Home

Rechtbank Den Haag, 16-10-2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:12464, C-09-556337-KG ZA 18-712

Rechtbank Den Haag, 16-10-2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:12464, C-09-556337-KG ZA 18-712

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16 oktober 2018
Datum publicatie
19 oktober 2018
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2018:12464
Zaaknummer
C-09-556337-KG ZA 18-712

Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Gebrek in inschrijving. Geen recht op herstel.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/556337 / KG ZA 18/712

Vonnis in kort geding van 16 oktober 2018

in de zaak van

Capgemini Nederland B.V. te Utrecht,

eiseres,

advocaten mr. P.F.C. Heemskerk en mr. E.J.M. Brenders te Amsterdam,

tegen:

de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat) te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. A.L.M. de Graaf te Den Haag,

waarin zijn tussengekomen:

het Nederlands Centrum voor Interim-Management B.V. te Leidschendam,

advocaat mr. R.J. Snip te Amsterdam,

en

1 CGI Nederland B.V. te Rotterdam,

2. Myler B.V. te Utrecht,

advocaat mr. S.C. Brackmann te Rotterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Capgemini’, ‘de Staat’, ‘NCIM’ en ‘CGI’ (in enkelvoud).

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de akte houdende een vermindering van eis;

- de brief van 28 september 2018 van de zijde van Capgemini;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst van NCIM, met producties;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging van CGI;

- de bij de mondelinge behandeling door alle partijen overgelegde pleitnotities.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2018. Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De incidenten tot tussenkomst c.q. voeging

2.1.

NCIM en CGI hebben (primair) gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Capgemini en de Staat. Ter zitting heeft de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Capgemini heeft verklaard daartegen wel bezwaar te hebben. Volgens Capgemini heeft NCIM – als nummer een in de aanbesteding – geen belang bij tussenkomst en heeft CGI in haar akte van tussenkomst geen onderbouwing gegeven van haar vordering.

2.2.

NCIM en CGI zijn toegelaten als tussenkomende partijen. Zij hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben, alleen al vanwege het tijdsverlies bij toewijzing van de vorderingen van Capgemini. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen. De akte van tussenkomst van CGI bevat wel een summiere grondslag voor de – overigens voorwaardelijk – ingestelde vordering tot tussenkomst.

3 De feiten

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing