Rechtbank Amsterdam, 10-10-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6481, C/13/740306 FT RK 23.306
Rechtbank Amsterdam, 10-10-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6481, C/13/740306 FT RK 23.306
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2023
- Datum publicatie
- 10 november 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:6481
- Zaaknummer
- C/13/740306 FT RK 23.306
Inhoudsindicatie
Toewijzing verzoek aanwijzing herstructureringsdeskundige ondanks vergevorderd akkoord traject
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Team Insolventies – meervoudige kamer
Aanwijzing herstructureringsdeskundige en afwijzing observator
zaak-/rekestnummers:
C/13/740306 FT RK 23.306
C/13/739872 FT RK 23.714
C/13/739873 FT RK 23.715
C/13/740290 FT RK 23.730
C/13/740307 FT RK 23.732
uitspraakdatum: 10 oktober 2023
beschikking op het ingekomen verzoekschrift met bijlagen strekkende tot het aanwijzen van een herstructureringsdeskundige ex artikel 371 Faillissementswet (Fw) van:
1. de vennootschap naar buitenlands recht
SPCP ACCESS HOLDINGS, LLC,
gevestigd te Dover, Delaware, Verenigde Staten van Amerika;
2. de vennootschap naar buitenlands recht
SPCP GROUP, LLC,
gevestigd te Dover, Delaware, Verenigde Staten van Amerika,
3. de vennootschap naar buitenlands recht
SPCP INSTITUTIONAL GROUP, LLC,
gevestigd te Dover, Delaware, Verenigde Staten van Amerika,
4. de vennootschap naar buitenlands recht
X CAYMAN LTD.,
gevestigd te Camana Bay, Grand Cayman, Kaaimaneilanden,
5. de vennootschap naar buitenlands recht
Y CAYMAN LTD.,
gevestigd te Camana Bay, Grand Cayman, Kaaimaneilanden,
6. de vennootschap naar buitenlands recht
Q CAYMAN LTD.,
gevestigd te Camana Bay, Grand Cayman, Kaaimaneilanden,
7. de vennootschap naar buitenlands recht
XYQ CAYMAN LTD.,
gevestigd te Camana Bay, Grand Cayman, Kaaimaneilanden,
hierna: gezamenlijk aan te duiden als LC Groep,
advocaten: mrs. F.J.M. Hengst, R.G.A. Elkerbout - Kok, P. van der Veen en W.J.E. Nijnens,
ten aanzien van:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MCDERMOTT INTERNATIONAL HOLDINGS B.V.,
gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Den Haag,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LEALAND FINANCE COMPANY B.V.,
gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Den Haag,
hierna: afzonderlijk aan te duiden als MIH en Lealand,
advocaten: mrs. T.H.D. Struycken, A.C. Rozeman en A.V.H. Boitelle,
en op het ingekomen verzoekschrift met bijlagen strekkende tot het aanwijzen van een herstructureringsdeskundige ex artikel 371 Fw van:
de vennootschap naar buitenlands recht
REFINERÍA DE CARTAGENA S.A.S.,
gevestigd te Colombia,
hierna: Reficar,
advocaten: mrs. I. Spinath, S.W. van den Berg en K.P. Hoogenboezem,
ten aanzien van MIH,
en op het verzoek van MIH en Lealand tot het ten aanzien van hen aanstellen van een observator ex artikel 380 jo. artikel 379 Fw.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-de startverklaringen als bedoeld in artikel 370 lid 3 Fw gedeponeerd door MIH en Lealand ter griffie van deze rechtbank op 8 september 2023;
-het verzoekschrift tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige ex artikel 371 lid 1 Fw van de zijde van LC Groep van 26 september 2023 met bijlagen;
-het verzoekschrift tot aanstelling van een observator ex artikel 380 jo. 379 Fw van de zijde van MIH en Lealand van 28 september 2023 met bijlagen;
-het aanvullend verzoekschrift tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige ex artikel 371 lid 1 Fw van de zijde van LC Groep van 2 oktober 2023 met bijlagen;
-het verweerschrift in reactie op het verzoek en aanvullend verzoek tot benoeming van een herstructureringsdeskundige van LC Groep van de zijde van MIH en Lealand van 5 oktober 2023;
- een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige ex artikel 371 lid 1, tevens houdende zienswijze inzake het verzoek tot aanstelling observator (ten aanzien van MIH) van de zijde van Reficar van 5 oktober 2023;
- de zienswijzen op het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige ex artikel 371 lid 1 Fw en het verzoek tot aanstelling van een observator ex artikel 380 jo. artikel 379 Fw van de zijde van Crédit Agricole Corporate and Investment Bank (hierna: CACIB) van 5 oktober 2023;
- de zienswijze op het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige ex artikel 371 lid 1 Fw en het verzoek tot aanstelling van een observator ex artikel 380 jo. artikel 379 Fw van de zijde van Ad Hoc Groep (hierna: AHG) van 5 oktober 2023 met bijlage.
Bovengenoemde verzoeken zijn op 9 oktober 2023 behandeld en nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen bijgehouden en de advocaten van partijen hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen,die zijn overgelegd.
Op de mondelinge behandeling zijn verschenen:
Namens MIH en Lealand:
-Mr. T.H.D. Struycken, advocaat;
-Mr. M.J.H. Orval, advocaat;
-Mr. A.C. Rozeman, advocaat;
-Mr. A.V.H. Boitelle, advocaat;
-Mr. B. Baaijens, advocaat;
-Dhr. [naam 1] (bestuurder Lealand);
-Mevr. [naam 2] (Senior Principal Legal Ops & Corporate Secretary McDermott International, Ltd.).
Namens LC Groep:
-mr. F.J.M. Hengst, advocaat;
-mr. J. van der Schrieck, advocaat;
-mr. R.G.A. Elkerbout-Kok, advocaat;
-mr. P. van der Veen, advocaat;
-mr. M. Leijser, advocaat;
-S. van Gaelen (tolk);
-M. Iest (tolk).
Namens Reficar:
-mr. I. Spinath, advocaat;
-mr. S.W. van den Bergh, advocaat;
-mr. S. Streng, advocaat;
-mr. S. Schreurs, advocaat;
-mr. D. van de Loo, advocaat;
-mr. K.P. Hoogenboezem, advocaat;
- [naam 3] (Kroll LLC);
- [naam 4] (Kroll LLC);
-mr. T. Alberga-Smits (Lemstra van der Korst N.V.);
-mr. M. Eliëns (Lemstra van der Korst N.V.).
Namens CACIB:
-mr. P. Kuipers, advocaat;
-mr. M. Noldus, advocaat;
-mr. Y. Mak, advocaat;
- [naam 5] (FTI Consulting);
- [naam 6] (FTI Consulting).
Namens AHG:
-mr. V.R. Vroom, advocaat;
-mr. K. de Bruijn, advocaat;
-mr. L.J.G. Knorringa, advocaat;
-mr. M.A.H. Enthoven, advocaat.
1 .4. In verband met de spoedeisendheid van de beslissing heeft de rechtbank op 10 oktober 2023 door middel van een verkorte beschikking uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking, die is vastgesteld op 17 oktober 2023.
2 Het verzoek en het verweer van MIH en Lealand
MIH en Lealand leggen aan hun verzoek en verweer samengevat het navolgende ten grondslag. De McDermott-groep (hierna: McDermott) is een in Houston, Texas (Verenigde Staten van Amerika) gevestigd aannemers- en ingenieursbureau voor de energiesector met meer dan 30.000 werknemers, actief in meer dan 54 landen, en beschikt over gespecialiseerde constructieschepen en productiefaciliteiten in verschillende jurisdicties. Haar klanten zijn onder meer energiebedrijven, offshore opdrachtnemers en bouw- en constructiemaatschappijen.
MIH is een Nederlandse holdingvennootschap die deel uitmaakt van McDermott. Lealand is een 100% dochtervennootschap van MIH.
McDermott heeft via Lealand, als hoofdschuldenaar en kredietnemer onder de financieringsdocumentatie, financiering aangetrokken. Binnen McDermott functioneert Lealand als financieringsvehikel, waarbij zij de ontvangen bedragen intra-groep door leent. Diverse groepsvennootschappen, waaronder MIH en de Engelse groepsvennootschap CB&I UK Limited (hierna: CB&I UK), hebben garanties afgegeven voor de terugbetaling van de schuld onder de financieringsdocumentatie en zijn als garantiegever onder de financieringsdocumentatie van McDermott met of naast Lealand aansprakelijk.
McDermott is de afgelopen jaren in financiële problemen geraakt, onder meer door enkele verlieslatende projecten en een onhoudbare schuldpositie. In 2020 is de kapitaalstructuur geherstructureerd door middel van een Amerikaanse Chapter 11 procedure. Alle aandelen in topholdingcompany McDermott International, Inc. zijn daarbij ingetrokken en nieuwe aandelen zijn uitgegeven aan de (toenmalige) financiers van McDermott. Tevens is een deel van de schulden van McDermott afgeschreven en zijn nieuwe financieringsovereenkomsten gesloten, waarbij de datum voor terugbetaling van het daaronder verstrekte krediet is bepaald op 30 juni 2024 (de zgn. Maturity Date).).Zonder verlenging van de Maturity Date is McDermott gehouden om voor de gestelde letter of credit facilities op 24 maart 2024 cash collateral te verschaffen voor het totaalbedrag aan de onder de faciliteiten uitgegeven letters of credit. MIH en Lealand voorzien dat zij niet in staat zullen zijn om de uitstaande bedragen op de Maturity Date terug te betalen of om op 27 maart 2024 een bedrag in cash te storten.
Door het aflopen van de kredietfaciliteiten per 30 juni 2024 en de behoefte aan aanvullende financiële middelen om haar bedrijfsactiviteiten voort te kunnen zetten staat McDermott thans financieel opnieuw onder grote druk. Daarnaast zijn er (concurrente) vorderingen waarmee (vennootschappen binnen) McDermott wordt geconfronteerd in verband met de uitvoering van een project in Colombia. Deze vorderingen zijn vorderingen op het niveau van MIH en CB&I UK, niet op het niveau van Lealand. De aansprakelijkheid van MIH is gegrond op een door een rechtsvoorganger van MIH afgegeven projectgarantie voor de uitvoering van het project. Deze vorderingen belopen, blijkens een gewezen arbitraal ICC vonnis, circa USD 1 miljard.
Om de financiering van McDermott bij gebreke van alternatieven veilig te stellen zijn MIH, Lealand en CB&I UK in onderhandeling getreden met hun financiers en andere belanghebbenden. Daarnaast zijn gesprekken geïnitieerd met groepen van financiers over de verstrekking van aanvullend overbruggingskrediet voor de verwachte duur van een herstructureringsproces en daarna. De financiers die bereid waren het overbruggingskrediet te verschaffen, stelden als voorwaarde dat McDermott een interne herstructurering zou implementeren waarbij groepsvennootschappen die zich bezighouden met de internationale storage tanks business worden samengebracht onder een nieuwe dochtermaatschappij, en vervolgens door de relevante tanks groepsvennootschappen aan deze financiers zekerheid wordt verschaft voor de terugbetaling van het krediet. Op 8 september 2023 is, met het sluiten van een zogenaamde transaction support agreement (hierna: TSA), overeenstemming bereikt over het overbruggingskrediet en is de interne herstructurering afgerond. Daarmee hebben MIH en Lealand toegang verkregen tot naar verwachting voldoende financiële middelen om een onderhandse akkoordprocedure af te ronden. De tanks transactie kon worden geïmplementeerd op basis van de bestaande contractuele afspraken.
Vervolgens hebben MIH en Lealand ieder een startverklaring bij de rechtbank gedeponeerd waaruit blijkt dat zij een akkoord voorbereiden in een openbare akkoordprocedure. Het akkoord voor Lealand komt in de kern neer op aanpassing van enige voorwaarden in de financieringsovereenkomst en verlenging van de termijn van de financiering. Het akkoord voor MIH bevat in de kern een aanpassing en verlenging van de terugbetalingstermijn onder de garantie die door MIH is gesteld voor de financiering, alsmede een afschrijving op de vorderingen onder de Colombiaanse projectgarantie.
Op het niveau van CB&I UK wordt gelijktijdig een Engels restructuring plan voorbereid als bedoeld in Part 26A Companies Act 2006. Ook dit plan omvat in de kern een aanpassing en verlenging van de terugbetalingstermijn onder de financiering, aangevuld met een afschrijving op vorderingen die samenhangen met het project in Colombia. In verband met de Engelse herstructureringsprocedure is aan de schuldeisers die in deze procedure worden betrokken op 8 september 2023 een zogeheten practice statement letter gestuurd waarin de procedure en de inhoud van het plan uitgebreid worden beschreven. De practice statement letter bevat tevens een omschrijving van de akkoorden die MIH en Lealand zullen aanbieden aan hun respectieve schuldeisers. In de kern komen die akkoorden en het restructuring plan overeen met elkaar. Op 25 september 2023 heeft in de procedure voor het Engelse restructuring plan een convening hearing plaatsgevonden, waarin de uitgezette tijdslijnen zijn goedgekeurd. De sanction hearing, vergelijkbaar met de Nederlandse homologatiezitting, staat gepland voor de week van 27 november 2023. De WHOA-procedure en de procedure in Engeland dienen een vergelijkbaar doel en de beoogde herstructureringsplannen zullen voorwaardelijk aan elkaar zijn, in die zin dat als één van de procedures niet slaagt, de beoogde herstructurering niet kan worden gerealiseerd.
Op 29 september 2023 hebben MIH en Lealand een concept van de beide akkoorden ter consultatie voorgelegd aan alle belanghebbenden. MIH en Lealand hebben het voornemen om op of rond 20 oktober 2023 de definitieve versie van de akkoorden formeel ter stemming voor te leggen.
MIH en Lealand menen dat, gezien de omvang en complexiteit van de beoogde herstructurering, de diverse internationale en grensoverschrijdende elementen en de uitgebreide door buitenlands recht beheerste documentatie die daaraan ten grondslag ligt, zowel het proces als de individuele schuldeisers belang hebben bij aanstelling van een onafhankelijke derde in de vorm van een observator. De observator heeft een belangrijke adviserende rol. Zo beslist de rechtbank niet op belangrijke verzoeken alvorens de observator in de gelegenheid te stellen om een zienswijze te geven.
De belangen van de schuldeisers zijn volgens MIH en Lealand echter niet gediend bij de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige, omdat:
- sprake is van een vergevorderd en kansrijk herstructureringstraject;
-benoeming van een herstructureringsdeskundige de slagingskansen van het akkoord vermindert;
-benoeming van een herstructureringsdeskundige tot maanden vertraging en onnodige kosten leidt. Deze vertragingsschade wordt verergerd doordat er een parallelle restructuring procedure is in Engeland die op onderhavige procedure is afgestemd en waarvan de tijdslijnen reeds zijn goedgekeurd;
-de conceptakkoorden reeds ter consultatie voor liggen;
-de conceptakkoorden door een ruime meerderheid van de betrokken (financiële) schuldeisers worden gesteund;
-voormelde bezwaren niet zien op de benoeming van een observator;
-er geen gronden zijn om aan de onafhankelijkheid van (het bestuur van) de schuldenaar te twijfelen;
-een herstructureringsdeskundige het vertrouwen van partijen in het proces ernstig zou kunnen beschadigen in geval deze een compleet nieuw akkoord zou aanbieden.
MIH verzoekt dan ook het verzoek tot aanstelling van een observator toe te wijzen en de verzoeken tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige af te wijzen.
3 Het verzoek en de zienswijze van LC Groep
LC Groep legt aan haar verzoek en zienswijze het navolgende ten grondslag. De LC Groep wordt gevormd door een aantal belangrijke financiers van McDermott, die tezamen - zowel direct (als participant) als indirect (als sub-participant) - voor een totaalbedrag van ongeveer USD 200 miljoen schuldvermogen hebben verschaft aan Lealand en MIH in de vorm van letters of credit. Zij kwalificeren daarmee als schuldeisers van Lealand en MIH. LC Groep heeft ernstige bezwaren tegen de akkoorden die MIH en Lealand aan hun schuldeisers ter stemming en aan de rechtbank ter homologatie willen voorleggen. Samengevat stellen zij zich naar aanleiding van de door McDermott verstrekte documenten op het standpunt dat de akkoorden zoals omschreven in het restructuring plan en de twee WHOA-akkoorden ertoe zullen strekken om schuldfinanciers die tevens (preferent) aandeelhouder zijn, te bevoordelen ten koste van andere financiers en schuldeisers, waaronder de LC Groep. De LC Groep wordt onder de akkoorden gedwongen om: (i) nieuwe verplichtingen aan te gaan en (ii) genoegen te nemen met een uitgestelde terugbetaling op haar gezekerde vorderingen terwijl zij daarvoor geheel geen compensatie ontvangt, terwijl de (preferente) aandeelhouders hun belang en vorderingen juist volledig en onaangetast behouden. Daarbij komt dat (iii) vooralsnog niet is gebleken dat de LC Groep als gevolg van de akkoorden beter af zou zijn dan in geval van een faillissement van Lealand en MIH, en (iv) niet aannemelijk is dat nakoming van de akkoorden voldoende is gewaarborgd. De beoogde akkoorden gaan daarmee voorbij aan het belang van de gezamenlijke schuldeisers, die daarom gebaat zijn bij de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige, die de tijd krijgt om zelf te onderzoeken wat de geëigende inhoud van de akkoorden is. De enkele benoeming van een observator in het onderhavige geval is onvoldoende, omdat deze daartoe onvoldoende bevoegdheden heeft. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat McDermott de door haar beoogde akkoorden niet op eigen initiatief zal willen wijzigen. Dit heeft tot gevolg dat, in geval geen herstructureringsdeskundige wordt aangewezen, een beoordeling van de akkoorden pas op de homologatiezitting zal plaatsvinden Dat zou leiden tot een onwenselijk binaire benadering van het WHOA-proces en voor onnodige vertraging zorgen, aldus LC Groep.