Rechtbank Amsterdam, 04-12-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:7510, 750527
Rechtbank Amsterdam, 04-12-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:7510, 750527
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 december 2024
- Datum publicatie
- 10 december 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:7510
- Zaaknummer
- 750527
Inhoudsindicatie
Is er dekking onder een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering voor aanspraken die volgen uit een vonnis? In dit geval is er geen sprake van dekking, omdat een verzekerd belang ontbreekt.
Uitspraak
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/750527 / HA ZA 24-507
Vonnis van 4 december 2024
in de zaak van
1 [eiser 1] QQ ( [erflater] VAN WIJLEN),
kantoorhoudende te [vestigingsplaats 1] (België),2. [eiser 2] QQ (FAILL. VAN [naam gefailleerde 1] B.V.),
kantoorhoudende te [vestigingsplaats 2] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: eisers,
advocaat: mr. A.Ch.H. Franken,
tegen
CHUBB EUROPEAN GROUP S.E.,
gevestigd te Courbevoie (Frankrijk),
gedaagde partij,
hierna te noemen: Chubb,
advocaat: mr. S. Tanouyat.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 mei 2024, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 24 juli 2024, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 17 oktober 2024,
- de brief van mr. Tanouyat van 25 november 2024 met opmerkingen over het proces-verbaal.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[erflater] was enig aandeelhouder en bestuurder van [naam gefailleerde 1] . [naam gefailleerde 1] was enig aandeelhouder en bestuurder van [naam gefailleerde 2] B.V.
[naam gefailleerde 2] B.V. heeft op 3 januari 2012 ten behoeve van [erflater] een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering gesloten bij Chubb via Raetsheren van Orden B.V. als tussenpersoon. Op 7 januari 2013 is bij aanhangsel overeengekomen dat [naam gefailleerde 1] de nieuwe verzekeringnemer zou zijn (in plaats van [naam gefailleerde 2] B.V.).
De polisvoorwaarden van deze verzekering bepalen, voor zover relevant, onder meer het volgende: “Artikel 1 Rubrieken
Bestuurders- en commissarisaansprakelijkheid
De maatschappij vergoedt ten behoeve van een verzekerde persoon, schade voor zover de rechtspersoon deze verzekerde persoon niet schadeloosstelt voor deze schade. (...)
Artikel 3 Uitbreidingen
Met inachtneming van alle voorwaarden en bepalingen van deze verzekering wordt tevens dekking geboden voor:
Erfgenamen, wettelijk vertegenwoordigers en rechtsopvolgers schade als gevolg van een aanspraak voor een fout van een verzekerde persoon ingediend tegen de erfgenamen, wettelijke vertegenwoordigers of rechtsopvolgers van deze verzekerde persoon die overleden is (...)
Artikel 6 Uitsluitingen
De maatschappij is niet gehouden schade te vergoeden als gevolg van een aanspraak: (...)
Fraude, opzet en persoonlijk gewin
In verband met, voortvloeiende uit of als gevolg van: (...)
(b) het feit dat de verzekerde persoon een persoonlijk gewin heeft gemaakt, beloning heeft verkregen of voordeel heeft behaald waartoe die verzekerde persoon wettelijk niet gerechtigd was. (...)
Artikel 10 Vertegenwoordiging
Door het aangaan van deze verzekering komt de verzekeringnemer met de maatschappij overeen namens alle verzekerden te handelen (...)
Artikel 11 Kennisgeving (...)
(c) Alvorens zij rechten kunnen ontlenen aan deze verzekering, verlenen de verzekerden de maatschappij alle informatie en medewerking die redelijkerwijs mag worden verlangd (...)
(d) aan deze verzekering kunnen geen rechten worden ontleend indien verzekerden de verplichtingen onder artikel 11(a) en 11(c) niet nakomen, voor zover daardoor de belangen van de maatschappij zijn benadeeld. Elk recht op uitkering komt te vervallen, indien verzekerden deze verplichtingen niet nakomen met de opzet de maatschappij te misleiden. (...)
Artikel 22 (...)
Onder verzekerde persoon wordt niet verstaan (...) een curator, bewindvoerder of een door rechtbank of gelijkwaardige instelling benoemde vereffenaar van een rechtspersoon of van de activa van een rechtspersoon. (...)”.
Op 18 maart 2014 is [naam gefailleerde 2] B.V. failliet gegaan. Op 31 maart 2015 is het faillissement van [naam gefailleerde 1] uitgesproken. [naam curator] is aangesteld als faillissementscurator van [naam gefailleerde 1] . Op 1 februari 2022 heeft [eiser 2] [naam curator] opgevolgd als faillissementscurator van [naam gefailleerde 1] .
[naam curator] heeft [erflater] op 15 juli 2015 persoonlijk aansprakelijk gesteld voor het boedeltekort dat bij [naam gefailleerde 1] bestond.
Op 9 oktober 2015 heeft [naam curator] een dagvaarding jegens [erflater] uitgebracht, waarin i) een verklaring voor recht is gevorderd dat [erflater] aansprakelijk is voor het boedeltekort van [naam gefailleerde 1] wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur door geen boekhouding en jaarrekening op te stellen en door het niet opvorderen van openstaande vorderingen uit hoofde van de rekening-courantverhouding en ii) een veroordeling van [erflater] en zijn ex-vrouw [naam 2] is gevorderd tot betaling van geldsommen die zij uit hoofde van hun rekening-courantverhouding aan [naam gefailleerde 1] schuldig waren.
Deze procedure is op 30 november 2016 verwezen naar de parkeerrol en op 5 april 2017 door de rechtbank Limburg ambtshalve doorgehaald.
Op 21 december 2016 ontving Chubb de e-mail van [erflater] dat hij een beroep doet op zijn bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. Begin 2017 heeft Chubb contact opgenomen met [erflater] om een vergadering in te plannen voor inhoudelijk overleg. Het is niet, ook niet na herinneringen van Chubb, tot een vergadering of afspraak gekomen tussen Chubb en [erflater] over zijn claim.
Bij e-mail van 11 augustus 2017 heeft Chubb [erflater] medegedeeld dat dekking onder de polis is komen te vervallen vanwege schending van de kennisgevings- en informatieverplichting van artikel 11 van de polisvoorwaarden.
Op [overlijdensdatum] 2017 is [erflater] overleden aan longkanker.
Bij brief van 20 juni 2019 heeft [naam curator] Chubb aangeschreven dat hij voornemens was de procedure weer op te brengen en voort te zetten. Tevens heeft [naam curator] in die brief Chubb verzocht om hem te informeren over de status van de afwikkeling van de schademelding door [erflater] .
Bij e-mail van 3 juli 2019 heeft Chubb gereageerd door haar afwijzing van de dekking van 11 augustus 2017 aan de curator door te sturen en bij e-mail van 5 juli 2019 heeft Chubb, na een verzoek van [naam curator] , aangegeven geen aanleiding te zien om haar standpunt te heroverwegen.
[eiser 1] is naar Belgisch recht, omdat [erflater] de laatste vijf jaar van zijn leven in België woonde, aangesteld als de vereffenaar van zijn onbeheerde nalatenschap. Zij heeft de nalatenschap van 30 oktober 2019 tot en met 11 mei 2021 beheerd. Er zijn in die periode, maar ook tot op heden, geen erfgenamen getraceerd die de nalatenschap hebben aanvaard. Alle bekende erfgenamen hebben de nalatenschap verworpen.
Bij brief van 5 januari 2021 aan Chubb heeft [naam curator] het standpunt ingenomen dat Chubb dekking moet verlenen. In die brief staat dat Chubb ook de contractspartij is van [naam gefailleerde 1] en dat Chubb zich tegenover [naam gefailleerde 1] heeft verplicht tot uitkering aan [erflater] . [naam gefailleerde 1] , thans de curator die in de plaats van [naam gefailleerde 1] is getreden, kan nu, volgens [naam curator] vorderen dat Chubb haar verplichtingen ten opzichte van (de nalatenschap van) [erflater] nakomt.
[naam curator] heeft na het overlijden van [erflater] de procedure (zie 2.6 en 2.10) voortgezet tegen de gezamenlijke erfgenamen van [erflater] . Ook na openbare oproeping hebben zich in die procedure geen erfgenamen gemeld. Bij vonnis van 28 juli 2021 heeft de rechtbank Limburg de vorderingen van [naam curator] bij verstek toegewezen.
De rechtbank heeft i) voor recht verklaard dat de gezamenlijke erfgenamen van [erflater] jegens de boedel aansprakelijk zijn voor een bedrag van de schulden voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, ii) de gezamenlijke erfgenamen van [erflater] veroordeeld tot betaling aan de curator van [naam gefailleerde 1] van een bedrag nader op te maken bij staat en iii) de gezamenlijke erfgenamen van [erflater] veroordeeld tot betaling van bedragen uit hoofde van de rekening-courantverhouding. Tegen dit oordeel zijn de gezamenlijke erfgenamen van [erflater] niet opgekomen.
Op 29 juni 2022 werd de vereffenaar, [eiser 1] , opnieuw aangesteld als de vereffenaar van de onbeheerde nalatenschap.
[eiser 1] heeft zich op 1 juli 2022 gewend tot Chubb met het verzoek te bevestigen dat Chubb dekking onder de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering verleent. Chubb heeft afwijzend geantwoord. Op 18 oktober 2023 hebben [eiser 1] en [eiser 2] gezamenlijk een aanmaning gestuurd aan Chubb, waarin zij aanspraak maken op dekking.