Home

Rechtbank Den Haag, 11-09-2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:10450, C/09/535544

Rechtbank Den Haag, 11-09-2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:10450, C/09/535544

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11 september 2017
Datum publicatie
14 september 2017
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2017:10450
Zaaknummer
C/09/535544
Relevante informatie
Aanbestedingswet 2012 [Tekst geldig vanaf 02-03-2022], Aanbestedingswet 2012 [Tekst geldig vanaf 02-03-2022] art. 4.15, Aanbestedingswet 2012 [Tekst geldig vanaf 02-03-2022] art. 2.127

Inhoudsindicatie

Aanbestedingsgeschil. Afwijzing vorderingen, Alcatel-termijn verstreken en al overeenkomst met winnaar inschrijving gesloten

Uitspraak

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/535544 / KG ZA 17/905

Vonnis in kort geding van 11 september 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SITA RECYCLING SERVICES NOORD B.V.,

gevestigd te Zuidwolde,

eiseres,

advocaat mr. B.J.H. Blaisse-Verkooyen te Haarlem,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

zetelend te Den Haag,

advocaat mr. H.M. Fahner te Den Haag.

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KRINKELS B.V.,

gevestigd te Wouw,

advocaat mr. L. Knoups te Den Haag,

gedaagden.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Sita’, ‘de Staat’ en ‘Krinkels’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de gelijkluidende dagvaardingen van 11 juli 2017 met producties 1-17;

- de conclusie van antwoord van de Staat, met producties 1-2;

- de akte houdende wijziging van eis, met producties 18-24;

- de fax van Krinkels d.d. 30 augustus 2017;

- de fax van Sita d.d. 31 augustus 2017;

- de fax van de Staat d.d. 31 augustus 2017;

- de op 1 september 2017 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Tegen de eiswijziging is door Krinkels bezwaar gemaakt. Dit bezwaar wordt verworpen nu de eis tijdig, dat wil zeggen meer dan 24 uur voorafgaand aan de zitting, schriftelijk is ingediend en de goede procesorde niet is geschaad.

1.3.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

De Staat heeft in januari 2017 een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het coördineren en uitvoeren van de gladheidbestrijding gedurende de periode van 1 oktober 2017 tot 1 mei 2020. De opdracht was verdeeld in twee percelen, Groningen en Drenthe. Het gunningscriterium was de laagste prijs.

2.2.

De opdracht omvat het uitvoeren van zowel preventieve strooiacties (gericht op het voorkomen en bestrijden van gladheid) als curatieve strooiacties (gericht op het bestrijden van als gevolg van sneeuwval en/of ijzel voorkomende gladheid). De aannemer van de opdracht dient te beschikken over motorvoertuigen (“tracties”) die geschikt zijn voor het gladheidsbestrijdingsmaterieel dat door de Staat ter beschikking wordt gesteld.

2.3.

In het Inschrijvings- en beoordelingsdocument staat vermeld dat de aanbestedingsprocedure in twee fasen uiteenvalt, namelijk een Beoordelingsfase en een Onderbouwingsfase. De Beoordelingsfase eindigt volgens de planning op 30 maart 2017 met het verzenden van de gunningsbeslissing. Daarna gaat een rechtsbeschermingstermijn lopen tot 19 april 2017. De partij in wiens voordeel de gunningsbeslissing is genomen heeft vervolgens tot 9 mei 2017 de gelegenheid aan te tonen dat hij beschikt over de vereiste tractie.

2.4.

In de Nota van Inlichtingen is, bij vraag 21, over deze opzet het volgende opgemerkt:

Vraag

(...) Inschrijvers behoren de zekerheid te hebben dat zowel de inschrijving als de bewijsdocumenten inzake minimumeisen en uitsluitingsgronden volledig zijn beoordeeld en in orde bevonden. (...) Wij vragen u de gunningsbeslissing pas te verzenden nadat de onderbouwingsfase met goed gevolg is afgerond.

Antwoord

De aantoonplicht voor de beoogd opdrachtnemer m.b.t. de beschikbaarheid van de benodigde tractie is geen inschrijfvereiste en geen bewijsdocument inzake minimumeisen en/of uitsluitingsgronden, maar een voorwaarde voor definitieve opdrachtverlening. Het kan van inschrijvers niet verlangd worden dat reeds bij inschrijving aangetoond moet worden dat een inschrijver de beschikbaarheid van alle vereiste tractie contractueel heeft vastgelegd. (...)”

2.5.

In het Inschrijvings- en beoordelingsdocument komt verder onder meer de volgende passage voor:

2.3.1 Bij de inschrijving te verstrekken documenten

1. De inschrijving dient te geschieden op het bij dit inschrijvings- en beoordelingsdocument gevoegde inschrijvingsbiljet (bijlage D bij dit inschrijvings- en beoordelingsdocument) dan wel op een geheel overeenkomstig daaraan opgesteld biljet.

2. De inschrijver dient bij zijn inschrijving twee volledig ingevulde, gedateerde en conform paragraaf 2.4.1 digitaal ondertekende eigen verklaringen te voegen: (...)

3. De inschrijver dient bij zijn inschrijving een volledig ingevulde opgave conform bijlage H bij dit inschrijvings- en beoordelingsdocument te voegen (...)

4. De inschrijver dient bij zijn inschrijvingsbiljet een verklaring te voegen als genoemd in artikel 2.32.3 van het ARW 2016 (...)

5. Indien de inschrijver zich, om te voldoen aan de geschiktheidseisen genoemd in paragraaf 3.3, beroept op de financiële en economische draagkracht en/of de technische bekwaamheid van andere natuurlijke of rechtspersonen, dient de inschrijver dit aan te geven in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument.

Voorts dient de inschrijver bij zijn inschrijvingsbiljet de volgende bescheiden te voegen:

a. (...)

b. een door elke andere natuurlijke of rechtspersoon opgestelde, gedateerde en conform paragraaf 2.4.1 digitaal ondertekende verklaring, waarin deze jegens de aanbesteder verklaart dat de inschrijver over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen kan beschikken; (...)”

2.6.

In de Nota van Inlichtingen is over deze passage de volgende vraag en antwoord (onder 18) opgenomen:

Vraag

2.3.1.

lid 5.b. De hier gevraagde verklaring is Bijlage I? Deze bijlage vermeldt slechts het aantal tracties voor preventieve acties. Gezien het belang van de dienst lijkt het ons rechtvaardiger hier het aantal tracties inclusief curatieve acties te vermelden.

Antwoord

Ja, in artikel 2.3.1 lid 5b wordt Bijlage I bedoeld.

Het is de keus van de aanbesteder om in bijlage I “verklaring tractie preventieve strooiroutes (type 1)” alleen de preventieve acties te vermelden”.

2.7.

Bijlage I luidt als volgt:

Verklaring tractie preventieve strooiroutes (Type 1).

De inschrijver toont door het invullen van de onderstaande tabel aan dat deze over voldoende tractie beschikt om de preventieve strooiacties type 1 te kunnen uitvoeren.

Steunpunt

Aantal

tracties

beschikbaar

Voldoet ja/nee

Perceel 1 Groningen

Leek

5 tracties

Kolham

7 tracties

Winschoten

3 tracties

Perceel 2 Drenthe

Assen

7 tracties

Hoogeveen

6 tracties

Erm

6 tracties

VERKLARING

Ondergetekende verklaart dat:

de bovenstaande tabel volledig en naar waarheid is ingevuld;

hij deze ingevulde tabel onvoorwaardelijk en zonder enig voorbehoud heeft ondertekend; hij zich ervan bewust is dat het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie door de aanbestedende dienst kan worden aangemerkt als een valse verklaring en dat dit kan leiden tot een onvoorwaardelijke uitsluiting voor de resterende duur van deze aanbestedingsprocedure;

deze tabel is ondertekend door een daartoe, blijkens het handelsregister, dan wel een overeenkomstig register van het land van vestiging van de onderneming, vertegenwoordigingsbevoegde,

Ondertekening

Na(a)m(en) vertegenwoordigingsbevoegde ondertekenaar(s)”

Datum:

Handtekening(en)”

2.8.

In het Inschrijvings- en beoordelingsdocument staat verder het volgende vermeld:

“4.2 Gunningscriteria

(...)

De beoogd opdrachtnemer dient een gedetailleerd uitgewerkte lijst (bijlage 1) met in te zetten kentekens en namen van onderaannemers gekoppeld aan het in te zetten materieel van de opdrachtgever in digitale vorm te verstrekken (uiterste datum 9 mei 2017). Waarbij geborgd is dat er voldoende tractie inzetbaar is om de preventieve acties met het materieel wat beschikbaar wordt gesteld door de opdrachtgever uit te kunnen voeren. (art. 5.3)”

(...)

5.2

Onderbouwingsfase

1. Met het versturen van de gunningsbeslissing vangt de onderbouwingsfase aan. In deze fase onderbouwt de beoogd opdrachtnemer zijn inschrijving door het indienen van de in paragraaf 5.3 van dit inschrijvings- en beoordelingsdocument gespecificeerde documenten.

(...)

Indien uit de in paragraaf 5.3 van dit inschrijvings- en beoordelingsdocument gespecificeerde documenten blijkt dat de inschrijving van de beoogd opdrachtnemer niet voldoet aan de eisen van de overeenkomst, kan de inschrijving als ongeldig ter zijde worden gelegd.

5.3

In de onderbouwingsfase te verstrekken document

(...)

Er dient een gedetailleerde uitgewerkte lijst (bijlage 1) aangeleverd te worden met de in te zetten tracties. Dit document is als (bijlage 1) bij het bestek gevoegd. “De kolommen welke ingevuld dienen te worden zijn kenteken en onderaannemer”.

2.9.

Bijlage 1 is een tabel van het door de Staat ter beschikking te stellen materieel, met een omschrijving van het voorgeschreven gebruik ervan. De inschrijver dient in deze tabel het kenteken van het door hem in te zetten voertuig en de naam van de onderaannemer in te vullen. De tabel is hieronder gedeeltelijk weergegeven

2.10.

In de Nota van Inlichtingen is over deze tabel, naar aanleiding van vraag 14, het volgende vermeld:

De beoogd opdrachtnemer dient bijlage 1 volledig in te vullen, dat betreft dus ter beschikking te stellen materieel voor zowel preventieve acties als voor curatieve acties”.

2.11.

Verderop in deze Nota van Inlichtingen is over deze tabel, naar aanleiding van vraag 37, het volgende vermeld:

“(...) de beoogd opdrachtnemer dient bijlage 1 volledig in te vullen, dat betreft dus ter beschikking te stellen materieel voor preventieve acties. (...)”.

2.12.

Op 30 januari 2017 is een Inlichtingenbijeenkomst over de aan te besteden opdracht geweest. Tijdens die bijeenkomst is een sheet getoond met daarop de opmerking

Onderbouwingsfase nader invullen bijlage 1”.

2.13.

Voor het perceel Groningen hebben alleen Sita en Krinkels ingeschreven, waarbij Krinkels de laagste prijs heeft geboden. De opdracht is aan Krinkels verstrekt.

2.14.

Krinkels heeft op bijlage I (zie 2.7) de vraag in de rechter kolom beantwoord met “nee”.

2.15.

Krinkels heeft op bijlage II (zie 2.9) voor de preventieve tracties de gevraagde informatie verstrekt. Voor de curatieve tractie heeft zij dit niet volledig gedaan.

3 Het geschil

3.1.

Sita vordert, na wijziging van eis, – zakelijk weergegeven – dat de Staat geboden wordt de inschrijving van Krinkels ongeldig te verklaren, de uitvoering van de door hem met Krinkels gesloten overeenkomst te schorsen en de overeenkomst te beëindigen, en dat Krinkels wordt geboden dit te gehengen en gedogen. Voorts vordert Sita dat de Staat wordt bevolen een nieuwe gunningsbeslissing te nemen, in die zin dat Sita wordt uitgenodigd voor de onderbouwingsfase.

3.2.

Daartoe voert Sita – samengevat – het volgende aan.

3.2.1.

Krinkels beschikte bij haar inschrijving niet over de voor preventieve acties benodigde tractie. Zij heeft dus bijlage I niet (correct) kunnen invullen. Met die bijlage moest worden aangetoond dat de inschrijver over voldoende tractie beschikt om de preventieve strooiacties te kunnen uitvoeren. Krinkels had daarom van verdere deelname aan de procedure uitgesloten dienen te worden.

3.2.2.

Daarnaast heeft Krinkels in de onderbouwingsfase geen volledig ingevulde bijlage 1 overgelegd, terwijl dit volgens het antwoord op vraag 14 in de Nota van Inlichtingen (zie 2.10) wel had gemoeten. Uit de markt weet Sita dat Krinkels nog in juni op zoek was naar de benodigde tractie. Krinkels heeft dus ook in de onderbouwingsfase niet aan de gestelde vereisten voldaan en ook om die reden had geen overeenkomst tussen de Staat en Krinkels tot stand mogen komen.

3.2.3.

Tot slot voert Sita aan dat Krinkels blijkens haar opgave gebruik gaat maken van vrachtauto’s die inclusief strooier, lading en bijbehorende uitrusting de technisch maximale massa zullen overschrijden. Uitvoering van de overeenkomst zal leiden tot een economisch delict. De overeenkomst tussen de Staat en Krinkels moet daarom op grond van artikel 3:40 Burgerlijke Wetboek (BW) nietig worden geacht.

3.3.

De Staat en Krinkels voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

5 De beslissing