Rechtbank Amsterdam, 07-05-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2611, C/13/749574 / KG ZA 24-325
Rechtbank Amsterdam, 07-05-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2611, C/13/749574 / KG ZA 24-325
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 mei 2024
- Datum publicatie
- 7 mei 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:2611
- Zaaknummer
- C/13/749574 / KG ZA 24-325
Inhoudsindicatie
Vordering in kort geding tot opheffing van conservatoir beslag op een bankrekening is toegewezen. Het beslag is niet onnodig en er is geen sprake van schending van artikel 21 Rv. Een belangenafweging noopt tot opheffing van het beslag; de effectieve toegang tot de rechter voor eisers weegt zwaarder dan de mate van zekerheid die gedaagden zullen hebben bij het verhaal van (een deel van) hun gestelde vordering.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/749574 / KG ZA 24-325 EAM/JT
Vonnis in kort geding van 7 mei 2024
in de zaak van
1 [naam 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SPHINX HOLDING B.V.,
gevestigd te Hilversum,
eisers bij concept-dagvaarding,
advocaat mr. G.C. Endedijk te Amsterdam,
tegen
1. de stichting
STICHTING HULPTROEPEN ALLIANTIE,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HULPTROEPEN ALLIANTIE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagden, vrijwillig verschenen,
advocaten mr. A. Rosielle, mr. L.M. Smits en mr. E.M. Snijders te Amsterdam.
Eisers zullen hierna gezamenlijk [naam 1] c.s. worden genoemd, alsmede afzonderlijk [naam 1] en Sphinx. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk SHA c.s. worden genoemd, alsmede afzonderlijk SHA en HABV.
1 De procedure
Tijdens de mondelinge behandeling op 23 april 2024 hebben [naam 1] c.s. de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. SHA c.s. hebben verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties een pleitnota ingediend. Vonnis is bepaald op vandaag.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
- aan de kant van [naam 1] c.s.: [naam 1] met mr. Endedijk en mr. J.W.D. Roozemond.
- aan de kant van SHA c.s.: [naam 2] (bestuurder van SHA) met mr. Rosielle en mr. Snijders.
2 De feiten
SHA en HABZ zijn op 25 maart 2020 opgericht. [naam 3] (hierna: [naam 3] ) en [naam 4] (hierna: [naam 4] ) waren sinds de oprichting bestuurder van SHA. SHA is enig aandeelhouder en bestuurder van HABV. SHA hield zich, via HABV, met name in het begin van de coronacrisis, bezig met het beschikbaar krijgen van onder meer mondkapjes.
[naam 1] is enig aandeelhouder en bestuurder van Sphinx.
Op 14 april 2020 is Relief Goods Alliance B.V. (hierna: RGA) door de houdstermaatschappijen van [naam 4] , [naam 3] en [naam 1] opgericht. [naam 4] , [naam 3] en [naam 1] zijn indirect aandeelhouder van RGA.
Op 22 april 2020 hebben het Landelijk Consortium Hulpmiddelen en RGA met het oog op de coronacrisis een overeenkomst met elkaar gesloten voor de levering van 40 miljoen mondkapjes met een waarde van ruim € 100.000.000 (ook wel bekend als: “de mondkapjesdeal”). De winst die RGA daarmee heeft behaald is grotendeels als dividend uitgekeerd aan de aandeelhouders van RGA.
[naam 3] is op 1 september 2020 afgetreden als bestuurder van SHA en [naam 1] is op 1 januari 2021 aangetreden als bestuurder van SHA.
Op 28 februari 2022 heeft het Openbaar Ministerie (hierna: OM) bekend gemaakt dat tegen [naam 1] , [naam 4] en [naam 3] een strafrechtelijk onderzoek loopt. In dat onderzoek heeft SHA zich als slachtoffer gemeld. Door de FIOD is op 28 april 2022 en later door het functioneel parket op 16 augustus 2022 strafvorderlijk beslag gelegd ten laste van tegen [naam 1] , [naam 4] , [naam 3] en de aan hen verbonden vennootschappen, waaronder RGA en Sphinx.
Bij beschikking van 28 april 2022 van deze rechtbank zijn [naam 1] en [naam 4] geschorst als bestuurder van SHA en is [naam 2] tot bestuurder van SHA benoemd. Op 21 juli 2022 heeft deze rechtbank [naam 1] en [naam 4] als bestuurders van SHA ontslagen.
Bij brief van 31 maart 2023 hebben SHA en HABV aan het OM verzocht om informatie met betrekking tot de gelegde strafvorderlijke beslagen ten laste van [naam 1] , [naam 4] , [naam 3] en de aan hen verbonden vennootschappen, waaronder RGA en Sphinx. Als gevolg van dat verzoek hebben SHA en HABV op 15 mei 2023 onder meer processen-verbaal ontvangen van het OM waaruit zij konden opmaken op welke beslagobjecten strafvorderlijk beslag was gelegd.
Op 8 augustus 2023 hebben SHA en HABV een dagvaarding uitgebracht tegen [naam 1] , [naam 4] , [naam 3] en de aan hen verbonden vennootschappen, waaronder RGA en Sphinx. In die procedure (met zaak- en rolnummer C/13/739105 / HA ZA 23-816) vorderen SHA en HABV betaling van een bedrag van ruim € 29 miljoen, te vermeerderen met rente en kosten. Hun standpunt komt er in de kern op neer dat de winstmarge van de mondkapjesdeal niet aan RGA toebehoort, maar aan SHA.
Ook de Staat der Nederlanden heeft een dagvaarding uitgebracht tegen [naam 1] , [naam 4] , [naam 3] en de aan hen verbonden vennootschappen, waaronder RGA en Sphinx. In die procedure (met zaak- en rolnummer C/13/741820 / HA ZA 23-998) vordert de Staat der Nederlanden betaling van een bedrag van ruim € 29 miljoen. De Staat der Nederlanden baseert zijn vordering kort gezegd op bedrog.
Daarnaast is [naam 1] nogmaals door SHA en HABV gedagvaard. Die procedure heeft zaak- en rolnummer C/13/739059 / HA ZA 23-803.
Bij brief van 7 september 2023 heeft de Officier van Justitie van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie het volgende aan ABN AMRO Bank N.V. geschreven:
“Hierbij deel ik u mee dat het conservatoir beslag op de bankrekening, genoemd in de bijlage [ [rekeningnummer] t.n.v. Sphinx; vzr.], per heden gedeeltelijk is opgeheven.Er dient een bedrag ter hoogte van € 100.000,00 te worden vrijgegeven waarover de rekeninghouder weer vrij kan beschikken. Het conservatoir beslag op het overige saldo van € 18.997,80 dient te worden gehandhaafd.”
Bij verzoekschrift van 25 oktober 2023 hebben SHA en HABV de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht om verlof tot het leggen van conservatoir verhaalsbeslag onder derden en op onroerende zaken ten laste van [naam 1] , [naam 4] , [naam 3] en de aan hen verbonden vennootschappen, waaronder RGA en Sphinx. Bij verlof van 26 oktober 2023 heeft de voorzieningenrechter het gevraagde verlof verleend, waarbij de gestelde vordering is begroot op een bedrag van bijna € 33 miljoen (inclusief opslag voor rente en kosten).
Op grond van dat beslagverlof hebben SHA en HABV vervolgens op 27 oktober 2023 onder meer conservatoir derdenbeslag gelegd onder ABN AMRO Bank N.V. ten laste van Sphinx op de bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] . Op 10 november 2023 heeft ABN AMRO Bank N.V. haar derdenverklaring afgegeven. Daaruit blijkt dat het beslag op bovengenoemde bankrekening doel heeft getroffen voor een bedrag van € 104.859,24 en dat het beslag tevens doel heeft getroffen voor een bedrag van € 18.997,80 op een andere door Sphinx bij die bank aangehouden bankrekening.
Bij brief van 16 november 2023 heeft [naam 1] namens Sphinx aan (de advocaten van) SHA c.s. verzocht om het gelegde beslag op de bankrekening van Sphinx op te heffen, omdat het bedrag op die bankrekening eerder door het OM is vrijgegeven uit het gelegde strafvorderlijke beslag, zodat hij de kosten van rechtsbijstand kan voldoen en hij kan verschijnen en verweer kan voeren in de lopende civiele procedures. [naam 1] heeft in die brief onder meer toegelicht dat hij vanwege de gelegde beslagen geen advocaat kan betalen, dat hij mogelijkheden met zijn verzekeraar en met de Raad voor de Rechtsbijstand heeft verkend, maar dat hij tussen wal en schip valt.
Bij e-mail van 17 november 2023 heeft de Officier van Justitie van het Functioneel Parket Amsterdam het volgende aan [naam 1] en (de advocaat van) SHA c.s. geschreven:
“Hierbij bevestigen wij dat het conservatoire beslag, conform het verzoek van verdachte (...) gedeeltelijk is opgeheven (tot een bedrag van 100.000 euro), ten behoeve van de rechtsbijstand van verdachte in het kader van de lopende civiele procedure(s).”
Bij e-mail van 24 november 2023 heeft de advocaat van SHA c.s. het volgende aan [naam 1] geschreven:
“(...) Het bestuur heeft besloten uw verzoek tot vrijwillige opheffing niet te honoreren. Het conservatoire beslag is gelegd tot verhaal van de vorderingen van SHA en HABV op gedaagden, die het bedrag waartoe het beslag doel heeft getroffen aanzienlijk overstijgen. Het belang van SHA en HABV bij het maximeren van haar verhaalsmogelijkheden ten behoeve van alle bij SHA betrokken stakeholders is in de door het bestuur gemaakte belangenafweging doorslaggevend. (...)”
In de drie onder 2.9, 2.10 en 2.11 genoemde procedures heeft op 22 april 2024 een mondelinge behandeling plaatsgevonden en is tegen [naam 1] en Sphinx verstek verleend, omdat zij niet met een advocaat in die procedures zijn verschenen.