Rechtbank Den Haag, 05-10-2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11525, C/09/536686 KG ZA 17/1043
Rechtbank Den Haag, 05-10-2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11525, C/09/536686 KG ZA 17/1043
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2017
- Datum publicatie
- 12 oktober 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2017:11525
- Zaaknummer
- C/09/536686 KG ZA 17/1043
Inhoudsindicatie
Kort geding. Afwijzing vorderingen. Europese aanbesteding volgens de niet openbare procedure. Vertrouwelijkheid en geheimhouding processtukken. Niet gebleken dat beoordeling kwalitatief gunningscriterium op onjuiste wijze heeft plaatsgevonden.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/536686 / KG ZA 17/1043
Vonnis in kort geding van 5 oktober 2017
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] ,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] , gemeente [gemeente 1] ,
eiseres,
advocaat mr. J. van den Brink te Hardinxveld-Giessendam,
tegen:
de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE STAAT DER NEDERLANDEN
(het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat),
zetelende te Den Haag
gedaagde,
advocaat mr. A.L.M. de Graaf te Den Haag,
waarin is tussengekomen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[X] B.V. ,
gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeente 2] ,
advocaat mr. F.R.H. Kuiper te Hattem.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’, ‘Rijkswaterstaat’ en ‘ [X] ’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- het faxbericht van 8 september 2017 van de zijde van [eiseres] , met daarin opgenomen een nadere toelichting en een eiswijziging;
- de door Rijkswaterstaat overgelegde conclusie van antwoord, met een productie;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging;
- de schriftelijke uitlatingen van [X] en [eiseres] over het verstrekken van processtukken;
- de op 14 september 2017 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [eiseres] en [X] pleitnotities zijn overgelegd.
Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 Het incident tot tussenkomst dan wel voeging
[X] heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiseres] en Rijkswaterstaat. [eiseres] en Rijkswaterstaat hebben daartegen geen bezwaar gemaakt. [X] is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Rijkswaterstaat heeft op 5 december 2016 het inschrijvings- en beoordelingsdocument gepubliceerd voor de aanbesteding van de opdracht voor het meerjarig in stand houden van, monitoren van en upgraden van het kwelderareaal in het Waddengebied (hierna: de aanbesteding). Het betreft een Europese aanbesteding volgens de niet-openbare procedure.
In voormeld document (hierna: het aanbestedingsdocument) staat, voor zover thans relevant, het volgende vermeld:
“(...)
Bij de inschrijving te verstrekken kwalitatieve documenten
Als deel 2 van de inschrijving dient een pakket te worden verstrekt met de volgende informatie:
|
Criterium |
Subcriterium |
Kwalitatief document |
|
1 Beheersing van de risico’s met betrekking tot zorgvuldige uitvoering |
1.1 Beheersing van de risico’s m.b.t. het werken in getijde gebied |
Plan van aanpak Beheersing van de risico’s m.b.t. het werken in getijde gebied |
|
1.2 Beheersing van de risico’s m.b.t. het werken in (beschermd) natuurgebied |
Plan van aanpak Beheersing van de risico’s m.b.t. het werken in (beschermd) natuurgebied |
|
|
2 CO2-ambitie |
Aangeven op inschrijvingsbiljet |
Deel 2 van de inschrijving bevat hetgeen nodig is om te kunnen komen tot een kwalitatieve beoordeling van de EMVI-criteria voor de beste prijskwaliteitverhouding.
Beheersing van de risico’s m.b.t. het werken in getijde gebied.
De inschrijver dient een Plan van Aanpak in te dienen waarin de inschrijver betreffende de beheersing van de risico’s m.b.t. het werken in een getijde gebied zijn beheersmaatregelen beschrijft.
Voor de aandachtspunten/doelstelling wordt verwezen naar bijlage C.
Het “Plan van aanpak Beheersing van de risico’s m.b.t. het werken in getijde gebied” van de inschrijver omvat een risicodossier ter grootte van 2 pagina’s ter grootte van A4 formaat met tekst (...)
Beheersing van de risico’s m.b.t. het werken in (beschermd) natuurgebied.
De inschrijver dient een Plan van Aanpak in te dienen waarin de inschrijver betreffende de beheersing van de risico’s m.b.t. het werken in (beschermd) natuurgebied zijn beheersmaatregelen beschrijft.
Voor de aandachtspunten/doelstelling wordt verwezen naar bijlage C.
Het “Plan van aanpak Beheersing van de risico’s m.b.t. het werken in (beschermd) natuurgebied” van de inschrijver omvat een risicodossier ter grootte van 2 pagina’s ter grootte van A4 formaat met tekst (...)
(...)
Gunningscriteria
De opdracht wordt verleend aan de inschrijver die de economisch meest voordelige inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft gedaan, mits de inschrijver een geldige inschrijving heeft gedaan, voldoet aan de gestelde geschiktheidseisen en overigens niet behoeft te worden uitgesloten van opdrachtverlening.
(...)
(...) de “Fictieve inschrijvingssom. Deze wordt verkregen door de inschrijvingssom te vermeerderen met 60% van het totaalbedrag van de Staat van de optionele activiteiten en te verminderen met de ‘Totale kwaliteitswaarde’. De inschrijving die op grond van dit rekenblad de laagste fictieve inschrijvingssom heeft, is de economisch meest voordelige inschrijving met de beste prijs- kwaliteitsverhouding.
(...)”
In bijlage C bij het aanbestedingsdocument is onder meer opgenomen:
de “Tabel EMVI-BPKV-criteria”, die luidt als volgt:
|
Criterium |
Subcriterium |
Aandachtspunten |
Doelstelling Aanbesteder |
|
1 Beheersing van de risico’s met betrekking tot zorgvuldige uitvoering |
1.1 Beheersing van de risico’s m.b.t. het werken in getijde gebied |
* Wisselende dagelijkse uitvoeringsperiode in tijd (eb en vloed) en sterk weersafhankelijk. * Slappe bodem geeft beperkte begaanbaarheid van het gebied. * Slappe bodem geeft kans op wegzakken materieel en hiermee kans op milieuschade. * beperkte diepgang Waddenzeezijde in verband met activiteiten uitgevoerd vanaf zeezijde. |
De doelstelling van de Aanbesteder is een optimale risicobeheersing door de Opdrachtnemer met betrekking tot het werken in een getijdegebied zodat Opdrachtgever kan constateren dat opdrachtnemer de opdracht goed doorgrond en hier de juiste inschatting maakt van de belangrijkste risico’s en op een passende wijze de risico’s beheerst en daarmee minimaliseert |
|
1.2 Beheersing van de risico’s m.b.t. het werken in (beschermd) natuurgebied |
* Het minimaliseren van activiteiten uitgevoerd vanaf landzijde. * Samenwerken met de stakeholders (partijen omgeving). * Het zo weinig mogelijk beschadigen van de ondergrond (flora). * Het zo weinig mogelijk storen van broedende vogels (fauna). * Het produceren van zo weinig mogelijk geluid. * UNESCO/Natura 2000 gebied. |
De doestelling van de Aanbesteder is een optimale risicobeheersing door de Opdrachtnemer met betrekking tot beheer flora en fauna zodat Opdrachtgever kan constateren dat opdrachtnemer de opdracht goed doorgrond en hier de juiste inschatting maakt van de belangrijkste risico’s en op een passende wijze de risico’s beheerst en daarmee minimaliseert |
|
|
2 CO2-ambitie |
(...) |
(...) |
een rekenblad EMVI-BPKV waaruit blijkt dat aan zowel subcriterium 1.1 als 1.2 een maximale kwaliteitswaarde van € 925.000,- is verbonden. Deze waardes vormen tezamen met de kwaliteitswaarde CO2-ambitie de maximale kwaliteitswaarde. De fictieve inschrijvingssom wordt aldus berekend dat bij de inschrijvingssom wordt opgeteld 60% van totaalbedrag van de Staat van optionele activiteiten, waarvan wordt afgetrokken de totale kwaliteitswaarde.
Een toelichting op het rekenblad EMVI-BPKV waarin staat vermeld, voor zover thans relevant:
Behaalde kwaliteitswaarde
Voor elk (sub)criterium waarop de maximale kwaliteitswaarde zichtbaar gemaakt is, wordt een beoordelingscijfer gegeven. Bij het beoordelingscijfer 10 wordt de maximale kwaliteitswaarde toegekend. De relatie tussen ‘Beoordelingscijfer’ en ‘behaalde kwaliteitswaarde’ is verder lineair. Onderstaande tabel bevat het overzocht van de beoordelingscijfers met bijbehorende kwaliteitswaarden. In de onderstaande tabel is bij de “waardering” omschreven welke mate van “meerwaarde” hoort bij een bepaald cijfer.
|
Beoordelingscijfer |
Waardering (mate waarin meerwaarde wordt geleverd) |
% van maximale kwaliteitswaarde |
|
10 |
Uitstekend (heel veel meerwaarde) |
100 |
|
9 |
Zeer goed (veel meerwaarde) |
75 |
|
8 |
Goed (ruim voldoende tot aanzienlijke meerwaarde) |
50 |
|
7 |
Redelijk (voldoende meerwaarde) |
25 |
|
6 |
Neutraal (niet of nauwelijks meerwaarde) |
0 |
|
5 |
Onvoldoende (deels ontoereikend/nadelig/gevaarlijk) |
-25 |
|
4 |
Ruim onvoldoende (ruim ontoereikend/nadelig/gevaarlijk) |
-50 |
|
3 |
Slecht (zeer ontoereikend/nadelig/gevaarlijk) |
-75 |
|
2 |
Zeer slecht (uiterst ontoereikend/nadelig/gevaarlijk ) |
-100 |
Zowel [eiseres] als [X] – evenals vier andere gegadigden – hebben een inschrijving ingediend. Op 11 mei 2017 is een voorlopige gunningsbeslissing bekend gemaakt. Die is nadien (nadat [eiseres] een kort geding aanhangig had gemaakt) ingetrokken, omdat deze volgens Rijkswaterstaat onvoldoende gemotiveerd was. Op 11 juli 2017 is een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing bekend gemaakt (hierna: de voorlopige gunningsbeslissing). Hierin is opgenomen dat Rijkswaterstaat voornemens is de opdracht te gunnen aan [X] .
Uit de bij de voorlopige gunningsbeslissing gevoegde bijlage 1 blijkt dat [eiseres] op de tweede plaats is geëindigd, alsmede dat:
- -
-
[X] heeft ingeschreven met een inschrijvingssom van € 1.400.000,-, een kwaliteitswaarde voor subcriterium 1.1 heeft behaald van € 231.250,- en voor subcriterium 1.2 van € 462.500,- en – rekening houdend nog enkele andere behaalde waardes en bedragen – een fictieve inschrijvingssom heeft van € 895.850,-;
- -
-
[eiseres] heeft ingeschreven met een inschrijvingssom van € 1.700.000,-, een kwaliteitswaarde voor subcriterium 1.1 én voor subcriterium 1.2 heeft behaald van € 462.500,- en – rekening houdend nog enkele andere behaalde waardes en bedragen – een fictieve inschrijvingssom heeft van € 1.012.500,-.
In de bij de voorlopige gunningsbeslissing gevoegde bijlage 2 ‘scores en motivering beoordeling inschrijving’ van [eiseres] staan bij subcriterium 1.1 elf punten en bij subcriterium 1.2 dertien punten vermeld die meerwaarde geven, staan bij beide subcriteria geen punten vermeld die minderwaarde geven en is als “overall afweging” opgenomen:
Bij 1.1:
“Niet alle benoemde maatregelen dragen evenveel bij aan de doelstellingen bij de aandachtspunten. De maatregelen 1, 5, 9 en 10 leveren een goede bijdrage aan deze doelstellingen, maar de meerwaarde van de overige maatregelen is als geringer beoordeeld.
Er zijn relatief weinig effectieve maatregelen met betrekking tot aandachtspunt 4 (Beperkte diepgang Waddenzeezijde in verband met activiteiten uitgevoerd vanaf zeezijde) aangeboden.
Een aantal aangeboden maatregelen zijn met “niet (voldoende) SMART” of “meerwaarde onduidelijk” beoordeeld (bijvoorbeeld ‘plan- en procesmatig werken o.b.v. getijde- en weersvoorspellingen’, 7x24u aanspreekpunt’; ‘eigen ontwikkeling neerzetpen die draad minder belast/beschadigd’, ‘getijde-ervaren kapitein”).
Niet alle aangeboden maatregelen geven dus (even) veel meerwaarde, en in het bijzonder voor aandachtspunt 4 hadden meer maatregelen aangeboden kunnen worden.
Samenvattend heeft de inschrijver met de aangeboden maatregelen ruim voldoende tot aanzienlijke meerwaarde aangeboden. Dit resulteert in het beoordelingscijfer van een 8.”
Bij 1.2:
““Niet alle benoemde maatregelen dragen evenveel bij aan de doelstellingen bij de aandachtspunten. De maatregelen 2, 3, 6, 10 en 11 leveren een goede bijdrage aan deze doelstellingen, maar de meerwaarde van de overige maatregelen is als geringer beoordeeld.
Voor aandachtspunt 6 (UNESCO/NATURA 2000 gebied) zijn relatief weinig effectieve maatregelen aangeboden.
Een aantal aangeboden maatregelen zijn met “niet (voldoende) SMART” of “meerwaarde onduidelijk” beoordeeld (bijvoorbeeld ‘benoeming stabiele of onstabiele stukken’; piekgeluid hybride kraan 102 dba’; ‘risico op productie beperkende voorwaarden in productiebossen’)
Niet alle aangeboden maatregelen geven dus (even) veel meerwaarde, en in het bijzonder voor aandachtspunt 6 hadden meer maatregelen aangeboden kunnen worden.
Samenvattend heeft de inschrijver met de aangeboden maatregelen ruim voldoende tot aanzienlijke meerwaarde aangeboden. Dit resulteert in het beoordelingscijfer van een 8.”