Rechtbank Amsterdam, 22-12-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8338, C/13/741274 / KG ZA 23-949
Rechtbank Amsterdam, 22-12-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8338, C/13/741274 / KG ZA 23-949
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 december 2023
- Datum publicatie
- 27 december 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:8338
- Zaaknummer
- C/13/741274 / KG ZA 23-949
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vennootschap die onderdeel uitmaakt van een ingewikkelde groepsstructuur vordert onder meer op grond van artikel 2:8 BW het ontslag van bestuurders en het benoemen van andere bestuurders van een aantal werkmaatschappijen onder in de structuur. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af omdat eiseres niet behoort tot de kring van artikel 2:8 BW.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/741274 / KG ZA 23-949 MDvH/MV
Vonnis in kort geding van 22 december 2023
in de zaak van
de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR SELVINO,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres bij dagvaarding van 16 november 2023,
advocaten mr. S.N.J. Putter en mr. C. de Bres te Den Haag,
tegen
1. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR GPB GLOBAL RESOURCES,
gevestigd te Amsterdam,advocaten mr. D.C. Roessingh, mr. F. Kaptein en mr. M. Wielinga Carvajal te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GPB GLOBAL RESOURCES BV,
gevestigd te Amsterdam,verschenen bij haar bestuurders S.V. [Bestuurder 1] en V.V. [Bestuurder 2] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GPB ENERGY SERVICES BV,
gevestigd te Amsterdam,verschenen bij haar bestuurder V.V. [Bestuurder 2] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GPB NEFTEGAZ SERVICES BV,
gevestigd te Amsterdam-Duivendrecht,verschenen bij haar bestuurder V.V. [Bestuurder 2] ,5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GAZPROMBANK LATIN AMERICA VENTURES BV,
gevestigd te Amsterdam,verschenen bij haar bestuurders S.V. [Bestuurder 1] en V.V. [Bestuurder 2] ,
6. [Bestuurder 1],
wonende te [woonplaats 1] ,
7. [Bestuurder 2],
wonende te [woonplaats 2] ,advocaat van gedaagden 6 en 7 mr. J.K.A. van Loo te Amsterdam.
Partijen zullen hierna ook STAK Selvino, STAK GPB GR, GPB GR, GPB ES, GPB NGS, GPB LAV, [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] worden genoemd.
1 De procedure
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 5 december 2023 heeft STAK Selvino de dagvaarding toegelicht. Gedaagden hebben verweer gevoerd, mede aan de hand van een door STAK Selvino en een door [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] ingediende conclusie van antwoord. De bij advocaat verschenen partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Bij de mondelinge behandeling waren – voor zover van belang – aanwezig:
-aan de zijde van STAK Selvino: [UBO B] en [C] (bestuurder van STAK Selvino) met mr. Putter en mr. De Bres;
-aan de zijde van STAK GPB GR: [UBO A] en [naam] (beiden via een digitale verbinding) met mr. Roessingh, mr. Kaptein en mr. Wielinga Carvajal;
aan de zijde van GPB GR, GPB ES, GPB NGS en GPB LAV: [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] ; - [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] met mr. Van Loo. A. Burrough en C. Pennings waren aanwezig als tolk Nederlands/Engels. Na verder debat is vonnis bepaald op 22 december 2023.
2 De feiten
STAK Selvino en STAK GPB GR maken onderdeel uit van een gecompliceerde structuur, die, aldus de dagvaarding, is ingegeven door de wens om de belastingpositie te optimaliseren. Ook GPB GR, GPB ES, GPB NGS, GPB LAV (hierna ook: de werkmaatschappijen) maken onderdeel uit van deze structuur. De werkmaatschappijen houden zich – kort gezegd – bezig met het winnen en verkopen van Venezolaanse olie.
[Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] zijn de bestuurders van GPB GR en GPB LAV. [Bestuurder 2] is (enig) bestuurder van GPB NGS en GPB ES.
[UBO A] houdt 100% van de aandelen in Oro Management Limited (hierna: Oro). [UBO B] houdt (indirect) 76,7% van de door STAK Selvino uitgegeven certificaten. De overige door STAK Selvino uitgegeven certificaten worden gehouden door aan [UBO B] gelieerde partijen, onder wie [C] , die indirect 2,1% van die certificaten houdt. [C] is tevens bestuurder van STAK Selvino.
Oro en STAK Selvino houden respectievelijk 52% en 48% van de aandelen in Selvino Invested Ltd., een vennootschap gevestigd op Cyprus (hierna: SIL). Op 28 december 2016 is een aandeelhoudersovereenkomst (SHA) gesloten tussen STAK Selvino en Oro. 2.5. SIL is commanditaire vennoot in de commanditaire vennootschap naar Nederlands recht Cromford Capital C.V. (hierna: Cromford). Een 100% dochtervennootschap van Oro (TRP Management Ltd.) is de beherend vennoot van Cromford.
STAK GPB GR en de werkmaatschappijen “hangen” onder Cromford: Cromford is enig aandeelhouder van STAK GPB GR Oro is bestuurder van STAK GPB GR.
In maart 2023 heeft STAK Selvino op Cyprus faillissement aangevraagd van SIL. Het verzoek zal door de rechter op Cyprus in 2024 worden behandeld.
Het gedeelte van de structuur dat voor dit kort geding van belang is ziet er schematisch weergegeven als volgt uit: 
3 Het geschil
STAK Selvino vordert – kort gezegd – het volgende: A. [Bestuurder 2] te ontslaan, althans voor onbepaalde tijd te schorsen, althans te schorsen voor een in goede justitie te bepalen termijn, als bestuurder van GPB GR, GPB ES, GPB NGS en GPB LAV; B. [Bestuurder 1] te ontslaan, althans voor onbepaalde tijd te schorsen, althans te schorsen voor een in goede justitie te bepalen termijn, als bestuurder van GPB GR, en GPB LAV; C. [C] te benoemen als bestuurder van GPB GR, GPB ES en GPB NGS, onder de bepaling dat hij enkel gezamenlijk bevoegd is met de hierna onder D. bedoelde onafhankelijke bestuurder;D. een onafhankelijk bestuurder te benoemen bij GPB GR, GPB ES, GPB NGS en GPB LAV, onder de bepaling dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is en voor zover nodig een doorslaggevende stem heeft;E. te bepalen dat STAK GPB GR, GPB GR, GPB ES, GPB NGS en GPB LAV voornoemde ontslagen, althans schorsingen, en benoemingen van bestuurders hebben te gehengen en gedogen;F. [Bestuurder 2] en [Bestuurder 1] te gebieden om (i) zichzelf als bestuurder uit het handelsregister uit te schrijven en (ii) [C] en de onafhankelijk bestuurder in het handelsregister in te schrijven; G. [Bestuurder 2] en [Bestuurder 1] te gebieden om (i) de administratie van GPB GR, GPB ES, GPB NGS en GPB LAV aan de onafhankelijk bestuurder te verstrekken en (ii) na een verzoek van de onafhankelijk bestuurder (a) afdoende en gedetailleerd antwoord te geven op door hem gestelde vragen, en (b) door hem opgevraagde bescheiden te verstrekken; H. de aandelen die STAK GPB GR houdt in het kapitaal van GPB GR ten titel van beheer over te dragen aan een door de voorzieningenrechter te benoemen derde, althans STAK GPB GR te verbieden om enig aandeelhoudersbesluit te nemen als aandeelhouder van GPB GR, althans STAK GPB GR te verbieden de bij dit vonnis te benoemen bestuurders te ontslaan en andere bestuurders te benoemen; I. te bepalen dat een dwangsom geldt van € 1.000.000,00, hoofdelijk op te leggen aan [Bestuurder 2] en [Bestuurder 1] voor iedere overtreding – en voor iedere dag dat die overtreding voortduurt – van de onder F., G., en/of H. opgenomen ge- en verboden; J. een zodanige maatregel te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht; en K. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
STAK Selvino stelt hiertoe – samengevat weergegeven – het volgende. In 2012 is een samenwerking ontstaan tussen het staatsoliebedrijf van Venezuela en de Russische Gazprombank. Die samenwerking had als doel olie uit Venezuela te verkopen aan onder meer OSC (het Russische Ministerie voor Energie). Vanaf 2014 heeft de Gazprombank zich – in verband met de annexatie van de Krim en de daarop volgende sancties tegen Rusland – gefaseerd teruggetrokken uit de samenwerking. Na die terugtrekking zijn [UBO A] en [UBO B] gaan participeren. Zij zijn thans de twee grootaandeelhouders in de GPB-groep, die onder meer bestaat uit verschillende Nederlandse vennootschappen, waaronder GPB GR, GPB ES, GPB NGS en GPB LAV. [UBO A] houdt een meerderheidsbelang in de GPB-groep en [UBO B] een groot minderheidsbelang. In 2016 is de onder 2.4 genoemde SHA gesloten tussen Oro ( [UBO A] ) en STAK Selvino ( [UBO B] ). [UBO A] kon gaan participeren in de GPB-groep met hulp van de Gazprombank en heeft hiervoor niets hoeven investeren. [UBO B] daarentegen heeft in 2016 via STAK Selvino een lening verstrekt van ongeveer USD 124 miljoen aan SIL (waarvan thans nog circa USD 16 miljoen uitstaat, vzr).
Als gevolg van de Amerikaanse sancties tegen Venezuela (getroffen in 2018-2019) is de GPB-groep in de problemen gekomen, aldus STAK Selvino. Mede hierdoor is een verschil van inzicht ontstaan tussen [UBO B] en [UBO A] . De (financiële) problemen werden groter toen Venezuela in september 2022 het belang van de GPB-groep in dat land onteigende (GPB LAV). STAK Selvino zag als enige daadwerkelijke kapitaalverstrekker van de GPB-groep de in 2016 door haar gedane investering tenietgaan. Thans komt het erop neer dat de GPB-groep in acute financiële nood verkeert. Uit een in november 2022 door [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] opgesteld overzicht volgt dat de werkmaatschappijen aanzienlijke schulden hebben en dat per 1 januari 2023 sprake is van een gebrek aan liquiditeit. Daar komt bij dat de GPB-groep op 15 mei 2023 grotendeels afstand heeft gedaan van een belangrijk vermogensbestanddeel, te weten een vordering op OSC van € 45 miljoen. Die vordering is (met directe bemoeienis van [UBO A] ) geschikt tegen onder meer een betaling van € 6 miljoen van OSC aan de GPB-groep. Door deze betaling is de schuldenlast van de GPB-groep echter slechts beperkt afgenomen.
Vanwege de voortdurende geldnood in de GPB-groep is [UBO B] bereid om via STAK Selvino kapitaal bij te storten. Indien [UBO B] kapitaal bijstort zonder dat [UBO A] dat doet, dient het aandelenbelang van [UBO A] naar evenredigheid te verwateren. STAK GPB GR en GPB GR zijn verzocht om hieraan mee te werken, onder meer door het verstrekken van relevante informatie. Dit hebben zij geweigerd, zodat STAK Selvino niet in staat is een uitgewerkt emissievoorstel te doen. Met de informatie die STAK Selvino wel heeft, komt zij tot de conclusie dat de GPB-groep op dit moment een kapitaalbehoefte heeft van ongeveer USD 30 miljoen. [UBO A] is uitgenodigd mee te doen met een kapitaalinjectie. Hij heeft dit geweigerd, maar wil evenmin dat zijn aandelenbelang verwatert. STAK GPB GR heeft weliswaar verklaard dat de GPB-groep niet langer in financiële nood verkeert en voldoende liquiditeit heeft om nog twee jaar door te kunnen gaan, maar volgens STAK Selvino is dit onjuist.
STAK Selvino stelt verder dat de bestuurders van de werkmaatschappijen, [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] , (indirect) zijn benoemd door [UBO A] . Zij handelen niet in het belang van de GPB-groep. Ingrijpen door de voorzieningenrechter is om die reden gewenst en gepast. Het spoedeisend belang van STAK Selvino is erin gelegen dat [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] op voortdurende basis onbehoorlijk handelen. Verder is sprake van een spoedeisend belang omdat de ernstige financiële nood op korte termijn tot faillissement van de werkmaatschappijen kan leiden. Volgens STAK Selvino komt het onregelmatige gedrag van de twee bestuurders neer op het volgende. (1) Vanaf maart 2023 hebben [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] de informatievoorziening aan STAK Selvino stopgezet, terwijl STAK Selvino vanaf haar toetreding tot de GPB-groep steeds alle gebruikelijke financiële en managementinformatie van GPB GR ontving. Het niet langer verstrekken van alle relevante informatie vormt een schending van de uit artikel 2:8 BW voortvloeiende zorgvuldigheidsnorm. Dit artikel moet ruim worden uitgelegd en strekt zich uit tot alle stakeholders bij de vennootschap, dus ook tot STAK Selvino1. [UBO A] en [UBO B] dienen in de joint venture verhouding op gelijke wijze te worden behandeld. Het niet-verstrekken van informatie door [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] is ingegeven door [UBO A] . [UBO A] maakt zich hierdoor schuldig aan belangenverstrengeling als bedoeld in de Zwagerman Beheer-beschikking van de Ondernemingskamer2. (2) De transactie met OSC (die onder meer inhield dat OSC € 6 miljoen aan de GPB-groep heeft betaald, zie onder 3.2) is mogelijk rechtstreeks in strijd met de sancties tegen Rusland, of in elk geval in strijd met doel en strekking van de sancties. De GPB-groep heeft bewerkstelligd dat de Gazprombank een lening heeft verstrekt van € 6 miljoen aan OSC. OSC heeft dit bedrag gestort op een Russische bankrekening van GPB ES. Dit bedrag is vervolgens omgezet in cryptovaluta die door GPB ES zijn overgedragen aan [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] . [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] hebben de cryptovaluta omgezet in reguliere valuta die zij hebben overgemaakt naar hun persoonlijke bankrekening. Vanaf die rekening is de GPB-groep betaald. Om de gevolgen van de sancties te omzeilen acteren [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] aldus als een soort schaduwbankiers voor de GPB-groep. Zij hebben niet eens onderzoek gedaan naar de sanctieregelgeving. Dit levert een onbehoorlijke taakvervulling op. Daarvan is hen beiden persoonlijk een ernstig verwijt te maken in de zin van artikel 2:9 BW. (3) [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] prefereren ondeugdelijk betalingsverkeer (met cryptovaluta en het gebruik van persoonlijke bankrekeningen, zie hiervoor) boven een kapitaalinjectie door STAK Selvino (zie hiervoor onder 3.2). Hierdoor handelen zij onbehoorlijk en kan hen persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt in de zin van artikel 2:9 BW. (4) [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] hebben de vordering op OSC prijsgegeven tegen onzakelijke voorwaarden. Deze transactie is bovendien gepaard gegaan met transactie fees (anders gezegd: steekpenningen) van miljoenen, mede uitgekeerd aan [UBO A] . Ook dit is onbehoorlijk en levert een persoonlijk en ernstig verwijt op in de zin van artikel 2:9 BW. (5) Na ontvangst van het bedrag van € 6 miljoen hebben [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] zich schuldig gemaakt aan selectieve betaling. Van dit bedrag is € 2,3 miljoen gebruikt voor het doen van achterstallige loonbetalingen aan personeel in Venezuela. Het is STAK Selvino onbekend wat er met de rest van dit bedrag is gebeurd. In dit geval is de selectieve betaling onzorgvuldig (gezien het grote bedrag aan opeisbare schulden van de GPB-groep) en kan [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] daarvan persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt in de zin van artikel 2:9 BW. (6) De financiële nood dient dringend te worden opgelost, maar STAK GPB GR en [UBO A] weigeren hun medewerking te verlenen aan een kapitaalinjectie door STAK Selvino, onder meer om verwatering van het belang van [UBO A] te voorkomen. In dit geval is voldaan aan de drie voorwaarden die in de jurisprudentie worden gesteld aan “noodzaakfinanciering” die STAK Selvino bereid is te verstrekken (de financiële nood brengt het voortbestaan van de vennootschap in gevaar, er is sprake van een impasse in de besluitvorming en er is geen reëel uitzicht op financiering uit een andere bron dan uitgifte van nieuwe aandelen)3. Nu STAK Selvino bereid is tot een kapitaalinjectie is het niet terecht dat STAK GPB GR de miljardenvordering die zij heeft op de staat Venezuela (het grootste vermogensbestanddeel van de GPB-groep) wil afschrijven, zoals zij van plan is. Met de kapitaalinjectie van STAK Selvino kunnen immers de benodigde procedures tegen de staat Venezuela worden begonnen.
[Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] hebben – samengevat weergegeven – het volgende verweer gevoerd. Achtergrond van dit geschil is dat [UBO B] de volledige controle wil krijgen over de GPB-groep en het aandeel van [UBO A] voor een appel en een ei wil overnemen. Anders dan gedaagden wil [UBO B] gaan procederen tegen de staat Venezuela. Deze wens is mede vanwege het ontbreken van verhaalsmogelijkheden niet reëel. Bovendien zijn de sancties tegen Venezuela onlangs verlicht en kan de samenwerking mogelijk weer op gang worden gebracht. Tegen deze achtergrond moeten de verwijten aan het adres van [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] worden gezien. Zij bestrijden dat die verwijten terecht zijn: zij handelen wel degelijk in het belang van de vennootschappen.
De vorderingen van STAK Selvino dienen, aldus [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] , te worden afgewezen om de volgende redenen. De ingewikkelde structuur is doelbewust zo opgezet om aan de zijde van [UBO B] het recht op winst strikt te scheiden van de zeggenschap in de GPB-groep. De achtergrond hiervan was dat [UBO B] onzichtbaar moest blijven omdat hij in 2013 in ongenade is gevallen bij de Venezolaanse regering. Het was en is dus de bedoeling dat hij niet meer is dan een investeerder in de GPB-groep en dat hij geen zeggenschap heeft. In de SHA die is gesloten tussen STAK Selvino ( [UBO B] ) en Oro ( [UBO A] ) zijn afspraken gemaakt over hoe Oro, die de volledige zeggenschap heeft in STAK GPB GR, GPB GR, GPB NGS en GPB ES en een gewone meerderheid in GPB LAV, met die zeggenschap binnen de betrokken vennootschappen moet omgaan. In de SHA is gekozen voor Engels recht en is ICC-arbitrage overeengekomen. Indien STAK Selvino van mening is dat de Oro in strijd handelt met de waarborgen die ten gunste van haar in de SHA zijn opgenomen, moet zij Oro in arbitrage aanspreken. Alleen al om die reden dienen de vorderingen van STAK Selvino in dit kort geding te worden afgewezen, nog afgezien van het feit dat STAK Selvino slechts een tussenschakel (doorgeefluik van dividend) is, dus geen eigen belang heeft, en blijkens haar statuten en certificeringsvoorwaarden alleen rechten jegens SIL kan uitoefenen en niet jegens gedaagden.
Ook de aangevoerde grondslagen voor de vorderingen (de artikelen 2:8 en 2:9 BW) voldoen volgens [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] niet. STAK Selvino behoort niet tot de kring van artikel 2:8 BW (dit geldt voor alle rechtspersonen ‘boven’ Cromford). Uit de specifieke structuur van de GPB-groep blijkt dat het ook niet de bedoeling was dat STAK Selvino tot die kring zou behoren. Op basis van artikel 2:9 BW zijn bestuurders alleen tegenover de rechtspersoon waarvan zij bestuurder zijn gehouden tot een behoorlijke taakvervulling. Een vordering op basis van dit artikel komt dus alleen de desbetreffende vennootschappen toe en niet STAK Selvino. Evenmin is juist dat STAK Selvino bevoegd zou zijn een procedure te starten bij de Ondernemingskamer en om die reden ook in dit kort geding voorlopige voorzieningen kan vragen. Verwezen wordt naar de doctrine die is ontwikkeld in het arrest van de Hoge Raad van 29 maart 2013 (“Chinese Workers”)4. Gezien de bijzondere omstandigheden van dit geval kan de positie van STAK Selvino niet op één lijn worden gesteld met die van aandeelhouders of certificaathouders in artikel 2:346 BW, aldus [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] .
Ook STAK GPB GR heeft verweer gevoerd. Dit komt in grote lijnen overeen met het door [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] gevoerde verweer.
GPB GR, GPB ES en GPB NGS, waarvan [Bestuurder 1] en/of [Bestuurder 2] , bestuurder zijn, hebben zich op de mondelinge behandeling van dit kort geding geschaard achter het door [Bestuurder 1] en [Bestuurder 2] gevoerde verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.