Rechtbank Amsterdam, 20-12-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8450, C/13/733696 / HA ZA 23-470
Rechtbank Amsterdam, 20-12-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8450, C/13/733696 / HA ZA 23-470
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 december 2023
- Datum publicatie
- 20 januari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:8450
- Zaaknummer
- C/13/733696 / HA ZA 23-470
Inhoudsindicatie
Twee bestuursleden niet op rechtsgeldige manier ontslagen, want ontslagbesluiten genomen in strijd met statutaire bepalingen. Ontslagbesluiten vernietigbaar. Groot deel van vorderingen afgewezen vanwege uitkomst verzoekschriftprocedure (zaaknummer C/13/736296 / HA RK 23-224) die met deze procedure samenhangt.
Uitspraak
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/733696 / HA ZA 23-470
Vonnis van 20 december 2023
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
te [woonplaats 1] (Frankrijk),2. [eiser 2],
te [woonplaats 2] (de Verenigde Staten van Amerika),3. SEA SHEPHERD FRANCE,
te Parijs (Frankrijk),
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] , in enkelvoudige mannelijke vorm (afzonderlijk: [eiser 1] , [eiser 2] en SSF),
advocaat: mr. F.D. Stibbe te Amsterdam,
tegen
de stichting
STICHTING SEA SHEPHERD GLOBAL,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de Stichting,
advocaat: mr. M.J. Drop te Amsterdam.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 mei 2023 met daarbij incidentele vorderingen,
- de akte overlegging producties van [eisers] ,
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak en het incident met producties,
- de rolbeslissing van 12 juli 2023, waarin de rechtbank heeft beslist dat zij gelijk met de hoofdzaak op de incidentele vorderingen zal beslissen,
- het tussenvonnis van 2 augustus 2023, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 november 2023, en de daarin genoemde processtukken.
Deze zaak is op de mondelinge behandeling van 8 november 2023 gelijktijdig behandeld met de procedure met zaaknummer C/13/736296 / HA RK 23-224 (hierna: de verzoekschriftprocedure), omdat de twee procedures met elkaar samenhangen. Daarom wordt hetgeen op 8 november 2023 in de verzoekschriftprocedure is verhandeld ook betrokken in deze procedure, en andersom. Voor een overzicht van de proceshandelingen in de verzoekschriftprocedure en hetgeen daarin op 8 november 2023 is verhandeld, verwijst de rechtbank naar de beschikking daarvan.
Daarna is dit vonnis uitgesproken, op dezelfde dag als de beschikking in de verzoekschriftprocedure.
2 De feiten
In 1977 is de Sea Shepherd-beweging ontstaan. De beweging stelt zich ten doel de onderwater ecosystemen te beschermen. Sindsdien zijn in verschillende landen nationale Sea Shepherd-stichtingen opgericht die voor dat doel samenwerken. Deze stichtingen werven fondsen en voeren campagnes met onder andere Sea Shepherd-schepen.
De Stichting is verantwoordelijk voor de acties en campagnes buiten de Verenigde Staten van Amerika. Ook beheert de Stichting een groot deel van de Sea Shepherd-schepen.
[eiser 2] is de grondlegger van de Sea Shepherd-beweging. Hij en [eiser 1] waren statutair bestuurder van de Stichting, totdat zij werden ontslagen door de andere bestuursleden (zie hierna). [eiser 1] is daarnaast statutair bestuurder van SSF, de Franse stichting van de Sea Shepherd-beweging.
[eiser 2] was ook verbonden aan de Amerikaanse Sea Shepherd-stichting: Sea Shepherd Conservation Society (hierna: SSCS). Op een gegeven moment is een conflict tussen [eiser 2] en SSCS ontstaan. [eiser 2] heeft eind juli 2022 de banden met SSCS verbroken.
Op 5 augustus 2022 heeft [eiser 2] de overige bestuursleden van de Stichting gevraagd om een schenking of een lening van € 150.000,- in verband met zijn conflict met SSCS (“for legal fees to fight SSCS”). Die andere bestuursleden waren toen [eiser 1] en de heren [naam 1] (hierna: [naam 1] ), [naam 2] (hierna: [naam 2] ), [naam 3] (hierna: [naam 3] ) en [naam 4] (hierna: [naam 4] ). [naam 2] heeft [eiser 2] diezelfde dag geantwoord dat de Stichting als “Dutch registered charity” niet aan zijn verzoek kon voldoen.
Op 9 augustus 2022 heeft een vergadering van het bestuur van de Stichting plaatsgevonden. Daarbij waren [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] als bestuursleden van de Stichting aanwezig. Deze bestuursleden hebben het besluit genomen [eiser 2] per direct als bestuurslid te ontslaan, omdat de Stichting niet wilde worden betrokken in het conflict tussen [eiser 2] en SSCS. [eiser 1] en [eiser 2] waren niet voor de bestuursvergadering uitgenodigd en waren niet bij die vergadering aanwezig.
Op 24 augustus 2022 hebben de Stichting en SSCS een Memorandum of Understanding (hierna: MoU) gesloten. Daarin hebben zij afspraken vastgelegd over de intellectuele eigendomsrechten van Sea Shepherd-logo’s.
Op 2 september 2022 heeft de Stichting [eiser 2] per e-mail geïnformeerd dat de meerderheid van het bestuur heeft besloten hem als bestuurder te ontslaan.
In de daaropvolgende periode heeft [eiser 2] zich via berichten vanuit zijn eigen nieuw opgerichte organisatie – “ [naam foundation] ” (hierna: [naam foundation] ) – en door middel van meerdere openbare Facebook-berichten negatief uitgelaten over de Stichting, haar keuzes en campagnestrategie. [eiser 2] heeft daarin op een uitgesproken manier duidelijk gemaakt dat hij het niet eens is met de koers die door de Stichting en SSCS namens de Sea Shepherd-beweging werd uitgezet. Ook heeft [eiser 2] vermeld dat hij de Stichting heeft verlaten en dat hij niet meer terug wil. [eiser 1] heeft met openbare Facebook-berichten laten blijken dat zij zich heeft geschaard aan de zijde van [eiser 2] en dat ook zij zich keert tegen (de voorzitter van) SSCS.
De Stichting heeft campagnes gevoerd in Afrika met geld dat SSF aan haar heeft gedoneerd. De Stichting heeft daarna naar buiten gebracht dat zij grote successen heeft behaald met deze campagnes. In december 2022 heeft [eiser 1] (als bestuurder van de Stichting en SSF) per e-mail de Stichting meerdere keren gevraagd om de uitlatingen over de effectiviteit van die campagnes te onderbouwen met stukken. [eiser 1] heeft ook gevraagd om de MoU en de jaarstukken van de Stichting. De Stichting heeft deze stukken niet aan [eiser 1] gestuurd.
Op 13 januari 2023 heeft [naam 1] per e-mail een bestuursvergadering bijeengeroepen, met als enig agendapunt het ontslag van [eiser 1] als bestuurslid. [naam 1] heeft aangegeven dat [eiser 1] zich vijandig heeft opgesteld tegenover de Stichting en dat dit handelen van [eiser 1] niet in het belang van de Stichting is, en ook dat [eiser 1] de gelegenheid krijgt om haar zienswijze op het voorgenomen ontslag te geven. [naam 1] heeft deze e-mail gestuurd naar [eiser 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] .
Op 14 januari 2023 heeft [eiser 2] per e-mail aan de bestuursleden van de Stichting bericht dat ook hij uitgenodigd moet worden voor de aankomende bestuursvergadering en daar zijn stem mag uitbrengen, omdat zijn ontslag als bestuurslid “illegal” was en hij nog steeds bestuurslid van de Stichting is. De Stichting heeft hier niet op gereageerd.
Op 22 januari 2023 heeft [eiser 1] per e-mail gereageerd op de uitnodiging voor de bestuursvergadering. In dat bericht heeft [eiser 1] de Stichting verzocht om de reden van het voorgenomen ontslagbesluit met haar te delen, zodat zij zich kan voorbereiden op de bestuursvergadering. [eiser 1] heeft daarop geen antwoord gekregen. Zij heeft een dag later per e-mail laten weten niet bij de bestuursvergadering aanwezig te zullen zijn, omdat zij geen antwoord op haar verzoek heeft gekregen en ervan uitgaat dat de op de vergadering te nemen besluiten niet geldig zullen zijn.
Op 23 januari 2023 hebben [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] tijdens de bestuursvergadering het besluit genomen om [eiser 1] per direct als bestuurslid van de Stichting te ontslaan. [eiser 1] en [eiser 2] waren hierbij dus niet aanwezig.
[eiser 2] en [eiser 1] zijn in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (hierna: KvK) uitgeschreven als statutair bestuurders van de Stichting.
In de verzoekschriftprocedure heeft (onder andere) de Stichting de rechtbank verzocht om – als in deze procedure wordt vastgesteld dat [eiser 2] en [eiser 1] niet op een rechtsgeldige manier zijn ontslagen – [eiser 2] en [eiser 1] alsnog te ontslaan. De Stichting heeft dat verzoek ingediend omdat zij vindt dat [eiser 2] en [eiser 1] hebben gehandeld in strijd met het belang en het doel van de Stichting en niet als bestuursleden van de Stichting gehandhaafd kunnen blijven. [eiser 2] en [eiser 1] hebben zich daartegen verweerd.