Home

Rechtbank Den Haag, 26-10-2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:12138, C-09-536670-KG ZA 17-1042

Rechtbank Den Haag, 26-10-2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:12138, C-09-536670-KG ZA 17-1042

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26 oktober 2017
Datum publicatie
26 oktober 2017
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2017:12138
Zaaknummer
C-09-536670-KG ZA 17-1042

Inhoudsindicatie

Kort geding. Europese openbare aanbesteding betreffende een opdracht voor circulair kantoormeubilair. Volgens eiseres voldeden de inschrijvers, aan wie Rijkswaterstaat voornemens is de opdracht te gunnen (de “winnaars”), ten tijde van de inschrijving niet aan een van de gestelde eisen. Het betreft een eis die betrekking heeft op de herkomst van het materiaal / duurzaam hout. Rijkswaterstaat wordt echter gevolgd in zijn verweer dat sprake is van een uitvoeringseis, zodat pas ten tijde van de levering behoeft te worden beoordeeld of de winnaars daaraan voldoen. Overigens kán dat ook dan pas worden beoordeeld, nu het gaat om eisen die worden gesteld aan het nog te leveren hout. Dit leidt ertoe dat voorlopig dient te worden uitgegaan van de juistheid van de verklaring van de winnaars dat zij aan deze eis zullen voldoen. Er is immers geen concrete aanwijzing dat dit niet zo zal zijn. Bij een beoordeling in dit geding van de bezwaren van eiseres ten aanzien van de (motivering van de) beoordeling van haar inschrijving, heeft eiseres geen belang. Immers, ook als zij de maximale score op de door haar genoemde punten zou behalen, zou zij nog steeds als derde in de ranking eindigen.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09536670 / KG ZA 17/1042

Vonnis in kort geding van 26 oktober 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Drentea Kantoormeubelen B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Emmen,

eiseres,

advocaten mrs. P.P.R. Hoekstra en P. Bluemink te Groningen,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

de Staat der Nederlanden (Ministerie van Infrastructuur en Milieu),

zetelende te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. D. Wolters Rückert te Den Haag,

waarin zijn tussengekomen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Rohde & Grahl B.V.,

statutair gevestigd te Amersfoort,

advocaten mrs. J.F. van Nouhuys en C.R.V. Lagendijk te Rotterdam,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Gispen Nederland B.V.,

gevestigd te Culemborg,

advocaat mr. S. Brackmann te Rotterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Drentea’, ‘Rijkswaterstaat’, ‘R&G’ en ‘Gispen’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging van R&G;

- de brieven van R&G, Drentea en Rijkswaterstaat betreffende de verstrekking van de processtukken aan alle partijen, waarop namens de voorzieningenrechter is gereageerd bij brief van 12 september 2017;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging van Gispen;

- de brief van 4 oktober 2017 van Rijkswaterstaat;

- de brief van 5 oktober 2017 van Drentea, waarbij een akte overlegging producties in het geding wordt gebracht, waarin tevens een gewijzigde eis is opgenomen;

- de bij brief van 10 oktober 2017 door Drentea overgelegde nadere producties;

- de bij brief van 11 oktober 2017 door Rijkswaterstaat overgelegde producties;

- de op 12 oktober 2017 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting heeft Drentea de producties 7 en 21, die zij voorafgaand aan de zitting niet aan Gispen en R&G heeft doen toekomen, ingetrokken. Van deze intrekking is één pagina van productie 21 (betreffende het subgunningscriterium Social Return) uitgezonderd. Die pagina heeft Drentea ter zitting ook aan Gispen en R&G verstrekt.

1.3.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst dan wel voeging

2.1.

Zowel R&G als Gispen hebben gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Drentea en Rijkswaterstaat, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van Rijkswaterstaat. Ter zitting hebben Drentea en Rijkswaterstaat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. R&G en Gispen zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

Rijkswaterstaat heeft een Europese openbare aanbesteding gehouden betreffende een opdracht voor circulair kantoormeubilair (hierna: de aanbesteding of de opdracht). Rijkwaterstaat wil daarbij komen tot één overeenkomst per perceel voor in totaal vier percelen. Een inschrijver kan daarbij maximaal twee percelen gegund krijgen.

3.2.

In het Inschrijvings- en beoordelingsdocument van 31 maart 2017 (hierna: het I&B-document) staat bij de begripsbepalingen onder meer vermeld:

“In dit Inschrijvings- en beoordelingsdocument wordt verstaan onder:

(...)

Programma van Eisen

De eisen die gesteld worden aan de levering, zoals vermeld in dit Inschrijvings- en beoordelingsdocument.

(...)”

3.3.

Bijlage 1 bij het I&B-document betreft het Programma van Eisen. Bij de hierin opgenomen “Eisen Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en veiligheid” is onder meer opgenomen:

Eis 78: “Onderstaande eisen zijn minimum eisen. Leverancier wordt geacht om in overleg met de Opdrachtnemer zich jaarlijks te verbeteren op deze eisen. Dit komt terug in de gunningscriteria.”

Eis 79: “Vervangende onderdelen moeten tot 10 jaar na datum van aflevering van het meubel kunnen worden nageleverd. (...)”

Bij de eisen 81, 83 en 84: “(...) Opdrachtnemer dient op enig verzoek van Opdrachtgever of Deelnemer bij levering van kantoormeubilair een verklaring af te geven waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de eis.”

Eis 89: “Herkomst materiaal: Duurzaam hout:

Te leveren hout of hout verwerkt in te leveren (hout)producten dient te voldoen aan de Dutch Procurement Criteria for Timber die zijn vastgelegd in de TPAS (Timber Procurement Assessment System), waarbij geldt dat het voldoet aan ten minste 7 van de 9 principes voor duurzaam bosbeheer (sustainable forest management).

Hout voldoet in elk geval aan de criteria indien het is gecertificeerd volgens een systeem dat is goedgekeurd door de toetsingscommissie TPAC (Timber Procurement Assessment Committee).

Daarnaast kan de inschrijver ander bewijs leveren, voorzien van uitgebreide, gedocumenteerde en op authenticiteit verifieerbare gegevens en informatie, waaruit blijkt dat aan de gestelde minimumeis wordt voldaan.

Een overzicht met goedgekeurde certificatiesystemen is te vinden op (...)”

Eis 98: “Opdrachtnemer dient gebruikt verpakkingsmateriaal te verwijderen, direct na levering van het meubilair, en af te voeren conform het besluit Beheer verpakkingen en papier en karton.”

3.4.

Bijlage 3 bij het I&B-document betreft het door inschrijvers te ondertekenen Inschrijvingsbiljet, waarop staat vermeld “Inschrijver(s) verklaart (verklaren) deze aanbieding te doen overeenkomstig de bepalingen en de gegevens zoals deze zijn omschreven in de aanbestedings- en contractdocumenten.”

3.5.

Onder andere Drentea, R&G en Gispen hebben ingeschreven op de aanbesteding. Bij brief van 3 juli 2017 heeft Rijkswaterstaat aan Drentea bericht dat hij voornemens is de opdracht betreffende de percelen 2 en 3 te gunnen aan Gispen en betreffende de percelen 1 en 4 aan R&G (hierna: de voorlopige gunningsbeslissing). In deze brief wordt toegelicht dat Drentea niet voor gunning van de opdracht in aanmerking komt omdat haar inschrijving niet de Beste Prijs/kwaliteit Verhouding heeft (zijnde het gunningscriterium in deze aanbesteding). Uit de meegedeelde puntenscore blijkt dat Drentea met 73,9 punten in de rangorde op de derde plaats is geëindigd na Gispen met 91,3 punten en R&G met 86,3 punten.

3.6.

Drentea heeft een aantal vragen gesteld aan Rijkswaterstaat over het voorlopige gunningsvoornemen. Rijkswaterstaat heeft bij brief van 24 augustus 2017 een nadere toelichting hierop gegeven.

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing