Rechtbank Amsterdam, 10-12-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10090, 778323
Rechtbank Amsterdam, 10-12-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10090, 778323
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 december 2025
- Datum publicatie
- 21 januari 2026
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:10090
- Zaaknummer
- 778323
Inhoudsindicatie
kort geding. bankgarantie (NVB of Rotterdams model) die pas kan worden ingeroepen na een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is niet voldoende zekerheid. opheffing conservatoir beslag afgewezen,
Uitspraak
Civiel recht, voorzieningenrechter civiel
Zaaknummer: C/13/778323 / KG ZA 25-908 NB/MAH
Vonnis in kort geding van 10 december 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ARTEMIS ITS GMBH,
te Düsseldorf (Duitsland),
eisende partij bij dagvaarding van 17 november 2025,
hierna te noemen: Artemis,
advocaat: mr. P. van Boxtel,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. R. de Mooij.
1 De procedure
Bij de zitting op 26 november 2025 waren aanwezig:
- aan de kant van Artemis: [naam 1] (gevolmachtigd werknemer) met mr. Van Boxtel,
- aan de kant van [gedaagde] : [naam 2] en [naam 3] (eigenaars-bestuurders) met mr. de Mooij.
Tijdens de zitting heeft Artemis de dagvaarding toegelicht en heeft [gedaagde] verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag.
2 De feiten
[gedaagde] heeft in opdracht van Artemis vanaf 2021 werkzaamheden verricht voor diverse grote glasvezelprojecten.
Op verzoek van [gedaagde] heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank op 9 oktober 2025 verlof verleend voor het ten laste van Artemis leggen van conservatoire derdenbeslagen wegens door Artemis onbetaalde facturen uit 2024 en 2025 tot een bedrag van in totaal € 394.765,18. Daarbij is de vordering van [gedaagde] begroot op € 503.718,21.
Op 14 oktober 2025 zijn de beslagen gelegd onder een aantal derden. Vervolgens hebben (de advocaten van) partijen gecorrespondeerd over de mogelijkheid van opheffing van de beslagen tegen verstrekking van een bankgarantie.
Op 30 oktober 2025 heeft de advocaat van Artemis een concept-bankgarantie van de Rabobank aan de advocaat van [gedaagde] gezonden, met het verzoek te bevestigen dat de beslagen zullen worden opgeheven na het verstrekken van de bankgarantie.
Later die dag heeft de advocaat van [gedaagde] per e-mail geantwoord dat in het concept van de bankgarantie staat dat [gedaagde] de garantie alleen met recht kan inroepen indien er een uitspraak is die kracht van gewijsde heeft en dat [gedaagde] met die voorwaarde niet akkoord gaat. Zij “wil de reguliere weg van artikel 704 Rv volgen, in die zin dat indien er voor cliënte een positief vonnis volgt, het door de rechtbank toegewezen bedrag dient te worden voldaan uit de bankgarantie, ook al komen uw cliënten van dat vonnis in hoger beroep.”
Vervolgens hebben (de advocaten van) partijen hierover nog gecorrespondeerd, maar zij zijn niet tot een oplossing gekomen.
[gedaagde] heeft op 10 november 2025 bij deze rechtbank de dagvaarding in de hoofdzaak uitgebracht.
3 Het geschil
Artemis vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. de opheffing van het onder Open Dutch Fiber B.V. gelegde beslag, dan wel opheffing voor het deel boven € 503.700,00, althans boven een in goede justitie te bepalen bedrag, dan wel [gedaagde] te gebieden dit conservatoire derdenbeslag op te heffen op straffe van een dwangsom, tegen afgifte van het origineel van de in de dagvaarding als productie 11 omschreven bankgarantie door Artemis aan [gedaagde] dan wel onder in goede justitie te bepalen nadere voorwaarden;
II. [gedaagde] te veroordelen om binnen 12 uur na het vonnis schriftelijk mededeling van de opheffing te doen aan Open Dutch Fiber B.V;
III. aan de onder I. en II. bedoelde veroordelingen dwangsommen te verbinden;
IV. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
Artemis legt aan de vorderingen, samengevat, het volgende ten grondslag. Zij betwist € 394.765,18 schuldig te zijn, maar in afwachting van de discussie daarover in de bodemprocedure kiest zij voor het aanbieden van vervangende zekerheid in de vorm van een bankgarantie ter opheffing van het beslag. Zij heeft [gedaagde] een standaardbankgarantie (het NVB-model) aangeboden. Die kan worden ingeroepen zodra de vordering is toegewezen in een uitspraak met kracht van gewijsde. Dat is voldoende zekerheid en het beslag dient dus te worden opgeheven. [gedaagde] eist echter ten onrechte een bankgarantie die al uitkeert bij een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
[gedaagde] voert, samengevat, het volgende verweer. Uit de overgelegde producties blijkt dat Artemis gedurende lange tijd betalingen aan [gedaagde] heeft getraineerd, onder meer door geen inkooporders te sturen, waardoor het factureren onmogelijk werd gemaakt. [gedaagde] wil niet nog een paar jaar wachten tot Artemis haar betaalt waarop zij recht heeft, voor werk dat al lang en breed is uitgevoerd. Dat is onder meer de reden dat [gedaagde] niet akkoord wil gaan met een bankgarantie die pas kan worden ingeroepen bij een uitspraak die kracht van gewijsde heeft.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.