Rechtbank Den Haag, 09-04-2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:6158, C-09-436777 - HA ZA 13-152
Rechtbank Den Haag, 09-04-2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:6158, C-09-436777 - HA ZA 13-152
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 9 april 2014
- Datum publicatie
- 6 juni 2014
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2014:6158
- Zaaknummer
- C-09-436777 - HA ZA 13-152
Inhoudsindicatie
Beschadiging van hoogspanningskabel tijdens grondboring ten behoeve van bodemonderzoek. Aansprakelijkheid van de aanvrager van de KLIC-melding en de feitelijk uitvoerder van graafwerkzaamheden. Eenheid van onderneming.
Uitspraak
vonnis
Team handel
Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 9 april 2014
in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/09/436777 / HA ZA 13-152 van
de naamloze vennootschap
LIANDER N.V.,
gevestigd te Arnhem,
eiseres,
advocaat mr. dr. F.J. van Velsen te Haarlem,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
IDDS MILIEU B.V.,
gevestigd te Noordwijk,
gedaagde,
advocaat mr. C. Teiwes te Alphen aan den Rijn,
en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/09/446982 / HA ZA 13-798 van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
IDDS B.V.,
gevestigd te Noordwijk,
eiseres,
advocaat mr. C. Teiwes te Alphen aan den Rijn,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STEJONA B.V.,
gevestigd te Katwijk,
gedaagde,
advocaat aanvankelijk mr. E.H. de Milliano-Machielse, thans niet langer in de procedure vertegenwoordigd.
Partijen zullen hierna Liander, IDDS en Stejona genoemd worden.
1 De procedure in de hoofdzaak
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het vonnis in incident van 5 juni 2013 en de daarin genoemde stukken,
- -
-
het tussenvonnis van 6 november 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast,
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 11 februari 2014.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De procedure in de vrijwaringszaak
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de inleidende dagvaarding tot oproeping in vrijwaring d.d. 9 juli 2013, met producties,
- -
-
conclusie van antwoord in vrijwaring, met producties,
- -
-
het tussenvonnis van 6 november 2013, waarin een comparitie van partijen is gelast,
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 11 februari 2014.
Nadat de advocaat van Stejona zich voorafgaand aan de comparitie van partijen had onttrokken aan de zaak en zich geen andere advocaat had gesteld, is vonnis bepaald.
3 De feiten
De gemeente Katwijk heeft IDDS in 2007 verzocht om een milieukundig bodemonderzoek uit te voeren aan het Kanaalpad Zuid-Oost te Rijnsburg. In verband hiermee is een aantal grondboringen uitgevoerd.
IDDS heeft voorafgaand aan de boringen, onder meer bij de rechtsvoorgangster van Liander (hierna eveneens aangeduid als Liander) een KLIC-melding gedaan. In de KLIC-melding staat IDDS vermeld als opdrachtgever, aannemer en tekeningverzendadres.
Liander heeft naar aanleiding van de KLIC-melding bij brief van 30 november 2007 aan IDDS een reactie gezonden. In de brief staat onder meer vermeld:
“Wij vragen u aandacht voor het volgende:
• De aan u verstrekte gegevens dienen ten allen tijde aanwezig te zijn op de graaflocatie.
• De tekeningen zijn globaal en uitsluitend gebaseerd op de leggingsgegevens voorzover bij ons bekend.
De exacte ligging, zowel horizontaal als verticaal kan door tal van oorzaken afwijken. Deze dient daarom in het veld te worden vastgesteld d.m.v. proefgaten of –sleuven.
(...)
• Bij werkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van onder- of bovengrondse hoogspanningsverbindingen (50kV en hoger) dient u altijd nader contact met ons op te nemen (...)”
In de bij de brief gevoegde bijlage staat, voor zover relevant, vermeld:
“Heipalen, damwanden, boringen, sonderingen en dergelijke:
De onderstaande afstanden zijn van toepassing als door middel van proefsleuven de feitelijke ligging van de kabels en/of leidingen is vastgesteld. Alle afstanden bepalen uit de feitelijke ligging van de (...) kabels en/of leidingen:
(...)
• Bij het maken van boringen en sonderingen => minimaal 0,5 meter.
• Het slaan van pennen, staven, palen e.d. in de grond => niet boven kabels en/of leidingen.”
IDDS heeft in verband met de plaatsbepaling van de boringen op basis van de ontvangen KLIC-melding van Liander een boorplan opgesteld aan de hand waarvan onderaannemer [onderaannemer] Grondboringen V.O.F. (hierna: [onderaannemer]) de boringen heeft uitgevoerd. IDDS noch [onderaannemer] hebben voorafgaand aan de boringen contact opgenomen met Liander (zie het derde bulletpoint onder rov. 3.3.).
In opdracht van IDDS heeft [onderaannemer] op 7 januari 2008 onder meer een aantal grondboringen uitgevoerd op de locatie Rijnsburg, Kanaalpad Zuid-Oost. Op die locatie bevindt zich een oliegevulde hoogspanningskabel 50 kV, waarvan Liander beheerder is in de zin van de Elektriciteitswet 1998 (hierna: de hoogspanningskabel).
Mede naar aanleiding van de op 7 januari 2008 uitgevoerde grondboringen heeft IDDS op 15 februari 2008 een “rapport betreffende een milieukundig bodemonderzoek Kanaalpad Zuid-Oost ongenummerd te Rijnsburg” opgesteld voor de gemeente Katwijk.
Sinds juni 2008 heeft Liander oliedrukverlies geconstateerd in de hoogspanningskabel. Nadat dit drukverlies werd geconstateerd is de kabel door de lokale opzichter van Liander in de gaten gehouden en heeft hij uiteindelijk olielekkage in het water van het naast de kabel gelegen Oegstgeesterkanaal aangetroffen. Naar aanleiding hiervan is op 18 juli 2008 ter plaatse van de in het water aangetroffen olie de hoogspanningskabel vrij gegraven. Toen bleek dat de beschermende armering en de kabelmantel beschadigd waren, waardoor de zich daaronder bevindende olie heeft kunnen weglekken. Boven de hoogspanningskabel bevinden zich ter bescherming gewapende betonplaten. In de betonplaat die zich boven de beschadiging bevond, werd een rond gat aangetroffen.
Gedurende drie weken na 18 juli 2008 is herstel van de kabel en de zich boven de kabel bevindende asfaltweg uitgevoerd. De beschadiging van de kabel bevond zich op de locatie Kanaalpad Zuid-Oost, alwaar IDDS de grondboringen heeft laten uitvoeren.
Bij brief van 22 november 2008 heeft Liander IDDS aansprakelijk gesteld voor de ten gevolge van de op 18 juli 2008 geconstateerde lekkage. Bij brief van 26 maart 2012 heeft Liander aan IDDS bericht dat de schade € 129.051,01 bedraagt.