Home

Rechtbank Amsterdam, 09-07-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4766, C/13/750684 / HA ZA 24-525

Rechtbank Amsterdam, 09-07-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4766, C/13/750684 / HA ZA 24-525

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
9 juli 2025
Datum publicatie
9 juli 2025
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:4766
Zaaknummer
C/13/750684 / HA ZA 24-525

Inhoudsindicatie

In de collectieve actie van de Stichting tegen de bank heeft de rechtbank geoordeeld dat de Stichting niet-ontvankelijk is in haar vorderingen. Aan de grondslagen van de vorderingen gaat uitleg van de overeenkomst vooraf en daarvoor zijn de individuele omstandigheden van de partijen van belang. Van die individuele omstandigheden kan niet worden geabstraheerd. Dit geldt ook voor het beroep op de aanvullende en beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW). Er is geen sprake van bundelbare en voldoende gelijksoortige belangen en de vorderingen lenen zich daarom niet voor een collectieve behandeling.

Uitspraak

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/750684 / HA ZA 24-525

Vonnis van 9 juli 2025

in de zaak van

STICHTING MASSASCHADE & CONSUMENT,

gevestigd te Oegstgeest ,

eisende partij,

hierna te noemen: SMC,

advocaat: mr. M. van Eersel,

tegen

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: ABN AMRO,

advocaat: mr. A.J. Haasjes.

1 De kern van de zaak en de beslissing

1.1.

Deze zaak is een collectieve actie. SMC vindt dat ABN AMRO bij verschillende ondernemerskredieten ten onrechte de variabele rente niet naar beneden heeft laten meebewegen met de marktrente. Daarom heeft SMC ten behoeve van een groep kredietnemers een massaclaim tot schadevergoeding ingesteld.

1.2.

In deze fase van de procedure gaat het nog niet om de inhoud van de zaak. In dit vonnis wordt eerst beslist of SMC ontvankelijk is in haar vorderingen.

1.3.

De rechtbank oordeelt dat SMC niet-ontvankelijk is in haar vorderingen, omdat de belangen die SMC in deze collectieve actie behartigt onvoldoende gelijksoortig zijn en de vorderingen zich daarom niet lenen voor een collectieve behandeling.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 14 mei 2025, met producties 1 tot en met 38,

-

de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 12,

-

het tussenvonnis van 18 december 2024, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,

-

de akte overlegging producties van SMC, met producties 1 tot en met 48,

-

de akte overlegging producties van ABN AMRO, met productie 13,

-

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 april 2025,

-

de brief van 9 mei 2025 van ABN AMRO, met daarin een aantal opmerkingen op het proces-verbaal en

-

de brief van 12 mei 2025 van SMC, met daarin een aantal opmerkingen op het proces-verbaal.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten

3.1.

SMC is opgericht op 15 mei 2021. In haar statuten staat, na een wijziging op 23 augustus 2023, als doelomschrijving:

Artikel 31. De Stichting stelt zich ten doel als onafhankelijke organisatie, zonder binding met enige politieke of levensbeschouwelijke stroming of organisatie, de belangen van consumenten en Kleinzakelijke Partijen in het algemeen en van Deelnemers van de Stichting in het bijzonder in Nederland - en voor zover mogelijk en zo nodig daar buiten - te behartigen.

3.2.

In de statuten van SMC zijn de volgende definities opgenomen:

h. Gedupeerden: alle natuurlijke en rechtspersonen die belang hebben bij een of meer claims;

i. Kleinzakelijke Partij: een onderneming die valt onder de reikwijdte van de definitie van een kleine onderneming als bedoeld in artikel 2 lid 2 of artikel 2 lid 3 van de annex bij de Commissie Aanbeveling 2003/36/EG betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, zijnde een kleine onderneming indien daar minder dan vijftig (50) personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal tien miljoen euro (EUR 10.000.000) niet overschrijdt (artikel 2 lid 2), respectievelijk een micro-onderneming indien daar minder dan tien (10) personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal twee miljoen euro (EUR 2.000.000) niet overschrijdt (artikel 2 lid 3).

3.3.

ABN AMRO is een bank en verstrekt allerlei soorten krediet aan particulieren en bedrijven.

3.4.

ABN AMRO heeft onder meer onder de namen “OndernemersKrediet”, “OndernemersRekeningCourant-Krediet” en “OndernemersFlexibelKrediet” doorlopend krediet verstrekt met een variabel rentepercentage. De door SMC aangehaalde voorbeelden van kredietovereenkomsten hebben gemeen dat daarin staat is dat sprake is van een “variabel rentepercentage” en dat wijzigingen van de rente aan de kredietnemer zullen worden gecommuniceerd.

3.5.

Bij brief van 26 februari 2024 heeft SMC ABN AMRO aansprakelijk gesteld voor de door Mkb-ondernemers geleden schade omdat zij meer rente over hun doorlopende kredieten hebben betaald dan zij moesten betalen. SMC heeft ABN AMRO daarbij uitgenodigd om met haar in onderhandeling te treden over een oplossing. Bij brief van 22 maart 2024 heeft ABN AMRO – kort gezegd – informatie gevraagd aan SMC over de samenstelling van haar achterban. Bij brief van 28 maart 2024 heeft SMC bericht dat ABN AMRO aan de hand van haar eigen systemen nauwkeurig kan vaststellen voor welke kleinzakelijke ondernemers SMC optreedt. Nadien hebben partijen gecorrespondeerd over een datum voor overleg. Het is niet gelukt dit overleg te plannen voordat de dagvaarding werd uitgebracht.

4 De vordering

5 De beoordeling van de ontvankelijkheid van SMC

6 De beslissing