Home

Rechtbank Amsterdam, 30-08-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:5518, C/13/711411 / HA ZA 21-1094

Rechtbank Amsterdam, 30-08-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:5518, C/13/711411 / HA ZA 21-1094

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30 augustus 2023
Datum publicatie
31 augustus 2023
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:5518
Zaaknummer
C/13/711411 / HA ZA 21-1094

Inhoudsindicatie

843a Rv, art. 7, art 17 Verordening (EU) Marktmisbruik 596/2014 (MAR (), Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1055 van de Commissie, verplichting tot doen van een perspublicatie omtrent voorwetenschap

Uitspraak

VONNIS

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/711411 / HA ZA 21-1094

Vonnis van 30 augustus 2023

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

AIRBUS INVESTORS RECOVERY LIMITED,

gevestigd te Guernsey, Britse Kanaaleilanden, Verenigd Koninkrijk,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. J. de Jong te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap naar Europees recht

AIRBUS SE,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.B.R. Regouw te Amsterdam.

Partijen worden hierna AIRL en Airbus genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure in de hoofdzaak en in het incident blijkt uit:

-

de dagvaarding van 6 augustus 2021 met producties,

-

het tussenvonnis in de door Airbus opgeworpen incidenten van 27 juli 2022,

-

het herstelvonnis van 24 augustus 2022, waarbij een kennelijke fout in het tussenvonnis van 27 juli 2022 is hersteld;

-

de akte wijziging eis van 31 augustus 2022 met producties,

-

de conclusie van antwoord met producties,

-

de vordering in incident ex art. 843a Rv van AIRL met producties,

-

de akte wijziging eis van 3 mei 2023 met producties,

-

het proces-verbaal van de (gelijktijdige) mondelinge behandeling in het incident en in de hoofdzaak van 19 juni 2023 en de daarin genoemde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis in het incident en in de hoofdzaak bepaald op heden.

2 Samenvatting van het vonnis

2.1.

Op 28 januari 2020 maakte Airbus bekend dat zij met de Franse, Engelse en Amerikaanse justitiële autoriteiten overeenstemming had bereikt over een schikking. Deze autoriteiten hadden een aantal jaar onderzoek gedaan naar wereldwijde corruptie en omkoping door Airbus. Airbus kondigde aan voor in totaal € 3,6 miljard schikkingen te kunnen treffen met de autoriteiten. Op 31 januari 2020 kondigde Airbus aan dat de schikkingen definitief waren geworden. Het onderzoek van de autoriteiten betrof gedragingen van Airbus in de periode tussen 2008 en 2015.

2.2.

AIRL stelt in deze zaak vorderingen in die zij heeft overgenomen van beleggers in Airbus. Zij vordert een verklaring voor recht dat Airbus onrechtmatig heeft gehandeld omdat (het bestuur van) Airbus in de periode van 2008 tot en met januari 2020 voorwetenschap had over corruptie en omkopingspraktijken in haar bedrijf en de financiële gevolgen van (strafrechtelijk) onderzoek daarnaar, die zij ten onrechte niet openbaar heeft gemaakt. Volgens AIRL heeft Airbus consequent geen, althans onvoldoende, inzicht gegeven in de omvang en ernst van het corruptieschandaal en heeft zij dus een onjuist beeld gecreëerd van de toestand van de vennootschap, ten nadele van de beleggers. 2.3. De rechtbank komt tot het oordeel dat Airbus de beleggers tijdig en juist heeft geïnformeerd. De vorderingen worden daarom afgewezen.

3 De feiten (in de hoofdzaak)

3.1.

Airbus is de moedermaatschappij van een internationaal opererende groep bedrijven die zich onder meer bezighoudt met het ontwerpen en produceren van lucht- en ruimtevaartschepen (voorheen geheten: EADS). De groep van Airbus had in de hier relevante periode ongeveer 300.000 werknemers. Het bestuur van Airbus bestond uit twaalf personen en zij hadden voornamelijk een toezichthoudende rol, met uitzondering van de CEO. De CEO werd in de dagelijkse leiding van het bedrijf ondersteund door een Executive Committee. Dit comité, waarin de belangrijkste uitvoerende functies en divisies van het bedrijf werden vertegenwoordigd, kwam ongeveer vier tot vijf keer per jaar bij elkaar.

3.2.

AIRL is een special purpose vehicle. AIRL heeft overeenkomsten overgelegd waarin staat dat de (rechts)personen die zijn vermeld in Annex 1.3. bij de dagvaarding (hierna: de beleggers) vorderingen op Airbus hebben overgedragen aan AIRL. Deze vorderingen betreffen vorderingen tot schadevergoeding wegens (gestelde) schending van publicatie- en informatieverplichtingen van Airbus over de in 2.1 genoemde corruptie- en omkopingspraktijken.

3.3.

In 2014 kwamen – hierna nader te noemen – onregelmatigheden aan het licht in één van de drie divisies waarin het bedrijf van Airbus is verdeeld: de commerciële divisie. De andere twee divisies zijn de ruimtevaart- en defensie en de helikopterdivisie. De commerciële luchtvaart viel onder Airbus SAS, waarvan Airbus (SE) indirect 100% van de aandelen hield. Airbus en Airbus SAS hadden ieder eigen bestuurders. Binnen de commerciële divisie werd het toezicht - onder meer - verricht door de Strategy and Marketing Organization International (hierna: SMO International) en de Company Development and Selection Committee (hierna: CDSC).

3.4.

De missie van SMO International was het ondersteunen van met name de internationale marketing- en verkoopactiviteiten van Airbus. SMO International diende erop toe te zien dat de handelsagenten, die Airbus inzette als verkoopintermediairs tussen Airbus en haar klanten, onafhankelijk waren van die klanten. Verder verrichte zij compliance- en risicoanalyses en sloot zij overeenkomsten met en deed zij betalingen aan derde partijen voor de commerciële divisie, als ook voor de andere divisies.

3.5.

De CDSC diende formeel goedkeuring te geven voor nieuwe verkoop- en marketingprojecten, voor nieuwe relaties met handelsagenten, en diende overeenkomsten met handelsagenten te finaliseren. Ingevolge de interne regels van Airbus moest elk besluit tot inschakeling van een handelsagent worden voorafgegaan door een audit door SMO International, waarvan de resultaten moesten worden voorgelegd aan de CDSC. Ook diende de CDSC erop toe te zien dat de interne beleidsregels van Airbus werden nageleefd.

3.6.

In september 2014 initieerde Airbus een herziening van alle relaties met derde partijen. Ook liet Airbus een intern Corporate Audit & Forensic-onderzoek uitvoeren naar de werkzaamheden van de CDSC. Uit dat onderzoek bleek dat er ernstige

overtredingen waren van het compliance-beleid; dat het grootste deel van de internationale

marktontwikkelingsprojecten slecht rendeerde en dat onduidelijk was of de ingezette

handelsagenten wel dienstig waren aan het opzetten van levensvatbare

bedrijfsonderdelen.

3.7.

In oktober 2014 bevroor Airbus als gevolg van de verhoogde controle op het gebruik van de handelsagenten alle betalingen door SMO International aan handelsagenten en de betalingsverplichtingen in verband met de commerciële divisie van Airbus.

3.8.

In mei 2015 bevroor Airbus de betalingsverplichtingen van SMO in verband met de andere twee divisies. Er werd een Liquidation Committee in het leven geroepen om alle lopende betalingsverplichtingen te onderzoeken en goed- dan wel af te keuren. In juni 2015 kwam een Supplemental Due Diligence Committee in de plaats van eerstgenoemd comité, dat een uitgebreider intern onderzoek aanstuurde. In de loop van 2015 is een Enhanced Due Diligence onderzoek gestart, onder meer bestaande uit onderzoek in laptops van medewerkers. SMO is in 2016 en SDSC in 2015 opgeheven.

3.9.

Per 1 juni 2015 werd een nieuwe General Counsel aangesteld, belast met de portefeuille Legal & Compliance. De General Counsel was lid van het Executive Committee van Airbus en maakte deel uit van de Liquidation Committee en de Due Diligence Committees.

3.10.

Een subonderdeel van Airbus hield zich bezig met het aanvragen en begeleiden van exportkredieten via UK Export Finance, de exportkrediet en -verzekeringsmaatschappij van de Britse overheid (hierna: UKEF). Op 24 april 2015 vroeg UKEF aan Airbus opheldering over mogelijk onjuiste informatie in een kredietaanvraag. Het betrof de identiteit van een door Airbus ingeschakelde handelsagente bij de verkoop van vliegtuigen aan Sri Lankan Airlines. Medewerkers van Airbus hadden tegenover UKEF verzwegen dat de ingezette handelsagente de vrouw was van een hooggeplaatste functionaris bij Sri Lankan Airlines. Airbus startte hierop een eigen onderzoek naar de juistheid en volledigheid van alle kredietaanvragen die bij UKEF waren ingediend. Dit onderzoek viel eveneens onder verantwoordelijkheid van de General Counsel.

3.11.

Eind maart 2016 deelde Airbus een rapportage van haar onderzoeksbevindingen tot op dat moment met UKEF. Op aanwijzing van UKEF maakte zij hiervan op 1 april 2016 ook melding bij het Britse Serious Fraud Office (hierna: SFO).

3.12.

Airbus heeft vervolgens, eveneens op 1 april 2016, een persbericht uitgebracht met de volgende inhoud:

Airbus Group Announcement on U.K. Export Credit Financing

(...) Airbus Group SE (stock exchange symbol AIR) has informed relevant U.K. authorities of its findings concerning certain inaccuracies relating to applications for export credit financing for Airbus customers.

The Group believes that although some export credit financing will be temporarily unavailable, the affected customers will be able to resume obtaining such financing or refinancing in the near future. The Group is cooperating with the relevant export credit agencies to resolve this issue as soon as possible.

3.13.

Op 6 april 2016 vond een gesprek plaats tussen juridisch adviseurs van Airbus en het SFO. Op 15 juli 2016 opende het SFO een officieel strafrechtelijk onderzoek naar Airbus. Op 5 augustus 2016 stelde het SFO Airbus hiervan op de hoogte. Weliswaar had de melding van Airbus betrekking op gedragingen van handelsagenten die bijna uitsluitend buiten het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk vielen, het SFO zag in de Bribery Act 2010 grond voor onderzoek buiten zijn grondgebied.

3.14.

Airbus heeft op 7 augustus 2016 een persbericht uitgebracht met de volgende inhoud:

Airbus Group Statement On Proceedings Regarding European Credit Agencies Disclosure

Airbus Group SE (stock exchange symbol: AIR) refers to its previous disclosures relating to cooperation with the UK Serious Fraud Office (SFO) and the European Export Credit Agencies.

Airbus Group has been informed by the SFO that it has opened a criminal investigation into allegations of fraud, bribery and corruption in the civil aviation business of Airbus Group relating to irregularities concerning third party consultants.

Airbus Group continues to cooperate with the SFO.

3.15.

In november 2016 nam Airbus, via haar Amerikaanse advocaat, op eigen initiatief

contact op met het Amerikaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken (Department of

State, hierna: DoS). Airbus doet zaken in de Verenigde Staten en daarom moet zij voldoen aan de zogenaamde International Traffic in Arms Regulations (hierna: ITAR-regels) die voor handel in producten voor militaire doeleinden kunnen worden gebruikt. Aanleiding voor het contact was dat Airbus vermoedde dat zij onjuistheden had gevonden in haar registratiedocumenten met betrekking tot de verkoop van producten die onder de ITAR-regels vallen. Airbus had bij sommige transacties nagelaten te vermelden dat zij gebruik maakte van een tussenpersoon, of zij had de betrokkenheid van de tussenpersoon onjuist vermeld.

3.16.

Het Britse SFO zocht samenwerking met het Franse Nationaal Financieel Parket, het Parquet National Financier (hierna: PNF). Op 31 januari 2017 werd een Joint Investigation Team opgericht. Het onderzoek van dit team omvatte alle commerciële tussenpersonen die Airbus had gebruikt tot het jaar 2016, ruim 1.750 in totaal. Het SFO en PNF selecteerden hieruit 110 tussenpersonen in dertien landen waarbij naar hun oordeel sprake was van ‘rode vlaggen’. De inzet van die handelsagenten werd verscherpt onderzocht. Het PNF informeerde Airbus op 16 maart 2017 over de start van haar onderzoek.

3.17.

Airbus heeft daarop, eveneens op 16 maart 2017, een persbericht uitgebracht met de volgende inhoud:

Airbus to cooperate with France’s Parquet National Financier in preliminary investigation

(...) Airbus (...) announced on 7 August 2016 that the United Kingdom Serious Fraud Office (SFO) had opened an investigation into allegations of fraud, bribery and corruption in the civil aviation business of Airbus Group relating to irregularities concerning third party consultants.

Airbus has now been informed that the French authorities, the Parquet National Financier, had also opened a preliminary investigation into the same subject and that the two authorities will act in coordination going forward.

Airbus will cooperate fully with both authorities.

3.18.

In het bestuursverslag dat hoort bij de jaarrekening van 2016 (Airbus Group Board Report 2016) – gepubliceerd op 22 februari 2017 – heeft Airbus in hoofdstuk 4.7.3 ‘Legal Risks’ onder het kopje ‘Anti-Corruption Laws and Regulations’ het volgende opgenomen:

In 2016 (...) the Company announced that it had discovered misstatements and omissions in certain applications for export credit financing for Airbus customers, and had engaged legal, investigative and forensic accounting experts to conduct a review. Separately, the UK Serious Fraud Office announced that it had opened a criminal investigation into allegations of fraud, bribery and corruption in the civil aviation business of Airbus, relating to irregularities concerning third party consultants.

The Company cannot predict at this time the impact on it as a result of these matters, and accordingly cannot make any assurance that it will not be adversely affected. In addition to the temporary suspension of export credit financing, the Company may be subject to administrative, civil or criminal liabilities including significant fines and penalties, as well as suspension or debarment from government or non-government contracts for some period of time. The Company may also be required to modify its business practices and compliance programme and/or have a compliance monitor imposed on it. Any one or more of the foregoing could have a significant adverse effect on the Company’s reputation and its business, financial condition or results of operations.

In het ‘Registration Document 2016’ (ook behorend bij de Financial Statements 2016) is onder het kopje ‘Legal and Arbitration Proceedings’ de volgende passage opgenomen:

Investigation by the UK SFO and Franc’s PNF into Civil Aviation Business

In the context of review and enhancement of its internal compliance improvement programme, Airbus discovered misstatements and omissions relating to information provided in respect of third party consultants in certain applications for export credit financing for Airbus customers. In early 2016, Airbus informed the UK, German and French Export Credit Agencies (“ECAs”) of the irregularities it had discovered. Airbus made a similar disclosure to the UK Serious Fraud Office (“SFO”). In August 2016, the SFO informed Airbus that it had opened an investigation into allegations of fraud, bribery and corruption in the civil aviation business of Airbus relating to irregularities concerning third party consultants (business partners). In March 2017, France’s Parquet National Financier (“PNF”) informed Airbus that it had also opened a preliminary investigation into the same subject and that the two authorities would act in coordination going forward. Airbus is cooperating fully with both authorities. The SFO and PNF investigation and any enforcement action potentially arising as a result could have negative consequences for Airbus. The potential imposition of any monetary penalty (and the amount thereof) arising from the SFO and PNF investigations would depend on factual findings, and could have a material impact on the financial statements, however at this stage it is too early to determine the likelihood or extent of any liability. Investigations of this nature could also result in

(i) civil claims or claims by shareholders against Airbus (ii) adverse consequences on Airbus' ability to obtain or continue financing for current or future projects (iii) limitations on the eligibility of group companies for certain public sector contracts and/or (iv) damage to Airbus’ business or reputation via negative publicity adversely affecting Airbus’ prospects in the commercial market place.

3.19.

Deze mededelingen en waarschuwingen heeft Airbus in latere financiële verslagleggingen herhaald.

3.20.

Op 22 mei 2017 kondigde Airbus in een persbericht aan dat zij een onafhankelijke externe adviesraad had ingesteld om haar compliance-inspanningen te ondersteunen.

3.21.

In juli 2017 deed Airbus een officiële melding bij het DoS in verband met mogelijke overtredingen van de ITAR-regels, te weten het onjuist of onvolledig opgave doen van de betrokkenheid van tussenpersonen bij de verkoop van ITAR-producten (zie 3.15).

3.22.

Airbus heeft op 31 oktober 2017 een persbericht uitgebracht over de negen-maands-cijfers met – voor zover hier relevant – de volgende inhoud:

The investigations initiated by the UK’s Serious Fraud Office (SFO) and France’s Parquet National Financier (PNF) following self-disclosure by Airbus to the UK authorities are ongoing. Airbus is cooperating fully with both authorities, including in respect of potential issues across Airbus’ business. The SFO and PNF investigations and any penalties potentially levied as a result could have negative consequences for Airbus. The potential imposition of any monetary penalty (and the amount thereof) or other sanction arising from the SFO and PNF investigations will depend on the ultimate factual and legal findings of the investigation, and could have a material impact on the financial statements, businesses and operations of Airbus. However, at this stage it is too early to determine the likelihood or extent of any such possible consequence.

Following a review of its US regulatory compliance procedures, Airbus has discovered and subsequently informed relevant US authorities of its findings concerning certain inaccuracies in filings made with the US Department of State pursuant to Part 130 of the US International Traffic in Arms Regulations (ITAR). Airbus is cooperating with the US authorities. Airbus is unable to reasonably estimate the time it may take to resolve the matter or the amount or range of potential loss, penalty or other government action, if any, that may be incurred in connection with this matter.

3.23.

Het Amerikaanse Department of Justice (hierna: DoJ), het DoS, het PNF en het SFO hebben een aantal jaar onderzoek gedaan naar wereldwijde corruptie en omkoping door Airbus. Na onderzoek is gebleken dat de door Airbus gebruikte handelsagenten op grote schaal smeergeld van Airbus doorsluisden naar hoge functionarissen bij luchtvaartmaatschappijen en overheden, om de verkoop van vliegtuigen en satellieten te bevorderen. Ook waren deze handelsagenten zelf in voorkomend geval begunstigde van de steekpenningen. De corruptie vond volgens deze autoriteiten plaats in onder andere Maleisië, Sri Lanka, Taiwan, Indonesië, Ghana, de Volksrepubliek China, Colombia, Nepal, Zuid Korea, de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië, en Rusland.

3.24.

Het onderzoek van het SFO heeft geleid tot een schikkingsovereenkomst, de deferred prosecution agreement (hierna: DPA) tussen het SFO en Airbus van 31 januari 2020. Hiervan maakt deel uit een statement of facts (hierna ook: feitenrelaas). Partijen hebben afgesproken dit statement of facts als vaststaand aan te nemen. De inleiding hiervan luidt als volgt:

1. This is an agreed Statement of Facts in relation to a Deferred Prosecution Agreement (“DPA”) about the alleged commission by Airbus SE of offences of failure to prevent bribery. This Serious Fraud Office (“SFO”) investigation is part of a joint investigation with the French Parquet National Financier (“PNF”) and a parallel investigation to that conducted by the United States Department of Justice (“DOJ”) and the United States Department of State (“DOS”). Each of the prosecuting authorities has taken responsibility for a number of geographical areas or customers and entered into their own respective DPA, Judicial Public Interest Agreement (“CJIP”) or, in the case of DOS, Consent Agreement with Airbus SE. The SFO has taken responsibility for Malaysia; Sri Lanka; Taiwan; Indonesia; and Ghana.

2. The SFO-investigated conduct demonstrated that in order to increase sales, persons who performed services for and on behalf of Airbus SE offered, promised or gave financial advantages to others intending to obtain or retain business, or an advantage in the conduct of business, for Airbus SE. The SFO alleges that those financial advantages were intended to induce those others to improperly perform a relevant function or activity or were intended to reward such improper performance.

3. Airbus SE did not prevent, or have in place at the material times adequate procedures designed to prevent those persons associated with Airbus SE from carrying out such conduct.

4. The Indictment covers allegations connected to sales by Airbus’ commercial division (Counts 1-4) and Airbus’ defence division (Count 5). The particulars relating to each charge are set out in sections below.

3.25.

Het onderzoek van het PNF heeft geleid tot een schikkingsovereenkomst, convention judiciaire d'intérêt publique (CJIP), tussen het PNF en Airbus van 29 januari 2020. Daarvan maakte ook een feitenrelaas deel uit.

3.26.

Het onderzoek door het DoJ heeft geleid tot een deferred prosecution agreement tussen het DoJ en Airbus van 30 januari 2020, eveneens met een feitenrelaas. Het onderzoek door de DoS heeft geleid tot een consent agreement tussen Airbus en het DoS van 29 januari 2020.

3.27.

Aan deze schikkingsovereenkomsten (hierna ook: de DPA’s) gingen vanaf eind 2019 onderhandelingen tussen de autoriteiten en Airbus vooraf. In de schikkingsovereenkomsten zijn in totaal vijftien concrete gevallen van strafbaar handelen benoemd (welke gevallen verder niet in dit vonnis worden uitgewerkt). Alle schikkingsovereenkomsten zijn goedgekeurd door de desbetreffende gerechtelijke autoriteiten.

3.28.

In geen van de feitenrelazen staat dat een of meer leden van het bestuur van Airbus, zich schuldig heeft gemaakt aan of anderszins betrokken was bij de daarin beschreven, of andere, gevallen van corruptie of omkoping.

3.29.

Airbus heeft op 28 januari 2020 een persbericht uitgebracht met de volgende inhoud:

Airbus’ reaches agreement in principle with French, U.K. and U.S. authorities

(...)

In the context of the investigations by the French Parquet National Financier (PNF), the U.K. Serious Fraud Office (SFO) and the U.S. authorities, Airbus has reached agreement in principle with the authorities.

The investigations by the above authorities relate to allegations of bribery and corruption and to inaccuracies in filings made with the U.S. authorities pursuant to the U.S. International Traffic in Arms Regulations (ITAR).

The agreement with the SFO was the subject of a preliminary court ruling today and will require final judicial approval in a U.K. court. Furthermore, agreements with the PNF and the U.S. authorities also remain subject to approval by French court and U.S. court and regulator, respectively. The court hearings in France, the U.K. and the U.S. are expected to take place on 31 January 2020.

If approved by the courts, the agreements will result in Airbus taking a provision of € 3.6 billion for the payment of potential penalties to the French, U.K., and U.S. authorities, which will be booked in Airbus’ 2019 accounts.

Further details will be provided once the agreements have been finalised.

Airbus will continue to cooperate with the authorities.

3.30.

Airbus heeft op 31 januari 2020 een persbericht uitgebracht met meer informatie over de inhoud van de schikkingsovereenkomsten.

3.31.

Het internationaal adviesbureau Fideres Partner LLP (hierna: Fideres) heeft in opdracht van AIRL een analyse gemaakt van de impact die het (volgens AIRL) niet tijdig publiceren van informatie over het corruptieschandaal op de aandelenkoers van Airbus heeft gemaakt.

4 Het geschil in het incident

5 Het geschil in de hoofdzaak

6 De beoordeling in de hoofdzaak

7 De beoordeling in het incident

8 De beslissing