Home

Rechtbank Amsterdam, 31-07-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:5715, C/13/753552 FT RK 24.690 en C/13/754123 FT RK 24.725

Rechtbank Amsterdam, 31-07-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:5715, C/13/753552 FT RK 24.690 en C/13/754123 FT RK 24.725

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31 juli 2024
Datum publicatie
20 september 2024
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:5715
Zaaknummer
C/13/753552 FT RK 24.690 en C/13/754123 FT RK 24.725

Inhoudsindicatie

Beschikking afkondiging afkoelingsperiode + afwijzing verzoek HD + ambtshalve aanstelling observator

Uitspraak

Afdeling Privaatrecht

verzoek aanwijzing herstructureringsdeskundige en afkondigen afkoelingsperiode

rekestnummers: C/13/753552 FT RK 24.690 en C/13/754123 FT RK 24.725

uitspraakdatum: 31 juli 2024

beschikking op het ingekomen verzoekschrift met bijlagen, met rekestnummer C/13/753552 FT RK 24.690, van:

[schuldeiser] , Ltd,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

hierna te noemen: [schuldeiser] ,

advocaten: mrs. L.P. Kortmann, A.J.C.M. Meijs en C.M.A. Knoben,

strekkende tot het aanwijzen van een herstructureringsdeskundige ex artikel 371 Fw ten aanzien van:

de besloten vennootschap

[schuldenaar] B.V.,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [KVK nummer] ,

advocaten: mrs. E.R. Meerdink, F. Hengst, C.D. Veldman en T.L. Ticheloven,

en op het ingekomen verzoekschrift strekkende tot het gelasten van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw, met bijlagen en rekestnummer C/13/754123 FT RK 24.725, van:

de besloten vennootschap

[schuldenaar] B.V.,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [KVK nummer] ,

hierna te noemen: [schuldenaar] ,

advocaten: mrs. E.R. Meerdink, C.D. Veldman en T.L. Ticheloven,

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:

- het verzoekschrift van [schuldeiser] , met bijlagen, tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige van 10 juli 2024 (hierna: het verzoekschrift HD);

- een brief van mr. F. Hengst van 11 juli 2024;

- een brief van mr. C. Knoben van 17 juli 2024 met aanvullende productie 10 op het verzoekschrift;

- een brief van mr. E. Meerdink van 17 juli 2024 met na te noemen zienswijze en verzoekschrift van [schuldenaar] , en een startverklaring van [schuldenaar] , waarin is gekozen voor een openbare procedure;

- de zienswijze tevens houdende verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode, met bijlagen, van [schuldenaar] van 17 juli 2024;

- een e-mail van mr. C. Knoben van 17 juli 2024 met aanvullende producties;

- een e-mail van mr. Ticheloven van 18 juli 2024 met een aanvullende productie;

- de spreekaantekeningen van mrs. Kortmann en Knoben zijdens [schuldeiser] ;

- de spreekaantekeningen van mrs. E.R. Meerdink, C.D. Veldman en T.L. Ticheloven zijdens [schuldenaar] .

1.2.

Het verzoekschrift is op 18 juli 2024 ter openbare zitting behandeld. Daarbij zijn (al dan niet via een videoverbinding) verschenen:

van de zijde van [schuldeiser] :

- mrs. L. Kortmann en C. Knoben, advocaten te Amsterdam,

van de zijde van [schuldenaar] :

-

[naam 1] ,

-

[naam 2] ,

-

[naam 3] ,

-

[naam 4] ,

-

[naam 5] ,

-

mrs. E.R. Meerdink, C.D. Veldman, T.L. Ticheloven en T. Lorjé, advocaten te Amsterdam, en [naam 6] , kantoorgenoot;

-

R. Pansianotto, US local counsel, namens White & Case,

-

[naam 7] , vertegenwoordiger van [bedrijf 1] ,

-

M.A. Zangar en K. Zouisner, tolken,

van de zijde van [de bank 1] N.A.:

- mr. T. Elseman, advocaat te Amsterdam.

2 De feiten

2.1.

[schuldenaar] is een financieringsmaatschappij binnen een groep vennootschappen waarvan [bedrijf 2] S.A. de uiteindelijke moedervennootschap is. Het [bedrijf 1] (hierna: de [bedrijf 1] ) is een van origine Braziliaans bedrijf actief in de [productie] . Bij de groep zijn meer dan 6000 werknemers in dienst. [bedrijf 1] is in financiële problemen geraakt.

2.2.

In 2014 heeft [schuldenaar] obligaties naar het recht van New York (Notes) uitgegeven, waarvan momenteel nog een bedrag van circa USD 750 miljoen openstaat. Op 17 juli 2024 zijn de Notes integraal opeisbaar geworden en sinds dat moment kunnen individuele obligatiehouders aanspraak maken op betaling en zelfstandig rechtsmaatregelen nemen om betaling af te dwingen. [de bank 1] N.A. treedt op als trustee van de obligatiehouders.

3 Het verzoek van [schuldeiser]

3.1.

verzoekt een herstructureringsdeskundige aan te wijzen. Uit openbaar beschikbare informatie blijkt niet dat [schuldenaar] over de liquide middelen beschikt om vanaf 17 juli 2024 aan haar verplichtingen te voldoen. Er dreigt dus een deconfiture van [schuldenaar] op zeer korte termijn. Voorzover bekend is de schuld onder de Notes de grootste schuld van [schuldenaar] . [schuldeiser] is houdster van Notes. Omdat momenteel niet of nauwelijks informatie wordt gedeeld door de [bedrijf 1] , is het voor de obligatiehouders volstrekt onduidelijk hoe [schuldenaar] haar schulden denkt te gaan betalen en of en in hoeverre [schuldenaar] en de [bedrijf 1] hiertoe in staat zijn.

3.2.

[schuldeiser] moet als één van de voornaamste stakeholders voldoende gelegenheid worden geboden haar standpunt en juridische positie op een behoorlijke wijze en dus onderbouwd te kunnen bepalen. Benoeming van een herstructureringsdeskundige is de geëigende weg om te beproeven of een herstructurering buiten faillissement nog mogelijk is. Voortvarendheid is geboden, maar tegelijkertijd dienen waarborgen te worden gecreëerd voor een behoorlijk en evenwichtig proces. De materiële activa van [schuldenaar] bestaan uit vorderingen op groepsmaatschappijen. Dat maakt dat de bestuurders van [schuldenaar] , in ieder geval op het oog, met een belangenconflict te maken hebben, wat benoeming van een herstructureringsdeskundige noodzakelijk maakt. Een herstructureringsdeskundige kan bovendien de gerechtvaardigde belangen van alle schuldeisers naar behoren behartigen.

3.3.

Op dit moment is niet duidelijk of een pre-insolventieakkoord de geëigende weg is om de opbrengstmaximalisatie voor schuldeisers te realiseren, of dat een faillissement wenselijk is. De te benoemen herstructureringsdeskundige dient als eerste te bezien of de financiële situatie van [schuldenaar] zodanig is dat een faillissement onafwendbaar is of niet.

3.4.

De [bedrijf 1] heeft op 15 juli 2024 bij zowel een Braziliaanse als een Amerikaanse rechtbank een verzoek ingediend voor insolventierechtelijke beschermingsmaatregelen in verband met de herstructurering van opeisbare schulden. In dat verband is in Brazilië een mediationproces gestart. Voor [schuldeiser] is onduidelijk wat deze mediation zal inhouden. Zij meent dat dit hand in hand kan en moet gaan met een WHOA-traject ter zake van [schuldenaar] onder leiding van een herstructureringsdeskundige. De belangen van de gezamenlijke schuldeisers, en van de niet-gelieerde schuldeisers in het bijzonder, zijn gediend met benoeming van een onafhankelijke herstructureringsdeskundige. Een herstructureringsdeskundige kan op basis van aan te leveren stukken en informatie bezien of een eventueel groepsakkoord niet ten koste gaat van de gezamenlijke schuldeisers van [schuldenaar] en kan toezien op de mediation in Brazilië tussen de [bedrijf 1] en haar schuldeisers. Een eventuele benoeming van een observator, zoals [schuldenaar] voorstelt, zou de belangen van de gezamenlijke schuldeisers niet adequaat beschermen, omdat de bevoegdheden van een observator niet toereikend zijn.

3.5.

[schuldeiser] heeft geen bezwaar tegen verlening van een afkoelingsperiode, onder de voorwaarde dat de rechtbank een herstructureringsdeskundige aanwijst. De afkoelingsperiode dient te worden verleend voor de duur van twee maanden, binnen welke periode [schuldenaar] immers van plan is een akkoord aan te bieden, zoals blijkt uit de startverklaring en de mediation in Brazilië.

4 Het verzoek en de zienswijze van [schuldenaar]

5 De beoordeling

6 De beslissing