Home

Rechtbank Amsterdam, 26-06-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3796, C/13/742500 / HA ZA 23 1046

Rechtbank Amsterdam, 26-06-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3796, C/13/742500 / HA ZA 23 1046

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26 juni 2024
Datum publicatie
22 juli 2024
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:3796
Zaaknummer
C/13/742500 / HA ZA 23 1046

Inhoudsindicatie

Zijn vorderingen uit hoofde van coronasteunregelingen overdraagbaar en verpandbaar?

Uitspraak

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/742500 / HA ZA 23-1046

Vonnis van 26 juni 2024 (bij vervroeging)

in de zaak van

[curator] ,

in hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser] B.V.,

kantoorhoudende te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: de curator,

advocaat: mr. W.T.N. Vlasveld,

tegen

de naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: ING,

advocaat: mr. T.T. van Zanten.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 8 november 2023, met producties,

- de conclusie van antwoord,

- het tussenvonnis van 6 maart 2024, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 5 juni 2024 en de daarin vermelde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 17 mei 2022 is [eiser] B.V. (hierna: [eiser] ) in staat van faillissement verklaard door de rechtbank Den Haag. [eiser] maakte onderdeel uit van het [eiser] - concern. De andere twee vennootschappen in het concern zijn ook in staat van faillissement verklaard op 17 mei 2022.

2.2.

ING heeft in september 2020 voor € 2.500.000 financiering verstrekt aan het [eiser] -concern. In dat kader heeft ING verschillende zekerheden bedongen, waaronder de vestiging van een stil pandrecht op de (toekomstige) vorderingen van [eiser] .

2.3.

Voorafgaand aan haar faillissement heeft [eiser] een beroep gedaan op coronasteunmaatregelen, te weten op de Zesde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (hierna: NOW) en op de Regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten (hierna: TVL).

2.4.

In de NOW staat in artikel 3 dat het doel van deze subsidie is om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van de loonkosten. In artikel 11 onder a staat opgenomen dat aan de werkgever aan wie de subsidie wordt verleend, de verplichting wordt opgelegd de subsidie uitsluitend aan te wenden voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, met dien verstande dat de subsidie in ieder geval wordt aangewend voor de betaling van loonkosten.

2.5.

De TVL is een regeling voor ondernemers met omzetverlies als gevolg van coronamaatregelen.

2.6.

Op 1 april en 22 april 2022 heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) respectievelijk € 324.078,98 en € 440.000 betaald aan [eiser] op de bij ING aangehouden bankrekening. Het ging om TVL-subsidies. Het debetsaldo op de bankrekening van [eiser] werd door deze betalingen verminderd.

2.7.

Na het faillissement van [eiser] heeft het UWV in de maanden mei, juni en juli 2022 op de bij ING aangehouden bankrekening van [eiser] een bedrag van in totaal € 51.939 in drie termijnen aan NOW in drie termijnen aan -subsidies betaald.

Deze betalingen hebben geleid tot een vermindering van het debetsaldo op de rekening van [eiser] . De loonkosten waarop deze NOW-betalingen betrekking hadden (de salarissen van personeel over de maanden januari, februari en maart 2022), waren op dat moment al betaald door [eiser] met gebruikmaking van het door ING verstrekte krediet.

3 Het geschil

3.1.

De curator vordert bij vonnis – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad

I. een verklaring voor recht dat

  1. NOW- en TVL-vorderingen niet verpandbaar zijn en daarmee dat ING geen pandrecht verkreeg op de vorderingen uit deze regelingen van [eiser] ,

  2. ING bij gebreke van een pandrecht op de TVL-vorderingen niet bevoegd was de bedragen van TVL-gelden van in totaal € 760.078,98 die [eiser] vóór haar faillissement ontving te verrekenen,

  3. ING bij gebreke van een pandrecht op de NOW-vorderingen niet bevoegd is om zich te verhalen op de na datum faillissement ontvangen NOW-betalingen van in totaal € 51.939,

II. een veroordeling van ING tot betaling aan de curator van een bedrag van € 760.078,98, zijnde het bedrag aan TVL-betalingen dat ING verrekende voor de uitspraak van het faillissement van [eiser] , te vermeerderen met de wettelijke rente,

III. een veroordeling van ING tot betaling aan de curator van een bedrag van € 51.939, zijnde het bedrag aan NOW, zijnde het bedrag aan -betalingen dat op de door de [eiser] bij ING aangehouden bankrekening na de uitspraak van het faillissement van [eiser] werd ontvangen en dat ING nog onder zich houdt, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

De curator stelt dat vorderingen die voortvloeien uit de NOW- en de TVL-regeling naar hun aard niet overdraagbaar zijn en dat deze daardoor ook niet verpandbaar zijn. Het doel van de regelingen is dat de NOW-gelden terecht dienen te komen bij de werknemers en dat de TVL-gelden dienden om de vaste lasten te voldoen. Verpanding van deze gelden is daarmee onverenigbaar. Dit heeft tot gevolg dat geen stil pandrecht van ING op de NOW- en TVL-vorderingen van [eiser] is ontstaan. Daarom doet zich de uitzondering van het arrest Mulder q.q./CLBN niet voor.1 ING heeft in strijd met artikel 54 lid 1 en lid 2 Fw de TVL-gelden en NOW-gelden verrekend met haar vorderingen op [eiser] (zie 2.6 en 2.7). De op de bij ING aangehouden bankrekening binnengekomen TVL- en NOW). De op de bij ING aangehouden bankrekening binnengekomen TVL- en -gelden komen toe aan de faillissementsboedel, niet aan ING.

3.3.

ING voert verweer en voert aan dat vorderingen die voortvloeien uit de NOW- en TVL-regelingen overdraagbaar en verpandbaar zijn. De niet-overdraagbaarheid volgt niet uit de onderliggende regelingen. Bovendien draagt de verpandbaarheid van deze vorderingen juist bij aan de doelen van de bedoelde regelingen, omdat hierdoor de voorfinanciering van de loonkosten en andere vaste lasten wordt bevorderd en deze kosten betaald kunnen worden. Banken zijn eerder bereid voor te financieren als zij een pandrecht kunnen vestigen op subsidies.

Volgens ING mocht zij vanwege haar pandrecht conform het arrest Mulder q.q./CLBN haar vorderingen op [eiser] verrekenen met de NOW- en TVL-gelden die zijn ontvangen op de bij ING aangehouden bankrekening van [eiser] .

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing