Rechtbank Amsterdam, 17-05-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2783, AMS 23/5625
Rechtbank Amsterdam, 17-05-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2783, AMS 23/5625
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 mei 2024
- Datum publicatie
- 16 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:2783
- Zaaknummer
- AMS 23/5625
Inhoudsindicatie
Parkeerbelasting. Proceskostenvergoeding in bezwaar. Eiseres heeft geparkeerd op een bezoekersvergunning. Omdat zij geen eindtijd heeft ingevuld, werd de parkeersessie na vijftien minuten automatisch beëindigd. De heffingsambtenaar heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze voorwaarde aan de vergunning was verbonden. De naheffingsaanslag was dus onrechtmatig. Beroep gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/5625
[eiseres] , uit Almere, eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam
( [heffingsambtenaar] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 31 juli 2023.
De heffingsambtenaar heeft aan eiseres een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd met nummer [aanslagnummer] .
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag vernietigd. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Eiseres heeft tegen deze uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar deelgenomen.