Rechtbank Den Haag, 25-03-2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:4058, C-09-467416 - HA ZA 14-679
Rechtbank Den Haag, 25-03-2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:4058, C-09-467416 - HA ZA 14-679
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 25 maart 2015
- Datum publicatie
- 25 juni 2015
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2015:4058
- Zaaknummer
- C-09-467416 - HA ZA 14-679
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 22, Besluit uniforme saneringen [Tekst geldig vanaf 01-01-2024] [Regeling ingetrokken per 2024-01-01], Besluit uniforme saneringen [Tekst geldig vanaf 01-01-2024] [Regeling ingetrokken per 2024-01-01] art. 4
Inhoudsindicatie
Uitleg beding in notariële akte, maatstaf. Beoordeling of opschortende voorwaarden zijn vervuld. Geen grond voor toewijzing nakosten. Vordering toegewezen.
Uitspraak
vonnis
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/467416 / HA ZA 14-679
Vonnis van 25 maart 2015
in de zaak van
1 [A],
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de inleidende dagvaarding van 3 juni 2014, met producties 1 tot en met 13;
- -
-
de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie, met productie 1 tot en met 6;
- -
-
het tussenvonnis van 17 september 2014, waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- -
-
de brief van 24 november 2014 van mr. Oudijk, met productie 7;
- -
-
de brief van 25 november 2014 van mr. Vogelaar, met producties 13 en 14;
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 9 december 2014.
Het proces-verbaal van de comparitie is buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over het proces-verbaal voor zover het feitelijke onjuistheden betreft. [C] heeft van deze gelegenheid gebruikgemaakt. De brief van [C] van 24 december 2014 is aan het proces-verbaal gehecht en maakt onderdeel uit van het procesdossier.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2 De feiten
[A] c.s. heeft begin 2007 aan [C] een perceel grond van ongeveer 20.000 m2, gelegen aan de [adres] te [plaats], gemeente [gemeente 1] (hierna: de Grond), verkocht. De op 17 februari 2007 getekende koopovereenkomst luidt, voor zover hier van belang:
[...] De koopprijs van [de Grond] bedraagt € 65,00 (zegge: vijfenzestig euro) per m2.
Indien en zodra er voor [de Grond] een gewijzigd bestemmingsplan, waarin [de Grond] geheel of gedeeltelijk is aangewezen voor woondoeleinden, onherroepelijke rechtskracht heeft gekregen, dan is Koper jegens Verkoper een vergoeding van € 70,00 (zegge: zeventig euro) per m2 verschuldigd over dat deel van [de Grond] dat de bestemming woondoeleinden heeft gekregen.
Dit bedrag zal alsdan binnen zestig dagen nadat de onherroepelijk wijziging in een woonbestemming heeft plaatsgevonden, worden voldaan door creditering van de bank-/girorekening van Verkoper. De vergoeding zal door Koper aan Verkoper worden voldaan uiterlijk 7 jaar na ondertekening van deze overeenkomst door koper ongeacht of de voornoemde bestemmingswijziging heeft plaatsgevonden. [...]
Op 11 april 2007 is van het door UDM West verrichte bodemonderzoek, waarbij olieverontreiniging is geconstateerd, een rapport opgemaakt. Daarop zijn [A] c.s. en [C] op 22 mei 2007 het volgende nader overeengekomen:
[...] Verkoper zal, voor zijn/haar risico, zorgdragen voor sanering van de op pagina achttien van voornoemd rapport onder het kopje “stookruimte en voormalige bovengrondse tank” omschreven verontreiniging van het verkochte, met dien verstande dat het verkochte na die sanering geschikt dient te zijn voor het door koper beoogde gebruik, zijnde woningbouw. [...].
Partijen zijn met betrekking tot de voorwaarden waaronder de overeengekomen vergoeding als bedoeld onder het kopje “KOOPPRIJS” door koper verschuldigd is, in aanvulling en in afwijking van de eerder gesloten overeenkomst nader overeengekomen dat bedoelde vergoeding pas door koper verschuldigd zal zijn op het moment dat het zakelijk recht van gebruik ten behoeve van de verkoper, de comparant sub 2.A., is beëindigd èn de sanering tijdig, dat wil zeggen voor het einde van het zakelijk recht van gebruik, ten genoegen van koper heeft plaatsgevonden (hieronder wordt mede verstaan dat er een schriftelijke goedkeuring door het bevoegd gezag dient te zijn afgegeven ten aanzien van de uitgevoerde sanering). Vorenstaande geldt ook in het geval dat dat moment gelegen is na de in de eerdere overeenkomst opgenomen termijn van 7 jaar. [...]
[A] c.s. heeft de Grond op 17 juli 2007 aan [C] geleverd. De notariële akte luidt, voor zover hier van belang:
[...]
KOOPPRIJS
De koopprijs van [de Grond] bedraagt vijf en zestig euro (€ 65,00) per vierkante meter [...]
Ter aanvulling op het vorenstaande wordt overigens nog verwezen naar hetgeen hieromtrent nader in de koopovereenkomst is opgenomen, woordelijk luidende als volgt:
“Indien en zodra er voor [de Grond] een gewijzigd bestemmingsplan, waarin [de Grond] geheel of gedeeltelijk is aangewezen voor woondoeleinden, onherroepelijke rechtskracht heeft gekregen, dan is Koper jegens Verkoper een vergoeding van € 70,00 (zegge: zeventig euro) per m2 verschuldigd over dat deel van [de Grond] dat de bestemming woondoeleinden heeft gekregen.
Dit bedrag zal alsdan binnen zestig dagen nadat de onherroepelijk wijziging in een woonbestemming heeft plaatsgevonden, worden voldaan door creditering van de bank-/girorekening van Verkoper. De vergoeding zal door Koper aan Verkoper worden voldaan uiterlijk 7 jaar na ondertekening van deze overeenkomst door koper ongeacht of de voornoemde bestemmingswijziging heeft plaatsgevonden.”
[...]
EIGENSCHAPPEN VAN HET REGISTERGOED/VERONTREINIGING
[...]
Naar aanleiding van dit onderzoek, waarbij olieverontreiniging is geconstateerd, zijn partijen nader overeengekomen als volgt:
Verkoper zal, voor zijn/haar risico, zorgdragen voor sanering van de op pagina achttien van voornoemd rapport onder het kopje “stookruimte en voormalige bovengrondse tank” omschreven verontreiniging van het verkochte, met dien verstande dat het verkochte na die sanering geschikt dient te zijn voor het door koper beoogde gebruik, zijnde woningbouw. [...]
Partijen zijn met betrekking tot de voorwaarden waaronder de overeengekomen vergoeding als bedoeld onder het kopje “KOOPPRIJS” door koper verschuldigd is, in aanvulling en in afwijking van de eerder gesloten overeenkomst nader overeengekomen dat bedoelde vergoeding pas door koper verschuldigd zal zijn op het moment dat het zakelijk recht van gebruik ten behoeve van verkoper, de volmachtgever sub 2.A., is beëindigd èn de sanering tijdig, dat wil zeggen voor het einde van het zakelijk recht van gebruik, ten genoegen van koper heeft plaatsgevonden (hieronder wordt mede verstaan dat er een schriftelijke goedkeuring door het bevoegd gezag dient te zijn afgegeven ten aanzien van de uitgevoerde sanering). Vorenstaande geldt ook in het geval dat dat moment gelegen is na de in de eerdere overeenkomst opgenomen termijn van zeven jaar. [...]
Met inachtneming van het vorenstaande heeft koper geen beroep gedaan op de in de koopovereenkomst dienaangaande opgenomen ontbindende voorwaarde.
Eveneens op 17 juli 2007 heeft [C] de Grond onder exact dezelfde voorwaarden verkocht en geleverd aan Staedion.
De bestemming van de Grond is tot op heden niet gewijzigd in woningdoeleinden.
Op 13 maart 2014 heeft [A] c.s. [C] verzocht om betaling van de bij de koopovereenkomst overeengekomen vergoeding van € 1.400.000,=. [A] c.s. heeft voor deze vordering diverse beslagen ten laste van [C] onder derden, waaronder Staedion, laten leggen.