Rechtbank Den Haag, 24-12-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:14037, C/09/582395 KG ZA 19/1054
Rechtbank Den Haag, 24-12-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:14037, C/09/582395 KG ZA 19/1054
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 december 2019
- Datum publicatie
- 10 februari 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:14037
- Zaaknummer
- C/09/582395 KG ZA 19/1054
Inhoudsindicatie
Kort geding betreffende Europese openbare aanbesteding voor plaatsing bushokjes in de Gemeente Leiden. De voorzieningenrechter gaat voorbij aan de bezwaren van eiseres, die tweede is geworden, ten aanzien van de wijze van beoordeling van haar inschrijving. De vorderingen tot intrekking van het gunningsvoornemen en van de aanbestedingsprocedure worden afgewezen.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/582395 / KG ZA 19/1054
Vonnis in kort geding van 24 december 2019
in de zaak van
EXTERION MEDIA (NETHERLANDS) B.V. te Amsterdam,
eiseres,
advocaat mr. J.W. Fanoy te Den Haag,
tegen:
GEMEENTE LEIDEN te Leiden,
gedaagde,
advocaat mr. D. Wolters Rückert te Den Haag,
waarin is tussengekomen:
RECLAMEBUREAU LIMBURG B.V.,
te Klimmen,
advocaat mr. J.H.J. Bax te Rotterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Exterion’, ‘de Gemeente’ en ‘RL’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met de daarbij en nadien overgelegde producties;
- de door de Gemeente overgelegde productie;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging;
- de op 10 december 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 Het incident tot tussenkomst
RL heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Exterion en de Gemeente dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Gemeente. Ter zitting hebben Exterion en de Gemeente verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. RL is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De Gemeente Leiden heeft een Europese openbare aanbesteding gehouden voor de plaatsing van bushokjes en vrijstaande reclamevitrines en de concessieverlening voor het exploiteren van reclame in deze objecten.
In de aanbestedingsleidraad staat onder meer de beoordelingsprocedure beschreven. Daaruit blijkt dat de beoordeling plaatsvindt middels het gunningscriterium ‘Beste prijs-kwaliteitverhouding’. Daartoe wordt een aantal subgunningscriteria gehanteerd aan de hand waarvan de inschrijver zijn toegevoegde waarde en onderscheidend vermogen dient aan te tonen. In hoofdstuk 4.5 van de aanbestedingsleidraad is daartoe een tabel opgenomen waaruit onder meer blijkt dat op kwaliteit maximaal 550 punten behaald konden worden waarvan 200 voor Milieu Kosten Indicator (a), 200 voor Ontwerp (b) en 150 voor Verhoging kwaliteitsbeleving (c).
In de aanbestedingsleidraad wordt ten aanzien van subgunningscriterium b Ontwerp onder meer toegelicht dat:
- de inschrijver ontwerpen van 1) een standaard bushokje, 2) een ondiep bushokje, 3) een ondiep bushokje, type ‘Breestraat’ en 4) een Vrijstaande Reclamevitrine moet indienen;
- de ontwerpen moeten voldoen aan de in de aanbesteding gestelde eisen (zie Programma van Eisen, hierna PvE);
- de beoordelingscommissie zal beoordelen of en zo ja in welke mate de ontwerpen voldoen aan de esthetische randvoorwaarden in het Programma van Eisen. De verbeelding van de ontwerpen moet zodanig duidelijk zijn dat de esthetische kwaliteit beoordeeld kan worden. Belangrijke aandachtspunten voor de Beoordelingscommissie zijn de passendheid van de ontwerpen in de Leidse openbare ruimte, de onderlinge vormgevingsrelatie tussen de uitgevraagde objecten, de integrale ontwerpkwaliteit en de verfijndheid van het ontwerp.
In de aanbestedingsleidraad is bij subgunningscriterium c Verhoging kwaliteitsbeleving de volgende toelichting opgenomen, voor zover thans relevant:
“(...) Door de opdrachtnemer dienen Bushokjes en Vrijstaande Reclamevitrines geplaatst te worden die moeten voldoen aan alle in deze aanbesteding gestelde eisen en voorwaarden. Opdrachtgever staat open voor extra functionaliteiten (zoals innovaties) en werkzaamheden die primair de kwaliteitsbeleving van de reizigers en bezoekers verhogen. Beschrijf in het plan van aanpak de naar uw mening toegevoegde waarde van de door u aangeboden functionaliteiten (en werkzaamheden) voor de reizigers en bezoekers.
Uw plan van aanpak dient SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden) te zijn. Hoe meer SMART uw voorstellen en hoe meer deze naar het oordeel van de beoordelingscommissie bijdragen aan de kwaliteitsbeleving van de reizigers en bezoekers, hoe hoger het aantal punten dat u scoort. (...)”
In hetzelfde hoofdstuk 4.5 is beschreven welke schaal wordt gehanteerd bij de beoordeling. Daaruit blijkt dat met een uitstekend antwoord 100% van het maximaal te behalen aantal punten wordt behaald, met een goed antwoord 80%, met een voldoende antwoord 50% en met een matig antwoord 20%. Met een onvoldoende antwoord wordt de inschrijving terzijde gelegd. Daarbij is toegelicht dat bij die kwalificatie wordt gekeken naar hoe inhoudelijk relevant, toepasselijk en volledig het antwoord is in relatie tot de beschreven beoordelingsaspecten bij het betreffende criterium en het beoogde resultaat. Bij uitstekend is daarbij nog toegevoegd dat er sprake is van meerwaarde.
Voor dit geding relevante (deels in de loop van de aanbestedingsprocedure gewijzigde) eisen in het PvE zijn:
- -
-
6.1.2: De vormgeving van de Objecten (ontwerp, materialisering, kleur) past in elke openbare ruimte van Leiden, variërend van de historische binnenstad tot en met de woonwijken. De objecten gaan op in de omgeving (detoneren niet) en het ontwerp heeft een neutrale vormgeving.
- -
-
6.1.5: De Objecten bestaan uit slanke bouwelementen met een verfijnde detaillering, die een logische maatverhouding en rangschikking ten opzichte van elkaar hebben.
- -
-
6.5.14: De dakplaten worden beëindigd met een slank ogende dakrand aan de voorzijde.
- -
-
6.5.20: Regenwater wordt vanaf het dak van de Bushokjes afgevoerd. De afvoervoorziening is niet zichtbaar aanwezig Het af te voeren hemelwater geeft geen overlast voor reizigers en op aanpalende gronden en watert niet af binnen het Bushokje. De regenafvoer heeft voldoende capaciteit en is berekend op het klimaat in Nederland.
- -
-
6.6.8: Alle verlichtingselementen worden zó uitgevoerd dat statisch dimmen te allen tijde tot de mogelijkheden behoort.
- -
-
10.5.2: De verlichting in de bushokjes dient ’s-nachts niet te blijven branden. Uitgangspunt is geen verlichting als de bussen niet rijden.
Voor bus tijden dient contact met de busvervoerder gezocht te worden. Opdrachtgever heeft hier geen zeggenschap over. Uitgangspunt binnen de gemeente Leiden is liever ’s nachts geen licht, maar als dit niet werkbaar is dat dan het volgende dimregime te worden toegepast.
Dit is dimregime 3a van de gemeente Leiden.
In de eerste Nota van Inlichtingen (NvI 1) is geantwoord op de vraag of voor subgunningscriterium b Ontwerp SMART omschreven kan worden wanneer er sprake is van een uitstekend, goed, voldoende, matig en onvoldoende ontwerp. Dat antwoord (37) luidt – voor zover thans relevant – als volgt:
“Dat is afhankelijk van de mate waaruit uit het ingediende ontwerp blijkt:
-
esthetische kwaliteit;
-
de passendheid van de ontwerpen in de Leidse openbare ruimte;
-
de onderlinge vormgevingsrelatie tussen de uitgevraagde objecten;
-
de integrale ontwerpkwaliteit;
-
de verfijndheid van het ontwerp,
waarbij u ‘uitstekend’ scoort voor onderscheidend vermogen, u ‘goed’ scoort wanneer uw ontwerp in zeer ruime mate voldoet aan wat de aanbestedende dienst eist en wenst ten aanzien van bovengenoemde 5 criteria, u ‘voldoende’ scoort wanneer uw ontwerp minimaal voldoet aan wat de aanbestedende dienst eist en wenst ten aanzien van bovengenoemde 5 criteria, u ‘matig’ scoort wanneer uw ontwerp niet op alle 5 de criteria minimaal voldoet aan wat de aanbestedende dienst eist en wenst (...)”
Ook is geantwoord op dezelfde vraag voor wat betreft subgunningscriterium c Verhoging kwaliteitsbeleving. Dat antwoord luidt, voor zover thans relevant:
“Dat is afhankelijk van de mate waarin smart omschreven zijn: 1) de verhoging van de kwaliteitsbeleving voor de reizigers en bezoekers en 2) de toegevoegde waarde van de functionaliteiten (en werkzaamheden) voor de reizigers en bezoekers waarbij u ‘uitstekend’ scoort voor onderscheidend vermogen, u ‘goed’ scoort wanneer er absoluut sprake is van verhoging van de kwaliteitsbeleving maar niet onderscheidend, u ‘voldoende’ scoort wanneer er sprake is van een minimale verhoging van de kwaliteitsbeleving, u ‘matig’ scoort wanneer er geen sprake is van een verhoging van de kwaliteitsbeleving (...)”
Verder is geantwoord op een vraag over wat wordt bedoeld met de passendheid van het ontwerp in de openbare ruimte als volgt: “[ontwerpen zijn passend] als de ontwerpen opgaan in de omgeving en neutraal zijn vormgegeven en aansluiten op reeds aanwezig straatmeubilair.”
Verder staat in NvI 1 nog in een antwoord vermeld: “De beoordelingscommisie zal haar oordeel geven over het totaal en niet over de individuele onderdelen” en in NvI 2 “Het totaalbeeld wordt beoordeeld bij gunningcriterium ontwerp. Inschrijver dient te voldoen aan de gestelde eisen” en “Het gaat om het totaalbeeld. (...)”.
Ten slotte staat in NvI 3 een antwoord waarin wordt gesteld dat een waterafvoer aan de achterzijde van het bushokje is geoorloofd en dat een eerder antwoord vervalt, zodat een gootje niet is verplicht en afvoer door de staander eveneens niet is verplicht.
Onder meer Exterion en RL hebben ingeschreven op de aanbesteding.
De Gemeente heeft op 11 oktober 2019 de gunningsbeslissing verzonden. Daarin meldt de Gemeente dat zij voornemens is om de opdracht te gunnen aan RL. RL heeft op de subgunningscriteria voor kwaliteit respectievelijk 200, 160 en 150 punten gescoord en Exterion respectievelijk 181, 40 en 75. Van de overige twee inschrijvers zijn de inschrijvingen terzijde gelegd. In de aan Exterion verstrekte toelichting staat ten aanzien van de subgunningscriteria b en c het volgende vermeld:
“Vraag 4.5.2: 1b: Ontwerp:
U heeft hier ‘matig’ gescoord. De door u ingediende ontwerpen komen niet in aanmerking voor een hogere score omdat de door u ingediende ontwerpen hiervoor onvoldoende opgaan in de omgeving en onvoldoende neutraal zijn vormgegeven.
De door u ingediende ontwerpen hebben weliswaar dezelfde vormtaal, materialen en kleurstelling en sluiten qua vormgevingsrelatie ook op elkaar aan maar hebben niet de vormtaal en vormgevingsrelatie die de gemeente wenst voor haar bushokjes. De gemeente Leiden wenst bushokjes te laten plaatsen met een verfijnd ontwerp bestaande uit slanke bouwelementen met een verfijnde detaillering. Dit is in hoofdstuk 6 van het programma van eisen beschreven en blijkt ook uit het antwoord op vraag 37 van de eerste nota van inlichtingen. De ontwerpen van de door u ingediende bushokjes zijn onvoldoende verfijnd voor een hogere score; met name de dikke staanders in het midden het bushokje, de grove detaillering en de zware dakrand zijn verantwoordelijk voor deze indruk. Het door u ingediende ontwerp type ‘Breestraat’ is qua vormgeving té duidelijk aanwezig en vestigt daardoor té zeer de aandacht op zichzelf.
Vraag 4.5.3: 1c: Verhoging kwaliteitsbeleving:
U heeft hier ‘voldoende’ gescoord. U zou hier een hogere score hebben ontvangen wanneer u meer maatregelen beschreven zou hebben die de kwaliteitsbeleving van de reizigers en bezoekers écht verhogen. Daarnaast is een aantal van de door u genoemde maatregelen te weinig op de reizigers en bezoekers zelf gericht.
(...)
Het statisch dimmen behoort al tot de mogelijkheden en is zelfs heel specifiek omschreven in eisen 6.6.8 en 10.5.2. Hierdoor voegt de door u voorgestelde maatregel van Astro dimmer volgens het beoordelingsteam niets toe aan de eisen.
De toepassing van de hemelwaterafvoer met stadsuitloop middels de dakgoot verhoogt volgens het beoordelingsteam niet de kwaliteitsbeleving van de reizigers en bezoekers. Het resultaat van de hemelwaterafvoer wordt namelijk zó beschreven in eis 6.5.20 dat het regenwater al vanaf het dak van de bushokjes wordt afgevoerd waarbij de afvoervoorziening niet zichtbaar aanwezig is. Hierdoor geeft het af te voeren hemelwater geen overlast voor reizigers, ook niet op aanpalende gronden en watert niet af binnen het Bushokje.
De toepassing van fijnstofsensoren verhoogt niet direct de kwaliteitsbeleving van de reizigers en bezoekers. De informatie die de fijnstofsensoren genereren is mogelijk interessant voor de gemeente. Op het moment dat de gemeente besluit om als gevolg van de resultaten van de fijnstofsensoren actie te ondernemen om het fijnstof in de lucht te verminderen, zullen de reizigers en bezoekers hier pas profijt van hebben.
(...)”
Op 21 oktober 2019 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen (vertegenwoordigers van) de Gemeente en Exterion.