmarkt in 2002 in rekening heeft gebracht bij een deel van haar zakelijke klanten. Vanwege die liberalisering moesten energiebedrijven zoals Nuon zich splitsen in een netbeheerder en een leverancier. De netbeheerder en de leverancier moesten afzonderlijk gaan factureren aan hun klanten. N.V. Continuon Netbeheer werd de netbeheerder en N.V. Nuon samen met haar dochters werd de elektriciteitsleverancier. In deze zaak gaat het om de vraag of Vattenfall die Nuon in 2009 had overgenomen, als leverancier een vergoeding voor gecontracteerd vermogen in rekening mocht brengen. Volgens de Stichting mocht dat niet, omdat tegenover de in rekening gebrachte kW-vergoeding geen dienst of product stond. Volgens de Stichting werd de vergoeding gericht in rekening gebracht bij bepaalde groepen afnemers. Dit waren afnemers met een ‘grootverbruikersaansluiting’ op het elektriciteitsnet, met een elektriciteitsaansluiting van 3 × 80 Ampère of meer. Deze groep afnemers bestaat uit middelgrote ondernemingen, kleine ondernemingen en non-profit instellingen.
De Stichting is opgericht om namens gedupeerden collectief op te komen tegen de praktijk van Vattenfall. De gedupeerden zijn te verdelen in sleepers (klanten die nooit een contract hebben getekend, maar wel energie afnamen), floaters (klanten van wie het actieve contract was geëindigd, maar die nog wel energie afnamen) en retentieklanten (klanten van wie het lopende contract op korte termijn zou aflopen en die daarna een nieuw contract afsloten met Vattenfall).
In deze fase van de procedure gaat het niet om de inhoud van de zaak. Eerst moet worden beslist of het oude of het sinds 1 januari 2020 geldende recht over collectieve acties van toepassing is en of de Stichting kan worden ontvangen in haar vorderingen. De vraag of de kW-vergoeding wel of niet terecht is gefactureerd, wordt nu nog niet beoordeeld.
3 De feiten
De Stichting is op 12 juni 2020 opgericht. In haar statuten staat onder meer:
“(...)
Doel Artikel 2
1. De Stichting heeft ten doel het behartigen van de belangen van Gedupeerden die nadeel en/of schade lijden, schade dreigen te lijden of hebben geleden in verband met de Claim(s), waaronder begrepen het vertegenwoordigen van hun belangen in
juridische procedures en in verband met een Vaststellingsovereenkomst en het
verkrijgen en verdelen van financiële compensatie voor (een gedeelte van) het verlies of de schade die Gedupeerden hebben geleden, en het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
2. De Stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door onder andere:
a. algemeen:
i. het bieden van de mogelijkheid dat Gedupeerden zich als Deelnemer bij de Stichting
kunnen aansluiten door middel van een Deelnemersovereenkomst;
ii. het doen van onderzoek naar en het van grondslag voorzien van een of meer Claims;
iii. het selecteren, aanstellen en monitoren van een of meer advocaten, claimsadministrators, serviceproviders en/of escrow agents;
iv. het verstrekken van informatie en voorlichting aan Gedupeerden voor wie zij krachtens artikel 2.1 opkomt, alsmede alle andere activiteiten die verband houden met de belangenbehartiging, waaronder het onderhouden van mediacontacten en een algemeen toegankelijke internetpagina.
b. het voeren van juridische procedures:
i. het initiëren van (gerechtelijke) procedures, daaronder begrepen, doch niet beperkt tot (bestuursrechtelijke) handhavingsverzoeken, kort geding procedures, proefprocedures, (collectieve) nakomingsvorderingen, vorderingen uit hoofde van onverschuldigde betaling,
(schadevergoedings-)procedures als bedoeld in artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek en het voeren van schadestaat procedures;
ii. het verschijnen als belanghebbende partij namens zichzelf of Deelnemers in iedere juridische procedure. (...)
Vermogen Artikel 3
(...) 3. De Stichting beoogt niet het maken van winst. Onder winst in de zin van dit artikellid wordt niet verstaan de door een belangenorganisatie ontvangen of bedongen marktconforme vergoeding voor gemaakte kosten of geleverde diensten, met inbegrip van een eventuele redelijke opslag ten behoeve van (toekomstige) collectieve belangenbehartiging en van kosten voor gebruik van eigen of vreemd vermogen.
(...)”
In het Verantwoordingsdocument van de Stichting staat, voor zover van belang:
“(...)
PRINCIPE II – Behartiging van collectieve belangen zonder winstoogmerk
(...)
De Stichting vraagt de Gedupeerden niet om een vergoeding (zoals registratie- of inschrijfgeld), zodat er geen risico is op ongepast gebruik van deze middelen als bedoeld in dit Principe II. De Stichting brengt alleen een vergoeding in rekening bij Gedupeerden wanneer de zaak wél slaagt, maar de totale kosten niet verhaald kunnen worden op de aangesproken partij. In dat geval bedraagt die vergoeding in beginsel 8-25% (afhankelijk van de aard en de stand van de procedure) van de totale ontvangen schadevergoeding na aftrek van kosten. Indien de Stichting uitsluitend de belangen van aangemelde Gedupeerden (‘Deelnemers’) behartigt, bedraagt dat percentage 25%.
(...)
PRINCIPE III – Externe Financiering
(...)
Alleen als vorderingen succesvol worden verhaald is een vergoeding aan de financier verschuldigd. Het betreft een vergoeding voor de geleverde diensten en de risico's en kosten gedragen door de financier. Deze vergoeding bedraagt: terugbetaling van de gemaakte kosten en maximaal 12% van de totale verhaalde som met een minimum van 3 maal gemaakte kosten als de Stichting de belangen van alle Gedupeerden behartigt. Indien de Stichting uitsluitend de belangen van aangemelde Deelnemers behartigt bedraagt dat percentage 25%. (...)”
In de Deelnemersovereenkomst die de Stichting heeft opgesteld staat onder meer:
“(...)
1. Exclusieve last ter incasso
De Deelnemer verstrekt aan de Stichting door het sluiten van deze overeenkomst
onherroepelijk een last ter incasso om op naam van de Stichting het Vorderingsrecht te incasseren, met uitsluiting van het recht daartoe van de Deelnemer zelf, door het voeren van (gerechtelijke) procedures, het sluiten van schikkingsovereenkomsten (waaronder het verlenen van finale kwijting) of anderszins.
(...)
De Deelnemer kan de last niet opzeggen. (...)
2. Vergoeding: beloning bij succes
De Deelnemer is in verband met de deelname geen kosten verschuldigd.
De hoogte van de schadebetaling waarop de Deelnemer recht heeft wordt als volgt bepaald. De Deelnemer heeft recht op 75% van de (pro rata parte) toegekende en uitgekeerde schadevergoeding waartoe NUON-Vattenfall wordt veroordeeld of die zij krachtens een gesloten schikkingsovereenkomst verplicht is te betalen en 25% staat de Deelnemer af aan de Stichting. Voor zover de (werkelijke) gemaakte kosten hoger zijn dan de toegewezen of toegekende kostenvergoeding, worden deze niet-vergoede kosten eerst op de totale schadevergoeding in mindering gebracht. (...)”
Op de website van de Stichting staat onder meer:
“(...) Als de collectieve procedure succesvol is, krijgt de procesfinancier de kosten vergoed, verhoogd met een percentage van de toegekende schadevergoeding, vanwege het door BenchWalk gedragen procesrisico. De hoogte van dat percentage is afhankelijk van de aard en de stand van de procedure. De vergoeding aan de procesfinancier bestaat uit: terugbetaling van de gemaakte kosten en tussen 8-12% van de totale bij de wederpartij verhaalde som, met een minimum van 3 maal gemaakte kosten. Dit geldt als de Stichting door de rechter wordt aangewezen als belangenbehartiger van alle Gedupeerden, dus ook van diegenen die zich niet bij de Stichting hebben aangemeld. Als de Stichting volgens de rechter uitsluitend de belangen van aangemelde Deelnemers kan behartigen, bedraagt dat percentage 25% van de totale verhaalde som (...).”
Met de invoering van de Elektriciteitswet 1998 heeft de wetgever uitvoering gegeven aan nationale en Europese plannen voor hervorming van de elektriciteitsmarkt van een gemonopoliseerde naar een vrijere markt. Dit gebeurde door stapsgewijze invoering van leverancierskeuze van elektriciteit. Vanaf 1 januari 2002 kregen grootverbruikers de mogelijkheid om zelf hun elektriciteitsleverancier te kiezen. Daarnaast werden elektriciteitsbedrijven gesplitst in een leveringsbedrijf en een netbeheerder.
Vanaf 1 januari 2002 vond de levering van elektriciteit door Vattenfall (destijds NUON) plaats via de leverancier, eerst N.V. NUON Energy Trade & Wholesale en daarna achtereenvolgens via haar rechtsopvolgsters N.V. Nuon Business, N.V. Nuon Sales en Vattenfall Sales.
Binnen de Vattenfall groep is Vattenfall Sales leverancier van elektriciteit. De voornaamste taak van Vattenfall ET is de handel in elektriciteit (en gas). Vattenfall N.V. is de topholding van de Nederlandse tak van de Vattenfall groep, waaronder van Vattenfall Sales en Vattenfall ET.
De Stichting heeft Vattenfall bij brieven van 10 juli 2020, 19 oktober 2020 en 9 december 2020 geschreven dat Vattenfall sinds 2001 bij een deel van haar zakelijke klanten een kostenpost in rekening heeft gebracht voor gecontracteerd vermogen, dat Vattenfall daartoe niet gerechtigd was en dat Vattenfall aansprakelijk is voor de schade. De Stichting heeft Vattenfall uitgenodigd om in overleg te treden. Vattenfall heeft op de brieven gereageerd en laten weten dat zij iedere aansprakelijkheid van de hand wijst en niet wil overleggen met de Stichting.