Home

Rechtbank Amsterdam, 12-12-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8026, C/13/741765 / KG ZA 23-972

Rechtbank Amsterdam, 12-12-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8026, C/13/741765 / KG ZA 23-972

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12 december 2023
Datum publicatie
12 januari 2024
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:8026
Zaaknummer
C/13/741765 / KG ZA 23-972

Inhoudsindicatie

Kort geding, Wtr2, bank moet dienstverlening aan money service businesses (MSB's) voorlopig voortzetten, ook in geval van bulkbetalingen en bevoorschotting, omdat voorshands niet vast staat dat de strikte uitleg van de bank van de Wtr2, en die erop neerkomt dat de MSB alleen haar dienstverlening kan voortzetten door de betalingen te splitsen in individuele overmakingen, juist is.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/741765 / KG ZA 23-972 MDvH/LO

Vonnis in kort geding van 12 december 2023

in de zaak van

1. de stichting

STICHTING NEDSOM FINANCIAL SERVICES,

gevestigd te Amersfoort,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CALEEN FINANCIAL SERVICES B.V.,

gevestigd te Tilburg,

eiseressen,

advocaat mr. M.P. Vink te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.W. Achterberg te Amsterdam.

Eiseressen zullen hierna Nedsom en Caleen worden genoemd, en gezamenlijk (in meervoud) ook Nedsom c.s. Gedaagde zal ABN AMRO (of de bank) worden genoemd.

1 De procedure

Ter zitting van 21 november 2023 hebben Nedsom c.s. de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. ABN AMRO heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben producties ingediend en Nedsom c.s. daarnaast een pleitnota.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de kant van Nedsom c.s.: [naam 1] , COO en bestuurder van Nedsom, [naam 2] , adviseur van Nedsom, [naam 3] , DGA van Caleen, met mr. Vink en mr. E.F. van Hasselt;

aan de kant van ABN AMRO: [naam 4] , sectormanager PSP Fintech, met mr. Achterberg.

Vonnis is (nader) bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Nedsom en Caleen zijn betaaldienstverleners die zich specifiek richten op geldtransferdiensten. Dit type betaaldienstverlener wordt ook wel MSB (money service business) genoemd. Hun doel is het faciliteren van klanten bij het overmaken van geld naar begunstigden in het buitenland, die vaak geen bankrekening hebben. Zo faciliteren zij kleine overmakingen naar landen zoals Somalië en realiseren op die manier family support in regio’s waar de bancaire infrastructuur voor een groot deel van de bevolking niet of slechts beperkt beschikbaar is. Nedsom en Caleen hebben beide een vergunning van De Nederlandsche Bank (DNB).

2.2.

Nedsom en Caleen hebben bankrekeningen bij ABN AMRO.

2.3.

Om kosten te besparen maken Nedsom c.s. gebruik van ‘bulkbetalingen’ en ‘bevoorschotting’. In geval van bulkbetalingen worden geldovermakingen van meerdere betalers, bedoeld voor meerdere begunstigden, samengebundeld overgemaakt naar de bank of agent in het buitenland. In geval van bevoorschotting maken Nedsom c.s. grotere bedragen over naar banken of agenten in derde landen, zonder dat op dat moment bekend is ten laste/behoeve van welke betalers (in Nederland) of begunstigden (in het buitenland) het bedrag wordt overgemaakt; Nedsom c.s. schieten met andere woorden dit bedrag voor. Uiteindelijk worden ten laste van dat bedrag kleinere bedragen op verzoek/ten laste van een klant van Nedsom c.s. in Nederland (de ‘betaler’) uitbetaald aan een begunstigde in het buitenland. Op het moment van de uitbetaling worden door Nedsom c.s. de op grond van de EU-verordening 2015/847 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie (Wire Transfer Regulation 2 (Wtr2)) vereiste gegevens van de betaler en de begunstigde geadministreerd.

2.4.

In 2021 heeft ABN AMRO de relatie met Nedsom en Caleen beëindigd. Over die beëindiging zijn tussen partijen meerdere gerechtelijke procedures gevoerd. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft bij vonnissen van 7 december 20211 geoordeeld dat ABN AMRO de bankrelaties moet voortzetten totdat in een bodemprocedure over de rechtmatigheid van de opzegging is geoordeeld. In die procedures is geen oordeel gegeven over de in deze zaak aan de orde zijnde beëindigingsgrond (het niet voldoen aan de Wtr2).

2.5.

In de bodemprocedure van Nedsom heeft deze rechtbank bij vonnis van 8 februari 2023 geoordeeld dat de opzegging onrechtmatig was en is ABN AMRO veroordeeld de dienstverlening aan Nedsom voort te zetten.

2.6.

In de bodemprocedure van Caleen zijn de vorderingen in eerste aanleg afgewezen. Caleen is in hoger beroep gegaan en het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 17 januari 2023 in een incident geoordeeld dat ABN AMRO de dienstverlening (onder bepaalde voorwaarden) moet voortzetten totdat in de procedure eindarrest is gewezen. Ook in de bodemprocedures is geen oordeel gegeven over de in deze zaak aan de orde zijnde beëindigingsgrond (het niet voldoen aan de Wtr2).

2.7.

Bij brieven van 11 maart 2022 aan Nedsom c.s. (en aan andere MSB’s) heeft ABN AMRO laten weten dat het haar is opgevallen dat een aantal van hun uitgaande betalingen niet over de vereiste informatie beschikt, namelijk dat de NAW-gegevens van de betaler niet zijn ingevuld. Nedsom c.s. wordt verzocht de wijze waarop zij uitgaande betalingen aanbiedt te controleren en ervoor te zorgen dat die binnen drie weken wordt aangepast omdat ABN AMRO anders niet aan de Wtr2 kan voldoen.

2.8.

Op 24 maart 2022 heeft Nedsom ( [naam 1] ) een gesprek gehad met ABN AMRO over dit onderwerp.

2.9.

Op 4 april 2022 heeft ABN AMRO een steekproef gehouden en op 12 april 2022 heeft zij Nedsom c.s. (en andere MSB’s) opnieuw aangeschreven met het verzoek bij uitgaande betalingen de verplichte informatie te verstrekken en uiterlijk 26 april 2022 aan de in de brief gegeven instructies te voldoen. Die instructies komen er kort gezegd op neer dat Nedsom c.s. in de betaalopdracht de informatie van de betaler en de begunstigde moet verstrekken.

2.10.

Tussen ABN AMRO enerzijds en Nedsom c.s. (en andere MSB’s) anderzijds heeft sinds het voorjaar van 2022 nog meer overleg plaatsgevonden (waarbij deels ook de brancheorganisatie, de Nederlandse Vereniging van Geldtransactiekantoren, NVGTK, betrokken is geweest), maar dit heeft niet tot een oplossing geleid.

3 Het geschil

3.1.

Nedsom c.s. vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

ABN AMRO te gebieden haar dienstverlening ongewijzigd voort te zetten en haar te verbieden de beoogde aanpassingen in te voeren;

subsidiair:

ABN AMRO te gebieden de invoering van de beoogde aanpassingen op te schorten tot het moment waarop (cumulatief):

  1. de beoogde aanpassingen – aantoonbaar – eveneens voor alle andere klanten van ABN AMRO zijn ingevoerd;

  2. ABN AMRO haar lezing van de Wtr2 – op tegenspraak – heeft laten toetsen door DNB en DNB heeft geoordeeld dat:

a. de Wtr2 van toepassing is op de transacties zoals deze tot op heden door Nedsom c.s. worden verricht;

b. er geen andere mogelijkheid bestaat om aan de Wtr2 te voldoen dan door het opsplitsen van de bulktransacties in individuele transacties, zoals door ABN AMRO bepleit;

meer subsidiair:

ABN AMRO te verbieden de kosten die het gevolg zijn van het opsplitsen van de transacties aan Nedsom c.s. door te berekenen;

een en ander op straffe van dwangsommen en met veroordeling van ABN AMRO in de proceskosten en de nakosten, beide te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Nedsom c.s. hebben ter toelichting op hun vorderingen – samengevat en voor zover van belang – het volgende gesteld. ABN AMRO voert een actief beleid om afscheid te nemen van MSB’s zoals zij. Nedsom heeft in de bodemprocedure gelijk gekregen, en ten aanzien van Caleen heeft het hof Amsterdam bepaald dat ABN AMRO de dienstverlening moet voortzetten totdat eindarrest is gewezen.

Nu heeft ABN AMRO een nieuw argument gevonden om Nedsom c.s. eruit te werken. Zij stelt opeens, onder verwijzing naar een reeds in 2017 ingevoerde verordening (de Wtr2), nieuwe voorwaarden en verlangt dat Nedsom c.s. daaraan binnen een paar weken voldoen. Nedsom c.s. zijn afhankelijk van ABN AMRO en de nieuwe eisen leiden ertoe dat Nedsom c.s. hun dienstverlening feitelijk zouden moeten staken. Als zij aan de Wtr2-verplichtingen zouden voldoen op de wijze zoals ABN AMRO eist, zouden zij alleen nog kunnen werken met separate individuele transacties. De kosten per transactie zouden dan exponentieel stijgen en Nedsom c.s. zouden hun bedrijven kunnen opdoeken. Ook heeft ABN AMRO deze eisen niet aan al haar klanten gesteld, maar alleen aan de MSB’s. Nedsom c.s. zijn in gesprek gegaan met ABN AMRO en met hun IT-dienstverleners om te bespreken hoe zij aan de verplichtingen uit de Wtr2 kunnen voldoen, maar zij ontvangen daarbij geen input van ABN AMRO wanneer daarom wordt gevraagd. ABN AMRO stelt zich star op en geeft Nedsom c.s. veel te weinig tijd voor de implementatie van haar nieuwe regels, door te verlangen dat Nedsom c.s. binnen enkele weken hun bedrijfsvoering aanpassen en de gevraagde informatie in de betalingsopdracht vermelden.

3.3.

ABN AMRO voert verweer. Zij stelt – kort gezegd – dat Nedsom c.s. op dit moment niet (integraal) voldoen aan de verplichtingen van de Wtr2, dat de bank daardoor zelf niet aan de verplichtingen va de Wtr2 kan voldoen. Dat levert voor de bank een onacceptabel risico op, zowel ten aanzien van haar eigen integriteitsbeleid als ten aanzien van haar inspanningen om witwassen en/of terrorismefinanciering tegen te gaan. Dit alles is gebleken tijdens een interne audit in 2021. Als Nedsom c.s. in gebreke blijven in de naleving van de Wtr2, is de bank verplicht om alle transacties waarbij onvoldoende informatie is meegestuurd, niet uit te voeren.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing