Home

Rechtbank Den Haag, 20-11-2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:15505, C/09/559229 / KG ZA 18/911

Rechtbank Den Haag, 20-11-2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:15505, C/09/559229 / KG ZA 18/911

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20 november 2018
Datum publicatie
18 januari 2019
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2018:15505
Zaaknummer
C/09/559229 / KG ZA 18/911

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbestedingsprocedure. Uitleg begrip "operationeel" in eis. Maar één uitleg mogelijk, te weten de uitleg die de aanbestedende dienst daar aan geeft. Afwijzing vorderingen.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/559229 / KG ZA 18/911

Vonnis in kort geding van 20 november 2018

in de zaak van

NAZCA IT SOLUTIONS B.V. te Bunnik,

eiseres,

advocaten mrs. N.A. Keus-Goldberg en G.E. van den Beuken te Den Haag,

tegen:

OMGEVINGSDIENST MIDDEN-HOLLAND te Gouda,

gedaagde,

advocaten mrs. P.B.J. van den Oord en K.M. de Groes te Alphen aan den Rijn,

waarin is tussengekomen:

ROXIT B.V. te Hattem,

advocaat mr. Tj.P. Grünbauer te Ede.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Nazca’, ‘ODMH’ en ‘Roxit’.

1 De procedure

1.1.

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de dagvaarding. De daarin vermelde mondelinge behandeling van de zaak op 24 oktober 2018 is nadien nader bepaald op 6 november 2018.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft voorts kennis genomen van:

- de door Nazca bij de dagvaarding en nadien overgelegde producties;

- de akte houdende een wijziging van eis van de zijde van Nazca;

- de door ODMH overgelegde producties;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging van de zijde van Roxit;

- de door Roxit overgelegde producties;

- de akte houdende een wijziging van eis van de zijde van Roxit.

1.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 november 2018. Daarbij zijn door alle partijen pleitnotities overgelegd. Bij de pleitnotitie van Roxit zijn een nadere productie en jurisprudentie overgelegd. Nazca en ODMH hebben daartegen geen bezwaar gemaakt.

1.4.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst dan wel voeging

2.1.

Roxit heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Nazca en ODHM dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van ODMH. Ter zitting hebben Nazca en ODMH verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Roxit is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

ODMH heeft een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de verwerving van een bodeminformatiesysteem (hierna: de aanbesteding en de opdracht). Blijkens de offerteaanvraag heeft ODMH drie mogelijke inschrijvers benaderd met de aanvraag en wordt de opdracht gegund aan degene die de meeste punten haalt ofwel de economisch meest voordelige inschrijving doet.

3.2.

In de offerteaanvraag is als eis 3.1.11 opgenomen dat de software is gecertificeerd voor BRL SIKB0100. Hierover is door Roxit een vraag gesteld. Roxit heeft eerst opgemerkt dat er geen certificatie-instelling is die het certificatieonderzoek kan uitvoeren en zij vraagt vervolgens of ODMH de eis wil aanpassen, bijvoorbeeld naar de eis dat de aanlevering naar het bodemloket op basis van SOKB0101 versie 12 bij één of meerdere gebruikers van de software operationeel is, of dat ODMH deze eis wil laten vervallen en zo nee, waarom niet. Hierop wordt geantwoord (op vraag 23 in de Nota van Inlichtingen van 30 mei 2018) dat dit voorstel akkoord is. Op een nadere vraag wat hiermee wordt bedoeld wordt geantwoord (op vraag 5 van de Nota van Inlichtingen van 4 juni 2018) dat de eis wordt aangepast in “De aanlevering naar het landelijk bodemloket op basis van SOKB0101 versie 12 of hoger is bij één of meerdere gebruikers van de aangeboden oplossing operationeel op het moment van inschrijving.” (hierna: eis 3.1.11).

3.3.

Zowel Nazca als Roxit hebben een offerte ingediend. Nazca heeft bij eis 3.1.11 verklaard: “ja, conform aangepaste voorstel vraag 23 van de NvI (versie 30 mei 2018)”.

3.4.

ODMH heeft bij brief van 2 juli 2018 aan Nazca bericht dat, verkort weergegeven, hij de opdracht aan Nazca verleent conform haar offerte van 13 juni 2018 (hierna: de overeenkomst). Ook heeft ODMH die dag aan Roxit meegedeeld dat de opdracht niet aan haar wordt gegund, maar aan Nazca.

3.5.

Roxit heeft bij brief van 5 juli 2018 bezwaar gemaakt tegen voormelde mededeling omdat Nazca volgens haar op het moment van inschrijving niet voldeed aan eis 3.1.11. ODMH heeft hier vervolgens nadere informatie over gevraagd aan Nazca. Nazca heeft daarop schriftelijk toegelicht waarom zij meent wel te voldoen aan eis 3.1.11.

3.6.

ODMH heeft bij brief van 19 juli 2018 aan Nazca bericht dat zij reden ziet om op de opdrachtverlening aan Nazca terug te komen. ODMH stelt daartoe het volgende:

“Naar nu is gebleken voldeed u op 13 juni 2018 (het moment van inschrijven) niet aan deze eis (toevoeging voorzieningenrechter: eis 3.1.11). Weliswaar had u diverse stappen gezet op dit vlak (test en acceptatiefase). De daadwerkelijke in productieneming (operationeel worden) was op 14 juni 2018. Dit hebben wij geverifieerd bij de provincie Groningen en bij het bodemloket.

Als gevolg hiervan zullen wij, op grond van artikel 6:228 Burgerlijk Wetboek, de gunning en opdrachtverstrekking d.d. 2 juli 2018 intrekken (vernietigen) en tot een herbeoordeling overgaan.

(...)”

ODMH heeft het door Nazca hiertegen gemaakte bezwaar en haar verzoek om de opdracht c.q. gunning in stand te laten, niet gehonoreerd.

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing