Rechtbank Amsterdam, 31-12-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:7926, 10892885
Rechtbank Amsterdam, 31-12-2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:7926, 10892885
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 31 december 2024
- Datum publicatie
- 7 januari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:7926
- Zaaknummer
- 10892885
Inhoudsindicatie
Dynamisch incorporatiebeding in arbeidsovereenkomst blijft van kracht voor overnemende werkgever. Vordering in reconventie van werkgever om arbeidsvoorwaarden te wijzigen via artikel 7:611 BW afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10892885 \ CV EXPL 24-837
Vonnis van 31 december 2024
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. A. Şimşek
tegen
PROTHYA BIOSOLUTIONS NETHERLANDS B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: Prothya,
gemachtigde: mrs. L.I. Hofstee en I. Zaal
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 mei 2024
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie.
De mondelinge behandeling heeft op 20 augustus 2024 plaatsgevonden. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt. [eiser] is verschenen, vergezeld van zijn gemachtigden. Namens Prothya zijn verschenen [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] , vergezeld van de gemachtigden.
Aan het einde van de zitting is door de kantonrechter bepaald dat [eiser] zich nog bij akte zal mogen uitlaten, waarop vervolgens namens Prothya kan worden gereageerd. Beide partijen hebben vervolgens een akte met producties genomen.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2 De feiten
[eiser] is met ingang van 26 augustus 2013 bij Sanquin Plasma Products B.V., de rechtsvoorganger van Prothya, in dienst getreden in de functie van schoonmaker op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het maandsalaris van [eiser] bedraagt thans € 2.028,29 bruto, excl. 8,33% vakantietoeslag, 8,33% eindejaarsuitkering, ORT en overige emolumenten, bij een arbeidsomvang van 24 uur per week. De destijds aangegane arbeidsovereenkomst bevat geen eenzijdig wijzigingsbeding als bedoeld in artikel 7:613 BW.
Prothya produceert en distribueert geneesmiddelen voor zorginstellingen en patiënten, nationaal en internationaal. Zij gebruikt geavanceerde methoden om bloedplasma te scheiden in eiwitten, die vervolgens worden verwerkt tot levensreddende geneesmiddelen voor bijvoorbeeld stollings- of afweerziekten. Bij Prothya werken ongeveer 570 medewerkers.
Prothya was voorheen onderdeel van Stichting Sanquin (hierna: Sanquin), de organisatie die in Nederland de bloedvoorziening verzorgt. In 2018 is zij verzelfstandigd en ondergebracht in Sanquin Plasma Products B.V. (hierna: SPP). Per 1 januari 2021 zijn de aandelen van SPP overgedragen aan Prothya.
Door overgang van onderneming (artikel 7:662 e.v. BW) zijn de werknemers van SPP overgegaan naar Prothya. [eiser] is één van deze werknemers.
Op de arbeidsovereenkomst die [eiser] destijds met Sanquin is aangegaan is de cao Sanquin van toepassing verklaard. In artikel 16 van de arbeidsovereenkomst is een zogenaamd dynamisch incorporatiebeding opgenomen dat luidt als volgt:
“De CAO zoals deze luidt of zal komen te luiden en de krachtens die CAO vastgestelde
arbeidsvoorwaarden vormen met deze arbeidsovereenkomst één geheel.”
Bij de overname door Prothya in 2021 zijn procesafspraken gemaakt tussen
Prothya en de vakbonden CNV en FNV. Onderdeel van deze afspraken is dat Prothya na de
aandelenoverdracht de cao Sanquin met een looptijd van 1 april 2019 tot 31 december 2020 (hierna: de Cao) blijft toepassen op de werknemers die reeds voor de verzelfstandiging in dienst waren van SPP. Volgens deze afspraken blijft de Cao van toepassing op deze medewerkers zolang er geen nieuwe cao is.
Prothya is in februari 2023 een arbeidsvoorwaardenregeling (hierna: AVR) overeengekomen met de ondernemingsraad. De nieuwe AVR is per 1 januari 2023 ingevoerd. Aan de werknemers is gevraagd om vóór 31 maart 2023 een keuze te maken tussen de Cao en de AVR. Daarbij heeft Prothya te kennen gegeven dat zij niet gehouden is de opvolgende versies van de Cao toe te passen. [eiser] heeft laten weten te kiezen voor de Cao.
Ter zitting is namens Protya meegedeeld dat ongeveer 95% van de werknemers heeft gekozen voor de AVR. [eiser] behoort tot de 5% die voor de Cao kiest.
Nadat Prothya is verzelfstandigd is bij Sanquin twee keer een nieuwe cao overeengekomen tussen Sanquin en de vakbonden. Het gaat om de cao Sanquin met een looptijd van 1 januari 2021 tot 1 januari 2023 en de cao Sanquin met een looptijd van 1 januari 2023 tot 1 januari 2024.
Prothya heeft in 2021 en 2022 het salaris van alle medewerkers conform de AVR geïndexeerd, ook dat van [eiser] . Vanaf 2023 is dat bij hem niet meer het geval. Zijn salaris is sindsdien “bevroren”.
3 Het geschil
[eiser] vordert, samengevat:
- -
-
te verklaren voor recht dat als gevolg van het dynamisch incorporatiebeding van artikel 16 van de arbeidsovereenkomst Prothya gehouden is de huidige evenals alle toekomstige versies van de Cao na te leven, zolang de arbeidsvoorwaarden tussen partijen rechtens niet zijn aangepast;
- -
-
Prothya te veroordelen het salaris met ingang van 1 februari 2023 te verhogen naar € 2.129,70 bruto per maand en het daarbij behorende achterstallig salaris, te weten
€ 912,69 bruto, te voldoen binnen 10 dagen na het in deze te wijzen vonnis, vermeerderd met de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW ter grootte van 50% en de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
- -
-
Prothya te veroordelen het salaris met ingang van 1 november 2023 te verhogen naar € 2.236,19 bruto per maand en het daarbij behorende achterstallig salaris tot op heden te voldoen binnen 10 dagen na het in deze te wijzen vonnis, vermeerderd met de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW ter grootte van 50% en de wettelijke rente vanaf dag van de dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
- -
-
Prothya te veroordelen het Keuzebudget respectievelijk per 1 februari 2023 en per 1 november 2023 naar rato van de salarisverhogingen, te weten telkens 5%, te verhogen binnen 10 dagen na het in deze te wijzen vonnis en onder verbeurte van een dwangsom;
- -
-
Prothya te veroordelen tot het opnieuw berekenen van de uit te betalen ORT over de periode 1 februari 2023 tot en met heden, rekening houdend met de salarisverhogingen per 1 februari 2023 en 1 november 2023, binnen 10 dagen na het in deze te wijzen vonnis en onder verbeurte van een dwangsom;
- -
-
Prothya te veroordelen tot het betalen van het hiervoor berekende bedrag aan ORT
met de eerst volgende salarisronde volgend op het in deze te wijzen vonnis en vermeerderd met de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW ter grootte van 50% en de wettelijke rente vanaf dag van de dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
- alles, met veroordeling van Prothya in de kosten van het geding.
[eiser] voert daartoe, samengevat, aan dat hij onverkort aanspraken kan ontlenen aan de Cao, nu sprake is van een dynamisch incorporatiebeding, dat ook na overgang naar Prothya van toepassing is gebleven.
Prothya voert verweer, welk verweer, voor zover van belang voor de te nemen beslissing, hierna aan de orde komt. Ook stelt Prothya een voorwaardelijke reconventionele vordering in. Voor zover de kantonrechter van oordeel is dat Prothya op basis van het
dynamisch incorporatiebeding in de arbeidsovereenkomst van [eiser] verplicht is de opvolgende Cao’s toe te passen, verzoekt Prothya de kantonrechter voor recht te verklaren dat zij gerechtigd is op de voet van artikel 7:611 BW de arbeidsovereenkomst met [eiser] eenzijdig te wijzigen in die zin dat de AVR op de arbeidsovereenkomst tussen Prothya en [eiser] van toepassing is, vanaf 1 januari 2023, althans vanaf het moment van het vonnis in deze zaak, en dat Prothya niet gehouden is de arbeidsvoorwaarden uit de opvolgende Cao’s toe te passen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding.
[eiser] voert in lijn met zijn vordering in conventie verweer tegen de vordering in reconventie. Dat verweer zal hierna, voor zover van belang voor de te nemen beslissing, worden besproken.