Home

Rechtbank Amsterdam, 22-05-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2918, C/13/743894 / HA ZA 23-1141

Rechtbank Amsterdam, 22-05-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2918, C/13/743894 / HA ZA 23-1141

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22 mei 2024
Datum publicatie
21 juni 2024
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:2918
Zaaknummer
C/13/743894 / HA ZA 23-1141

Inhoudsindicatie

Vonnis in incident over oproeping van derden in het geding op grond van artikel 118 Rv. Gedaagde in de hoofdzaak wil vorderingen in reconventie ook instellen tegen vennoten van eiseres en tegen een rechtspersoon die een artikel 2:403-verklaring heeft afgegeven. Incidentele vordering toegewezen, derden mogen worden opgeroepen in geding. Toepassing van maatstaf uit ECLI:NL:HR:2020:485.

Uitspraak

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/743894 / HA ZA 23-1141

Vonnis in incident van 22 mei 2024

in de zaak van

de vennootschap onder firma

[naam V.O.F.] V.O.F.,

te [vestigingsplaats] ,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: [naam V.O.F.] ,

advocaat: mr. I. de Groot,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHIPHOL NEDERLAND B.V.,

te Haarlemmermeer,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: Schiphol,

advocaat: mr. G.W. van der Bend.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 8 december 2023,

- de akte overlegging producties van [naam V.O.F.] van 20 december 2023, - de incidentele conclusie van Schiphol tot oproeping van derden ex artikel 118 Rv1, tevens houdende voorwaardelijk verzoek tot aanhouding van het geding in de hoofdzaak, met producties,

- de conclusie van antwoord in het incident van [naam V.O.F.] , met producties,

- de beslissing van de rolrechter van 8 mei 2024.

1.2.

Hierna is vonnis in het incident bepaald.

2 De feiten voor zover van belang in het incident

2.1.

Schiphol heeft in 2018 opdracht gegeven aan [naam V.O.F.] voor de bouw van de nieuwe A-Pier op de luchthaven Schiphol. De opdracht is vastgelegd in een aanneemovereenkomst.

2.2.

[naam V.O.F.] is een vennootschap onder firma. Haar vennoten zijn de in [vestigingsplaats] gevestigde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ballast Nedam Bouw & Ontwikkeling Speciale Projecten B.V. (hierna: BN Speciale Projecten) en de in Turkije gevestigde rechtspersoon naar Turks recht TAV Tepe Akfen Yatirim İnşaat Ve İşletme A.Ş. (hierna: TAV).

2.3.

Ballast Nedam Bouw & Ontwikkeling Holding B.V. (hierna: BN Holding) heeft zowel op 29 april 2016 als op 11 maart 2022 een verklaring als bedoeld in artikel 2:403 lid 1 aanhef en onder f BW2 verstrekt aan BN Speciale Projecten (hierna samen in enkelvoud: de 403-verklaring).

2.4.

BN Speciale Projecten, TAV en BN Holding worden hierna samen ook aangeduid als Derde-Partijen.

2.5.

Bij brief van 28 november 2021 heeft Schiphol de overeenkomst met [naam V.O.F.] beëindigd met ingang van 29 november 2021.

3 De vorderingen

in de hoofdzaak

3.1.

[naam V.O.F.] vordert onder meer – kort samengevat en beperkt tot de primaire vorderingen – een verklaring voor recht dat Schiphol tekort is gekomen door de overeenkomst te ontbinden dan wel op te zeggen, diverse andere verklaringen voor recht, betaling van een bedrag van € 154.957.993,26, veroordeling van Schiphol tot vergoeding van schade nader op te maken bij staat en het retourneren van door [naam V.O.F.] gestelde bankgaranties.

3.2.

Aan haar vorderingen legt [naam V.O.F.] ten grondslag, kort gezegd, dat sprake was van gebreken in het ontwerp, dat Schiphol voor die gebreken verantwoordelijk is en dat Schiphol de overeenkomst onrechtmatig heeft ontbonden.

3.3.

Schiphol heeft in de hoofdzaak nog niet van antwoord gediend.

in het incident

3.4.

Schiphol vordert – naar de rechtbank begrijpt – dat:

i) het Schiphol wordt toegestaan om de Derde-Partijen op grond van artikel 118 Rv als partijen in het geding in de hoofdzaak te betrekken en

ii) de oproepingstermijn van TAV te verkorten van drie maanden tot één week.

3.5.

Voor zover de rechtbank niet vóór 27 mei 2024 op de vordering onder i) beslist en/of de onder ii) verzochte verkorting van de dagvaardingstermijn niet toestaat, verzoekt Schiphol het geding in de hoofdzaak aan te houden totdat op de incidentele vordering is beslist en de oproepingstermijn voor de Derde-Partijen is verlopen.

3.6.

Onder de voorwaarde dat de hoofdzaak geen vertraging oploopt, refereert [naam V.O.F.] zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de incidentele vordering tot oproeping van de Derde-Partijen en verkorting van de oproepingstermijn van TAV, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Schiphol in de kosten van het incident. De voorwaarde dat de hoofdzaak geen vertraging oploopt, houdt voor [naam V.O.F.] concreet in dat:

- Schiphol de Derde-Partijen uiterlijk tegen de roldatum van 29 mei 2024 oproept;

- Schiphol uiterlijk op 5 juni 2024 haar conclusie van antwoord en eis in reconventie moet indienen;

- het voorwaardelijke verzoek van Schiphol om de hoofdzaak aan te houden, wordt afgewezen.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing