Rechtbank Den Haag, 17-01-2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:2217, C/09/520620/KG ZA 16-1304
Rechtbank Den Haag, 17-01-2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:2217, C/09/520620/KG ZA 16-1304
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 januari 2017
- Datum publicatie
- 10 maart 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2017:2217
- Zaaknummer
- C/09/520620/KG ZA 16-1304
Inhoudsindicatie
kort geding; aanbesteding leermiddelen en onderwijsdiensten; aanbest procedure is niet discriminatoir wanwege de wijze waarop percelen zijn vormgegeven noch vanwege de kwalitiatieve en financiele (sub)gunningscriteria; de motivering van de gunningsbeslissing voldoet aan de daaraan te stellen eisen; voldoende level playing field ondanks dat consumentenprijs van een vd leermiddelen niet bekend is gemaakt terwijl een vd inschrijvers daarvan wel op de hoogte was.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/520620 / KG ZA 16-1304
Vonnis in kort geding van 17 januari 2017
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
zetelend en kantoorhoudende te [plaats 1] ,
eiseres,
advocaten mrs. J.F. van Nouhuys en C.R.V. Lagendijk te Rotterdam,
tegen:
de Stichting [B] ,
gevestigd en kantoorhoudende te [plaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. H.A.A. Berendsen te Heerlen,
waarin zijn tussengekomen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C] ,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats 3] ,
advocaat mr. P.H.L.M. Kuypers te Breda.
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[D] ,
statutair gevestigd en kantoorhoudende wonende te [plaats 4] ,
advocaat mr. D.C. Orobio de Castro te Amsterdam,
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [A] ’, ‘ [B] ’, ‘ [C] ’ en ‘ [D] ’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de door [B] ingediende aanvullende producties;
- de door [A] overgelegde aanvullende producties;
- de door [C] ingediende incidentele conclusie tot tussenkomst, althans voeging en de door [C] ingediende producties;
- de door [D] ingediende incidentele conclusie tot tussenkomst/voeging en de door [D] ingediende productie;
- de op 3 januari 2017 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 De incidenten
[C] en [D] hebben gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [A] en [B] . Ter zitting hebben [A] en [B] verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst, met dien verstande dat [A] heeft verzocht bepaalde door [B] in het geding gebrachte stukken die bedrijfsgevoelige informatie bevatten uit de processtukken te verwijderen, aan welk verzoek ter zitting is voldaan. [C] en [D] zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Op 28 juli 2016 heeft [B] een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor de opdracht tot levering van leermiddelen en het aanbieden van onderwijsdiensten (hierna: de Opdracht). De Opdracht is onderverdeeld in twee percelen. Het eerste perceel betreft leermiddelen voor het vak biologie en het tweede perceel ziet op het vak wiskunde. Op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) van toepassing. De aanbestedingsstukken bestaan uit een Offerteaanvraag en drie nota’s van Inlichtingen.
In de Offerteaanvraag is onder meer het navolgende bepaald:
“1.2. Omvang van de aanbesteding
Deze aanbesteding betreft op de eerste plaats de levering van leermiddelen voor de lesmethode “Biologie voor jou” (gehele onderbouw) (perceel 1) en “Getal en ruimte” (klas 1 schooljaar 2017/2018 en klas 1 en 2 schooljaar 2018/2019) (perceel 2) voor zover de betreffende vaksectie in het schooljaar 2016/2017 gebruikt maakt van de betreffende lesmethoden (zie bijlage 1A, 1B en 1C voor het betreffende overzicht). Op de tweede plaats betreft deze aanbesteding het bieden van onderwijsdiensten welke gerelateerd zijn aan de levering van genoemde leermiddelen. Voor zover inschrijvers van mening zouden zijn dat de levering van leermiddelen in combinatie met het inkopen van deze onderwijsdiensten in strijd is met artikel 1.5. Aw 2012 (clusterverbod), merkt opdrachtgever op dat deze onderwijsdiensten gericht zijn op de doorontwikkeling en het personaliseren van de te leveren leermiddelen en daarmee onlosmakelijk verbonden zijn met de betreffende leermiddelen. Voor een nadere motivering wordt verwezen naar paragraaf 2.2. Lees ook rechtsoverweging 4.5.4. Vonnis Rechtbank Zeeland-West-Brabant1 De fijndistributie van de leermiddelen in deze aanbesteding, voor zover sprake is van folio, is voor de schooljaren waar deze aanbesteding betrekking op heeft reeds gecontracteerd en maakt dus geen deel uit van deze aanbesteding.
Percelen
De opdracht is verdeeld in 2 percelen. Perceel 1 betreft de lesmethode “Biologie voor jou” voor de onderbouwklassen van opdrachtgever met bijbehorende diensten. Perceel 2 betreft de lesmethode “Getal en ruimte” voor de klassen 1 van opdrachtgever voor het schooljaar 2017 / 2018 en de klassen 1 en 2 voor het schooljaar 2018 / 2019 met bijbehorende diensten. Voor beide percelen geldt dat deze aanbesteding alleen geldt voor de klassen van opdrachtgever die in het schooljaar 2016/2017 ook daadwerkelijk gebruik maken van de betreffende lesmethoden biologie voor jou en getal en ruimte. Zie voor een overzicht van deze klassen de bijlage 1A, 1B en 1C. Percelen worden separaat van elkaar gegund. Inschrijven is mogelijk voor beide percelen dan wel voor slechts 1 perceel. Voor elk perceel dient inschrijver dan ook een volledige offerte in te vullen en in te leveren (hoofdstuk 5 en 6).
(...)
Inhoudelijke beoordeling
Beoordeling van de gunningscriteria gebeurt op de eerste plaats door beoordeling van de minimumeisen. Vervolgens vindt beoordeling plaats van de kwalitatieve vragen waarvoor inschrijver punten kan scoren. Bij deze beoordeling worden de antwoorden van de verschillende inschrijvers met elkaar vergeleken, waarna een beoordeling plaats vindt. Hierbij vindt op de eerste plaats een individuele beoordeling plaats. Nadat de beoordelaar het antwoord op de vraag van elke inschrijver heeft bestudeerd, geeft hij elke inschrijver een rapportcijfer. De beoordelaar kan kiezen uit de volgende scores:
|
Rapportcijfer 10 |
Het antwoord wordt als uitstekend beoordeeld |
|
Rapportcijfer 8 |
Het antwoord wordt als goed beoordeeld |
|
Rapportcijfer 6 |
Het antwoord wordt als matig beoordeeld |
|
Rapportcijfer 4 |
Het antwoord wordt als zeer onvoldoende beoordeeld |
Ten aanzien van de gehanteerde gunningscriteria is in hoofdstuk 6 van de Offerteaanvraag onder meer het navolgende opgenomen:
t/m 6.4
Score-overzicht
|
6.1. Logistiek en beschikbaarheid |
maximale score |
||
|
wens 1 leveren aanvullende bestellingen |
25 |
||
|
wens 2 leermiddelen ander niveaus |
250 |
||
|
wens 3 inname leermiddelen |
25 |
||
|
wens 4 werking digitale leermiddelen browsers |
250 |
||
|
wens 5 directe beschikbaarheid digitale leermiddelen |
250 |
||
|
wens 6 voorkomen niet-beschikbaarheid |
25 |
||
|
Subtotaal |
825 |
||
|
6.2. kwaliteit |
|||
|
wens 1 invloed leermiddelen |
250 |
||
|
wens 2 gepersonaliseerd leren |
250 |
||
|
wens 3 bewaren historie |
25 |
||
|
subtotaal |
525 |
||
|
Totaal kwaliteit |
1.350 |
||
|
6.4. prijsstelling |
|||
|
wens 1 kortingspercentage |
1.200 |
||
|
wens 2 verkoop leerboeken |
150 |
||
|
Totaal prijs |
1.350 |
||
|
Totaal prijs en kwaliteit |
2.700 |
||
Logistiek en beschikbaarheid
|
Minimumeisen |
||
|
Eis 1. |
Garandeert inschrijver uitvoering te geven aan het gestelde in paragraaf 2.3. Levering leermiddelen? |
Ja / Nee |
|
Eis 2. |
Garandeert inschrijver dat leermiddelen die niet conform paragraaf 2.3. Levering leermiddelen zijn besteld (aanvullende bestellingen), de folio leermiddelen uiterlijk 10 werkdagen na moment van bestelling worden geleverd op de aangegeven locatie en digitale leeriddelen uiterlijk binnen 5 werkdagen na moment van bestelling aan de betreffende leerling beschikbaar worden gesteld? |
Ja / Nee |
|
Eis 3. |
Inschrijver garandeert dat het opdrachtgever is toegestaan gebruik te maken van leermiddelen die afkomstig zijn van de niet-commerciële markt (bijvoorbeeld VO- content)? |
Ja / Nee |
|
Eis 4. |
Opdrachtgever geeft geen garanties voor het aantal te bestellen lesmethoden en aantallen te bestellen leermiddelen. Inschrijver accepteert dit? |
Ja / Nee |
|
Eis 5. |
Opdrachtgever maakt gebruik van het “LIFO- concept” zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Inschrijver garandeert leermiddelen overeenkomstig dit concept te leveren? |
Ja / Nee |
|
Eis 6. |
Inschrijver garandeert dat bestelde digitale licenties overeenkomstig paragraaf 2.3., beschikbaar worden gesteld aan de betreffende leerlingen van opdrachtgever. Garandeert inschrijver dit? |
Ja / Nee |
|
Eis 7. |
Inschrijver garandeert de Model bewerkersovereenkomst zoals vastgesteld door PO- en VO- raad in het convenant privacy te tekenen indien de opdracht aan inschrijver wordt gegund? |
Ja / Nee |
|
Vragen met puntenwaardering |
||
|
Wens 1. |
Overeenkomstig paragraaf 2.3. dient inschrijver aanvullende bestellingen betreffende folio leermiddelen binnen 15 werkdagen na moment van bestelling te leveren. Indien inschrijver deze leermiddelen binnen 10 werkdagen na moment van bestelling kan leveren ontvangt inschrijver hiervoor 25 punten. Garandeert inschrijver deze leermiddelen binnen 10 werkdagen te leveren? |
Ja / Nee |
|
Score wens 1. max. 25 punten |
Ja scoort 25 punten Nee scoort 0 punten |
|
|
Wens 2. |
Zodra de leerling van opdrachtgever een digitale licentie van een lesmethode bestelt, wenst opdrachtgever dat deze leerling ook over de andere niveaus van deze lesmethode kan beschikken (VMBO/HAVO/VWO), zonder dat de leerling beperkt wordt in het gebruik van deze licentie. Inschrijver dient het aanbod toe te lichten. Hoe meer niveaus van de licentie worden geboden, zonder dat beperkingen in het gebruik worden gesteld hoe hoger de waardering. |
Toelichting als bijlage bijvoegen. |
|
Score wens 2. max. 250 punten |
Voor de wijze van beoordeling wordt verwezen naar hoofdstuk 4.2. betreffende het onderdeel relatieve beoordeling. |
|
|
Wens 3. |
Uitgangspunt van het gebruik van leermiddelen is dat alle leermiddelen verbruiksmateriaal zijn. Opdrachtgever garandeert dat door opdrachtnemer geleverde leermiddelen alleen aan de eigen leerlingen ter beschikking worden gesteld. Indien inschrijver dat wenst kunnen folio leermiddelen aan het einde van het schooljaar wel ingenomen worden door inschrijver. Hier zal opdrachtgever medewerking aan verlenen, waarbij opdrachtgever wel een werkwijze wenst die voor opdrachtgever tot zo min mogelijk werkbelasting leidt. Hoe minder werkbelasting wordt gegarandeerd voor opdrachtgever, hoe hoger de waardering. |
Toelichting als bijlage bijvoegen. |
|
Score wens 3. max. 25 punten |
Voor de wijze van beoordeling wordt verwezen naar hoofdstuk 4.2. betreffende het onderdeel relatieve beoordeling. |
(...)
Prijsstelling
Uitgangspunten prijsstelling:
- Inschrijver dient één kortingspercentage dan wel opslagpercentage te offreren;
- De consumentenprijs van alle te leveren leermiddelen zowel digitaal als folio wordt verminderd met het geoffreerde kortingspercentage dan wel vermeerderd met het geoffreerde opslagpercentage;
- Indien de leerling de licentie niet opent is opdrachtgever geen kosten verschuldigd voor deze licentie;
- Voor zover inschrijver kosten in rekening wenst te brengen dient inschrijver deze kosten mee te nemen in het offreren van het kortings- / opslagpercentage. Kosten worden niet separaat vergoed.
|
Vragen met knock out waardering |
||
|
Eis 1. |
Inschrijver accepteert de bovenstaande uitgangspunten inzake prijsstelling en alhier uitvoering aan geven. |
Ja / Nee |
|
Vragen met punten waardering |
||
|
Wens 1. |
Inschrijver dient het kortingspercentage te vermelden waarmee de consumentenprijs van alle leermiddelen wordt verminderd dan wel het opslagpercentage te vermelden waarmee de consumentenprijs van alle leermiddelen wordt verhoogd. |
korting ....% opslag ....% |
|
Wens 2. |
Opdrachtgever wenst de leerboeken vermeld in bijlage 1A, 1B en 1C, te verkopen aan inschrijver voor één vast kooppercentage van de sumentenprijs per leerboek, ongeacht de periode dat het leerboek op de leermiddelenlijst staat. Het betreffen alleen de leerboeken van de lesmethode waar dit perceel betrekking op heeft. Inschrijver dient één vast kooppercentage te offreren. |
...... % |
|
Score wens 2. max 150 punten |
Inschrijver met het hoogste kooppercentage ontvangt 150 punten. Overige inschrijvers ontvangen een score waarbij het geoffreerde kooppercentage van de inschrijver wordt gerelateerd aan het geoffreerde hoogste kooppercentage (met een maximum van 45%). Voorbeeld: inschrijver A offreert het hoogste kooppercentage van 45% en scoort 150 punten. Inschrijver B offreert een kooppercentage van 30% en scoort 30% / 45% * 150 punten = 100 punten. Ook indien het hoogste kooppercentage meer zou bedragen dan 45%, was de noemer in de breuk gemaximeerd op 45%.” |
Naar aanleiding van door potentiële inschrijvers gestelde vragen heeft [B] twee nota’s van inlichtingen opgesteld. Hierin is onder meer uitvoerig ingegaan op de consumentenprijs in combinatie met de door de inschrijvers te hanteren kortings- en opslagcombinaties, of levering van leermiddelen in combinatie met het inkopen van deze onderwijsdiensten in strijd is met het clusterverbod van artikel 1.5 Aw 2012, of [C] en [D] als leverancier van de boeken in kwestie bevoordeeld zijn ten opzichte van distributeurs van leermiddelen, of in voldoende mate een level playing field is gecreëerd en of [B] gehouden is alle betreffende ISBN-nummers kenbaar te maken van de titels die [B] wenst af te nemen. Daarbij is in zijn algemeenheid bezwaar gemaakt tegen de gunningscriteria genoemd in paragraaf 6.1, wens 2, 3, 4, 5, en 6 en tegen de gunningscriteria uit paragraaf 6.2, wens 1, 2 en 3 en de beoordelingssystematiek, alsmede tegen wens 1, opgenomen onder 6.4. Vervolgens is een derde nota van inlichtingen opgesteld waarin een aantal van de in de eerste twee nota’s van inlichtingen besproken aspecten nader zijn besproken.
[A] heeft op 13 december 2016 een klacht ingediend bij de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE).
Bij e-mailberichten van 7 oktober 2016 heeft [B] aan [A] te kennen gegeven dat zij voornemens is om de Opdracht van perceel 1 aan [C] te gunnen en de Opdracht van perceel 2 aan [D] . Hierin is ten aanzien van perceel 1 onder meer het navolgende aan [A] bericht:
“Op basis van de vastgestelde eisen en wensen en ontvangen offerten concludeert de Stichting dat het voornemen bestaat bovengemelde opdracht niet aan uw organisatie te gunnen maar aan [C] B.V (verder te noemen [C] ).
Reden hiervoor is het feit dat uw offerte een lagere totaalscore behaalde dan de offerte van [C] B.V. Uw offerte scoorde 2.331 punten en de offerte van [C] scoorde 2.451 punten. Onderstaand treft u een overzicht aan van de scores voor de afzonderlijke onderdelen van uw organisatie en van [C] . Overeenkomstig artikel 2.130 Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) doe ik u onderstaand tevens een nadere motivering toekomen van de onderdelen van uw offerte waarop lager werd gescoord dan de offerte van [C] .
Paragraaf 6.1 Logistiek en beschikbaarheid:
Wens 2 [A] scoorde 210 punten en de winnende inschrijver scoorde 250 punten. 2 beoordelaars beoordeelden het antwoord van [A] als uitstekend en 7 beoordelaars beoordeelden het antwoord van [A] als goed. Terwijl het antwoord van [C] door alle beoordelaars als uitstekend werd gewaardeerd. Reden voor de lagere beoordeling voor [A] was het feit dat [C] expliciet alle niveaus ’s binnen het onderwijs (inclusief een onderscheid binnen het VMBO) benoemt en de licentie voor alle niveaus garandeert. Dit nadrukkelijk noemen van alle niveaus (inclusief de verschillende VMBO niveaus) ontbreekt bij [A] . Daarnaast is het antwoord van [A] ook meer gericht op hetgeen de uitgever aanbiedt en minder op hetgeen [A] aanbiedt aan de Stichting.
Wens 6 [A] scoorde 11 punten en de winnende inschrijver scoorde 20 punten. 2 beoordelaars beoordeelden het antwoord van [A] als voldoende en 7 beoordelaars beoordeelden het antwoord van [A] als onvoldoende. Het antwoord van [C] werd door alle beoordelaars als goed gekwalificeerd. [C] maakt in haar antwoord, in tegenstelling tot [A] , een duidelijk onderscheid in zaken die uitval van digitale licenties voorkomen en zaken gericht op herstel bij uitval. Verder blijkt uit het antwoord van [A] in tegenstelling tot [C] , een afhankelijkheid richting derden bij het oplossen van problemen.
Paragraaf 6.2 Communicatie
Wens 1 [A] scoorde 100 punten en [C] scoorde 200 punten. Alle beoordelaars gaven het antwoord van [A] een onvoldoende en het antwoord van [C] de kwalificatie goed. [A] biedt 1 vorm van communicatie aan met vaksecties. [C] biedt 4 opties voor contact met vaksecties. Met name de mogelijkheid die [C] biedt om concept-methoden vooraf aan vaksecties aan te bieden wordt gewaardeerd door de beoordelaars. Verder wordt het directe contact met de auteur bij [C] gewaardeerd en biedt [A] minder garanties dat input van vaksecties zal doorwerken in de methoden.
Wens 2 [A] scoorde 150 punten en [C] scoorde 250 punten. De beoordelaars waren van mening dat het antwoord van [A] als voldoende werd gekwalificeerd en het antwoord van [C] als uitstekend werd gekwalificeerd. De onderwijskundige ondersteuning blijft bij [A] beperkt tot online trainingen. Hierbij is het bij het antwoord van [A] onvoldoende duidelijk op welke wijze de behoeften van de vaksecties worden geïnventariseerd. [C] gaat op een zeer intensieve wijze en op verschillende wijzen aan de slag met de vaksecties.
Wens 3 [A] scoorde 10 punten en [C] scoorde 25 punten. De beoordelaars waren van mening dat het antwoord van [A] als onvoldoende werd gekwalificeerd en het antwoord van [C] als uitstekend werd gekwalificeerd. [A] laat in tegenstelling tot [C] na om een onderscheid te maken tussen docent en leerling. Daarbij garandeert [C] uitdrukkelijk voor docent en leerling de bewerkingen meerdere jaren te bewaren. [A] is hier minder stellig in door met name ook aan te geven dat een en ander in samenspraak met de uitgever dient te gebeuren.
(...)
|
[B] Leermiddelen perceel 1 |
|||||
|
6.1. Logistiek en beschikbaarheid |
maximale score |
[A] |
|||
|
wens 1 |
25 |
25,00 |
|||
|
wens 2 |
250 |
210,00 |
|||
|
wens 3 |
25 |
25,00 |
|||
|
wens 4 |
250 |
250,00 |
|||
|
wens 5 |
250 |
200,00 |
|||
|
wens 6 |
25 |
11,00 |
|||
|
subtotaal |
825 |
721,00 |
|||
|
6.2. Kwaliteit |
|||||
|
wens 1 |
250 |
100,00 |
|||
|
wens 2 |
250 |
150,00 |
|||
|
wens 3 |
25 |
10,00 |
|||
|
subtotaal |
525 |
260,00 |
|||
|
Totaal kwaliteit |
1350 |
981 |
|||
|
6.4. prijsstelling |
|||||
|
wens 1 |
1200 |
1200,00 |
|||
|
wens 2 |
150 |
150,00 |
|||
|
Totaal prijs |
1350 |
1350,00 |
|||
|
score totaal |
2700 |
2331,00” |
|||
Ten aanzien van perceel 2 heeft [B] onder meer het navolgende aan [A] meegedeeld:
“Op basis van de vastgestelde eisen en wensen en ontvangen offerten concludeert de Stichting dat het voornemen bestaat bovengemelde opdracht niet aan uw organisatie te gunnen maar aan [D] B.V (verder te noemen [D] ).
Reden hiervoor is het feit dat uw offerte een lagere totaalscore behaalde dan de offerte van [D] . Uw offerte scoorde 2.263 punten en de offerte van [D] scoorde 2.419,50 punten. Onderstaand treft u een overzicht aan van de scores voor de afzonderlijke onderdelen van uw organisatie en van [D] .
Overeenkomstig artikel 2.130 Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) doe ik u onderstaand tevens een nadere motivering toekomen van de onderdelen van uw offerte waarop lager werd gescoord dan de offerte van [D] .
Paragraaf 6.1 Logistiek en beschikbaarheid:
Wens 6 [A] scoorde 11 punten en de winnende inschrijver scoorde 20 punten. 2 beoordelaars beoordeelden het antwoord van [A] als voldoende en 7 beoordelaars beoordeelden het antwoord van [A] als onvoldoende. Het antwoord van [D] werd door alle beoordelaars als goed gekwalificeerd. [D] maakt in haar antwoord een duidelijk onderscheid in zaken die uitval van digitale licenties voorkomen en zaken gericht op herstel bij uitval. Verder blijkt uit het antwoord van [A] in tegenstelling tot [D] , een afhankelijkheid richting derden bij het oplossen van problemen.
Paragraaf 6.2 Communicatie
Wens 1 [A] scoorde 100 punten en [D] scoorde 150 punten. Alle beoordelaars gaven het antwoord van [A] een onvoldoende en het antwoord van [D] de kwalificatie voldoende. [A] biedt 1 vorm van communicatie aan met vaksecties. [D] biedt 3 opties voor contact met vaksecties. De beoordelaars waren van mening dat [D] met haar antwoord meer garantie biedt dat commentaar tot aanpassingen leidt van de lesmethode dan het antwoord van [A] . Een en ander blijkt met name uit het geboden contact met de makers van de lesmethode.
Wens 2 [A] scoorde 150 punten en [D] scoorde 250 punten. De beoordelaars waren van mening dat het antwoord van [A] als voldoende werd gekwalificeerd en het antwoord van [D] als uitstekend werd gekwalificeerd. De onderwijskundige ondersteuning blijft bij [A] beperkt tot online trainingen. Hierbij is het bij [A] onvoldoende duidelijk op welke wijze de behoeften van de vaksecties worden geïnventariseerd. Met name de verdiepingstrainingen van [D] werden door de beoordelaars zeer gewaardeerd.
Wens 3 [A] scoorde 10 punten en [D] scoorde 19,50 punten. De beoordelaars waren van mening dat het antwoord van [A] als onvoldoende werd gekwalificeerd en het antwoord van [D] door 8 beoordelaars als goed en door 1 beoordelaars als voldoende werd gekwalificeerd. [A] laat in tegenstelling tot [D] na om een onderscheid te maken tussen docent en leerling. Daarbij garandeert [D] voor docent en leerling de bewerkingen meerdere jaren te bewaren. [A] is hier minder stellig in door met name ook aan te geven dat een en ander in samenspraak met de uitgever dient te gebeuren.
Paragraaf 6.4 Prijsstelling
Wens 1 [A] scoorde 1.092 punten en [D] scoorde 1.200 punten.
(...)
|
[B] Leermiddelen perceel 2 |
|||||
|
6.1. Logistiek en beschikbaarheid |
maximale score |
[A] |
|||
|
wens 1 |
25 |
25,00 |
|||
|
wens 2 |
250 |
250,00 |
|||
|
wens 3 |
25 |
25,00 |
|||
|
wens 4 |
250 |
250,00 |
|||
|
wens 5 |
250 |
200,00 |
|||
|
wens 6 |
25 |
11,00 |
|||
|
subtotaal |
825 |
761,00 |
|||
|
6.2. Kwaliteit |
|||||
|
wens 1 |
250 |
100,00 |
|||
|
wens 2 |
250 |
150,00 |
|||
|
wens 3 |
25 |
10,00 |
|||
|
subtotaal |
525 |
260,00 |
|||
|
Totaal kwaliteit |
1350 |
1021 |
|||
|
6.4. prijsstelling |
|||||
|
wens 1 |
1200 |
1092,00 |
|||
|
wens 2 |
150 |
150,00 |
|||
|
Totaal prijs |
1350 |
1242,00 |
|||
|
score totaal |
2700 |
2263,00” |
|||
Op 18 december 2016 heeft de CvAE advies uitgebracht. De CvAE heeft de klacht van [A] gegrond verklaard voor zover [A] stelt dat zij niet dezelfde gelijke kans krijgt op het verwerven van de raamovereenkomst met betrekking tot perceel 1 als de uitgever van de in dat perceel door [A] gekozen lesmethode voor biologie. Voor het overige heeft de CvAE de klacht ongegrond verklaard.