Rechtbank Amsterdam, 03-11-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6952, 22_1390
Rechtbank Amsterdam, 03-11-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6952, 22_1390
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 3 november 2023
- Datum publicatie
- 26 januari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:6952
- Zaaknummer
- 22_1390
Inhoudsindicatie
AVG; niet te achterhalen aan wie persoonsgegevens van eiser zijn doorgestuurd.
AVG-inzageverzoek bij NCTV is gedeeltelijk toegewezen. Het overzicht dat eiser in bezwaar heeft gekregen voldoet aan de eisen van het Europese Hof van Justitie; beknopt, transparant, in begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal opgesteld. Vast staat dat verweerder persoonsgegevens van eiser heeft doorgegeven aan buitenlandse veiligheidsdiensten. Na nader onderzoek door verweerder is gebleken dat niet kan worden achterhaald aan wie eisers gegevens zijn doorgegeven. Verweerder heeft daarmee niet voldaan aan de in de jurisprudentie van het Hof geformuleerde eis dat de verwerkingsverantwoordelijke verplicht is om aan de betrokkene de identiteit van de ontvangers van zijn persoonsgegevens te verstrekken. Het bestreden besluit is daarmee onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Volgens de rechtbank heeft het geen zin om verweerder een nieuw besluit te laten nemen, omdat een nieuwe zoekslag geen andere informatie zal opleveren. Eiser is hierdoor wel benadeeld en kan mogelijk compensatie hiervoor vragen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/1390
[eiser] , uit Amsterdam, eiser
en
de Minister van Justitie en Veiligheid, Directie Wetgeving en Juridische Zaken
(gemachtigde: mr. M. Karkich-Isnail).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de gedeeltelijke toewijzing van zijn inzageverzoek op grond van de Algemene Verordening
Gegevensbescherming (AVG). Met het besluit van 26 januari 2022 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar van eiser deels gegrond verklaard.
2. Op 8 februari 2023 heeft verweerder een aanvullend besluit op bezwaar genomen (het bestreden besluit 2) naar aanleiding van nader aangetroffen informatie met persoonsgegevens van eiser. Het ingestelde beroep heeft op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van rechtswege mede betrekking op dit aanvullende besluit.
3. De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van verweerder en [naam] .
4. De rechtbank heeft de behandeling ter zitting geschorst en schriftelijke nadere vragen aan verweerder gesteld. Eiser heeft op de reactie van verweerder een inhoudelijke reactie gegeven. Partijen hebben de rechtbank vervolgens toestemming gegeven om uitspraak te doen zonder nadere zitting. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.