Home

Rechtbank Amsterdam, 22-01-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:404, C/13/751474 / HA ZA 24-588

Rechtbank Amsterdam, 22-01-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:404, C/13/751474 / HA ZA 24-588

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22 januari 2025
Datum publicatie
28 januari 2025
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:404
Zaaknummer
C/13/751474 / HA ZA 24-588

Inhoudsindicatie

Bancaire zorgplicht tegenover derde die slachtoffer is geworden van fraude. Domeinleer en artikel 22 Rv in het debat over subjectieve wetenschap.

Uitspraak

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/751474 / HA ZA 24-588

Vonnis van 22 januari 2025

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht,

INTERNATIONAL MEDIA DISTRIBUTION (LUXEMBOURG) S.A.R.L.,

gevestigd te Luxemburg (Luxemburg),

eisende partij (hierna: IMD),

advocaat: mr. L.C.L. Bults,

tegen

de naamloze vennootschap,

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij (hierna: ING),

advocaat: mr. M.E.G. Murris.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 mei 2024 met producties 1 tot en met 22,- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2,

- het tussenvonnis van 2 oktober 2024 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,

- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 5 december 2024,

- het e-mailbericht van mr. Murris van 20 december 2024 in reactie op het proces-verbaal,

- het e-mailbericht van mr. Bults van 3 januari 2025 in reactie op het proces-verbaal,

- het e-mailbericht van mr. Murris van 8 januari 2025 met een reactie op de reactie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

IMD distribueert de rechten van ruim veertig premium Arabische en Italiaanse televisiezenders. Een vaste handelsrelatie van IMD is de Arab Radio and Television-group (ART). IMD bankiert bij EFG Bank Luxembourg S.A. (hierna: EFG) en ART bankiert bij een bank in Jordanië.

2.2.

Op 24 oktober 2019 om 16:43 uur ontving IMD een factuur per e-mail van ART voor € 418.553 van afzender [e-mailadres 1] . Vervolgens verkreeg IMD om 19:13 uur van [e-mailadres 2] een herziene factuur voor hetzelfde bedrag maar onder vermelding van een ING-rekening (hierna: het fraudebericht en de ING-rekening).

2.3.

Namens IMD heeft de heer [naam] (hierna: [naam]), advocaat van beroep, op 28 oktober 2019 om 7:41 uur aan de afzender van het fraudebericht geschreven:

‘The Bank has requested some information relating to this new Bank account:

- The reason op opening a Bank account in The Netherlands.

- Date of opening of the Bank account.

- The id of the person who is the signatory of the Bank account.

Kindly provide the said information in order to proceed with the payment.’

2.4.

De afzender van het fraudebericht reageerde op 28 oktober 2019 om 8:47 uur dat de gewijzigde bankrekening verband hield met ‘exchange rate issues’ met aangehecht het bestand ‘ [paspoort-bestand] ’ en een vervalste schriftelijke verklaring van ING met ART aangemerkt als klant van ING. Om 10:58 uur schreef de afzender van het fraudebericht onder meer:

‘Please we can not provide more than the information already provided (...)’

2.5.

[naam] heeft IMD op 28 oktober 2019 het bedrag van € 418.553 laten overmaken naar de ING-rekening. Om 10:59 uur schreef [naam] aan de afzender van het fraudebericht:

‘The payment has been processed already based on my personal commitment to provide the information.’

2.6.

In werkelijkheid hield niet ART maar Fountainebleau Invest B.V. (hierna: Fountainebleau) de ING-rekening. Fountainebleau is bij de Kamer van Koophandel geregistreerd als groothandel in kinderkleding. Op 28 oktober 2019 bedroeg haar saldo bij ING € 0,92, totdat € 418.553 afkomstig van IMD werd bijgeschreven. Daarna is dezelfde dag nog € 27.988, € 25.000, € 27.988, € 11.500 en € 123.280 overgeboekt naar diverse banken verspreid over de wereld. Op 29 oktober 2019 is € 200.000 overgeboekt naar een bank in China. De tijdstippen van transacties zijn in deze procedure onbekend gebleven.

2.7.

Op 31 oktober 2019 heeft IMD bij ING gemeld te zijn opgelicht. ING werd deze dag hiervan ook op de hoogte gebracht door EFG. Vervolgens heeft ING:

-

de zelfstandige toegang tot en het beheer over Fountainebleaus rekening ontzegd,

-

de banken van tweedegraads begunstigden gealarmeerd en gevraagd overgeboekt geld terug te storten,

-

een fraudeonderzoek opgezet naar Fountainebleau.

2.8.

Fountainebleau en daaraan gelieerde partijen zijn bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Zeeland-West Brabant van 3 november 2021 hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan IMD van € 418.553 en nevenvorderingen.1

3 Het geschil

3.1.

IMD vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, ING veroordeelt tot betaling van:

I € 418.533 met wettelijke rente vanaf 28 oktober 2019,

II de proceskosten met wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis.

3.2.

Kort gezegd legt IMD het volgende aan haar vordering ten grondslag. ING had de schade van IMD uit de fraude kunnen voorkomen en heeft door niet tijdig in te grijpen haar bijzondere zorgplicht tegenover IMD geschonden. Daarom is ING aansprakelijk voor de schade van (de rechtbank begrijpt:) € 418.553.

Op zitting heeft IMD aangevuld dat het niet anders kan dan dat de systemen van ING tijdig een alert hebben gegenereerd waarop niet is gehandeld, maar dat IMD bij haar onderbouwing is aangewezen op feiten en gegevens uit het domein van ING die ING weigert te verstrekken. Het aan banken toekennen van een verlichte motiveringsplicht vanwege het risico dat fraudeurs met gevoelige informatie hun voordeel doen, komt ten onrechte voor in bestaande rechtspraak omdat banken in het civiele recht geen bijzondere proces- of bewijspositie kennen. Een bank is in het civiele recht een partij als elke andere. Sterker nog, de Hoge Raad benadrukte in 2022 het belang van de domeinleer, die inhoudt dat degene in wiens domein relevante informatie en gegevens zich bevinden, die relevante informatie en gegevens zal moeten produceren.2 Op ING rust daarom juist een verzwaarde motiveringsplicht ter zake van haar betwisting van subjectieve wetenschap.

Daarom verzoekt IMD dat de rechtbank met toepassing van artikel 22 Rv van ING – al dan niet met geheimhoudingsafspraken – beveelt te overleggen:

-

het onderzoeksdossier over Fountainebleau van de interne recherche van ING met de stukken waarnaar daarin wordt verwezen;

-

de door ING op 28 oktober 2019 gehanteerde business rules en andere indicatoren in het kader van transactiemonitoring,

-

een afschrift van de ING-rekening met daarop alle transacties in de drie jaren voorafgaand aan de fraude.

Tot slot heeft IMD bewijs aangeboden van haar stelling dat ING door een alert tijdig over subjectieve wetenschap van onregelmatigheden is gaan beschikken, door het horen van werknemers van de interne recherche van ING.

3.3.

ING betwist primair het bestaan van schade van IMD, omdat IMD al met succes civielrechtelijk heeft geprocedeerd tegen Fountainebleau en daaraan gelieerde personen en dus geen schade meer overheeft. Daarbij doet ING een beroep op de domeinleer voor informatie over de incassering van de schade bij Fountainebleau en daaraan gelieerde personen, omdat IMD hier geen verdere informatie over heeft verstrekt. Subsidiair betwist ING haar aansprakelijkheid en wijst zij op het relativiteitsvereiste als het gaat om de naleving van publiekrechtelijke regelgeving zoals transactiemonitoring ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering. Tot slot doet ING een beroep op eigen schuld van IMD.

4 De beoordeling

5 De beslissing