Rechtbank Amsterdam, 06-09-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:5743, C/13/733594 / HA RK 23-154
Rechtbank Amsterdam, 06-09-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:5743, C/13/733594 / HA RK 23-154
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 september 2023
- Datum publicatie
- 20 oktober 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:5743
- Zaaknummer
- C/13/733594 / HA RK 23-154
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek op grond van de AVG
Uitspraak
Civiel recht
Zaaknummer / rekestnummer: C/13/733594 / HA RK 23-154
Beschikking van 6 september 2023
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. M. de Boorder te Den Haag,
tegen
de naamloze vennootschap
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verweerster,
hierna te noemen: ING,
advocaat: mr. D.J. Posthuma te Amsterdam.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 11 mei 2023, met producties,
- het verweerschrift, met producties,
- de beschikking van 8 juni 2023, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte met nadere producties van 31 juli 2023 van [verzoeker] ,
- de mondelinge behandeling van 1 augustus 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2 De feiten
[verzoeker] had een eenmanszaak. In 2004 heeft [verzoeker] voor de financiering van zijn bedrijf een krediet afgesloten bij ING. In 2010 is dit krediet verhoogd tot het bedrag van € 85.000,- (hierna: het krediet).
Eind 2010 verslechterde de financiële situatie van (de eenmanszaak van) [verzoeker] . Begin 2011 is ING overgegaan tot het opeisen van het uitstaande bedrag onder het krediet.
Op 16 augustus 2011 is [verzoeker] op verzoek van één van de schuldeisers in staat van faillissement verklaard. In april 2014 is het faillissement opgeheven, bij gebrek aan baten.
ING heeft hierna meermalen om de terugbetaling van het openstaande bedrag onder het krediet verzocht. [verzoeker] heeft in deze periode niet afgelost op zijn schuld aan ING.
Op 19 september 2017 is [verzoeker] toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. ING heeft haar vorderingen ingediend bij de bewindvoerder.
De schuldsaneringsregeling is op 19 oktober 2020 afgrond met een schone lei. Op 25 november 2020 heeft ING op basis van de slotuitdelingslijst een uitkering van € 7.508,10 ontvangen op haar vordering. Zij heeft een bedrag van € 76.000,- moeten afschrijven op het krediet.
ING heeft op dezelfde datum een bijzonderheidscode 3 toegevoegd aan het contractnummer van het krediet in het Centraal Krediet Informatiesysteem (hierna: CKI) van Stichting Bureau Krediet Registratie (hierna: BKR). Deze codering heeft als einddatum 25 november 2025 en houdt in dat een bedrag van meer dan € 250,- is afgeboekt. ING had in 2013 en 2014 al bijzonderheidscoderingen A en 2 toegevoegd, omdat [verzoeker] achterbleef met de aflossingen op het krediet en zij hierna het gehele openstaande bedrag heeft opgeëist.
Op 21 juni 2021 heeft [verzoeker] aan ING verzocht om de verwijdering van voornoemde BKR-registratie. ING heeft dit verzoek afgewezen.
Op 21 februari 2023 heeft [verzoeker] opnieuw een verzoek tot verwijdering ingediend bij ING. Zij heeft ook dat verzoek afgewezen.
3 Het verzoek
[verzoeker] verzoekt de rechtbank, samengevat, om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:
I. primair, ING te veroordelen om binnen zeven dagen na deze beschikking de bijzonderheidscoderingen (A, 2 en 3) op het contractnummer van het krediet in het CKI van BKR te (laten) verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom;
II. subsidiair, ING te veroordelen om binnen zeven dagen na deze beschikking de einddatum van bijzonderheidscodering 3 op het contractnummer van het krediet in het CKI van BKR te (laten) aanpassen naar 19 oktober 2025, op straffe van een dwangsom; en
III. ING te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat de BKR-registratie niet proportioneel is, dat de belangenafweging in zijn voordeel moet uitvallen en dat de registratie daarom vroegtijdig moet worden verwijderd.
ING voert verweer en concludeert tot afwijzing van het verzoek.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.