Home

Rechtbank Amsterdam, 04-04-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3806, C/13/748761 FT RK 24.336

Rechtbank Amsterdam, 04-04-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3806, C/13/748761 FT RK 24.336

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
4 april 2024
Datum publicatie
28 juni 2024
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:3806
Zaaknummer
C/13/748761 FT RK 24.336

Inhoudsindicatie

maatwerkvoorziening artikel 379 Fw

Uitspraak

Afdeling privaatrecht

rekestnummers: C/13/748761 FT RK 24.336

uitspraakdatum: 4 april 2024

verzoek maatwerkvoorziening ex artikel 379 Fw

in de zaak van

de besloten vennootschap

[verzoeker] B.V.,

ingeschreven in de Kamer van Koophandel onder nummer [KvK nummer] ,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

advocaten: mr. K.P. Hoogenboezem, mr. G.P. van Hooft en mr. D.M. van de Loo.

1 De procedure

1.1.

[verzoeker] heeft op 7 december 2023 een startverklaring ex artikel 370 lid 3 Faillissementswet (Fw) ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd. [verzoeker] heeft daarbij gekozen voor een openbare akkoordprocedure buiten faillissement.

1.2.

Op 29 januari 2024 heeft [verzoeker] een verzoekschrift tot het aanstellen van een observator zoals bedoeld in artikel 380 jo 379 Fw ingediend.

1.3.

Gelijktijdig heeft [verzoeker] op 29 januari 2024 een verzoekschrift tot het treffen van een maatwerkvoorziening zoals bedoeld in artikel 379 Fw ingediend.

1.4.

De rechtbank heeft bij beschikking van 14 februari 2024 mr. J.R. Berkenbosch benoemd tot observator. De rechtbank heeft bij beschikking van 27 februari 2024 het

verzoek tot het treffen van een maatwerkvoorziening afgewezen.

1.5.

Op 28 maart 2024 heeft [verzoeker] andermaal een verzoekschrift tot het treffen van een maatwerkvoorziening zoals bedoeld in artikel 379 Fw ingediend.

1.6.

Belanghebbenden bij dit verzoek - de observator, de Rabobank en Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden N.V. - hebben ingestemd met schriftelijke

afdoening zonder zitting.

1.7.

[verzoeker] heeft de rechtbank op 2 april 2024 een aangepaste versie van het

‘Amended Cross-Border Court-to-Court Communications Protocol’ doen toekomen.

2 Het verzoek van [verzoeker]

2.1.

heeft andermaal een verzoek tot het treffen van een maatvoorziening bij de rechtbank ingediend inhoudende het (herziene) Protocol van toepassing te verklaren op de onderhavige procedure en tevens een Facilitator als bedoeld in het Protocol aan te wijzen.

2.2.

Op 27 februari 2024 heeft deze rechtbank het verzoek van [verzoeker] tot het treffen van een voorziening ex artikel 379 Fw afgewezen. De verzochte voorziening betrof het van toepassing verklaren van een Protocol (hierna te noemen: het Oude Protocol) en daarmee de zogeheten JIN Guidelines en JIN Modalities. De rechtbank heeft in haar beschikking overwogen dat zij in beginsel geen bezwaar heeft tegen het van toepassing verklaren van de JIN Guidelines en JIN Modalities, maar van oordeel is dat enkele door de Amerikaanse rechtbank opgestelde ‘bijzondere bepalingen’ niet passen binnen het toepasselijke Nederlandse procesrecht. Inmiddels heeft [verzoeker] het Oude Protocol gewijzigd om aan de be- zwaren zoals door de rechtbank benoemd in de beschikking van 27 februari 2024 tegemoet te komen. [verzoeker] verzoekt thans het gewijzigde Protocol (hierna te noemen: het Nieuwe Protocol) op de onderhavige WHOA procedure van toepassing te verklaren. [verzoeker] heeft de rechtbank op 2 april 2024 nog een aangepaste versie van het ‘Amended Cross-Border Court-to-Court Communications Protocol’, met een iets nauwkeurige formulering van onderdeel 5, 10 en 11, toegezonden.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank constateert dat [verzoeker] met het huidige versie van het Protocol tegemoet is gekomen aan de bezwaren van de rechtbank, zoals door haar geuit in de beschikking van 27 februari 2024. De rechtbank zal thans de gevraagde voorziening treffen en het Nieuwe Protocol - de laatste aangepaste versie van ‘Amended Cross-Border Court- to-Court Communications Protocol’, de JIN Guidelines en de JIN Modalities - op de onderhavige WHOA procedure van toepassing verklaren. Het Nieuwe Protocol wordt aan deze beschikking gehecht en geldt als hier ingevoegd. De rechtbank wijst de observator, mr. J.R. Berkenbosch, aan als Facilitator in de zin van het Nieuwe Protocol.

4 Beslissing