Rechtbank Amsterdam, 15-01-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:313, C/13/739486 / HA ZA 24-1 en C/13/745042 / HA ZA 24-54
Rechtbank Amsterdam, 15-01-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:313, C/13/739486 / HA ZA 24-1 en C/13/745042 / HA ZA 24-54
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 15 januari 2025
- Datum publicatie
- 16 januari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:313
- Zaaknummer
- C/13/739486 / HA ZA 24-1 en C/13/745042 / HA ZA 24-54
Inhoudsindicatie
Collectieve actie (WAMCA). Twee stichtingen voeren elk een collectieve actie tegen Google over de wijze waarop Google persoonsgegevens van gebruikers verzamelt en verwerkt. De rechtbank oordeelt in dit tussenvonnis dat beide stichtingen ontvankelijk zijn in de zin van de WAMCA.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht
vonnis van 15 januari 2025
in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/13/739486 / HA ZA 24-1
en in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/13/745042 / HA ZA 24-54
van
(in de zaak HA ZA 24-1)
de stichting
STICHTING BESCHERMING PRIVACYBELANGEN,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaat mr. J.H. Lemstra te Amsterdam,
en
(in de zaak HA ZA 24-54)
de stichting
STICHTING MASSASCHADE & CONSUMENT,
gevestigd te Oegstgeest,
eiseres,
advocaat mr. V.A. Zwaan te Amsterdam,
tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
ALPHABET INC.,
gevestigd te Californië, Verenigde Staten van Amerika,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
GOOGLE LLC,
gevestigd te Californië, Verenigde Staten van Amerika,
3. de rechtspersoon naar het recht van Ierland
GOOGLE IRELAND LIMITED,
gevestigd te Dublin, Ierland,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GOOGLE NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagden,
advocaat mr. M.H. de Boer te Amsterdam,
Partijen zullen hierna SBP, SMC en Google worden genoemd.
De zaak in het kort
In deze collectieve actie staat centraal de rechtmatigheid van de verzameling en verwerking van persoonsgegevens door Google als een persoon een dienst of product van Google gebruikt. In deze fase gaat het over de ontvankelijkheid van de eisende stichtingen en de procesfinanciering van die stichtingen.
Dit vonnis is als volgt opgebouwd:
-
De procedure. Hier staat welke proceshandelingen er tot aan dit vonnis zijn verricht en welke onderwerpen in dit vonnis wel en niet worden behandeld.
-
De feiten die van belang zijn voor de ontvankelijkheid van SBP en SMC.
-
Het geschil. Hier zijn de vorderingen en de inhoudelijke standpunten van SBP en SMC kort weergegeven en hierin staan de standpunten van partijen over de ontvankelijkheid van SBP en SMC.
-
Rechtsmacht van de Nederlandse rechter. Hier oordeelt de rechtbank dat zij bevoegd is om deze zaak te behandelen.
-
Toepasselijk collectief actierecht. Hier bepaalt de rechtbank dat op de vorderingen van SBP en SMC het nieuwe collectieve actierecht van toepassing is.
-
Moment van toetsing aan de ontvankelijkheidseisen van de WAMCA. Hier bepaalt de rechtbank dat het toetsingsmoment voor de ontvankelijkheid ligt ten tijde van dit vonnis en niet ten tijde van de dagvaardingen.
-
Gelijksoortige belangen (artikel 3:305a lid 1 BW). Hier oordeelt de rechtbank dat de door SBP en SMC ingestelde vorderingen voldoen aan het gelijksoortigheidsvereiste.
-
Waarborgvereiste representativiteit (artikel 3:305a lid 2 BW). Hier oordeelt de rechtbank dat SBP en SMC representatief zijn als belangenbehartiger voor de personen voor wie zij willen opkomen.
-
Gewaarborgde belangen (artikel 3:305a lid 2 onder a tot en met f BW). Hier oordeelt de rechtbank dat SBP en SMC voldoen aan de vereisten van artikel 3:305a lid 2 BW.
-
Ontvankelijkheidseisen uit artikel 3:305a lid 3 BW. Hier oordeelt de rechtbank dat SBP en SMC voldoen aan de vereisten van dit artikel.
-
Tussenconclusie over ontvankelijkheidseisen uit artikel 1018c lid 5 aanhef en onder a Rv (en artikel 3:305a lid 1 tot en met lid 3 BW).
-
Een collectieve actie is effectiever en efficiënter (artikel 1018c lid 5 onder b Rv).
-
De vorderingen zijn niet summierlijk ondeugdelijk (artikel 1018c lid 5 onder c Rv).
-
Afsluitende overwegingen en voortgang van de procedure.
-
De beslissing.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding ex artikel 3:305a BW van 12 september 2023 van SBP, met producties 1 tot en met 321,
- -
-
de rolbeslissing van 8 november 2023 waarin het verzoek van SMC tot uitstel voor indienen van een concurrerende dagvaarding is geweigerd,
- -
-
de twee dagvaardingen van 12 december 2023 van SMC, met producties 1 tot en met 40,
- -
-
de rolbeslissing van 21 januari 2024 waarin is verstaan dat een van de twee dagvaardingen van SMC is ingetrokken vanwege een onjuiste termijn voor stellen van Alphabet Inc, Google LLC en Google Ireland Limited,
- -
-
de rolbeslissing van 20 maart 2024,
- -
-
de conclusie van antwoord ten aanzien van ontvankelijkheid en summierlijk ondeugdelijkheid in de zaak ingesteld door SBP, met producties 1 tot en met 33,
- -
-
de conclusie van antwoord ten aanzien van ontvankelijkheid en summierlijk ondeugdelijkheid in de zaak ingesteld door SMC, met producties 1 tot en met 23,
- -
-
het tussenvonnis van 29 mei 2024 waarin een mondelinge behandeling over de eerste fase is gelast,
- -
-
de rolbeslissing van 10 juli 2024 over de inhoud van de mondelinge behandeling en nadere informatie over financiering en beslissing over aantonen representativiteit van SBP en SMC,
- -
-
de akte uitlaten overleggen financieringsovereenkomst van SBP,
- -
-
de akte uitlaten overleggen financieringsovereenkomst van SMC,
- -
-
de antwoordakte inzake overleggen financieringsovereenkomst van Google op de akte van SBP,
- -
-
de antwoordakte inzake overleggen financieringsovereenkomst van Google op de akte van SMC,
- -
-
de rolbeslissing van 18 september 2024 waarin is beslist dat de financieringsovereenkomsten van SBP en SMC moeten worden overlegd,
- -
-
de akte overlegging financieringsovereenkomst van SBP,
- -
-
de akte overlegging financieringsovereenkomst van SMC met producties (E41 en E42),
- -
-
de e-mail van 11 oktober 2024 van de rechtbank met de agenda voor de mondelinge behandeling,
- -
-
de akte houdende overlegging aanvullende producties (E322 en E323) van SBP,
- -
-
de akte uitlating representativiteit, tevens houdende (aanvullende) producties (E324-E333) en eiswijziging van SBP,
- -
-
de akte uitlating representativiteit, met een productie (E43), van SMC,
- -
-
de akte overlegging aanvullende producties E334 en E335 van SBP,
- -
-
de akte overlegging aanvullende producties (G34-G43) van Google op SBP,
- -
-
de akte overlegging aanvullende producties (E44-E50) van SMC,
- -
-
de akte overlegging aanvullende producties (G24 en G25) van Google op SMC,
- -
-
het proces-verbaal van 22 oktober 2024 van de mondelinge behandeling, en de daarin genoemde stukken,
- -
-
de reacties van partijen met aanmerkingen op het proces-verbaal.
Deze zaak betreft een WAMCA-procedure1, als bepaald in artikel 3:305a BW2 en artikelen 1018b tot en met 1018n (of Boek III, Titel 14A) Rv3. Google is dan ook eerst in de gelegenheid gesteld van antwoord te dienen over de ontvankelijkheid van SBP en SMC (artikel 1018c lid 5 Rv). Over dit onderwerp is nader debat gevoerd tijdens de mondelinge behandeling van 22 oktober 2024.
De vorderingen van SBP en SMC zijn grotendeels gebaseerd op de AVG4. In de AVG zijn ook ontvankelijkheidseisen opgenomen voor eisende partijen in een collectieve actie en, volgens Google, ook het vereiste van een opdracht van personen aan de belangenbehartiger voor het vorderen van een schadevergoeding. Over dit onderwerp is op dit moment nog geen debat tussen partijen gevoerd en is geen onderwerp van dit vonnis. De AVG ontvankelijkheidseisen komen dus later in de procedure aan de orde.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten die van belang zijn voor de ontvankelijkheid van SBP en SMC
Het statutaire doel van SBP is, voor zover hier van belang, het behartigen van de belangen van gebruikers van Google producten en/of diensten van wie op enig moment een schending van hun privacy plaatsvindt of heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden, door het verwerken van persoonsgegevens bij gebruik van een Google dienst of product.
SBP wordt voor deze procedure gefinancierd door Lieff Cabraser Heimann & Bernstein LLP (verder LCHB), een advocatenkantoor gevestigd in de Verenigde Staten van Amerika (hierna VS).
SBP heeft met de Consumentenbond een exclusieve samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Consumentenbond houdt 50% van de aandelen in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Consumentenbond Claimservice B.V. (CCS). De andere 50% aandelen worden gehouden door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Consumentenclaim B.V. CCS verzorgt het administratief verwerken van de aanmeldingen voor deelname aan de collectieve actie van SBP. De Consumentenbond en CCS hebben voor de financiering van bepaalde activiteiten overeenkomsten gesloten met LCHB.
SBP heeft bij brief van 30 augustus 2022 Google uitgenodigd voor overleg. In die brief heeft SBP geschreven dat Google met haar bedrijfsactiviteiten privacywetgeving zou schenden. Na een verzoek om nadere informatie door Google hebben SBP en Google uiteindelijk op 13 juli 2023 overleg gehad over de standpunten van SBP.
Over SMC
Het statutaire doel van SMC is, voor zover hier van belang, de belangen te behartigen van consumenten en kleine ondernemingen – met woonplaats in Nederland – in het algemeen, en deelnemers van de stichting in het bijzonder, door onder andere het voeren van gerechtelijke procedures met collectieve rechtsvorderingen.
SMC wordt voor deze procedure gefinancierd door Eaton Hall Funding LLC (verder: Eaton Hall), een rechtspersoon gevestigd in de VS. Eaton Hall heeft banden met het Amerikaanse advocatenkantoor Grant & Eisenhofer (verder: G&E).
De advocaten van SMC hebben Google bij brief van 23 november 2023 uitgenodigd voor overleg. In deze brief wordt gemeld dat technisch onderzoek is uitgevoerd naar de wijze waarop Google de persoonsgegevens van alle Android-apparaten verwerkt en dat dit volgens SMC in strijd is met een aantal wetten en jurisprudentie daarover. Google heeft voor een overleg voorwaarden gesteld aan SMC, waaraan SMC niet heeft voldaan. In 2024 hebben SMC en Google uiteindelijk wel overleg gehad.
Over Google
Google biedt allerlei internettoepassingen aan zoals Google Search, Google Shopper, Google Maps, Google Chrome, Gmail, Google Play, YouTube, Google Docs (en Sheets en Slides), Google Translate, Google Drive en Google Calendar. Voor consumenten zijn deze diensten gratis met vertoning van advertenties.
Het vertonen van advertenties aan de gebruiker gebeurt door middel van een Real Time Bidding veiling (RTB-veiling). Google is op verschillende manieren actief in de online advertentiemarkt en heeft daarvoor verschillende diensten: Google Ads, Google AdSense en Google Ad Exhange.
De RTB-veiling vindt plaats op de achtergrond op het moment dat een persoon een website met advertentieruimte bezoekt of een app opent waarin advertenties worden getoond. In een RTB-veiling wordt de advertentieruimte van een website of in een app verkocht aan de hoogste bieder. Er zijn verschillende aanbieders van RTB-veilingen. De eigenaar van een website of app bepaalt welke RTB-veiling wordt gebruikt. Google Ad Exchange is het meest gebruikte Real Time Bidding veilingsysteem op internet.
Voor het gebruik van Google Ad Exchange stelt Google een profiel samen van de gebruiker en verstrekt dit profiel aan de veilingdeelnemers (de bedrijven die willen adverteren). Op basis van dat profiel beslist de veilingdeelnemer of een bod wordt gedaan voor advertentie van haar producten, en zo ja met opgave van een prijs-offerte.
Daarnaast biedt Google ook andere b2b-diensten aan, zoals Google Analytics, Firebase, Google Cloud en Google Workspace. Deze diensten zijn tegen betaling door bedrijven en overheidsinstellingen te gebruiken.
Verder biedt Google een software systeem aan voor smartphones met het Android-besturingssysteem. Deze software (Google Play Services, niet te verwarren met de online winkel voor apps Google Play) is middleware tussen de applicaties (apps) op die apparaten en het onderliggende Android operating systeem. Google Play Services is onderdeel van Google Mobile Services en wordt alleen aangeboden op apparaten van fabrikanten die een overeenkomst met Google hebben gesloten (en het Android-besturingssysteem gebruiken).
Google Play Services helpt ervoor te zorgen dat apps van Google of andere partijen veilig en correct kunnen werken op alle verschillende varianten van Android. Google Play Services biedt daarnaast de volgende mogelijkheden:
Een ontwikkelaar van Android-apps kan gebruik maken van Google Play Services (als dat op die smartphone is geïnstalleerd uiteraard) via Application Programming Interface (API) en Software Development Kit (SDK) die Google beschikbaar stelt aan die ontwikkelaar. Een voorbeeld is de MAPS API die het mogelijk maakt om Google Maps te integreren in de app. Een ander voorbeeld is de Firebase SDK waarmee een app informatie kan opvragen van Google Play Services (bijvoorbeeld de locatie van de app-gebruiker, of het tijdstip of de datum).
Op bijna alle merken smartphone met Android-besturingssysteem is Google Play Services geïnstalleerd. Dit hangt af van de overeenkomst die de producent van de telefoon sluit met Google. De meeste producenten hebben een overeenkomst met Google die daarin voorziet.
Andere Google-producten zijn:
- -
-
smartphones (Pixel) met een Android-besturingssysteem en Google Play Services
- -
-
Chromebooks,
- -
-
Google Nest en Google Home (smart home-productlijnen met WiFi verbinding voor luidsprekers, thermostaten, rookmelders, beveiligingscamera’s, deurbellen, entertainment apparatuur en ook huishoudelijke apparaten als wasmachines),
- -
-
Google WiFi (draadloze routers voor thuis),
- -
-
Google Fitbit (draagbare technologie zoals fitnesstracker en smartwatches).
3 Het geschil
De volledige vorderingen van SBP en SMC zijn opgenomen in Bijlage 1 en Bijlage 2 achter dit vonnis. De vorderingen van SBP en SMC zijn, voor zover van belang op dit moment, op te splitsen in drie hoofdonderwerpen: (i) verklaringen voor recht dat Google onrechtmatig jegens de achterban van SBP en SMC handelt, (ii) veroordeling tot betaling van een schadevergoeding (zowel immaterieel als materieel) en (iii) aan Google op te leggen geboden en verboden.
Standpunten SBP – over het handelen van Google
Centraal in de stellingen van SBP staat dat Google onrechtmatig jegens de gebruikers handelt door bovenmatig veel gegevens van gebruikers te verzamelen, te bundelen en te verwerken. Die gegevensverwerking is onder te verdelen in vijf categorieën:
- -
-
het combineren van bovenmatig veel gegevens verkregen uit verschillende producten en diensten,
- -
-
de verwerking van locatiegegevens,
- -
-
het voortdurend volgen van het onlinegedrag van alle gebruikers van haar diensten,
- -
-
het delen van deze persoonsgegevens met derden bij RTB-veilingen,
- -
-
de doorgifte van persoonsgegevens naar de VS.
Met deze vijf categorieën van verwerkingen schendt Google het grondrecht op privacy, het Nederlandse en Europese gegevensbeschermingsrecht (met name de Wbp5 en de AVG) en het consumentenrecht (waaronder het verbod op oneerlijke handelspraktijken). Meer specifiek schendt Google de volgende wettelijke beschermingsregels:
- -
-
het beginsel van dataminimalisatie en de vereisten van privacy by design en privacy by default door de wijze waarop zij gegevens verzamelt en verwerkt;
- -
-
haar informatieplichten door gebruikers niet of onvoldoende te informeren over de verwerking van hun persoonsgegevens;
- -
-
het grondslagvereiste doordat daadwerkelijke toestemming van consumenten voor haar praktijken ontbreekt;
- -
-
het verwerkingsverbod door bijzondere persoonsgegevens te verwerken;
- -
-
het toepasselijke doorgifteverbod door gegevens op te slaan op servers in de VS.
Door de verkoop van alle op onrechtmatige wijze verzamelde persoonsgegevens is Google bovendien ongerechtvaardigd verrijkt.
Google domineert met haar diensten en producten het online leven van consumenten. Daarmee stelt Google zichzelf in staat op zeer grote schaal persoonsgegevens te verzamelen en te verwerken ten behoeve van haar advertentiediensten. Met elke consumentendienst of product van Google verzamelt zij persoonsgegevens van de gebruiker. Google verwerft deze deels door van gebruikers te verlangen dat zij persoonlijke informatie verstrekken om gebruik te maken van de diensten. Gebruikers dienen vaak een account aan te maken, waarbij zij persoonsgegevens verstrekken zoals naam, e-mailadres, en (optioneel) telefoonnummer, adres en betalingsinformatie (bijv. creditcardgevens). Ook op indirecte wijze verzamelt Google persoonsgegevens uit openbaar toegankelijke bronnen en via vertrouwenspartners, marketingpartners en adverteerders. Het Google privacybeleid op de website van Google wordt bovendien regelmatig aangepast. Dit alles is onoverzichtelijk voor de gemiddelde gebruiker, die niet weet op welke wijze zijn persoonlijke gegevens worden verwerkt in welke dienst en niet weet dat die verzamelde gegevens worden gekoppeld bij een verder gebruik van internet voor de verkoop aan derden. Een gemiddelde gebruiker zal ook niet precies weten waarvoor toestemming wordt verleend als Google vraagt om toestemming voor het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens van de gebruiker.
Als iemand een Google-dienst gebruikt, bijvoorbeeld YouTube of Google Maps, kan Google het gedrag van die persoon blijven volgen. Voor een internetgebruiker is het vrijwel onmogelijk om geen gebruik te maken van een van de Google-diensten, maar zelfs zonder gebruik te maken van zo’n dienst ontkomt men niet aan de verwerking van de persoonsgegevens door Google. Google verkrijgt via de mobiele Android-apparaten voortdurend locatiegegevens van gebruikers, waardoor Google hen overal kan volgen. Voor gebruikers van een Android telefoon is geen ontsnappen aan de verzameldrift van persoonsgegevens door Google. Dit geldt ook voor gebruikers van andere Google-producten zoals Google WiFi en Google Home.
Een andere methode van het verzamelen van persoonsgegevens door Google is het gebruik van cookies op websites van Google, en verder door cookies op websites van derden.
Google bundelt de door haar per dienst of product verzamelde persoonsgegevens. Dit gebeurt ook wanneer de gebruiker niet actief een Google-dienst gebruikt en zelfs als de telefoon niet wordt gebruikt. Met name de fysieke locatie van gebruikers wordt door Google constant en continu bijgehouden. Dit is een vorm van surveillance door Google.
Locatiegegevens onthullen veel meer dan iemands geografische bewegingen alleen. Door middel van (analyse van) locatiegegevens kan ook de persoonlijke levensstijl, keuzes en voorkeuren van een individuen worden vastgesteld. Locatiegegevens onthullen daarmee (potentieel) zeer gevoelige en voor partijen als Google uiterst waardevolle persoonsgegevens.
Met Firebase SDK heeft Google ook toegang tot locatiegegevens van de gebruiker van een app van een ander bedrijf dan Google als in die app de locatiegegevens worden opgevraagd en gedeeld met Google.
De door Google verzamelde locatiegegevens van een gebruiker worden voor een lange tijd opgeslagen en worden gebundeld met andere persoonsgegevens om die te gebruiken bij de verkoop (RTB-veiling) van advertentieruimte aan derde partijen. Daarbij krijgen derden dus inzage in de door Google verzamelde persoonsgegevens van een gebruiker.
In 2012 heeft Google een nieuw privacybeleid opgesteld waarmee het voor haar mogelijk is geworden dat de gegevens die zij per dienst of product verzamelt, gekoppeld werden aan de persoonsgegevens die zij verzamelt in andere diensten en producten. Dit nieuwe beleid van Google stelde haar in staat om gebruikers gemakkelijker te volgen, betere profielen op te maken en gerichtere advertenties te laten sturen naar de websites of apps waarvan die persoon op dat moment gebruikmaakte. In 2016 is dit beleid verder aangescherpt voor het bundelen van informatie verkregen uit cookies.
Door deze verzameling en verwerking van een grote hoeveelheid persoonsgegevens zijn consumenten de controle over hun persoonsgegevens kwijtgeraakt. Die consumenten hebben geen toestemming gegeven voor deze veel omvattende verzameling van persoonsgegevens door Google, althans voor een consument is niet te overzien welke gegevens over die consument op welk moment door Google worden verzameld en verwerkt, aldus steeds SBP.
Standpunten SBP – over haar ontvankelijkheid in deze collectieve actie
Voor zover van belang voor de ontvankelijkheid van SBP, stelt zij dat zij aan alle ontvankelijkheidsvereisten voldoet.
SBP definieert de Relevante Periode voor de door haar ingestelde collectieve actie als de periode vanaf 1 maart 2012 tot (eind)vonnis wordt gewezen in de hoofdzaak.
SBP stelt dat zij opkomt voor “de belangen van alle op enig moment in de Relevante Periode in Nederland wonende gebruikers van diensten en producten van Google” en dat naar schatting het gemiddeld aantal gebruikers van de twee grootste diensten (YouTube en Google Search) neerkomt op zo’n 15 miljoen Nederlanders. Tot het moment van dagvaarding hebben tienduizenden personen hun steun uitgesproken voor deze collectieve actie.
De Consumentenbond heeft uitvoerig onderzoek gedaan naar SBP. De samenwerking met de Consumentenbond verstevigt het centraal stellen van de belangen van de personen waarvoor SBP opkomt in deze collectieve actie. CCS verzorgt ook het registratieproces voor andere collectieve acties, zoals die tegen Meta en TikTok.
Naast de Consumentenbond is openlijk steun verklaard aan SBP door BEUC (The European Consumer Organisation), NOYB (none of your business – European Center for Digital Rights), Privacy First, Waag Futurelab, AlgorithmWatch en Bits of Freedom.
Standpunten SMC – over het handelen van Google bij gebruik van een Android smartphone
Centraal in de stellingen van SMC staat dat van de gebruikers van Android telefoons op onredelijke en onwettige wijze te veel gegevens worden verwerkt door Google
voor verkoop op de internetadvertentiemarkt. Kort samengevat stelt SMC dat Google in strijd handelt met de AVG en de Telecommunicatiewet. Daarnaast maakt Google zich schuldig aan oneerlijke handelspraktijken en handelt zij onrechtmatig jegens de gebruikers van een Android smartphone.
Samengevat betoogt SMC dat zij in overleg met G&E een onderzoek heeft laten verrichten naar de wijze waarop persoonsgegevens worden verzameld en verwerkt bij het gebruik van een Android smartphone. Daaruit is gebleken dat dit grootschalig en zo goed als onbeperkt gebeurt op een Android smartphone met Google Play Services en de daarin opgenomen Firebase SDK. Apps voor Android maken gebruik van Firebase SDK voor het opvragen en opslaan van gegevens. Daarbij houdt Google Play Services – dus Google – ook bij welke app wanneer, voor hoe lang en vanaf welke locatie wordt gebruikt door de gebruiker van de Android smartphone. Dit gaat door ook als de gebruiker de smartphone niet gebruikt. Daardoor verwerkt en verzamelt Google veel persoonsgegevens van die gebruikers, veelal zonder noodzaak of goede reden en slechts met het doel die persoonsgegevens te verkopen aan adverteerders. De gebruiker van de Android smartphone heeft geen idee op welke wijze Google gegevens blijft verzamelen, aldus steeds SMC.
Standpunten SMC – over haar ontvankelijkheid in deze collectieve actie
Voor zover van belang voor de ontvankelijkheid van SMC, stelt zij dat zij aan alle ontvankelijkheidsvereisten voldoet.
SMC definieert de Relevante Periode voor de door haar ingestelde collectieve actie als de periode vanaf 28 mei 2018 tot (eind)vonnis wordt gewezen in de hoofdzaak.
SMC stelt dat zij opkomt “voor alle natuurlijke personen die gewoonlijk in Nederland verblijven en na 25 mei 2018 een Android-smartphone hebben gebruikt” en dat naar schatting ruim 9 miljoen Nederlanders gebruik maken van een Android telefoon.
Bij de voorbereiding van deze collectieve actie is SMC verrast door het instellen van een ogenschijnlijk zelfde collectieve actie door SBP. SMC heeft een verzoek ingediend om uitstel te verkrijgen voor het instellen van haar dagvaarding. Dat verzoek is geweigerd. Toen moest in alle haast de dagvaarding worden afgemaakt. Verder moest toen het definitieve rapport van het technisch onderzoek naar het verwerken van persoonsgegevens op een Android smartphone worden afgerond. Gedurende dat onderzoek was SMC in overleg met G&E, en ook met Eaton Hall voor procesfinanciering van een collectieve procedure in Nederland. Dit overleg moest ook worden versneld na de weigering van het verzoek de dagvaarding later te mogen instellen. Onder deze omstandigheden is achterwege gebleven vooraf ruchtbaarheid te geven aan de collectieve actie (eerst moest een dagvaarding op tijd worden ingesteld) of een website open te stellen voor aanmeldingen van Android-gebruikers voor deze actie. Nadat de dagvaarding is uitgebracht is de financieringsovereenkomst met Eaton Hall gesloten, waarna SMC een website heeft laten maken voor het aanmelden van personen wier belangen SMC in deze collectieve actie behartigt.
Google is uitgenodigd voor overleg maar heeft daaraan onredelijke voorwaarden gesteld, bijvoorbeeld over precisering van de grootte van de achterban van SMC. Vervolgens is de dagvaarding uitgebracht en heeft SMC verder onderhandeld over de financieringsovereenkomst. Pas nadat die was gesloten heeft SMC de procedure nader aangekondigd op haar website en heeft zij de aanmelding van personen voor deze procedure opengesteld. Op dit moment voldoet SMC dus aan alle eisen, aldus steeds SMC.
Verweer Google over ontvankelijkheid SBP en SMC
De toets van ontvankelijkheid dient volgens Google te worden gedaan aan de hand van de feiten en omstandigheden op het moment van dagvaarding, in ieder geval wanneer het betreft de representativiteit van de eisende partij en de vraag of de collectieve vertegenwoordiging kan worden toevertrouwd aan die eisende partij (door een goede governance). Dit volgt uit de bepalingen en de wetsgeschiedenis van Boek III, Titel 14A Rv.
Ter zake SBP specifiek
SBP is niet ontvankelijk omdat haar vorderingen zich niet lenen voor bundeling zodat geen sprake is van gelijksoortige belangen. Evenmin kan worden vastgesteld dat een collectieve actie effectiever en efficiënter is. SBP voldoet niet aan het waarborgvereiste, zij is te afhankelijk van haar financier (LCHB), met name de inhoudelijke kennis en deskundigheid noodzakelijk in deze procedure komt volledig van LCHB. SBP is niet representatief want zij heeft haar achterban ingekocht bij de Consumentenbond.
SBP verzuimt concreet te maken op welke schadeveroorzakende gebeurtenissen zij haar vorderingen baseert, en wanneer die gebeurtenissen zich zouden hebben voorgedaan.
Google betoogt verder dat SBP haar stellingen over ‘surveillance’ grotendeels heeft gebaseerd op twee beleidswijzigingen van Google in 2012 en 2016. De beleidswijziging uit 2012 is goedgekeurd door de AP en de koppeling van de verzamelde persoonsgegevens behoeft toestemming van de gebruiker. Deze beleidswijziging is dus niet in strijd met enige wet. Vanaf 2016 is informatie van geauthentiseerde gebruikers over gebruik van derde websites en apps met toestemming van de gebruiker verzameld. Dit kan niet onrechtmatig of in strijd met de wet zijn. Bovendien is de beleidswijziging 2016 gemeld aan verschillende Europese toezichthouders die tot op heden geen bezwaren hebben geuit.
Verder volgt volgens Google uit het bovenstaande dat de door SBP gestelde gebeurtenissen (de beleidswijzigingen uit 2012 en 2016) hebben plaatsgevonden voor 15 november 2016, zodat op de vorderingen van SBP het oude collectieve actierecht van toepassing is en niet de WAMCA.
Gezien de lange periode die de vorderingen bestrijken, en bij gebreke van een duidelijke stellingname van SBP over de concrete schadeveroorzakende gebeurtenissen, stelt Google zich bovendien vooralsnog op het standpunt dat de vorderingen van SBP op grond van artikel 3:310 BW zijn verjaard voor zover de relevante gebeurtenissen zich hebben voorgedaan vóór 12 september 2018 dan wel vóór 30 augustus 2017. In zoverre moeten de vorderingen van SBP worden aangemerkt als summierlijk ondeugdelijk dan wel moet SBP in die vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, aldus steeds Google.
Ter zake SMC specifiek
SMC is niet ontvankelijk omdat haar vorderingen zich niet lenen voor bundeling zodat geen sprake is van gelijksoortige belangen. Evenmin kan worden vastgesteld dat een collectieve actie effectiever en efficiënter is. Daarnaast beschikte SMC ten tijde van de dagvaarding niet over enige achterban en heeft zij voorafgaand aan de dagvaarding geen enkele ruchtbaarheid gegeven aan haar voornemen om Google te dagvaarden. Evenmin heeft SMC een tijdig verzoek aan Google gedaan voor overleg. SMC beschikte op moment van dagvaarding niet over een website met informatie over deze collectieve actie. Dit alles getuigt niet van een behoorlijke behartiging van de belangen van de potentiële achterban. SMC is in haar dagvaarding onvoldoende transparant over de procesfinancier en welke rol die speelt in het feitenonderzoek waarop SMC haar stellingen over de gegevensverwerking op Android smartphones heeft gebaseerd. Dit geldt ook voor de betrokkenheid van G&E bij dat onderzoek en gedurende deze procedure, aldus steeds Google.
Op de stellingen van partijen over de ontvankelijkheid van SBP en van SMC wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.