Home

Rechtbank Den Haag, 27-11-2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:15509, C/09/560549 / KG ZA 18/994

Rechtbank Den Haag, 27-11-2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:15509, C/09/560549 / KG ZA 18/994

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27 november 2018
Datum publicatie
21 januari 2019
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2018:15509
Zaaknummer
C/09/560549 / KG ZA 18/994

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbestedingsprocedure. Eiseres wordt niet gevolgd in haar stellingen die gaan over de vervaltermijn, de eis betreffende de minimale capaciteit, de eis betreffende het hanteren van realistische bedragen en de bepaling omtrent het vermoeden van een abnormaal lage inschrijving. Afwijzing vorderingen.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/560549 / KG ZA 18/994

Vonnis in kort geding van 27 november 2018

in de zaak van

[eiseres] te [plaats 1],

eiseres,

advocaat mr. R.G.T. Bleeker te Amsterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN INFRASRUCTUUR EN MILIEU, RIJKSWATERSTAAT) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. A.C.M. Remmé en F.J. Lewis te Den Haag,

waarin is tussengekomen:

[de Firma] te [plaats 2], gemeente [Vianen],

advocaat mr. J. Haest te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘[eiseres]’, ‘RWS en ‘[de Firma]’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met de daarbij en nadien overgelegde producties;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging;

- de op 13 november 2018 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst dan wel voeging

2.1.

[de Firma] heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiseres] en RWS dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van RWS. Ter zitting hebben [eiseres] en RWS verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. [de Firma] is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

RWS heeft een openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor baggerwerkzaamheden, te weten ”Onderhoud Eemsgeul” (hierna: de aanbesteding en de opdracht).

3.2.

In het op 23 januari 2018 door RWS gepubliceerde inschrijvings- en beoordelingsdocument (hierna: het aanbestedingsdocument) staat, voor zover thans relevant, het volgende vermeld:

“2.3.3 Bij de inschrijving te verstrekken prijsdocumenten

Concept staat van ontleding van de inschrijvingssom

De inschrijver dient desgevraagd, ter informatie van de aanbesteder, bij zijn inschrijving een specificatie van het bedrag van de inschrijving (inschrijvingssom) te verstrekken: Concept staat van ontleding van de inschrijvingssom per werkpakket, conform het model dat als bijlage I bij dit inschrijvings- en beoordelingsdocument is gevoegd. De in de Concept staat van ontleding van de inschrijvingssom op te nemen bedragen, dienen realistisch te zijn en in redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van de te verrichten werkzaamheden.

(...)

4.4

Abnormaal lage inschrijving

In verband met het bepaalde in artikel 2.37 van het ARW 2016 geldt in elk geval dat wordt vermoed dat een inschrijving abnormaal laag is indien:

  1. er ten minste vijf inschrijvingen zijn ontvangen, en

  2. de inschrijvingssom meer dan 50% lager is dan het gemiddelde van alle overige inschrijvingssommen, en

  3. de inschrijvingssom meer dan 20% lager is dan de volgende inschrijvingssom.

(...)

5.1 (...);

rechtsbescherming

(...)

2. (...) Indien een inschrijver bezwaren heeft tegen die beslissing (voorzieningenrechter: de gunningsbeslissing) dan dient hij binnen de in het ARW 2016 genoemde termijn van 20 kalenderdagen na verzending van de mededeling van de gunningsbeslissing een kort geding aanhangig te hebben gemaakt tegen die beslissing. (...) De genoemde termijn is een vervaltermijn. Dat wil zeggen dat indien een inschrijver niet binnen 20 kalenderdagen na verzending van de mededeling van de gunningsbeslissing daadwerkelijk een kort geding aanhangig heeft gemaakt, die betreffende inschrijver in kort geding geen bezwaar meer kan maken met betrekking tot die inschrijving; zijn recht is dan verwerkt. De aanbesteder is in dat geval vrij om (verder) gevolg te geven aan de gunningsbeslissing”.

3.3.

In het Programma van Eisen is in hoofdstuk 32 betreffende de werkzaamheden als eis opgenomen (32.1 sub 4):

“De minimaal gelijktijdig in te zetten sleephopperzuigercapaciteit dient een beuninhoud te hebben van 2.500 m3 per in te zetten sleephopperzuiger, vastgesteld door een daartoe gecertificeerd bedrijf.”

3.4.

Vijf bedrijven hebben ingeschreven op de opdracht, waaronder [eiseres] en [de Firma], zo blijkt uit het proces-verbaal van openingen van de inschrijvingen van 26 maart 2018. Daaruit blijkt voorts dat [de Firma] met een inschrijvingssom van € 4.264.000,- heeft ingeschreven, [eiseres] met een inschrijvingssom van € 8.631.000,- en de andere drie partijen met een hogere inschrijvingssom dan [eiseres], waarvan de hoogste € 9.407.600,-.

3.5.

Bij brief van 11 september 2018 (hierna: de gunningsbeslissing) heeft RWS aan [eiseres] bericht, verkort weergegeven, dat hij voornemens is de opdracht te gunnen aan [de Firma], nu haar inschrijving de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft. De inschrijving van [eiseres] is in de rangorde als tweede geëindigd. Verder wordt meegedeeld dat, verkort weergegeven, bezwaren uiterlijk binnen zeven kalenderdagen na verzending van de gunningsbeslissing schriftelijk gemotiveerd aan RWS kenbaar moeten worden gemaakt en dat die termijn een vervaltermijn is, gedurende welk de opdracht niet zal worden gegund. Indien binnen die termijn geen bezwaar wordt gemaakt, is RWS vrij om gevolg te geven aan de gunningsbeslissing. In de daaropvolgende alinea’s staat vermeld dat, verkort weergegeven, als [eiseres] het niet eens is met de gunningsbeslissing, zij binnen twintig kalenderdagen een kort geding aanhangig dient te maken bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank en dat, indien binnen die termijn een kort geding aanhangig is gemaakt, RWS niet zal overgaan tot gunning van de opdracht voordat in kort geding vonnis is gewezen.

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing