Rechtbank Den Haag, 26-02-2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:7234, C-09-458123 - KG ZA 14-54
Rechtbank Den Haag, 26-02-2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:7234, C-09-458123 - KG ZA 14-54
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 februari 2014
- Datum publicatie
- 9 juli 2014
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2014:7234
- Zaaknummer
- C-09-458123 - KG ZA 14-54
Inhoudsindicatie
Kort geding; aanbestedingsrecht; geldigheid winnende inschrijving, eiseres (die als tweede is geëindigd) heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door de aanbestedende dienst als winnaar aangewezen inschrijver niet heeft voldaan aan gevraagde kerncompetentie.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/458423 / KG ZA 14-54
Vonnis in kort geding van 26 februari 2014
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] B.V.,
gevestigd te Soesterberg,
eiseres,
advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen:
de publiekrechtelijke rechtspersoon
Gemeente Den Haag,
zetelende te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. M.R. Paats te Den Haag,
waarin is tussengekomen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] Groep B.V.,
gevestigd te Schipluiden (gemeente Midden-Delfland),
advocaat mr. M. Buitelaar te Naaldwijk.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘[A]’, ‘de Gemeente’ en ‘[B]’.
1 Het incident tot tussenkomst
[B] heeft (primair) gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [A] en de Gemeente. Ter zitting van 12 februari 2014 hebben [A] en de Gemeente verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. [B] is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 12 februari 2014 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Op 16 oktober 2013 heeft de Gemeente een aankondiging gedaan voor een nationale openbare aanbestedingsprocedure inzake de opdracht ‘Aanleg herontwikkeling Golfbaan Leeuwenbergh’. Doel van de aanbesteding is om een overeenkomst te sluiten met een opdrachtnemer die in opdracht van de Gemeente een aantal holes van de golfbaan Leeuwenbergh aanpast en/of verlegt in verband met de komst van een tunnelmond voor de Rotterdamse baan. Op de aanbestedingsprocedure is het Besluit aanbestedingsregels voor Werken (ARW 2012) van toepassing. Het gunningscriterium is ‘de economisch meest voordelige inschrijving’.
De aanbestedingsprocedure is nader omschreven in het bestek d.d. 10 oktober 2013 met besteknummer GM328805-01 en de Aanbestedingsleidraad d.d. 16 oktober 2013.
In de Aanbestedingsleidraad (hierna ook wel ‘de Leidraad’) is in hoofdstuk 4 ‘Vaststellen geschiktheid inschrijver’ het volgende opgenomen:
“4.4.1 Technische bekwaamheid: kerncompetenties
Inschrijver dient door middel van referenties aan te tonen dat hij beschikt over de door de aanbesteder geformuleerde kerncompetenties, die aantonen dat hij voldoende kennis en ervaring heeft om de werkzaamheden te verrichten. (...)
kerncompetentie 1: aanleg golfbaan
“Inschrijver toont aan dat hij beschikt over ervaring met het aanleggen van een golfbaan door het overleggen van 1, door hem uitgevoerd, referentieproject met de volgende vereisten:
- -
-
aanleg betrof ten minste 9 holes;
- -
-
het inzaaien van het gras heeft niet langer dan 5 jaar geleden plaatsgevonden.”
[A] en [B] hebben zich tijdig ingeschreven voor de opdracht. In haar inschrijving heeft [B] als referentieproject voor de hiervoor vermelde kerncompetentie 1 opgegeven ‘de aanleg van de 9 holes tellende C-baan (blauwe lus) van Golfbaan Delfland’.
Bij brief van 6 december 2013 heeft de Gemeente aan [A] meegedeeld dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan [B].
Bij brief van 16 december 2013 heeft [A] bij de Gemeente bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen gunning. In deze brief stelt [A] zich op het standpunt dat [B] niet voldoet aan de in de Leidraad vermelde kerncompetenties, maar dat zij dit niet kan nagaan, aangezien zij niet weet welk(e) referentiewerk(en) [B] heeft opgegeven.
Naar aanleiding van een vervolgens op 19 december 2013 gehouden bespreking tussen de Gemeente en [A], heeft [A] zich op het standpunt gesteld dat het door [B] opgegeven referentiewerk in strijd met de gestelde eisen voor kerncompetentie 1 een opdracht voor de aanleg van 7 holes betrof. Hierbij heeft [A] verwezen naar een bouwbord uit 2009 en de bijbehorende besteksaanvraag.
Bij brief van 20 december 2013 heeft Golf Exploitatiemaatschappij Schipluiden N.V. (hierna ‘Golfbaan Delfland’) aan [B] het volgende meegedeeld:
“Naar aanleiding van uw verzoek, bevestigen wij (...) [d]at uw bedrijf aannemer is geweest voor de aanleg van de 9 holes tellende C-Baan.
De start van de werkzaamheden is geweest in 2007 met de voorbelasting van hole 1 en 9.
In 2008 zijn de werkzaamheden met betrekking tot de voorbelasting en aanleg vervolgd en in 2009 is de baan afgemaakt en ingezaaid. Sinds 2010 zijn de derde 9 holes van ons complex in gebruik.”
Nadat de Gemeente [A] in de gelegenheid had gesteld om aanvullende informatie te verstrekken en in het kader daarvan de zogenoemde Alcateltermijn had verlengd tot 18 januari 2014, heeft de Gemeente bij brief van 15 januari 2014 aan [A] meegedeeld dat zij de gunningsbeslissing van 6 december 2013 handhaaft. In deze brief schrijft de Gemeente – voor zover hier relevant – het volgende:
“Het informatiebord bij de bouwlocatie en de door u ontvangen besteksaanvraag voor 7 holes zijn niet bepalend voor de omschrijving van het door [B] opgegeven ‘referentieproject’ en de feitelijke omvang en inhoud daarvan.
De [B] Groep heeft de aanleg van de 9 holes tellende C-baan (blauwe lus) van Golfbaan Delfland als referentieproject opgegeven voor kerncompetentie 1. Golfbaan Delfland heeft schriftelijk bevestigd dat de [B] Groep de 9 holes tellende C-baan heeft aangelegd en deze niet langer dan 5 jaar geleden is ingezaaid. Met deze bevestiging is voldaan aan kerncompetentie 1 van de aanbestedingsleidraad.
Omdat de C-baan uit 9 holes bestaat hoeft de aanbesteder, ook na aanvullend eigen onderzoek, niet te twijfelen aan de juistheid van de informatie van de [B] Groep en Golfbaan Delfland dienaangaande. Met name niet nu [A] over zijn bezwaar tweemaal desgevraagd geen andere informatie heeft overgelegd dan uitsluitend de verwijzing naar het informatiebord en de besteksaanvraag.”
Eveneens op 15 januari 2014 heeft [A] bij de Commissie van Aanbestedingsexperts een klacht ingediend over het verloop van de aanbestedingsprocedure.
Bij brief van 16 januari 2014 heeft de Gemeente aan [A] meegedeeld dat zij geen aanleiding ziet voor verdere verlenging van de Alcateltermijn. Hierop heeft [A] de onderhavige procedure aanhangig gemaakt.
Bij brief van 23 januari 2014 heeft de Commissie van Aanbestedingsexperts aan de advocaat van [A] meegedeeld dat de behandeling van de klacht zal worden aangehouden totdat de rechter uitspraak heeft gedaan.
In een op 10 februari 2014 door haar ondertekende verklaring herhaalt Golfbaan Delfland met verwijzing naar de onder 2.7 vermelde verklaring dat [B] in de afgelopen vijf jaar (de) 9 holes van Golfbaan Delfland heeft aangelegd en dat het gras in de afgelopen vijf jaar is aangelegd.
3 Het geschil
Na wijziging van eis vordert [A] – zakelijk weergegeven – de Gemeente te verbieden het werk op te dragen aan een derde en haar te gelasten het werk op te dragen aan [A], tenzij de Gemeente zou besluiten het werk niet te doen uitvoeren.
Daartoe stelt [A] het volgende. Het door [B] opgegeven referentiewerk voldoet niet aan de in de Leidraad vermelde kerncompetentie 1, aangezien dat werk aantoonbaar een werk voor 7 holes betrof en het gras voor de holes 1 en 9 reeds in 2006 is ingezaaid, derhalve langer dan vijf jaar voor inschrijving. De omstandigheid dat [B] in de loop der jaren meer werkzaamheden voor Golfbaan Delfland heeft uitgevoerd, maakt het voorgaande niet anders. Op grond van jurisprudentie en de beginselen van het aanbestedingsrecht, moeten werkzaamheden die afzonderlijk zijn opgedragen via afzonderlijke bestekken worden aangemerkt als afzonderlijke werken. Dit valt ook op te maken uit onderdeel 3-5 onder G1 van de Gids Proportionaliteit, waarin is opgenomen dat een aanbestedende dienst maximaal één referentie per kerncompetentie vraagt.
De Gemeente en [B] voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
[B] vordert – zakelijk weergegeven – de Gemeente te gebieden de opdracht definitief aan [B] te gunnen dan wel in goede justitie een passende voorziening te treffen, een en ander met veroordeling van [A] in de proceskosten.
Verkort weergegeven stelt [B] daartoe dat zij er belang bij heeft dat de opdracht definitief aan haar gegund wordt en derhalve bij afwijzing van de vorderingen van [A], nu die definitieve gunning daardoor in gevaar kan komen.
Voor zover nodig zullen de standpunten van [A] en de Gemeente met betrekking tot de vorderingen van [B] hierna worden besproken.