Rechtbank Amsterdam, 23-10-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6356, C/13/746880
Rechtbank Amsterdam, 23-10-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6356, C/13/746880
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 oktober 2024
- Datum publicatie
- 1 november 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:6356
- Zaaknummer
- C/13/746880
Inhoudsindicatie
Helpdeskfraude. Spoofing. Klant is opgelicht en heeft geld naar Litouwse rekening overgemaakt met AnyDesk. Rabobank heeft zorgplicht niet geschonden. Wel / niet geautoriseerde betalingstransacties? Rabobank hoeft betaling niet terug te draaien. Geen verplichting tot vergoeding uit coulance.
Uitspraak
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/746880 / HA ZA 24-173
Vonnis van 23 oktober 2024
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna: [eiser] ,
advocaat: mr. J. Hagers,
tegen
de coöperatie
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna: Rabobank,
advocaat: mr. C.A. de Josselin de Jong.
De zaak in het kort
[eiser] is opgelicht. Hij is telefonisch benaderd door een fraudeur die zich voordeed als bankmedewerker. [eiser] is door haar ertoe bewogen om (in totaal) € 269.300,- vanaf zijn Rabobank-rekening over te boeken naar een wallet op het cryptoplatform KuCoin. Dat geld is inmiddels uit beeld geraakt en kan niet worden teruggehaald. [eiser] wendt zich nu tot Rabobank. Rabobank zou volgens hem haar zorgplicht hebben geschonden, niet-geautoriseerde betalingstransacties hebben uitgevoerd, en daarom zijn schade moeten vergoeden. Ook zou Rabobank zijn schade uit coulance moeten vergoeden.
De rechtbank wijst de vorderingen van [eiser] af.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 januari 2024, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 8 mei 2024 waarin een mondelinge behandeling is gelast, en
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 september 2024 en de twee aanvullingen daarop van [eiser] (2 oktober 2024) en Rabobank (3 oktober 2024).
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Wat is er gebeurd?
[eiser] heeft een bankrekening bij Rabobank. Hij beschikt ook over bankrekeningen bij ABN AMRO en Regiobank.
Op zondag 26 juni 2022 is [eiser] gebeld door een vrouw die zich voordeed als medewerker van ABN AMRO. Die vrouw vertelde [eiser] dat er op dat moment een fraudepoging werd gedaan met zijn rekeningen, dat ongebruikelijke betaalopdrachten klaarstonden en dat hij snel moest handelen om de betaalopdrachten te annuleren. Deze vrouw bleek achteraf een oplichter te zijn.
Op aanwijzing van de vrouw heeft [eiser] het programma ‘AnyDesk’ op zijn computer gedownload en geïnstalleerd. Daarmee kreeg de vrouw toegang tot en controle over zijn computer.
[eiser] heeft met behulp van de vrouw en het programma Anydesk ingelogd bij de internetbankieren-omgevingen van ABN AMRO en Regiobank. Vanaf zijn rekeningen bij ABN AMRO en Regiobank heeft hij bedragen overgeboekt naar zijn rekening bij Rabobank. Het ging om zeven transacties van bedragen tussen € 20.000,- en € 60.000,- waarmee in totaal € 257.913,- is overgeboekt.
[eiser] heeft vervolgens met zijn Rabo Scanner ingelogd op de internetbankieren-omgeving van Rabobank. Vanaf zijn Rabobank-rekening heeft hij diverse bedragen overgeboekt naar een bankrekening bij een Litouwse bank (hierna: de Litouwse bankrekening) die daar werd aangehouden door Finlux Tech Pty Ltd. (hierna: Finlux). Het betrof vijftien transacties van bedragen tussen € 7.300,- en € 22.000,-. In totaal is op deze manier € 269.300,- overgeboekt naar de bankrekening van Finlux. Finlux heeft, op haar beurt, dit geld doorgeleid naar het cryptoplatform van MEK Global Limited, handelend onder de naam KuCoin (hierna: KuCoin).
Nadat [eiser] zich ervan bewust werd dat hij slachtoffer was geworden van fraude heeft hij (nog steeds op 26 juni 2022) contact opgenomen met Rabobank.
Rabobank heeft op 27 juni 2022 annuleringsverzoeken voor elke overboeking verstuurd naar de Litouwse bank. Dit heeft niet tot terugboeking van de bedragen geleid.
[eiser] heeft aangifte gedaan van de fraude.
Tot op heden is het niet gelukt het geld terug te krijgen.
3 Het geschil
[eiser] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. te verklaren voor recht dat Rabobank toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenissen tegenover [eiser] , en / of onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld en gehouden is tot schadevergoeding aan [eiser] ;
alsmede
II. Rabobank te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting tot betaling aan [eiser] van een schadevergoeding van € 269.300,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juni 2022, althans vanaf het moment van dagvaarding;
III. Rabobank te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting tot betaling van een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie moge bepalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat de rechtbank juist acht,
IV. alsmede tot betaling van de kosten van de onderhavige procedure, onder bepaling dat indien de gedingkosten niet binnen veertien dagen na de dag, waarop het vonnis is gewezen aan eiser zullen zijn voldaan, daarover vanaf de veertiende dag wettelijke rente verschuldigd is.
[eiser] legt, samengevat, het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag.
In de eerste plaats heeft Rabobank haar zorgplicht geschonden door onvoldoende maatregelen te nemen om te voorkomen dat het geld naar de Litouwse bankrekening kon worden overgeboekt. Tot het nemen van die maatregelen bestond aanleiding gelet op een fraudemelding van een andere klant over de Litouwse bankrekening van een paar dagen eerder (23 juni 2022), de identiteit van de begunstigde (KuCoin), en het ongebruikelijke transactiepatroon. [eiser] wil dat de rechtbank Rabobank beveelt informatie over die (en eventuele andere) fraudemelding(en) te overleggen. In de tweede plaats heeft Rabobank haar zorgplicht geschonden door na de melding van [eiser] onvoldoende voortvarend te handelen om het geld weer terug te krijgen. Als gevolg van deze zorgplichtschendingen heeft hij schade geleden.
[eiser] stelt verder dat de overboekingen naar de Litouwse bankrekening gezien moeten worden als niet-toegestane betalingstransacties in de zin van art. 7:522 BW, en dat hij op grond van art. 7:528 BW recht heeft op terugbetaling van die overboekingen.
Tot slot stelt [eiser] dat hij op grond van de Coulanceregeling bij schade door bankhelpdeskfraude van de Nederlandse Vereniging van Banken (hierna: de coulanceregeling) recht heeft op vergoeding van zijn schade.
Rabobank voert verweer. Ook stelt Rabobank dat, voor zover sprake zou zijn van niet-toegestane betalingstransacties in de zin van art. 7:528 BW, zij niet gehouden is tot terugbetaling omdat [eiser] (in juridische zin) grof nalatig heeft gehandeld (art. 7:529 BW). Die grove nalatigheid staat ook in de weg aan een vergoeding onder de coulanceregeling.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.