Home

Rechtbank Amsterdam, 04-04-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2449, C13/25/113-F

Rechtbank Amsterdam, 04-04-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2449, C13/25/113-F

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
4 april 2025
Datum publicatie
17 april 2025
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:2449
Zaaknummer
C13/25/113-F

Inhoudsindicatie

Insolventierecht, faillietverklaring, bevoegdheid rechtbank, COMI, misbruik van recht

Uitspraak

Afdeling privaatrecht

faillissementsnummer: C/13/25/113F

Ter griffie van deze rechtbank is op 4 november 2024 een verzoekschrift met rekestnummer C/13/7458985 / FT RK 24.1004 ingekomen van:

1 Redwood Master Fund, Ltd,

gevestigd te Kaaimaneilanden,

2. Redwood Drawdown Master Fund III, LP,

gevestigd te Kaaimaneilanden,

3. Moneda Deuda Latinoamericana Fondo de Inversión

gevestigd te Santiago de Chili (Chili),

4. Moneda Luxembourg Sicav-Latam Corporate Credit Fund,

gevestigd te Luxemburg (Luxemburg),

5. Moneda LATAM High yield credit fund PLC,

gevestigd te Dublin (Ierland),

6. Moneda Latin American Corporate Debt,

gevestigd te Kaaimaneilanden,

7. Moneda USA Collective Investment Trust - Moneda Latam Credit CIT,

gevestigd te Oaks, Pennsylvania (Verenigde Staten),

8. Newquest LLC,

kantoorhoudende te Bloomfield, Connecticut (Verenigde Staten),

9. Healthspring Life & Health Insurance Company Inc,

kantoorhoudende te Bloomfield (Verenigde Staten),

10. CIGNA Health & Life Insurance Company,

kantoorhoudende te Bloomfield, Connecticut (Verenigde Staten),

11. Contrarion Emerging Markets, LP,

kantoorhoudende te Greenwich, Connecticut, (Verenigde Staten),

hierna gezamenlijk te noemen: Ad Hoc Group of Noteholders (AHG),

advocaten: mrs. L.P. Kortmann, A.J.C.M. Meijs en C.M.A. Knoben.

Het verzoek strekt tot faillietverklaring van:

de besloten vennootschap

[gefailleerde] B.V.,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [kvk-nummer] ,

hierna te noemen: [gefailleerde] ,

advocaten: mrs. E.R. Meerdink, F.J.M. Hengst, C.D. Veldman en T.L. Ticheloven.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:

-

het verzoekschrift van AHG van 1 november 2024, met bijlagen;

-

de aanvullende akte op het verzoekschrift tot faillietverklaring tevens voorwaardelijk verzoekschrift tot afwijzing surseance van betaling van AHG, met bijlagen,

-

het verweerschrift van [gefailleerde] van 31 maart 2025, met bijlagen;

-

de brief van 31 maart 2025 van mr. Meijs namens AHG, met één bijlage;

-

de akte overlegging aanvullende bijlage van [gefailleerde] van 1 april 2025;

-

de spreekaantekeningen van mrs. Kortmann, Meijs en Van de Loo;

-

de spreekaantekeningen van mrs. Hengst en Van der Veen.

1.2.

Het verzoekschrift is op 1 april 2025 behandeld. Daarbij zijn ter zitting verschenen:

aan de zijde van AHG:

- mrs. L.P. Kortmann, D.M. van de Loo en A.J.C.M. Meijs, advocaten te Amsterdam,

aan de zijde van [gefailleerde] :

- mrs. F.J.M. Hengst en P. van der Veen,

namens het bestuur van [gefailleerde] :

- mrs. V.R. Vroom en A.J. Dunki Jacobs.

(Tevens was het mogelijk om via een videoverbinding de mondelinge behandeling te volgen. De personen die middels de videoverbinding aanwezig waren hebben allen niet het woord gevoerd.)

2 De feiten

2.1.

[gefailleerde] is een financieringsmaatschappij binnen een groep vennootschappen waarvan [moedervennootschap] S.A. de uiteindelijke moedervennootschap is. De [naam groep] richt zich primair op de fabricage en handel in cement.

2.2.

In 2014 heeft [gefailleerde] obligaties naar het recht van New York (Notes) uitgegeven, waarvan momenteel nog een bedrag van circa USD 750 miljoen openstaat. Op 17 juli 2024 zijn de Notes integraal opeisbaar geworden en sinds dat moment kunnen individuele obligatiehouders aanspraak maken op betaling en zelfstandig rechtsmaatregelen nemen om betaling af te dwingen.

2.3.

AHG houden op dit moment Notes met een totale nominale waarde van USD 382,989,000. Dat is circa 67,74 % van het totale bedrag aan uitstaande Notes. Verzoekers zijn tot op heden niet betaald.

2.4.

Op 17 juli 2024 heeft [gefailleerde] een WHOA-traject gestart door deponering van een startverklaring. Bij beschikking van 31 juli 2024 heeft deze rechtbank een afkoelingsperiode voor vier maanden ex art. 376 Fw afgekondigd en een observator ex art 380 lid 1 Fw benoemd. De afkoelingsperiode is bij beschikking van 5 december 2024 met drie maanden verlengd. Op 6 maart 2025 heeft de observator middels een zienswijze de rechtbank op de hoogte gesteld dat een akkoord niet haalbaar is. Bij beschikking van 21 maart 2025 heeft de rechtbank de aanstelling van de observator ingetrokken.

2.5.

Op 16 september 2024 heeft de [naam groep] , namens de daartoe behorende entiteiten waaronder [gefailleerde] , een zogenaamd EJ-plan (recuperação extrajudical) bij de Braziliaanse rechter ingediend waarmee zij beoogde een akkoord aan haar schuldeisers aan te bieden, waaronder AHG. De EJ-procedure is op 3 december 2024 omgezet in een RJ procedure (recuperação judicial).

2.6.

Op 31 maart 2025 heeft de United States Bankruptcy Court Southern District of New York op verzoek van de [naam groep] , waaronder [gefailleerde] , de RJ procedure als Foreign Main Proceeding erkend en bepaald dat alle entiteiten betrokken bij deze RJ-procedure voor (for the purpose of) de Chapter 15-procedure hun COMI in Brazilië hebben.

3 De beoordeling

4 De beslissing