Home

Rechtbank Amsterdam, 12-12-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10358, 11803494 \ CV EXPL 25-9880

Rechtbank Amsterdam, 12-12-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10358, 11803494 \ CV EXPL 25-9880

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12 december 2025
Datum publicatie
28 januari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:10358
Zaaknummer
11803494 \ CV EXPL 25-9880

Inhoudsindicatie

Gedaagde heeft eiser als makelaar ingeschakeld om een nieuwe huurder te vinden. Eiser vindt een huurder en brengt na afloop courtage in rekening. Gedaagde betwist dat zij deze verschuldigd is en ook de hoogte. De kantonrechter wijst de vordering grotendeels toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11803494 \ CV EXPL 25-9880

Vonnis van 12 december 2025

in de zaak van

GA MAKELAARS B.V.,

gevestigd in Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: GA Makelaars,

gemachtigde: mr. M.J. Sarfaty,

tegen

[gedaagde] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. V.J. Verhulst.

1 Samenvatting

1.1.

[gedaagde] heeft jaren een bedrijfsruimte gehuurd. Door tegenvallende omzetten en een oplopende huurachterstand heeft [gedaagde] de verhuurder op enig moment verzocht om in te stemmen met de vroegtijdige beëindiging van de huurovereenkomst. De verhuurder heeft hierop geantwoord dat hij daartoe alleen bereid was als [gedaagde] zelf een nieuwe huurder zou aandragen. [gedaagde] heeft hiervoor GA Makelaars ingeschakeld. Na bemoeienis van GA Makelaars heeft de verhuurder een nieuwe huurder gevonden en is de huurovereenkomst met [gedaagde] vroegtijdig beëindigd. GA Makelaars heeft vervolgens een courtage van € 9.438 aan [gedaagde] gefactureerd. [gedaagde] heeft deze factuur niet voldaan, omdat zij vindt dat zij daartoe niet verplicht is en de hoogte ervan niet klopt. GA Makelaars vordert in deze procedure betaling van [gedaagde] van € 9.438, vermeerderd met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten.

1.2.

De kantonrechter komt in dit vonnis tot het oordeel dat de vordering van GA Makelaars grotendeels toewijsbaar is, namelijk voor een bedrag van € 8.712. Ook de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, zij het dat de buitengerechtelijke incassokosten worden begroot op € 40 in plaats van het gevorderde bedrag van € 846,90.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 9 juli 2025 met producties;

- de conclusie van antwoord van 21 augustus 2025 met producties;

- het tussenvonnis van 4 september 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

- de brief met twee aanvullende producties van GA Makelaars van 7 november 2025;

- de mondelinge behandeling van 17 november 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt die aan het dossier zijn toegevoegd, en een tijdens de mondelinge behandeling door GA Makelaars overgelegde productie.

3 De feiten

3.1.

GA Makelaars exploiteert een makelaarskantoor dat bemiddelt bij de handel, huur en verhuur van onroerende goederen.

3.2.

[gedaagde] exploiteert een onderneming die zich bezighoudt met onder meer elektrische installaties en dakrenovaties. [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is de bestuurder en aandeelhouder van [gedaagde] .

3.3.

[gedaagde] heeft vanaf 1 januari 2021 van [naam 2] (hierna: [naam 2] ) een bedrijfsruimte gehuurd op grond van een huurovereenkomst met een looptijd tot en met 31 december 2025.

3.4.

De omzet van [gedaagde] is in 2024 flink teruggelopen, waardoor een huurachterstand is ontstaan. [gedaagde] heeft op enig moment aan [naam 2] gevraagd om in te stemmen met de vroegtijdige beëindiging van de huurovereenkomst. [naam 2] heeft daarop geantwoord dat hij daartoe alleen bereid is als [gedaagde] een nieuwe huurder zou vinden.

3.5.

Op aanraden van [naam 2] heeft [gedaagde] vervolgens GA Makelaars ingeschakeld. [gedaagde] heeft GA Makelaars opdracht gegeven om een nieuwe huurder te vinden tegen betaling van opstartkosten en, indien uiteindelijk een huurovereenkomst tot stand komt, een courtagevergoeding. In de overeenkomst tussen [gedaagde] en GA Makelaars is over de hoogte van de courtagevergoeding het volgende opgenomen:

“Ingangsdatum huurovereenkomst voor of op 01 januari 2025, 16% te rekenen over de jaarhuur exclusief btw. Voor iedere maand later dat de huurovereenkomst ingaat na 01 januari 2025 wordt de courtage verlaagd met 1%. Bijvoorbeeld de huurovereenkomst gaat in op 01 maart 2025, de courtage is alsdan 14% te rekenen over de jaarhuur.”

3.6.

De gemachtigde van [naam 2] heeft [gedaagde] bij brief van 24 maart 2025 gesommeerd om binnen zeven dagen een bedrag van € 18.105,48 aan achterstallige huur, servicekosten, contractuele boete en buitengerechtelijke incassokosten te voldoen.

3.7.

[gedaagde] en [naam 2] hebben op 2 april 2025 een huurbeëindigingsovereenkomst gesloten op grond waarvan de huurovereenkomst per 8 april 2025 met wederzijds goedvinden is beëindigd.

3.8.

[naam 2] heeft op 29 april 2025 met een nieuwe huurder een huurovereenkomst met een ingangsdatum van 1 mei 2025 gesloten.

3.9.

GA Makelaars heeft per factuur van 7 mei 2025 bij [gedaagde] een courtagevergoeding van € 9.438 in rekening gebracht.

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing