Rechtbank Den Haag, 22-10-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:11096, C/09/576677 / KG ZA 19/652
Rechtbank Den Haag, 22-10-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:11096, C/09/576677 / KG ZA 19/652
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 oktober 2019
- Datum publicatie
- 22 oktober 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:11096
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2020:1120, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- C/09/576677 / KG ZA 19/652
Inhoudsindicatie
Aanbieders jeugdhulp in het gelijk gesteld in kort geding tegen 10 gemeenten
10 gemeenten in de regio Haaglanden, waaronder de gemeente Den Haag, zijn in april 2019 een gezamenlijke procedure gestart voor inkoop van jeugdhulp voor de periode 2020-2024. Volgens de gemeenten zijn de door hen in die inkoopprocedure gehanteerde tarieven reëel en noodzakelijk om de jeugdhulp efficiënter en effectiever te maken.
Jeugdformaat en 11 marktpartijen hebben een kort geding gevoerd tegen de gemeenten om deze tarieven aan te passen. Volgens de jeugdhulpaanbieders zijn de tarieven namelijk te laag en niet kostendekkend. Zij stellen dat zij niet langer in staat zijn goede jeugdhulp te verlenen als de tarieven niet worden aangepast en dat zij dan structureel verlies lijden.
De Haagse voorzieningenrechter komt onder meer tot de conclusie dat verschillende definities worden gehanteerd bij de diverse cijfers en percentages waar de gemeenten hun tarieven op baseren. Daardoor worden als het ware ‘appels met peren vergeleken’. Daarnaast is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende rekening gehouden met regionale en organisatie-specifieke aspecten die van invloed zijn op de kostprijs van de jeugdhulp. De 10 gemeenten moeten daarom opnieuw naar de tarieven kijken voor de inkoop van jeugdhulp en deze in overeenstemming brengen met de Jeugdwet, zodat de tarieven alsnog kostendekkend en reëel worden.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/576677 / KG ZA 19/652
Vonnis in kort geding van 22 oktober 2019
in de zaak van
STICHTING JEUGDFORMAAT te Rijswijk,
eiseres,
advocaat mr. T. Raats te Den Haag,
tegen:
1 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING INKOOPBUREAU H-10 te Den Haag,
2. GEMEENTE DEN HAAG te Den Haag,
3. GEMEENTE DELFT te Delft,
4. GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND te Schipluiden, gemeente Midden-Delfland,
5. GEMEENTE LEIDSCHENDAM-VOORBURG te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg,
6. GEMEENTE PIJNACKER-NOOTDORP te Pijnacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp,
7. GEMEENTE RIJSWIJK te Rijswijk,
8. GEMEENTE VOORSCHOTEN te Voorschoten,
9. GEMEENTE WASSENAAR te Wassenaar,
10. GEMEENTE WESTLAND te Naaldwijk, gemeente Westland,
11. GEMEENTE ZOETERMEER te Zoetermeer,
gedaagden,
advocaat mrs. M.C. de Vries, A.L.M. de Graaf en M. van Rijn te Den Haag,
waarin zijn tussengekomen:
1 STICHTING CURIUM, ACADEMISCH CENTRUM KINDER- EN JEUGDPSYCHIATRIE te Oegstgeest,
advocaten mrs. J.M.M. van de Hel en W.B. Jans te Amsterdam,
2 PARNASSIA GROEP B.V. te Den Haag,
advocaten mrs. J.M.M. van de Hel en W.B. Jans te Amsterdam,