Home

Rechtbank Amsterdam, 02-05-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2936, C/13/766073 / KG ZA 25-177

Rechtbank Amsterdam, 02-05-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2936, C/13/766073 / KG ZA 25-177

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
2 mei 2025
Datum publicatie
13 mei 2025
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:2936
Zaaknummer
C/13/766073 / KG ZA 25-177

Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering tot het bewaren van gegevens, hangende een WAMCA-procedure toegewezen. Aanzienlijk risico dat gegevens worden verwijderd. Ontvankelijkheid inzagevordering in kort geding tijdens aanhangige bodemprocedure op grond van het nieuwe bewijsrecht. Vordering verstrekken overzicht van klanten toegewezen.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/766073 / KG ZA 25-177 EAM/JD

Vonnis in kort geding van 2 mei 2025

in de zaak van

de stichting

[naam stichting] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres bij dagvaardingen op verkorte termijn van 21 maart 2025,

advocaat mr. Chr.A. Alberdingk Thijm te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SFDC NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. rechtspersoon naar vreemd recht

SALESFORCE, INC.,

gevestigd te San Francisco,

gedaagden,

advocaat mr. G.H. Potjewijd te Amsterdam.

Eiseres zal hierna [eiseres] worden genoemd. Gedaagden zullen hierna afzonderlijk SFDC en Salesforce, Inc, en gezamenlijk ook Salesforce worden genoemd.

1 De procedure

Ter zitting van 17 april 2025 heeft [eiseres] de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. Salesforce heeft verweer gevoerd aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben producties en een pleitnota ingediend.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de kant van [eiseres] :

-

mr. Alberdingk Thijm;

-

mr. N.S.G. de Bruijn;

-

[naam 1] , voorzitter van [eiseres] ;

-

[naam 2] , bestuurslid van [eiseres] ;

aan de kant van Salesforce:

-

mr. Potjewijd;

-

mr. M.E. van Dam;

-

mr. D.J.B. Hereijgers.

Vonnis is (na uitstel van een dag) bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is op 29 mei 2020 opgericht met als doel het beëindigen van de grootschalige, onrechtmatige verwerkingen van persoonsgegevens van internetgebruikers en de daarmee gepaard gaande schending van hun privacy rechten, en om genoegdoening voor haar achterban te verkrijgen.

2.2.

Salesforce, Inc. en SFDC maken onderdeel uit van een internationaal opererend technologieconcern op het gebied van (onder meer) bedrijfssoftware voor

klantrelatiebeheer. Het hoofdkantoor van het Salesforce concern, Salesforce, Inc. (voorheen: Salesforce.com, Inc.) is gevestigd in de Verenigde Staten. SFDC is een gelieerde onderneming en verleent diensten op het gebied van softwareapplicaties teneinde organisaties te ondersteunen bij het beheer van relatiegegevens en documenten.

2.3.

Salesforce bood tot (in ieder geval) februari 2024 het softwareproduct Audience Studio aan. Dit betreft een Data Management Platform (DMP) waarmee haar klanten via cookies online gegevens kunnen verzamelen, opslaan, ordenen en analyseren.

2.4.

Bij dagvaarding van 14 augustus 2020 heeft [eiseres] Salesforce en Oracle (een ander softwarebedrijf) gedagvaard in een WAMCA-procedure (collectieve actie). In die procedure stelt [eiseres] (kort gezegd en voor zover hier van belang) dat Salesforce onrechtmatig heeft gehandeld door een third party cookie met de naam “_kuid_” op de randapparatuur van haar achterban te plaatsen en met behulp daarvan, in strijd met de Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG) en de Telecommunicatieweg (Tw), persoonsgegevens te verwerken. Bij vonnis van 29 december 2021 heeft deze rechtbank [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen. [eiseres] is in hoger beroep gegaan. Bij tussenarrest van 18 juni 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam overwogen dat [eiseres] ontvankelijk is in haar vorderingen, een regiezitting gelast en iedere verdere beslissing aangehouden.

2.5.

Op 5 augustus 2024 heeft een regiezitting plaatsgevonden. (De advocaat van) Salesforce heeft, blijkens het proces-verbaal van die zitting, toen als volgt verklaard.

“(...) Het in de dagvaarding beschreven product van Salesforce is Audience Studio. Audience Studio is helemaal gestopt per 1 februari 2024 en bestaat niet meer. De kuid-cookies, waar het om gaat, worden niet meer geplaatst en niet meer onderhouden. Het is mogelijk dat er nog cookies op het internet rondzwerven die door klanten zijn geplaatst, maar deze leiden nergens meer toe. Deze worden niet meer uitgelezen. De cookies hebben een tevoren bepaalde levensduur van 180 dagen, daarna vloeien ze weg. Wat dat betreft is er geen urgentie meer, en gaat het alleen om gedragingen van Salesforce in het verleden. (...)”

Aan het slot van de zitting heeft het Hof partijen in overweging gegeven om onderling afspraken te maken over het veiligstellen van gegevens.

2.6.

Bij brief van 18 september 2024 heeft [eiseres] Salesforce gevraagd om bevestiging dat zij informatie die in een later stadium van de procedure als bewijs kan dienen daadwerkelijk zal bewaren. De brief bevat een niet-uitputtende opsomming van informatie die Salesforce volgens [eiseres] zou moeten bewaren.

2.7.

Bij arrest van 24 september 2024 heeft het gerechtshof het vonnis van deze rechtbank vernietigd. [eiseres] is alsnog ontvankelijk in haar vorderingen verklaard en de zaak is ter verdere afdoening teruggewezen naar deze rechtbank.

2.8.

Bij brief van 11 oktober 2024 heeft Salesforce (voor zover hier van belang) als volgt gereageerd op de brief van 18 september 2024.

“(...) Salesforce can confirm that it will preserve evidence that exists and that it deems relevant and reasonably capable of being preserved in light of Salesforce's evidentiary position in the context of the proceedings.

However, your request for data preservation is based on an incorrect and incomplete understanding of Audience Studio and the functioning of cookies. (...)

(...)

2. Salesforce is also not a data controller. Rather, Salesforce is the software

developer of the program Audience Studio, a data management platform (DMP)

where its customers could organize and manage their data and interactions with

internet users. Salesforce did not determine the purposes and means of data

processing via the "_kuid_"-cookie in the Audience Studio environment. These

decisions were made solely by individual customers (website owners)

themselves.

3. Consequently, Salesforce does not have the information and evidence requested

by [eiseres] . Salesforce did not itself place cookies, but merely provided a DMP. The

storage of customer data entered into Audience Studio was hosted by a third

party provider. Customers retained their own data within their separate configuration of Audience Studio and/or on the Salesforce platform. In other

words, Salesforce was not in any way involved in its customers' interactions with

internet users. (...)”

2.9.

Bij e-mail van 11 oktober 2024 heeft [eiseres] Salesforce gevraagd te antwoorden op de volgende specifieke vragen.

“(...) 1) To which service(s), if any, did Salesforce advise its customers to migrate after the retirement of Audience Studio?

2) Did Salesforce retain the (customer) data associated with the Audience Studio, including the ID's associated with the cookies “_kuid_”?(...)”

2.10.

Bij e-mail van 15 oktober 2024 heeft Salesforce (voor zover hier van belang) als volgt gereageerd.

“(...)We inform you that Salesforce does not see reason to further discuss this topic with [eiseres] at this stage of the proceedings. We refer you to the contents of our letter dated 11 October 2024.(...)”

2.11.

Op 20 december 2024 zijn Salesforce en Oracle in cassatie gegaan tegen het arrest van 24 september 2024. In februari 2025 heeft [eiseres] op haar beurt incidenteel cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad heeft de datum voor schriftelijke toelatingen bepaald op 27 juni 2025. De procedure bij deze rechtbank bevindt zich op dit moment op de parkeerrol, in afwachting van de procedure bij de Hoge Raad.

2.12.

Bij brief van 17 februari 2025 heeft [eiseres] Salesforce gesommeerd om (kort gezegd) verdere informatie te verstrekken, relevante cookie ID’s en bijbehorende informatie te bewaren gedurende de procedure, voor zover derden deze informatie hebben opgeslagen: opgave te doen van wie die derden zijn, en voor zover de betreffende gegevens onomkeerbaar zouden zijn verwijderd: bewijs daarvan te verstrekken.

2.13.

Bij brief van 21 februari 2025 heeft Salesforce (voor zover hier van belang) als volgt gereageerd.

“(...) Salesforce's position remains as outlined in our previous correspondence (...).

2.14.

[eiseres] heeft een rapport ingediend van 6 maart 2025, van een onderzoek dat Motivaction in week 38 van 2024 in haar opdracht heeft verricht. Uit dit rapport blijkt dat 76,32% van de Nederlandse bevolking tussen de 18 en 70 jaar die zich met enige regelmaat op het internet begeeft, een cookie van Salesforce geplaatst heeft gekregen. Verder blijkt uit het rapport dat 0.88% van de deelnemers een _kuid_ cookie geplaatst heeft gekregen.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis en met veroordeling van Salesforce in de proceskosten, dat:

3.2.

[eiseres] legt aan haar vorderingen (samengevat) het volgende ten grondslag. Ten aanzien van het gevorderde gebod (vordering i) beroept [eiseres] zich in de eerste plaats op het maatschappelijke belang van waarheidsvinding zoals dat onder meer voortvloeit uit artikel 21 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv). Het verduisteren of vernietigen van bewijs in het kader van een lopende procedure is in strijd met dit fundamentele belang. [eiseres] beroept zich daarnaast op analoge toepassing van regels van conservatoir beslagrecht, zoals bepaald in artikelen 205 en 206 Rv.

3.3.

Ten aanzien van de gevorderde inzage in andere Salesforce producten en diensten (vordering ii) en het gevorderde overzicht van (voormalige) klanten van Salesforce (vordering iv), beroept [eiseres] zich op het inzagerecht, zoals bepaald in artikel 195 jo. 194 Rv (nieuw) en de maatschappelijke zorgvuldigheid (artikel 6:162 BW).

3.4.

Indien Salesforce zich op het standpunt stelt dat de Cookie ID’s en daaraan gekoppelde informatie niet meer traceerbaar zouden zijn, vordert [eiseres] dat een deskundige wordt benoemd op grond van artikel 186 lid 1 Rv en Saleforce een overzicht verstrekt van (voormalige) klanten van Saleforce

3.5.

Salesforce voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing