Rechtbank Amsterdam, 14-02-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:745, 726782
Rechtbank Amsterdam, 14-02-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:745, 726782
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 februari 2024
- Datum publicatie
- 14 februari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:745
- Zaaknummer
- 726782
Inhoudsindicatie
beslissingen over bevoegdheid rechtbank, toepasselijkheid WAMCA en ontvankelijkheid in collectieve actie van Bureau Clara Wichmann tegen AbbVie c.s. (producent van borstimplantaten)
Uitspraak
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/726782 / HA ZA 23-2
Vonnis van 14 februari 2024
in de zaak van
STICHTING BUREAU CLARA WICHMANN,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: BCW,
advocaat: mr. E.J. Zippro te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
1. ABBVIE B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
hierna te noemen: AbbVie NL, en
2. ABBVIE NEDERLAND HOLDINGS B.V.,
gevestigd te Zwolle,
hierna te noemen: AbbVie NL Holdings,
en de rechtspersonen naar buitenlands recht
3. ALLERGAN LTD.,
gevestigd te Marlow (Verenigd Koninkrijk),
hierna te noemen: Allergan UK,
4. ALLERGAN UNLIMITED COMPANY,
gevestigd te Dublin (Ierland),
hierna te noemen: Allergan Ierland ULC,
5. ALLERGAN COSTA RICA S.R.L.,
gevestigd te Heredia (Costa Rica),
hierna te noemen: Allergan Costa Rica,
6. ALLERGAN PHARMACEUTICALS INTERNATIONAL LIMITED,
gevestigd te Dublin (Ierland),
hierna te noemen: Allergan Ierland Limited,
7. ALLERGAN, INC,
gevestigd te Irvine (Verenigde Staten van Amerika),
hierna te noemen: Allergan USA, en
8. ABBVIE INC,
gevestigd te North Chicago (Verenigde Staten van Amerika),
hierna te noemen: AbbVie USA,
advocaat: mr. P.L. Reeskamp te Amsterdam,
gedaagde partijen, hierna samen te noemen: Allergan c.s.
1 Waar gaat deze zaak over?
Dit is een massaschadezaak gericht tegen de producent van bepaalde borstimplantaten. Volgens de eisende partij (BCW) gaat het om gevaarlijke implantaten die schade veroorzaken bij de personen die de implantaten hebben of hebben gehad. Daarom eist BCW als belangenbehartiger schadevergoeding voor deze hele groep van personen, via een zogenoemde collectieve actie. Die groep bestaat volgens BCW uit ongeveer 60.000 personen (door partijen aangeduid als: de Vrouwen).
Het gaat specifiek om de reeks van getextureerde borstimplantaten die binnen het concern van de Amerikaanse farmaceut Allergan, tegenwoordig AbbVie, zijn geproduceerd en die door dit concern in 2019 van de markt zijn gehaald.
Volgens BCW kunnen deze implantaten tot ernstige ziekte of gezondheidsklachten leiden, namelijk BIA-ALCL, een zeldzame vorm van lymfeklierkanker, en ASIA, een auto-immuun-syndroom.
Alle acht gedaagden (Allergan c.s.) zijn vennootschappen uit het AbbVie-concern. Volgens BCW is elk van de gedaagden aan te merken als producent van de implantaten en daarom aansprakelijk voor de schade van de Vrouwen.
Ten behoeve van de Vrouwen vordert BCW zowel materiële als immateriële schadevergoeding, in verband met:
- -
-
de verschillende behandelingen die Vrouwen hebben gehad of nog zullen moeten ondergaan, te weten de behandeling ter verwijdering van een implantaat (explantatie) en/of ter reconstructie van een borst (reconstructie) of ter plaatsing van een implantaat (implantatie);
- -
-
het hebben (gehad) van de ziektebeelden, te weten BIA-ALCL en/of ASIA;
- -
-
de angst voor het krijgen van BIA-ALCL.
In deze fase van de procedure gaat het nog niet om de inhoud van de zaak. Eerst wordt in dit vonnis beslist of:
- -
-
de Nederlandse rechter over de zaak mag oordelen (de rechtsmacht),
- -
-
de collectieve actie valt onder de nieuwe massaschadezaken-wet (voluit: de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA)). Alleen onder die wet kan een belangenorganisatie ook een vordering tot schadevergoeding instellen,
- -
-
BCW de collectieve actie mag instellen (de ontvankelijkheid), ook gelet op de (wijze van) financiering van de procedure,
- -
-
de collectieve actie naar Nederlands recht of naar (enig) buitenlands recht moet worden beoordeeld (het toepasselijk recht).
Een meer gedetailleerde leeswijzer staat onder 5. op pagina 7 van dit vonnis.
In dit vonnis oordeelt de rechtbank uiteindelijk dat BCW de collectieve actie kan en mag instellen voor de groep van Vrouwen die in Nederland een behandeling ter implantatie van de implantaten hebben ondergaan en dat alleen op de vorderingen van de Vrouwen uit die groep bij wie een Implantaat is geplaatst dat na 15 november 2016 in het verkeer is gebracht de WAMCA van toepassing is.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 25 oktober 2023, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, en de daarin genoemde stukken,
- -
-
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 1 december 2023 en de daarin genoemde stukken.
Vervolgens is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.
3 De feiten
BCW is een stichting met als statutaire doelstelling het bevorderen van de maatschappelijke, sociale en rechtspositie van vrouwen, ook door het voeren van rechtszaken. Voor dit doel zet BCW zich al meer dan 35 jaar in.
Het Allergan-concern voert een wereldwijd opererende Amerikaanse farmaceutische onderneming. Binnen haar concern worden borstimplantaten geproduceerd. Het Allergan-concern is in 2020 overgenomen door het AbbVie-concern, een eveneens Amerikaanse branchegenoot. Alle acht gedaagden (Allergan c.s.) behoren tot het AbbVie-concern. De overname en naamswijziging hebben plaatsgevonden na de gebeurtenissen waarover deze procedure gaat. In dit vonnis wordt het concern dan ook Allergan genoemd.
In 2019 heeft het Allergan-concern besloten om een reeks van borstimplantaten van de markt te halen (hierna: de Implantaten), nadat de CE-markering van deze producten niet werd verlengd. De Implantaten, onder andere van de merken Natrelle, Biocell Microcell en McGhan, bestaan uit een reeks van 61 verschillende typen, die nader zijn onder te verdelen naar soort (implantaten of tissue expanders), vulling (silicone gel of zoutvulling), en vorm. Alle Implantaten hebben een ruwe buitenkant, en worden daarom ook ‘getextureerd’ genoemd.
De Implantaten zijn vanaf 1985 binnen het Allergan-concern, althans haar rechtsvoorgangers, geproduceerd en via concernonderdelen wereldwijd verkocht, ook in Nederland. Deze rechtsvoorgangers zijn in chronologische volgorde:
- -
-
het Inamed-concern tot en met 2005 en het McGhan-concern tot en met 2006;
- -
-
het Allergan-concern tot en met 2015;
- -
-
het Actavis-concern tot en met 2020.
De Implantaten zijn oorspronkelijk ontwikkeld door het Inamed-concern. Dit concern produceerde de Implantaten op grote schaal in productielocaties in de Verenigde Staten van Amerika en Ierland. Vanaf 2000 werden de Implantaten ook in Costa Rica geproduceerd door Allergan Costa Rica, toen nog McGhan Médico, S.A. geheten. In de jaren 2000-2004 werd de productielocatie in de Verenigde Staten van Amerika gefaseerd gesloten.
Breast Implant Associated Anaplastic Large Cell Lymphoma (BIA-ALCL) is een zeldzame vorm van lymfeklierkanker.
Auto Immune Syndrome Induced by Adjuvants (ASIA), tegenwoordig veelal aangeduid als Breast Implant Illness (BII), is een verzameling van symptomen die duiden op een auto-immuun-gerelateerde ziekte.
4. De collectieve vorderingen en de standpunten over onderwerpen in de eerste fase van de procedure
BCW heeft een collectieve actie ingesteld tegen Allergan c.s.
De vorderingen van BCW, zoals opgenomen in de dagvaarding, zijn woordelijk weergegeven in de aan dit vonnis gehechte bijlage.
BCW komt met haar vorderingen op voor de personen die de Implantaten hebben of hebben gehad, door haar aangeduid als de Vrouwen. Deze groep heeft zij in acht verschillende subgroepen onderverdeeld. Kort gezegd gaat het om alle Vrouwen die een of meer Implantaten hebben of hebben gehad, en:
- -
-
met de Implantaten in Nederland wonen of hebben gewoond, en/of
- -
-
in Nederland de implantatie hebben gehad, en/of
- -
-
in Nederland een explantatie hebben gehad.
BCW vordert kort gezegd en voor zover hier relevant:
Primair, in het geval dat de WAMCA van toepassing is:
I. BCW aan te wijzen als exclusieve belangenbehartiger;
II. te bepalen dat de ‘nauw omschreven groep’ bestaat uit de Vrouwen die zij in haar dagvaarding heeft omschreven (zie onder 4.3);
III. te bepalen dat personen zowel binnen als buiten Nederland die niet willen dat hun belangen door BCW worden behartigd, dit aan de rechtbank kunnen laten weten (opt-out);
IV. een verklaring voor recht dat Allergan c.s. aansprakelijk zijn jegens de Vrouwen voor de schade veroorzaakt door de Implantaten, alsmede hoofdelijke veroordeling van Allergan c.s., tot vergoeding van verschillende categorieën van schade, te weten:
V. de explantatie (per Implantaat € 2.000) en de immateriële schade door explantatie (€ 1.000);
VI. de reconstructie (per borst € 3.300) en de immateriële schade door reconstructie (€ 1.000);
VII. subsidiair, voor zover vordering VI wordt afgewezen: de implantatie (€ 2.000);
VIII. de angst voor het krijgen van BIA-ALCL (€ 2.500 te vermeerderen met € 100 per jaar);
IX. het hebben of hebben gehad van BIA-ALCL (stadium I, II of III € 70.000 en stadium IV € 130.000) en de desbetreffende materiële schade (een in goede justitie te begroten bedrag);
X. het hebben of hebben gehad van ASIA (€ 20.000) en de desbetreffende materiële schade (een in goede justitie te begroten bedrag);
Subsidiair, in het geval de WAMCA niet van toepassing is:
XI. dezelfde verklaring voor recht als onder IV;
Subsidiair, in het geval de rechtbank Allergan c.s. niet veroordeelt tot vergoeding van de explantatie-schade:
XII. een gebod voor Allergan c.s. om – als de kosten voor de Vrouwen niet door de zorgverzekering worden gedekt – ervoor te zorgen dat de Vrouwen in staat worden gesteld om explantatie op kosten van Allergan c.s. te laten plaatsvinden;
Primair en subsidiair:
XIII. de collectieve schadeafwikkeling vorm te geven;
XIV. Allergan c.s. hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding aan BCW van de volledige buitengerechtelijke kosten, de volledige proceskosten, de volledige door BCW aan de Financier te betalen overeengekomen vergoeding en de volledige kosten van BCW die zij zal maken in het kader van de schadeafwikkeling.
Zeer kort samengevat en tot de kern beperkt legt BCW aan haar vorderingen ten grondslag dat de Implantaten gebrekkig zijn en dat Allergan c.s. als producent van de Implantaten aansprakelijk zijn op grond van productaansprakelijkheid (artikel 6:185 e.v. Burgerlijk Wetboek (BW)) en onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). De Implantaten zijn volgens BCW gebrekkig omdat deze BIA-ALCL en ASIA kunnen veroorzaken, waardoor er een potentieel veiligheidsgebrek aan deze medische hulpmiddelen kleeft.
Aan het gevorderde gebod om kort gezegd de explantatie op kosten van Allergan c.s. te laten plaatsvinden (vordering XII), legt BCW de op de producent rustende schadevoorkomingsplicht voor dreigende schade ten grondslag.
Volgens BCW zijn Allergan c.s. als producent aan te merken omdat zij de Implantaten in het verkeer hebben gebracht. Ten aanzien van de individuele gedaagden wijst zij daarbij op het volgende:
- -
-
AbbVie NL: de rechtsvoorganger Allergan B.V. was vanaf 2010 de distributeur van de Implantaten;
- -
-
AbbVie NL Holdings: in de financiële jaarstukken van Allergan B.V. over 2021 wordt verklaard dat de verantwoordelijkheid voor schade veroorzaakt door de Implantaten op de ‘parent company’ rust, en dat AbbVie NL Holdings de ‘direct parent company’ is van Allergan B.V. sinds 6 december 2021;
- -
-
AbbVie USA: uit dezelfde jaarstukken van Allergan B.V. blijkt dat AbbVie USA de ‘ultimate parent company’ is van Allergan B.V. sinds 8 mei 2020;
- -
-
Allergan UK was de wettelijke fabrikant omdat zij in het bezit was van de CE-markering van 2008 tot en met 2018;
- -
-
Allergan Ierland ULC was sinds 2015 als hoofd van het Allergan-concern verantwoordelijk en presenteerde zich daarnaast als producent door haar naam, merk en/of onderscheidingsteken op de producten aan te brengen;
- -
-
Allergan Costa Rica produceerde de Implantaten;
- -
-
Allergan Ierland Limited was vanaf 2010 importeur van de Implantaten in de Europese Economische Ruimte (EER);
- -
-
Allergan USA was tot 2015 hoofd van het Allergan-concern en presenteerde zich daarnaast als producent door haar naam, merk en/of onderscheidingsteken op de producten aan te brengen.
De rechtbank heeft bij rolbeslissing van 12 juli 2023 en bij tussenvonnis van 18 oktober 2023 een procesorde vastgesteld. Daarin is bepaald dat deze eerste fase van de procedure gaat over:
- -
-
i) de bevoegdheid van deze rechtbank,
- -
-
ii) de toepasselijkheid van de WAMCA,
- -
-
iii) de ontvankelijkheid naar oud en nieuw recht,
- -
-
iv) de overige in artikel 1018c lid 5 Rv genoemde onderwerpen,
- -
-
v) het toepasselijk recht bij de beoordeling van de vorderingen ten gronde.
De standpunten van BCW over deze onderwerpen laten zich als volgt samenvatten. Deze rechtbank is internationaal en relatief bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van BCW ingesteld ten behoeve van alle Vrouwen, de WAMCA is van toepassing op deze procedure, BCW voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten en Nederlands recht is van toepassing op haar vorderingen.
Allergan c.s. hebben in deze eerste fase nog geen inhoudelijk verweer tegen de vorderingen van BCW gevoerd. Zij hebben zich (volgens de vastgestelde procesorde) uitgelaten over de hiervoor genoemde onderwerpen. Allergan c.s. concluderen dat:
- -
-
deze rechtbank geen rechtsmacht heeft ten aanzien van de vorderingen jegens AbbVie USA en Allergan Ierland ULC en de vorderingen ten behoeve van de Vrouwen wier Implantaten in het buitenland zijn geïmplanteerd;
- -
-
uitsluitend op de vorderingen betreffende de Implantaten die in Nederland zijn geïmplanteerd en de vorderingen tegen AbbVie NL en AbbVie NL Holdings ten behoeve van Vrouwen die ten tijde van de implantatie in Nederland woonplaats hadden, Nederlands recht van toepassing is;
- -
-
de WAMCA niet van toepassing is op de vorderingen van BCW die betrekking hebben op Implantaten die vóór 15 november 2016 op de markt zijn gebracht;
- -
-
BCW niet-ontvankelijk is in haar vorderingen tot schadevergoeding en in haar vorderingen die niet door Nederlands recht worden beheerst;
- -
-
voor zover de WAMCA van toepassing is, de vorderingen van BCW jegens AbbVie USA, AbbVie NL Holdings en Allergan Ierland ULC vanwege summierlijke ondeugdelijkheid moeten worden afgewezen;
- -
-
voor zover de WAMCA van toepassing is, de nauw omschreven groep de volgende personen betreft: “alle personen die in Nederland een behandeling hebben gehad ter verkrijging van een of meer Implantaten.”
Allergan c.s. verzoeken de rechtbank:
- op grond van artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BCW te bevelen om:
o haar stellingen over de financiering schriftelijk aan Allergan c.s. toe te lichten, en daarbij in ieder geval de in randnummers 263 en 272 van de dagvaarding opgenomen vragen gemotiveerd te beantwoorden, en
o alle bescheiden die betrekking hebben op de financiering van de procedure aan Allergan c.s. over te leggen;
- -
-
subsidiair de vordering als bedoeld in artikel 843a Rv tot afgifte en het verkrijgen van inzage in de financieringsafspraken en alle bescheiden die daarop betrekking hebben, toe te wijzen;
- -
-
tussentijds hoger beroep te mogen instellen als de door haar aangevoerde standpunten worden verworpen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.