Home

Rechtbank Amsterdam, 19-07-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:4424, C/13/752498 FT RK 24.601

Rechtbank Amsterdam, 19-07-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:4424, C/13/752498 FT RK 24.601

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19 juli 2024
Datum publicatie
15 augustus 2024
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:4424
Zaaknummer
C/13/752498 FT RK 24.601

Inhoudsindicatie

Homologatie akkoord ex art. 383 lid 1 Fw.

Uitspraak

vonnis

Afdeling Privaatrecht

verzoek tot homologatie van een akkoord

rekestnummer: C/13/752498 FT RK 24.601

uitspraakdatum: 19 juli 2024

Vonnis op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 383 lid 1 Faillissementswet (Fw)

in de besloten akkoordprocedure buiten faillissement, van:

de besloten vennootschap

[verzoekster] B.V.,

statutair gevestigd te Amsterdam,

ingeschreven bij de kamer van Koophandel onder nummer [KVK nummer] ,

hierna te noemen: [verzoekster] ,

advocaten: mrs. E.C. Bos en G.J.C. Wessels.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:

- de startverklaring ex artikel 370 lid 3 Fw, gedeponeerd op 1 november 2023 bij de rechtbank Amsterdam;

- het stemverslag ex artikel 382 Fw, gedeponeerd bij de rechtbank Amsterdam op 6 juni 2024;

- het verzoekschrift met bijlagen van 17 juni 2024 van [verzoekster] ex artikel 383 lid 1 Fw;

- de beschikking van 27 juni 2024, dagbepaling behandeling homologatie en aanstelling observator;

- een brief van 28 juni 2024 van mr. G.J.C. Wessels met aanvullende producties;

- een e-mail van 28 juni 2024 van mr. E. Bos met bijlage;

- de zienswijze van de observator van 2 juli 2024;

- de spreekaantekeningen van mr. E. Bos zijdens [verzoekster] .

1.2.

[verzoekster] heeft deze rechtbank verzocht kennis te nemen van zowel het onderhavige verzoek als het verzoek van [KVK nummer] B.V. (hierna: [KVK nummer] ) en deze verzoeken ex artikel 369 lid 8 gezamenlijk te behandelen, gelet op het feit dat [verzoekster] en [KVK nummer] een groep vormen in de zin van artikel 2:24b BW.

1.3.

De belanghebbenden zijn opgeroepen voor de zitting.

1.4.

Het verzoek is op 5 juli 2024 middels een online videoverbinding in raadkamer behandeld en nader toegelicht. Daarbij zijn via een online videoverbinding verschenen:

- mrs. G.J.C. Wessels en E.C. Bos voornoemd;

- de heren [naam 1] en [naam 2] , bestuurders van [verzoekster] ;

- de heren [naam 3] en [naam 4] , namens [naam 9] ;

- de heer [naam 5] , namens [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] );

- mevrouw [naam 6] , namens [bedrijf 2] B.V. (Hierna: [bedrijf 2] )

- de heren [naam 7] en [naam 8] , namens [bedrijf 3] U.A. (hierna: [bedrijf 3] ).

1.5.

De rechtbank merkt allereerst het volgende op. Hoewel de keuze om de onderhavige akkoorden, gelet op de nauwe samenhang en verbondenheid, in één verzoek in te dienen een begrijpelijke is, maakt de onoverzichtelijke wijze waarop het verzoek is ingericht dat de beoordeling voor de rechtbank meer complex en minder overzichtelijk wordt. De rechtbank geeft de voorkeur aan indiening van een afzonderlijk verzoek per aangeboden akkoord waarin per entiteit onder andere wordt uiteengezet wat de schuldenlast is en wat aan de betreffende schuldeisers wordt uitgekeerd. Gelet op de voornoemde samenhang en de toelichting ter zitting zal de rechtbank hier – voor nu – geen consequenties aan verbinden.

1.6.

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De rechtbank gaat uit van de navolgende feiten.

2.2.

[verzoekster] maakt deel uit van de [KVK nummer] groep (hierna: de groep) die actief is in de groothandel, import en verkoop van [goederen] en aanverwante artikelen aan hoofdzakelijk consumenten. [verzoekster] is de topholding van deze groep. [verzoekster] houdt 100% van de aandelen in [bedrijf 4] B.V. [bedrijf 4] B.V. is op haar beurt 100% aandeelhouder van 22 werkmaatschappijen, waaronder [KVK nummer] .

2.3.

[verzoekster] is door (i) een sterk gedaald consumentenvertrouwen en daling van de koopkracht, (ii) prijsdruk als gevolg van voorraadtoename in de markt geraakt; terwijl (iii) [KVK nummer] beschikt over een (te) grote voorraad en (iv) een te hoge schuldenlast geconfronteerd met liquiditeitsproblemen. Het (indirect) bestuur van [verzoekster] heeft deze situatie onderkend en heeft maatregelen getroffen, onder andere door inschakeling van financieel adviseur [naam 9] (hierna: [naam 9] ). Daarnaast heeft [verzoekster] commerciële wijzigingen doorgevoerd en is zij diverse herstructureringsmaatregelen gestart. Zo is de verkoopprijs aangepast naar het lagere prijsniveau in de markt, is getracht de hoge voorraadpositie hiermee te laten afnemen en is de openstaande portfolio met de belangrijkste leverancier heronderhandeld. Daarnaast zijn diverse kostenbesparende maatregelen genomen en is het personeelsbestand teruggebracht met circa 20%. Van de thans 19 verkooplocaties sluiten in de eerste helft van 2024 nog vier filialen hun deuren. Desondanks heeft de groep een dermate hoge schuldenlast dat voor de continuïteit een drastische schuldreductie noodzakelijk is. Uit de door [naam 9] gemaakte analyse van de groep is gebleken dat de groep in de kern levensvatbaar is en een WHOA-akkoord het meest opportuun om een benodigde herstructurering tot stand te brengen.

2.4.

Indien niet tot een succesvolle sanering binnen [verzoekster] wordt gekomen, zal dat op korte termijn onvermijdelijk tot het faillissement van de groep leiden. Een faillissement van de groep leidt tot aanzienlijke schade voor alle stakeholders. Voor de concurrente schuldeisers in het bijzonder betekent een faillissement vanwege de zekerhedenpositie van [de bank] en [de bank] en het wettelijke voorrecht van de Belastingdienst met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat er geen enkele betaling op uitstaande vorderingen zal plaatsvinden. De schuldeisers ontvangen in de WHOA een hogere uitkering dan zij in een faillissement zouden ontvangen.

2.5.

[verzoekster] , [KVK nummer] en [bedrijf 5] B.V. (hierna: [bedrijf 5] ) zijn elk overgegaan tot het aanbieden van een akkoord, welke akkoorden zijn samengevoegd in een gezamenlijk document. Uit het stemverslag van [bedrijf 5] volgt dat alle schuldeisers in dat akkoord hebben ingestemd met het akkoord. Om die reden hoeft voor [bedrijf 5] geen homologatieverzoek ingediend te worden.

2.6.

[KVK nummer] biedt voorts een groepsakkoord aan ten behoeve van [verzoekster] , [bedrijf 5] en de volgende entiteiten: [bedrijf 4] B.V., [bedrijf 6] B.V., [KVK nummer] I B.V., [KVK nummer] II B.V., [KVK nummer] III B.V., [KVK nummer] IV B.V., [KVK nummer] V B.V., [KVK nummer] VI B.V., [KVK nummer] VII B.V., [KVK nummer] VIII B.V., [KVK nummer] IX B.V., [KVK nummer] X B.V.,

[KVK nummer] XI B.V., [KVK nummer] XII B.V., [KVK nummer] XIII B.V., [KVK nummer] XIV B.V.,

[KVK nummer] XV B.V., [KVK nummer] XVI B.V., [KVK nummer] XVII B.V., [KVK nummer] XVIII

B.V. en [KVK nummer] XIX B.V. (hierna tezamen met [verzoekster] en [bedrijf 5] : de [KVK nummer] Groepsentiteiten), vanwege hun hoofdelijke verbondenheid voor de financiering van [de bank] en [de bank] , en voor fiscale schulden (vanuit een fiscale eenheid VPB en/of BTW).

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] heeft – nadat zij een conceptakkoord heeft voorgelegd aan de schuldeisers - op 16 mei 2024 het definitieve akkoord aangeboden.

3.2.

[verzoekster] heeft de (vorderingen van de) stemgerechtigden ingedeeld in de volgende klassen:

Klasse I: schuldeiser met een bijzonder wettelijk voorrecht (Belastingdienst);

Klasse II: concurrente schuldeisers. Deze klasse bestaat uit de concurrente schuldeisers [bedrijf 1] en [bedrijf 2] die op grond van de [naam lening 1] leningen hebben verstrekt. Deze leningen zijn achtergesteld bij de vorderingen van de [de bank] en [de bank] (hierna: [naam lening 1] ) maar in rang gelijk aan de andere concurrente schuldeisers. Tot zekerheid tot nakoming van hetgeen [verzoekster] aan [de bank] verschuldigd is, zijn de vorderingen van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] op [verzoekster] uit hoofde van de [naam lening 1] openbaar aan [de bank] verpand. [de bank] is als economisch gerechtigde pandhouder bevoegd om over het aanbod te stemmen;

Klasse III: (niet verpande) vorderingen van aandeelhouders. [bedrijf 3] , [bedrijf 1] en [bedrijf 2] hebben alle drie een [naam lening 2] loan (hierna [naam lening 2] ) vertrekt aan [verzoekster]

Klasse IV: aandeelhouders.

Het aangeboden akkoord houdt het volgende in:

- Klasse I: De Belastingdienst ontvangt van haar totale vordering op [verzoekster] uit hoofde van loonheffingen van € 11.554,= een uitkering in geld ter hoogte van 10% op de openstaande vordering.

- Klasse II: Het aanbod bestaat uit een gezamenlijke uitkering in geld ter hoogte van € 400.000,= op de openstaande vorderingen inclusief PIK-rente op die vorderingen. Voorgaande betekent dat [de bank] € 400.000,= ontvangt tegen kwijting van de [naam lening 1] .

- Klasse III: Het aanbod uit hoofde van de [naam lening 2] ’s is een uitkering in geld ter hoogte van 10% op de openstaande vordering.

- Klasse IV: De huidige aandelen zijn gezien de vereffeningswaarde van de groep waardeloos. Het aanbod aan elke huidige aandeelhouder van [verzoekster] is dat de aandelen die door de betrokken aandeelhouder worden gehouden, op grond van het akkoord en in samenhang met artikel 2:208 lid 2 slotzin BW worden ingetrokken.

3.3.

De stemgerechtigden konden van donderdag 16 mei 2024 tot en met zondag 2 juni 2024 te 23.59 uur stemmen.

3.4.

[verzoekster] heeft het stemverslag op 6 juni 2024 op de griffie van de rechtbank gedeponeerd.

3.5.

De uitslag van de stemming is als volgt.

- Alle klassen hebben voorgestemd, waarbij in de klasse van aandeelhouders één aandeelhouder ( [bedrijf 1] ) tegen heeft gestemd en één aandeelhouder ( [bedrijf 2] ) heeft gestemd buiten de stemtermijn.

3.6.

[bedrijf 1] en [bedrijf 2] (hierna gezamenlijk: de Minderheidsaandeelhouders) hebben in het geval van faillissement geen enkele positie. Ten aanzien van de Minderheidsaandeelhouders geldt bovendien dat zij los van de wettelijke rangorde, ook structureel zijn achtergesteld doordat zij in een faillissement pas aanspraak kunnen maken op een uitkering in het geval uit de faillissementen van de dochtervennootschappen en [bedrijf 4] BV een uitkering zou volgen. Dit scenario is hoogst onwaarschijnlijk.

[verzoekster] stelt dat de bescherming van de afwijzingsgronden van de WHOA haar doel voorbij zou schieten wanneer in een situatie als de onderhavige, waarin het overgrote gedeelte van de crediteuren voor het akkoord heeft gestemd, de Minderheidsaandeelhouders een succesvolle herstructurering zouden kunnen blokkeren zonder een positie te hebben. Gelet op het voorgaande dient de rechtbank naar de mening van [verzoekster] terughoudend te zijn in te toetsing van de algemene afwijzingsgronden.

3.7.

In het geval de rechtbank van oordeel mocht zijn dat de stem van [bedrijf 2] wel

meegenomen dient te worden, is sprake van een tegenstemmende klasse in het akkoord van

[verzoekster] en dient een observator benoemd te worden ex artikel 383 lid 4 Fw.

3.8.

[verzoekster] verkeert in de in artikel 370 lid 1 Fw bedoelde toestand. Uit de doorrekening van [naam 9] blijkt dat na een succesvolle herstructurering door middel van het akkoord [verzoekster] weer levensvatbaar is en ook richting de toekomst in staat zal zijn om haar schulden weer te voldoen. Wanneer de herstructurering echter niet succesvol zal zijn, zal [verzoekster] niet in staat zijn om aan haar oude lopende verplichtingen te voldoen, bestaat geen realistisch toekomstperspectief en zal dat op korte termijn onvermijdelijk tot het faillissement van [verzoekster] leiden. Om deze redenen bevindt [verzoekster] zich bij uitstek in de pre-insolventietoestand. [verzoekster] heeft in het verleden aangetoond een groeiende onderneming met toekomstperspectief te zijn en kan dit na herstructurering weer zijn, maar zij gaat op dit moment gebukt onder een in het verleden ontstane schuldenlast als gevolg van (grotendeels) buiten haar liggende omstandigheden.

3.9.

Bij het akkoord heeft [verzoekster] alle benodigde informatie op grond van artikel 375 Fw gevoegd, zijn de klassen ingedeeld op basis van de wettelijke rangorde en de rechten die elk van de schuldeisers zou hebben in geval van faillissement. Verder is ook met de stemtermijn van 18 dagen ruimschoots voldaan aan het bepaalde in artikel 381 Fw. Met geen van de schuldeisers bestaat discussie over de hoogte van de vordering waarvoor zij zijn meegenomen in het akkoord.

3.10.

[verzoekster] heeft met het oog op het uitbetalen van de verschillende uitkeringen onder het akkoord aandeelhouder [bedrijf 3] bereid gevonden om in de financiering hiervan te voorzien. Gebleken is dat de door [naam 9] berekende (geconsolideerde) reorganisatiewaarde niet realiseerbaar is. Geen partij bleek bereid deze reorganisatiewaarde te betalen. De akkoordfinanciering (hierna: de financiering) bedraagt in totaal tussen € 2.300.000,= en € 2.400,000,= en is door [bedrijf 3] al voor een deel, namelijk € 1.400.000,=, ter beschikking gesteld zodat de groep in staat was om aan haar lopende verplichtingen te blijven voldoen gedurende het WHOA-traject. De financiering wordt overgedragen door [bedrijf 3] aan [bedrijf 7] B.V. (hierna: [bedrijf 7] ), een nieuw door [bedrijf 3] op te richten vennootschap, en wordt daarna voor 80% omgezet in een achtergestelde financiering verstrekt door [bedrijf 7] aan [verzoekster] . Voor de overige 20% wordt de financiering omgezet in aandelenkapitaal. Naast deze financiering heeft [bedrijf 3] op 26 januari 2024 aan [verzoekster] nogmaals een storting van € 200.000,= gedaan en heeft zij op 21 februari 2024 nog een keer € 100.000,= gestort. Deze gelden zijn inmiddels terugbetaald. Op het moment dat het akkoord wordt gehomologeerd zal de financiering beschikbaar komen voor [verzoekster] , waarna tot uitbetaling zal worden overgegaan. [verzoekster] is in het kader van de financiering van het akkoord niet voornemens een financiering of transactie aan te gaan welke niet noodzakelijk is voor het akkoord of waardoor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers worden geschaad. Slechts in het geval van totstandkoming van het akkoord zal een nieuwe financiering tot stand komen met [bedrijf 3] .

3.11.

Zowel de voorschotnota als de einddeclaratie van de observator is reeds voor de behandeling volledig voldaan.

3.12.

[verzoekster] verzoekt de rechtbank het akkoord te homologeren. Zij

stelt dat geen van de algemene afwijzingsgronden van artikel 384 lid 2 Fw zich voordoet.

4 Zienswijze Observator

5 Zienswijze [bedrijf 1] en [bedrijf 2]

6 De beoordeling

7 De beslissing