Rechtbank Den Haag, 21-09-2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:17096, C/09/500252 / HA ZA 15-1298
Rechtbank Den Haag, 21-09-2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:17096, C/09/500252 / HA ZA 15-1298
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 september 2016
- Datum publicatie
- 6 juli 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2016:17096
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2019:2021, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- C/09/500252 / HA ZA 15-1298
Inhoudsindicatie
x
Uitspraak
vonnis
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/500252 / HA ZA 15-1298
Vonnis van 21 september 2016
in de zaak van
Mr. [curator] Q.Q., in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gouden Tromp B.V.,
wonende te [woonplaats 1] ,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. R.W.A. Brunninkhuis te Den Haag,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. R.R.F. van der Mark te Amsterdam.
Partijen zullen hierna de curator en [gedaagde] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 9 oktober 2015, met producties;
- -
-
de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie;
- -
-
het tussenvonnis van 24 februari 2016, waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 27 juni 2016.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2 De feiten
[gedaagde] is in een directeursfunctie werkzaam geweest bij PinkRoccade N.V. Bij beëindigingsovereenkomst van 27 juli 2002 is de arbeidsovereenkomst tussen PinkRoccade en [gedaagde] per 1 augustus 2002 beëindigd. In deze beëindigingsovereenkomst is opgenomen dat [gedaagde] een ontslagvergoeding van € 983.845 zou ontvangen.
Op 2 november 2002 hebben Gouden Tromp (i.o.) en [gedaagde] een stamrechtovereenkomst getekend, die onder meer het volgende inhoudt:
“(...)
dat is overeengekomen dat de heer [gedaagde] een recht op periodieke uitkeringen ter vervanging van de gederfde of te derven inkomsten in de zin van artikel 11, eerste lid onderdeel g van de Wet loonbelasting 1964, ter waarde van € 983.845 (...) zal verkrijgen;
dat de heer [gedaagde] de uitvoering van deze stamrechtverplichting wenst te laten geschieden door de vennootschap (...);
(...)”
Artikel 6 van de stamrechtovereenkomst houdt het volgende in:
“Er geldt een uitdrukkelijk verbod het stamrechtkapitaal af te kopen, te vervreemden dan wel formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid te maken.”
Op 11 november 2002 heeft [gedaagde] Gouden Tromp als stamrechtvennootschap opgericht. Volgens artikel 2 van de statuten heeft Gouden Tromp ten doel:
a. het aangaan van stamrechtverplichtingen en het verstrekken van periodieke uitkeringen aan de heer [gedaagde] (...);
b. het oprichten, verkrijgen en vervreemden van vennootschappen en ondernemingen, het verkrijgen en vervreemden van belangen daarin en het beheren of doen beheren, alsmede het voeren of doen voeren van de directie over vennootschappen en ondernemingen en het financieren of doen financieren daarvan;
c. de belegging in registergoederen en roerende zaken (...), het ter leen opnemen en ter leen verstrekken van gelden al of niet met zakelijke of persoonlijke zekerheid, het stellen van zekerheid ten behoeve van derden en het verstrekken van periodieke uitkeringen;
d. (...)”
Sinds de oprichting van Gouden Tromp is [gedaagde] enig bestuurder en enig aandeelhouder van Gouden Tromp.
Gouden Tromp heeft gefungeerd als holdingmaatschappij van de “Vernes Industries”-groep, bestaande uit enkele vennootschappen, waaronder Kortjacht B.V. (hierna: Kortjacht) en 52.04 Systems B.V. (h.o.d.n. RVS Agenturen, hierna: RVS).
Bij overeenkomst van 13 februari 2005 heeft Gouden Tromp zich voor een bedrag van maximaal € 110.000,- borg gesteld jegens ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABN AMRO) voor de schulden van Kortjacht en RVS jegens ABN AMRO.
Op 28 augustus 2008 heeft Gouden Tromp de vorderingen die zij heeft of zal krijgen op ABN AMRO, geadministreerd onder rekeningnummer 50.00.82.324, in pand gegeven aan ABN AMRO.
Op 27 januari 2009 heeft Gouden Tromp zich borg gesteld jegens de verhuurder van Kortjacht, [A] , voor de betaling van vier maanden huur.
In juli 2010 is Kortjacht in staat van faillissement verklaard, evenals alle andere tot de “Vernes Industries”-groep behorende vennootschappen.
Bij vonnis van 30 september 2010 is Gouden Tromp veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 52.025,38 aan [A] uit hoofde van de borgtocht.
Deutsche Bank (de rechtsopvolger van ABN AMRO) heeft haar pandrecht uitgeoefend en op 1 december 2010 € 110.000,- afgeschreven van de bankrekening met nummer 50.00.82.324.
[gedaagde] heeft de rekening-courant vordering die Gouden Tromp op hem had verrekend met de (voorwaardelijke) stamrechtverplichting van Gouden Tromp jegens hem.
Bij arrest van 1 februari 2011 is Gouden Tromp door het hof Den Haag in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van de curator als zodanig.
3 Het geschil
De curator vordert
Primair:
te verklaren voor recht dan wel vast te stellen dat [gedaagde] aansprakelijk is op grond van artikel 2:248 lid 1 BW en [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan de curator van het bedrag van de schulden in het faillissement van Gouden Tromp voor zoveel deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, welker omvang wordt bepaald door verificatie en vaststelling van de schulden in het faillissement van Gouden Tromp, alsmede betaling van een voorschot van € 162.346,26;
Subsidiair:
te verklaren voor recht dan wel vast te stellen dat [gedaagde] aansprakelijk is op grond van artikel 2:9 lid 1 BW en [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan de curator van door Gouden Tromp geleden schade als gevolg van het onbehoorlijk bestuur van [gedaagde] , nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente die hierover verschuldigd is vanaf 1 februari 2011, althans vanaf de datum van deze dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede betaling van een voorschot van € 110.000,-;
in ieder geval:
[gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding, waaronder die van de beslaglegging, vermeerderd met de wettelijke rente daarover indien de kosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis worden voldaan, alsmede in de nakosten.
De curator legt – samengevat – het volgende ten grondslag aan zijn vorderingen. [gedaagde] heeft Gouden Tromp opgericht als een stamrechtvennootschap. Gouden Tromp heeft het stamrechtkapitaal aangewend om de Vernes Industries-groep te financieren en om gelden te lenen aan [gedaagde] in privé. [gedaagde] heeft in strijd met de wet (artikel 19b lid 1 aanhef en onder b juncto lid 6 Wet op de loonbelasting 1994), het (statutaire) doel van Gouden Tromp en de stamrechtovereenkomst tussen Gouden Tromp gehandeld door onder meer het stamrechtkapitaal voorwerp van zekerheid te maken, rekening-courantvorderingen op zichzelf te laten ontstaan, en door vlak voor het faillissement in wezen het stamrecht in één keer af te kopen zonder de verplichte belasting en revisierente af te dragen aan de Belastingdienst.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
[gedaagde] vordert – samengevat – dat de curator wordt veroordeeld de beslagen op te heffen en te verklaren voor recht dat de curator gehouden is de door [gedaagde] door de beslagen geleden schade te vergoeden, vermeerderd met kosten.
[gedaagde] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat de vorderingen van de curator ongegrond zijn, zodat de beslagen moeten worden opgeheven.
De curator voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.