Home

Rechtbank Den Haag, 18-12-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:13751, C/09/544881 / HA ZA 17-1299

Rechtbank Den Haag, 18-12-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:13751, C/09/544881 / HA ZA 17-1299

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 december 2019
Datum publicatie
21 februari 2020
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2019:13751
Zaaknummer
C/09/544881 / HA ZA 17-1299

Inhoudsindicatie

en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer C/09/552752 / HA ZA 18-512.

Aannbesteding voor strooiwerkzaamheden. Onrechtmatig handelen aanbestedende dienst? Klacht van verliezend inschrijver dat de beoogd opdrachtnemer in de ondebouwingsfase kentekens van onderaannemers heeft opgegeven die niet beschikbaar waren. Heeft de aanbestedende dienst aan haar verificatieverplichting voldaan?

Uitspraak

vonnis

Team handel

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 18 december 2019

in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: C/09/544881 / HA ZA 17-1299 (hierna: ‘de hoofdzaak’) van

1 [B.V. I] , te [plaats 1] ,

2. [B.V. II] , te [plaats 2] ,

eisers in de hoofdzaak en in het incident,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer (procesadvocaat) en mr. R.G.T. Bleeker (behandelend advocaat),

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van infrastructuur en milieu, Rijkswaterstaat), te Den Haag,

gedaagde in de hoofdzaak en in het incident,

advocaat: mr. D. Wolters Rückert,

en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer C/09/552752 / HA ZA 18-512 (hierna: ‘de vrijwaringszaak’) van

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van infrastructuur en milieu, Rijkswaterstaat), te Den Haag,

eiser in vrijwaring,

advocaat: mr. D. Wolters Rückert,

tegen

[B.V. III] , te [plaats 3] ,

gedaagde in vrijwaring,

advocaat: mr. F.R.H. Kuiper.

Partijen zullen hierna respectievelijk ‘ [B.V. I c.s.] ’ (eisers in de hoofdzaak samen), ‘Rijkswaterstaat’ en ‘[B.V. III]’ worden genoemd.

1 De procedure in de hoofdzaak

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 5 december 2017,

-

de akte houdende producties, met de bij de dagvaarding behorende producties,

-

de conclusie van antwoord tevens incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, van Rijkswaterstaat, met producties,

-

het vonnis in het vrijwaringsincident van 28 maart 2018, waarin oproeping van [B.V. III] in vrijwaring is toegestaan,

-

het tussenvonnis van 30 mei 2018, waarin een comparitie van partijen is bevolen,

-

de incidentele conclusie tot voorlopige voorzieningen (artikel 223 Rv) van 27 november 2018 van [B.V. I c.s.] , met producties,

-

de rolbeslissing van 13 februari 2019, waarin is bepaald dat de voorlopige voorziening gelijktijdig met de hoofdzaak zal worden behandeld,

-

het proces-verbaal van comparitie van 8 juli 2019 en de daarin genoemde stukken, waaronder de spreekaantekeningen van [B.V. I c.s.] (tevens houdende een wijziging van eis in de hoofdzaak en het incident).

1.2.

[B.V. I c.s.] had oorspronkelijk in de hoofdzaak en het incident niet alleen vorderingen ingesteld tegen Rijkswaterstaat, maar ook tegen [B.V. III]. [B.V. I c.s.] en [B.V. III] hebben (na vermindering van eis en na de comparitie) eenstemmig om doorhaling van de hoofdzaak tussen [B.V. I c.s.] en [B.V. III] verzocht. De hoofdzaak tussen [B.V. I c.s.] en [B.V. III] is op de rol van 18 september 2019 doorgehaald.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden in de hoofdzaak tussen [B.V. I c.s.] en Rijkswaterstaat.

2 De procedure in de vrijwaringszaak

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding in vrijwaring van 30 april 2018, met producties,

-

de conclusie van antwoord in vrijwaring,

-

het tussenvonnis van 30 mei 2018, waarin een comparitie van partijen is bevolen,

-

het proces-verbaal van comparitie van 8 juli 2019.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in de vrijwaringszaak, gelijktijdig met de hoofdzaak.

3 De feiten (in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak)

4 Het geschil in de hoofdzaak

5 Het geschil in de vrijwaringszaak

6 De beoordeling in de hoofdzaak

7 De beoordeling in de vrijwaringszaak

8 De beslissing in de hoofdzaak

9 De beslissing in de vrijwaringszaak