Home

Rechtbank Amsterdam, 09-07-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4738, C/13/730018 / HA ZA 23-172

Rechtbank Amsterdam, 09-07-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4738, C/13/730018 / HA ZA 23-172

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
9 juli 2025
Datum publicatie
9 juli 2025
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:4738
Zaaknummer
C/13/730018 / HA ZA 23-172

Inhoudsindicatie

WAMCA-procedure. Geen belang ex artikel 3:303 BW.

Volgens de Stichting Farma ter Verantwoording heeft AbbVie (een geneesmiddelenfabrikant) jarenlang een excessieve prijs voor het medicijn Humira gerekend en een buitensporige winst gemaakt. Dat zou ten koste zijn gegaan van andere noodzakelijke gezondheidszorg. De Stichting vordert een verklaring voor recht dat AbbVie daarmee onrechtmatig heeft gehandeld. De Stichting wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Het verkrijgen van algemene normen, die in toekomstige gevallen voor een geneesmiddelenfabrikant gelden bij het bepalen van de prijs, zonder dat die normen concrete gevolgen hebben voor de partijen in de procedure, vormt niet een belang als bedoeld in artikel 3:303 BW en valt buiten het bereik van de civiele procedure.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/730018 / HA ZA 23-172

Vonnis van 9 juli 2025

in de zaak van

de stichting

STICHTING FARMA TER VERANTWOORDING,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. R. Meijer te Amsterdam,

tegen

1. de vennootschap naar buitenlands recht

ABBVIE INC.,

gevestigd te North Chicago, Illinois, Verenigde Staten van Amerika,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ABBVIE B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

advocaat mr. G. Te Winkel te Amsterdam.

Eiseres zal hierna FTV worden genoemd, gedaagden 1 en 2 gezamenlijk AbbVie.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 juli 20241,

-

het tussenvonnis van 11 december 2024 waarin een mondelinge behandeling van de inhoudelijke hoofdzaak is gelast,

-

de conclusie van antwoord, met producties,

-

de akte overlegging producties 20 tot en met 24 van FTV,

-

de akte overlegging producties 22 tot en met 26 van AbbVie,

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 9 mei 2025 en daarin genoemde overige proceshandelingen en processtukken.

1.2.

In deze WAMCA procedure heeft FTV op 21 februari 2023 een dagvaarding tegen de gedaagden uitgebracht. Daarna hebben gedaagden zich op het standpunt gesteld dat deze rechtbank niet bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen. Na een mondelinge behandeling op 14 mei 2024 heeft de rechtbank op 17 juli 2024 een tussenvonnis gewezen. In dat vonnis is beslist dat de rechtbank onbevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van FTV tegen AbbVie Deutschland GMBH CO. KG en dat de procedure tegen de andere gedaagden wel door deze rechtbank zal worden behandeld. Verder heeft de rechtbank in dat vonnis beslist dat FTV ontvankelijk is in haar vorderingen, in die zin dat is voldaan aan de (ontvankelijkheids)vereisten van de WAMCA. Ook is toen voorlopig geoordeeld dat niet kan worden uitgesloten dat FTV belang heeft (in de zin van artikel 3:303 BW) bij haar vorderingen. Daarna is de inhoudelijke hoofdzaak op de hiervoor weergegeven manier uitgeprocedeerd.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De zaak in het kort

2.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of AbbVie bij de beprijzing van het medicijn Humira, in de periode 2004 tot en met 2018, toen zij octrooi had voor het medicijn, in strijd heeft gehandeld met verdragsrechtelijke, wettelijke of ongeschreven maatschappelijke normen. FTV vordert in deze procedure namelijk voor recht te verklaren dat AbbVie bij de beprijzing van het medicijn deze normen heeft geschonden en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld. AbbVie weerspreekt dit.

2.2.

In dit vonnis wordt alsnog geoordeeld dat FTV onvoldoende rechtens te respecteren belang heeft bij deze procedure.

3 De feiten

3.1.

FTV is in 2018 opgericht. Zij heeft als statutair doel “het algemeen belang te dienen door ernaar te streven dat geneesmiddelen en andere medische technologieën op een duurzame en maatschappelijk betamelijke wijze op de markt beschikbaar zijn, in welk verband de stichting waarde hecht aan een eerlijke prijsstelling en distributie die in overeenstemming is met geschreven en ongeschreven nationale, Europese en internationale rechtsnormen.” (artikel 2.1 Statuten FTV).

3.2.

AbbVie is in 2013 ontstaan als een afsplitsing van de farmaceutische divisie van Abbott Laboratories (Abbott). Na de afsplitsing van Abbott ontwikkelde AbbVie zich tot een beursgenoteerd internationaal biofarmaceutisch bedrijf dat zich richt op immunologie, hematologische oncologie, neurowetenschap, esthetica en huidverzorging.

3.3.

Knoll Pharmaceuticals (verder Knoll) te Duitsland heeft het medicijn adalimumab ontwikkeld. Dat medicijn is op de markt gebracht onder de naam Humira. Knoll heeft een octrooirecht verkregen op het medicijn adalimubab. In 2001 is Knoll door (de rechtsvoorgangster van) AbbVie overgenomen voor een prijs van US $ 6,9 miljard. Daarmee heeft AbbVie ook het octrooirecht (geldig tot 15 oktober 2018) op adalimumab verkregen.

3.4.

In 2003 is Humira door de European Medicines Agency (EMA) goedgekeurd voor de behandeling van reumatoïde artritis. In 2004 is het medicijn op de Nederlandse zorgmarkt verschenen als geneesmiddel tegen die ziekte.

3.5.

In de jaren daarna is Humira ook goedgekeurd voor de behandeling van andere ziektes waaronder psoriasis, de ziekte van Crohn en uveïtis (ontsteking van het oog). Inmiddels kan Humira worden ingezet bij de behandeling van zestien auto-immuunziekten.

3.6.

Humira is eerst als extramuraal geneesmiddel gekwalificeerd. Dit zijn medicijnen die worden voorgeschreven voor gebruik buiten een zorginstelling. Na een wetswijziging is Humira in 2012 intramuraal gekwalificeerd, dat wil zeggen dat het voorschrijven van Humara plaatsvindt door een arts in het ziekenhuis. Intramurale medicijnen behoren tot het basispakket van de zorg in Nederland en worden dus vergoed door zorgverzekeraars. De ziekenhuizen onderhandelen met de zorgverzekeraars over een vergoeding voor de kosten van intramurale medicijnen.

3.7.

In de periode 2004 tot en met 2016 is Humira door AbbVie aangeboden voor een bedrag van circa € 14.000 per patiënt per jaar. Nadat Humira tot de intramurale zorg ging behoren, daalde de prijs in 2012 met 5-10%. Vanaf eind 2016 is die prijs geleidelijk verder gedaald. Ook na oktober 2018 (het einde van het octrooirecht op Humira) heeft AbbVie de prijs verlaagd. Uiteindelijk is de prijs afgenomen met ongeveer 80% ten opzichte van de oorspronkelijke prijs in de Europese Unie.

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing