Home

Rechtbank Amsterdam, 05-03-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:1212, 10898568 \ KK EXPL 24-47

Rechtbank Amsterdam, 05-03-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:1212, 10898568 \ KK EXPL 24-47

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
5 maart 2024
Datum publicatie
22 maart 2024
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:1212
Zaaknummer
10898568 \ KK EXPL 24-47

Inhoudsindicatie

kort geding / uitleg artikel 475aa / een bank moet de vraag van de deurwaarder of zij geldmiddelen (hier: giraal geld) van een schuldenaar onder zich heeft positief beantwoorden als de schuldenaar bij die bank bankiert

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 10898568 \ KK EXPL 24-47

Vonnis in kort geding van 5 maart 2024

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

HOIST FINANCE AB,

te Stockholm (Zweden),

eisende partij,

hierna te noemen: Hoist Finance,

gemachtigde: mr. J.M. Wisseborn,

tegen

COÖPERATIVE RABOBANK U.A.,

te Utrecht,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Rabobank,

gemachtigden: mr. T.T. van Zanten en mr. I.M.A. Lintel.

1 Inleiding

Hoist Finance, met name haar deurwaarder die als haar gemachtigde optreedt, en de Rabobank zijn deze procedure gestart om uitleg te krijgen over artikel 475aa van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Zodra een deurwaarder gerechtigd is om beslag te leggen, regelt het artikel – kort gezegd en voor zover hier relevant – de bevoegdheid van die deurwaarder om informatie bij banken op te vragen.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de mondelinge behandeling van 27 februari 2024; - de pleitnota van Hoist Finance.

3 De feiten

3.1.

Met het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juni 2023 heeft de kantonrechter [naam] veroordeeld om aan Hoist Finance een bedrag te betalen van € 580,47 vermeerderd met rente en de kosten van die procedure.

3.2.

Dit vonnis is in grosse afgegeven aan Hoist Finance. De door Hoist Finance ingeschakelde deurwaarder – haar gemachtigde in deze procedure – (hierna: de deurwaarder) heeft dit vonnis op 10 juli 2023 aan [naam] betekend.

3.3.

Hoist Finance’ deurwaarder heeft vervolgens met de brief van 22 december 2023 de Rabobank verzocht of zij geldmiddelen van [naam] onder zich heeft, met verwijzing naar artikel 475aa Rv.

3.4.

Kort daarop heeft de Rabobank de deurwaarder per e-mail geantwoord: “ “Nee”. Rabobank heeft geen geldmiddelen van de door u genoemde schuldenaar onder zich.”

3.5.

Dezelfde dag heeft de deurwaarder per e-mail de Rabobank verzocht om verduidelijking, te weten of het antwoord inhoudt dat [naam] :

“a. géén bankrekening aanhoudt bij de Rabobank (en dus geen geldmiddelen);

of

b. [...] wél een bankrekening aanhoudt bij de Rabobank maar dat op

die bankrekening géén geldmiddelen aanwezig zijn.”

3.6.

De Rabobank heeft die verduidelijking niet gegeven. Zij heeft de deurwaarder geantwoord dat artikel 475aa Rv volgens haar niet de verplichting meebrengt om meer informatie aan de deurwaarder te verstrekken dan zij al had gegeven.

4 Het geschil

5 Het wettelijk kader

6 De beoordeling

7 De beslissing