Home

Rechtbank Den Haag, 25-07-2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:8797, C/09/538955 / HA ZA 17-935

Rechtbank Den Haag, 25-07-2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:8797, C/09/538955 / HA ZA 17-935

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25 juli 2018
Datum publicatie
25 juli 2018
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2018:8797
Zaaknummer
C/09/538955 / HA ZA 17-935

Inhoudsindicatie

x

Uitspraak

vonnis

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/538955 / HA ZA 17-935

Vonnis van 25 juli 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1],

eiser,

advocaat mr. T. Welschen te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde,

advocaat mr. E.K. Ditvoorst te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van [eiser] van 25 augustus 2017 met producties 1 tot en met 9;

- de conclusie van antwoord van [gedaagde] met producties 1 tot en met 25

- het tussenvonnis waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- de brief van de zijde van [gedaagde] van 14 mei 2018 met producties 26 tot en met 34.

- Het, buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte, proces-verbaal van comparitie van

29 mei 2018. Partijen hebben hierop niet meer gereageerd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn op 1 februari 2015 gestart met de vennootschap onder firma We love festivals (hierna de vof). De vof drijft een onderneming in het organiseren van zogenaamde food truck festivals, waarbij deelnemers gevraagd wordt vanuit een ‘rollend’ voertuig hun gerechten te bereiden en aan te bieden.

2.2.

Op 8 juli 2015 hebben partijen een schriftelijke vof overeenkomst gesloten. Artikel 9 lid 1 van de vof overeenkomst luidt:

9.1 Een vennoot defungeert:

a. door opzegging als bedoeld in artikel 9.2 van deze overeenkomst;

b. doordat hij surséance van betaling aanvraagt;

c. doordat zijn faillissement onherroepelijk wordt;

d. doordat artikel 1684, boek 7A, Burgerlijk Wetboek ten aanzien van hem toepassing vindt, als gevolg waarvan de vennootschap jegens hem wordt ontbonden;

e. door een daartoe strekkende beslissing, te nemen door na te noemen arbiters, op verzoek van eén der vennoten, indien een vennoot de in deze overeenkomst gemaakte bepalingen overtreedt of niet nakomt, dan wel handelt in strijd met de aard of strekking daarvan;

f. door overlijden van een vennoot.

9.2

Opzegging als bedoeld in het vorige lid, onderdeel a kan slechts geschieden bij aangetekende brief gericht aan de andere venno(o)t(en), met inachtneming van een termijn van ten minste zes maanden en voorts uitsluitend per één januari of één juli van enig jaar tenzij alle zittende Vennoten instemmen met een kortere opzegtermijn. (..)”

2.3.

Gedurende de loop van het festivalseizoen 2016 is de relatie tussen partijen vertroebeld. Zij hebben toen de wens uitgesproken de samenwerking, na dit seizoen, te willen beëindigen. Op 4 oktober 2016 vond het laatste festival van 2016 plaats. Hierna hebben partijen feitelijk niet meer samengewerkt.

2.4.

Partijen hebben twee besprekingen gehad met de heer [naam], als belastingadviseur verbonden aan HBK belastingadviseurs (hierna: [naam]), op 31 oktober 2016 en op 6 december 2016.

2.5.

Op 24 januari 2017 heeft [naam] aan de advocaat van [gedaagde] per email bericht:

“(...) Bij deze het verzoek een opzet te maken voor een ontvlechtingsovereenkomst voor bovenstaande Vof. Wij spraken elkaar eerder over het feit dat [voornaam eiser] [[eiser], rb] even 100K had geleend van de vof, zonder daar iemand van op de hoogte te stellen.

Ik heb de laatste versie van de ovk die mij bekend is meegestuurd, maar een getekende versie heb ik niet. Wat er nu iig is afgesproken is het volgende:

- [voornaam gedaagde] [[gedaagde], rb.] gaat alleen door vanaf 31-12-16;

- de jr 2015 en 2016 worden opgemaakt, waaruit ieders aandeel in de kapitaalrekening blijkt;

- vanaf 1 januari 2017 wordt de onderneming voor rekening en risico gedreven van [voornaam gedaagde];

- zijn er in 2016 kosten gemaakt die louter betrekking hebben op 2017, dan wordt [voornaam eiser] [[eiser], rb.] daarvoor vergoed;

- zijn er in 2017 kosten gemaakt, die thuishoren in 2016, dan worden deze in de jaarrekening 2016 verantwoord;

- van de aldus gevonden bedragen zal [voornaam eiser] bij vertrek een negatief eigen vermogen voor zijn aandeel aanvullen.

- [voornaam eiser] zijn aandeel in een positief eigen vermogen krijgt hij pas, nadat de fiscale claims tot en met 2016 verlopen zijn. MAW na 5 jaar, volgend op 2014, 2015 en 2016, ieder voor zover er een potentiele claim op dat jaar ziet.

- [voornaam eiser] krijgt wel uitbetaald nu al de IBclaim die er op zijn winstaandeel ligt over 2015 en 2016, mits de Vof dit kan dragen.

- indien en voor zover partijen geld achterlaten zal er een vergoeding worden betaald; stel 2% boven 12-maand euribor?

- [voornaam gedaagde] hoeft zich niet te verantwoorden of zekerheden af te geven;

Graag jouw input! (...)”

2.6.

Op 15 februari 2017 heeft [naam] aan partijen per email bericht:

“(...) Zoals eerder toegezegd hierbij een eerste concept voor de ontbindingsovereenkomst. Zodra deze definitief wordt kan de inschrijving bij de Kamer van koophandel gerealiseerd worden.

Ter voorkoming van misverstanden: dit betreft een concept, louter voor discussiedoeleinden en bevat de afspraken die ik heb gehoord tijdens onze bijeenkomst eerder bij HBK. Alles is hier dus nog aan te wijzigen en toe te voegen! (...)’

2.7.

Het concept houdt onder meer in:

“(...) OVERWEGENDE DAT: (...)

(C) de Vennoten de bepalingen en voorwaarden van hun samenwerking hebben vastgelegd in de aangehechte overeenkomst van vennootschap onder firma d.d. [*] (de “Vof-overeenkomst’): (...)

(D) de Vennoten hun samenwerking wensen te beëindigen en de Vof op grond van onderlinge wilsovereenstemming wensen te ontbinden en het vermogen van de Vof wensen te verdelen;

(E) [gedaagde] de door de Vof gedreven onderneming als eenmanszaak zal voortzetten, waarmee [eiser] instemt;

(F) de vennoten de bepalingen en voorwaarden waaronder de Vof wordt beëindigd en verdeling van het vermogen van de Vof plaatsvindt schriftelijk wensen vast te leggen in deze overeenkomst (de “Beëindigingsovereenkomst”); (...)”

2.8.

[eiser] heeft niet op de conceptovereenkomst gereageerd.

2.9.

Op 1 mei 2017 heeft de advocaat van [gedaagde] een email gestuurd aan [eiser]:

“(...) Ik ben, samen met mijn kantoorgenoot Evert-Karel Ditvoorst (in cc), begin dit jaar benaderd door de heer [naam] van HBK met het verzoek om, op basis van door uzelf en mevrouw [voornaam gedaagde] [gedaagde] gemaakte afspraken, een beëindigingsovereenkomst op te stellen voor de vennootschap onder firma We Love festivals (hierna ook: de vof).

Ik hecht de door ons opgestelde conceptovereenkomst van 15 februari 2017 als bijlage aan dit bericht. De heer [naam] heeft dit concept destijds ook aan u toegestuurd. Wij begrepen inmiddels dat u de door ons opgestelde beëindigingsovereenkomst (nog) niet hebt ondertekend en dat u ook niet op de inhoud van de beëindigingsovereenkomst hebt gereageerd. Graag treden wij daarover met u in overleg, zodat de samenwerking in de vof alsnog op korte termijn kan worden beëindigd.

Ik verneem graag op welke van de volgende momenten u beschikbaar bent voor overleg over de beëindigingsovereenkomst: (...)”

2.10.

Op 2 mei 2017 heeft de advocaat van [eiser] aan [gedaagde] geschreven:

“(...)

Tezamen met cliënt bent u vennoot van de VOF ‘We love festivals’. De VOF is opgericht met ingang van 1 februari 2016. Daartoe is een VOF contract opgemaakt, (..). Met dit contract bent u bekend. U bent daaraan gebonden. (...)

Beëindiging van de samenwerking

De samenwerking tussen u en cliënt verliep echter al langere tijd stroef. U hebt daarom tegen het einde van het festivalseizoen met cliënt de afspraak gemaakt om te praten over de beëindiging van de samenwerking en ontbinding van de VOF. Omstreeks begin november 2016 vindt in dat verband een bespreking plaats waarbij naast cliënt, ook u en de heer [naam] aanwezig waren. Tijdens dat overleg is afgesproken dat de VOF wordt ontbonden. Verdere afspraken zijn niet gemaakt. In een later overleg zou daar invulling aan worden gegeven. Belangrijke onderdelen waarover een afspraak gemaakt zou worden zijn onder andere de volgende: de datum van ontbinding, of en zo ja, wie van de vennoten met de onderneming en de daaraan verbonden activa doorgaat en hoe de financiële afwikkeling plaatsvindt.

Cliënt heeft vervolgens talloze pogingen gedaan om tot een bespreking te komen waar gesproken kon worden over de beëindiging van de VOF en de afwikkeling daarvan. U hebt deze besprekingen afgehouden. U hebt überhaupt de medewerking nagelaten om daadwerkelijk te komen tot ontbinding en afwikkeling van de VOF. Dit terwijl u daartoe verplicht bent vanwege het feit dat partijen reeds afgesproken hebben dat de VOF zal worden ontbonden.

Cliënt heeft u voorts op enig moment daartoe het voorstel gedaan om zijn aandeel in de goodwill van de VOF aan u over te dragen tegen betaling van EUR 75.000,= (buiten afrekening ten aanzien van de activa en de resultaten), maar dat hij ook uw aandeel in de goodwill voor hetzelfde bedrag wel zou willen verkrijgen. U hebt dat aanbod afgewezen, waardoor daarop thans geen beroep meer kan worden gedaan.

De door de accountant opgemaakte conceptakte tot beëindiging bewijst dat partijen reeds afgesproken hebben dat zij zullen ontbinden. De inhoud van de conceptakte is weliswaar niet overeengekomen, het feit dat deze conceptakte voor discussiedoeleinden is opgemaakt en verwijst naar voornoemde bespreking, toont aan dat de afspraak tot ontbinding (...) is gemaakt. U weigert alleen uitvoering aan die afspraak te geven.

Daarnaast geldt dat, zolang er geen afspraken zijn gemaakt over de ontbinding, de VOF onverminderd in stand blijft en partijen gehouden zijn zich te houden aan het VOF contract. (...)”

2.11.

[eiser] heeft op 17 december 2017 aan de Kamer van Koophandel bericht dat hij zich wenste uit te schrijven als vennoot van de vof per 1 januari 2017. De Kamer van Koophandel heeft deze wijziging doorgevoerd. Na daartegen door [gedaagde] gemaakt gemotiveerd bezwaar, heeft de Kamer van Koophandel de inschrijving van [eiser] als vennoot hersteld.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat –, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,:

I. een verklaring voor recht dat de vof per 1 januari 2017 is ontbonden en dat de onderneming van de vof per 4 oktober 2016 wordt gedreven voor rekening en risico van [gedaagde];

II. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 31.084 vermeerderd met rente (zijnde het kapitaalsaldo van [eiser] in de vof per 1 januari 2017);

III. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 18.487,84 vermeerderd met rente (een bedrag waarmee de kapitaalrekening van [eiser] moet worden verhoogd);

IV. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 28.354,03 vermeerderd met rente (een bedrag waarmee de kapitaalrekening van [eiser] moet worden verhoogd;

V. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 4.036,60 vermeerderd met rente (een bedrag waarmee de kapitaalrekening van [eiser] moet worden verhoogd);

VI. een deskundige te benoemen in verband met de vaststelling van de waarde van het wegens overbedeling door [gedaagde] aan [eiser] verschuldigde;

VII. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiser] van het door de rechtbank (op grond van het rapport van de deskundige) vast te stellen overbedelingsbedrag, te betalen in vijf termijnen, vermeerderd met rente;

VIII. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing