Rechtbank Den Haag, 13-12-2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15463, C-09-541484-KG ZA 17-1360
Rechtbank Den Haag, 13-12-2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15463, C-09-541484-KG ZA 17-1360
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 13 december 2017
- Datum publicatie
- 3 januari 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2017:15463
- Zaaknummer
- C-09-541484-KG ZA 17-1360
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. De inschrijving van eiseres is ongeldig en moet terzijde worden gelegd. Eiseres heeft dan ook geen belang meer bij een bespreking van haar stellingen over de ongeldigheid van de winnaar.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/541484 / KG ZA 17/1360
Vonnis in kort geding van 13 december 2017
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AZ Fisheries Vastgoed Holding B.V.,
statutair gevestigd te Den Haag,
eiseres,
advocaat mr. B.M. Vijverberg te Diessen,
tegen:
de publiekrechtelijke rechtspersoon
gemeente Den Haag,
zetelend te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. M.R. Paats te Den Haag,
waarin is tussengekomen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Vastint Hospitality B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
advocaat mr. T. van der Lans te Naaldwijk.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘AZ Fisheries’, ‘de gemeente’ en ‘Vastint’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de akte houdende een wijziging van eis met producties;
- de door de gemeente overgelegde conclusie van antwoord met producties;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging;
- de bij de mondelinge behandeling door alle partijen overgelegde pleitnotities.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 november 2017. Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 Het incident tot tussenkomst c.q. voeging
Vastint heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen AZ Fisheries en de gemeente. Ter zitting hebben AZ Fisheries en de gemeente verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Vastint is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De gemeente is een “tenderprocedure” (hierna: aanbestedingsprocedure) gestart voor de uitgifte van grond in erfpacht ten behoeve van de nieuwbouw van een bedrijvengebouw op de Dr. Lelykade te Scheveningen (hierna: de opdracht). In het zogenoemde Tenderdocument van 2 februari 2017 staat – voor zover hier relevant – vermeld:
“2.1.3 Gewenste situatie
De randvoorwaarden voor de gewenste situatie worden beschreven in het Ruimtelijk kader Dr. Lelykade. Deze is bijgevoegd (bijlage D.1). De gemeente Den Haag wenst de grond in erfpacht uit te geven aan een ontwikkelaar, die voor eigen rekening en risico, binnen de gestelde randvoorwaarden, een bedrijvengebouw gericht op maritieme bedrijvigheid realiseert en een visie op de openbare ruimte geeft, waarin aandacht is voor zowel de stedenbouwkundige als de verkeerskundige aansluiting van het gebouw op de omgeving. De gemeente zal de grond in bouwrijpe staat in eeuwigdurende erfpacht uitgeven aan de winnende partij. (...)