Home

Rechtbank Den Haag, 03-12-2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14178, 09/827311-18

Rechtbank Den Haag, 03-12-2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14178, 09/827311-18

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
3 december 2018
Datum publicatie
3 december 2018
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2018:14178
Formele relaties
Zaaknummer
09/827311-18

Inhoudsindicatie

Ontuchtige handelingen met minderjarig meisje jonger dan twaalf jaar, aan diens zorg toevertrouwd, welke handelingen bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam; Veroordeling tot een gevangenisstraf van 24 maanden.

Uitspraak

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/827311-18

Datum uitspraak: 3 december 2018

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1952 te [geboorteplaats] ,

[adres]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 24 september 2018 (pro forma) en 19 november 2018 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. Pronk en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. W. Römelingh naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij iop een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 1 juni 2016 tot en met 7 januari 2017 te 's-Gravenhage, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag] 2010, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt en aan zijn, verdachtes zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] ,

te weten

- het brengen van zijn, verdachtes penis in de mond van die [slachtoffer 1] en/of

- het aan zijn, verdachtes penis laten likken door die [slachtoffer 1] en/of

- slagroom van zijn penis af laten likken door die [slachtoffer 1] en/of

- het laten betasten van zijn penis door die [slachtoffer 1] en/of zich laten aftrekken door die [slachtoffer 1] en/of

- zijn verdachtes billen laten betasten door die [slachtoffer 1] en/of de billen van die [slachtoffer 1] betasten en/of

- de vagina van die [slachtoffer 1] betasten en/of

- die [slachtoffer 1] en haar broer [slachtoffer 2] gezegd dat ze op elkaar moesten liggen en/of aldus op elkaar laten liggen met hun billen en/of kruis tegen elkaar aan en/of vervolgens heen en weer laten wrijven;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen gelgen in de periode van omstreeks 1 juni 2016 tot en met 7 januari 2017 te 's-Gravenhage ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag] 2010,

door

- het aan zijn, verdachtes penis laten likken door die [slachtoffer 1] en/of

- slagroom van zijn penis af laten likken door die [slachtoffer 1] en/of

- het laten betasten van zijn penis door die [slachtoffer 1] en/of zich laten aftrekken door die [slachtoffer 1] en/of

- zijn verdachtes billen laten betasten door die [slachtoffer 1] en/of de billen van die [slachtoffer 1] betasten en/of

- de vagina van die [slachtoffer 1] betasten en/of

- die [slachtoffer 1] en haar broer [slachtoffer 2] gezegd dat ze op elkaar moesten liggen en/of aldus op elkaar laten liggen met hun billen en/of kruis tegen elkaar aan en/of vervolgens heen en weer laten wrijven;

2.

hij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 1 juni 2016 tot en met 7 januari 2017 te 's-Gravenhage ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag] 2008,

door

- het aan zijn, verdachtes penis laten likken door die [slachtoffer 2] en/of

- slagroom van zijn penis af laten likken door die [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] en/of zijn zusje [slachtoffer 1] gezegd dat ze op elkaar moesten liggen en/of aldus op elkaar laten liggen met hun billen en/of kruis tegen elkaar aan en/of vervolgens heen en weer laten wrijven.

3 Ontvankelijkheidsverweren

3.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft twee verweren gevoerd ten aanzien van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in zijn recht tot vervolging.

Het eerste verweer houdt in dat de verdachte op 4 april 2018 door de Duitse autoriteiten is aangehouden en pas op 18 juni 2018 een (Nederlandse) rechter over zijn zaak heeft geoordeeld. Met het uitblijven van een rechterlijk oordeel voor de duur van meer dan twee maanden over de vrijheidsbeneming van de verdachte, is gehandeld in strijd met artikel 5 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), artikel 9 Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) en artikel 6 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest EU). Deze schending is zo fundamenteel, aldus de verdediging, dat dit tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dient te leiden.

Het tweede verweer houdt in dat de verdachte gedurende zijn hechtenis in Duitsland, die op verzoek van de Nederlandse autoriteiten had plaatsgevonden, de gelegenheid was ontzegd om zijn kleding te wassen. Hierdoor heeft de verdachte meer dan twee maanden in ongewassen kleding moeten rondlopen. Dit levert een onmenselijke behandeling op. Daarmee is gehandeld in strijd met artikelen 3 EVRM, 7 IVBPR en 4 Handvest EU. Ook deze schending is zo fundamenteel dat dit tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dient te leiden.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de stellingen van de verdediging over de vermeende schendingen onvoldoende zijn onderbouwd. Voor zover zou blijken dat er wel sprake is van schendingen, dan – zo begrijpt de rechtbank – was er geen sprake van een inbreuk die doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte is veroorzaakt en waardoor aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. De verweren dienen dan ook volgens de officier van justitie te worden verworpen.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdediging haar twee stellingen 1) dat de verdachte gedurende meer dan twee maanden toegang tot een rechter en 2) toegang tot schone kleding is ontzegd, niet onderbouwd. Ook in het licht van het dossier is er geen begin van aannemelijkheid dat voornoemde stellingen juist zijn. Aangezien de rechtbank de stellingen van de verdediging niet kan toetsen, verwerpt zij de aangevoerde verweren.

4 Bewijsoverwegingen

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

6 De strafbaarheid van de verdachte

7 De strafoplegging

8 De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1]

9 De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2]

10 De toepasselijke wetsartikelen

11 De beslissing