Rechtbank Den Haag, 13-02-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2119, C-09-540886-HA ZA 17-1054
Rechtbank Den Haag, 13-02-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2119, C-09-540886-HA ZA 17-1054
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 13 februari 2019
- Datum publicatie
- 21 maart 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:2119
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2020:986, Overig
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2021:571, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- C-09-540886-HA ZA 17-1054
Inhoudsindicatie
.
Uitspraak
vonnis
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/540886 / HA ZA 17-1054
Vonnis van 13 februari 2019
in de zaak van
[de curator]
in hoedanigheid van curator in het faillissement van Bowling & Party Centrum Noordwijk B.V.
te [plaats] ,
eiser,
advocaat mr. P.H. de Lange te Leiden,
tegen
DE RAAD BEHEER B.V.,
te Noordwijk,
gedaagde,
advocaat mr. D.A. Beck te Leiden.
Partijen zullen hierna de curator en De Raad Beheer genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 3 oktober 2017 met producties;
- -
-
de conclusie van antwoord met producties;
- -
-
het tussenvonnis van 14 maart 2018, waarbij een comparitie van partijen is bevolen;
- -
-
het proces-verbaal van de op 14 november 2018 gehouden comparitie van partijen;
Partijen hebben na de comparitie verzocht om een aanhouding in verband met schikkingsonderhandelingen. Deze onderhandelingen hebben uiteindelijk niet tot een minnelijke regeling geleid. Partijen hebben de rechtbank verzocht om vonnis te wijzen. Vonnis is vervolgens bepaald op heden.
Het proces-verbaal van de comparitie is buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om op de inhoud van het proces-verbaal te reageren voor zover het feitelijke onjuistheden betreft. Partijen hebben hiervan geen gebruik gemaakt.
2 De feiten
Bowling & Party Centrum Noordwijk B.V. (hierna: het bowlingcentrum) is op 15 juli 1961 opgericht en exploiteerde vanaf 1999 een bowlingcentrum.
De Raad Beheer is onderdeel van De Raad Groep, een groep vennootschappen die onder meer vastgoed beheert. Bestuurder van De Raad Beheer is de heer [A] (hierna: [A]).
De Raad Bouwontwikkeling B.V. – een aan De Raad Beheer gelieerde onderneming – is sinds 3 februari 1988 enig aandeelhouder van het bowlingcentrum en was tot 1 februari 2002 statutair bestuurder van het bowlingcentrum. Per 1 februari 2002 is de heer [B] (hierna: [B]) aangesteld als statutair bestuurder van het bowlingcentrum.
De Raad Beheer heeft jaarlijks krediet aan het bowlingcentrum verstrekt. Daartoe werd steeds een kredietovereenkomst opgesteld. De kredietovereenkomst van 22 maart 2011 (hierna: de kredietovereenkomst 2011) vermeldt – onder meer en voor zover hier van belang – dat De Raad Beheer een bedrag van € 857.254 ter beschikking stelt aan het bowlingcentrum. In de kredietovereenkomst 2011 staat verder vermeld dat het bowlingcentrum haar bedrijfsuitrusting en haar boekvorderingen zal verpanden aan De Raad Beheer. De kredietovereenkomst 2011 is namens het bowlingcentrum getekend door [B] en namens De Raad Beheer door [A].
Op 14 juni 2013 is De Raad Vastgoed B.V. (hierna: De Raad Vastgoed) als gevolmachtigde van het bowlingcentrum ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK) door middel van een formulier van de KvK. Op het formulier is vermeld dat het gaat om een volledige volmacht. Het formulier biedt naast het geven van een volledige volmacht de mogelijkheid om een naar handeling beperkte volmacht te verstrekken. Bij de daarvoor aan te kruisen opties is onder meer opgenomen de optie “het afsluiten van contracten of overeenkomsten op het gebied van financiering”. Het formulier is namens het bowlingcentrum ondertekend door [B].
Op 14 september 2015 is een pandakte getekend met betrekking tot de roerende zaken van het bowlingcentrum. Verder is op 14 september 2015 een pandakte met betrekking tot debiteurenvorderingen getekend. In beide aktes zijn als partijen vermeld De Raad Beheer als pandhouder en het bowlingcentrum als pandgever. [A] heeft de pandaktes namens beide partijen getekend.
Op 28 oktober 2016 is een pandlijst geregistreerd ten aanzien van de inventaris van het bowlingcentrum. De waarde van de inventaris is daarin begroot op € 442.759. Verder is op die datum een pandlijst ten aanzien van de debiteuren van het bowlingcentrum geregistreerd.
De laatste kredietovereenkomst tussen het bowlingcentrum en De Raad Beheer is ongedateerd, maar boven aan de overeenkomst is vermeld “GEWIJZIGDE KREDIETOVEREENKOMST PER 1 JANUARI 2016” (hierna: kredietovereenkomst 2016). In de kredietovereenkomst 2016 is vermeld dat De Raad Beheer een krediet van € 1.680.098 aan het bowlingcentrum ter beschikking heeft gesteld. Verder is ook in dit document vermeld dat de boekvorderingen en de inventaris worden verpand. De kredietovereenkomst 2016 is zowel namens het bowlingcentrum als De Raad Beheer ondertekend door [A].
Op 24 januari 2017 is een pandakte op de bedrijfsuitrusting en boekvorderingen gevestigd. De pandakte is namens het bowlingcentrum en namens De Raad Beheer getekend door [A]. Op 24 januari 2017 is een stampandakte gevestigd op boekvorderingen van het bowlingcentrum. Deze akte is eveneens door [A] getekend namens beide partijen. Op 26 januari 2017 is een pandakte op boekvorderingen getekend, eveneens door [A]. Verder zijn er diverse pandlijsten en voorraadlijsten geregistreerd. Op 31 januari 2017 is een stampandakte geregistreerd voor boekvorderingen van het bowlingcentrum.
Op 26 januari 2017 heeft De Raad Beheer aan [B] als bestuurder van het bowlingcentrum het volgende geschreven:
“(...)
Uit hoofde van de kredietovereenkomsten (...) is Bowling & Partycentrum Noordwijk B.V. verplicht om op eerste verzoek van De Raad Beheer B.V. aanvullende zekerheden te stellen. Hiervoor verwijs ik naar artikel 7 van toepasselijke Algemene Bepalingen voor kredietverlening (...).
In uw afwezigheid heeft De Raad Beheer de gevolmachtigde van Bowling & Partycentrum Noordwijk B.V., De Raad Vastgoed B.V., in het verleden en heden verzocht om in verband met de openstaande schuld aan De Raad Beheer B.V. aanvullende zekerheden te verstrekken en aan dit verzoek heeft zij direct gehoor gegeven. (...) Op dit moment verkeert Bowling & Partycentrum Noordwijk B.V. namelijk al geruime tijd in verzuim met betrekking tot haar verplichtingen jegens De Raad Beheer B.V. (...).”
Op 1 februari 2017 hebben het bowlingcentrum, De Raad Beheer en de verhuurder van het bowlingcentrum een overeenkomst tot afgifte in vuistpand gesloten. Op diezelfde datum hebben het bowlingcentrum en De Raad Beheer een overeenkomst tot afwijkende verkoop verpande zaken gesloten. Deze partijen zijn daarbij overeengekomen dat de aan De Raad Beheer verpande bedrijfsuitrusting onderhands zal worden verkocht waarbij uitsluitend De Raad Beheer als pandhouder bevoegd zal zijn om het gehele verkoopproces te begeleiden, waaronder ook het aanvaarden van biedingen. Deze overeenkomst is door [A] getekend zowel namens het bowlingcentrum als namens De Raad Beheer.
Op 14 februari 2017 is het bowlingcentrum op eigen verzoek in staat van faillissement verklaard.
3 Het geschil
De curator vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
-
primair te verklaren voor recht dat de pandrechten niet rechtsgeldig tot stand zijn gekomen als gevolg van het ontbreken van een toereikende volmacht dan wel wegens strijd met artikel 3:68 BW, dan wel, subsidiair, te verklaren voor recht dat de kredietovereenkomsten en pandaktes, geregistreerd op 28 oktober 2016, 26 januari 2017 en 31 januari 2017 rechtsgeldig door de curator zijn vernietigd;
-
veroordeling van De Raad Beheer tot het afleggen van rekening en verantwoording over de verkoop van de verkochte roerende zaken alsmede tot afdracht van de opbrengst van de verkochte zaken, te vermeerderen met de wettelijke rente.
-
veroordeling van De Raad Beheer tot het afleggen van rekening en verantwoording over de incasso van debiteuren alsmede tot afdracht van de opbrengst van de uitgewonnen debiteuren, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Met veroordeling van De Raad Beheer in de proceskosten.
De curator legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat aan De Raad Vastgoed weliswaar een algemene volmacht is verstrekt, maar dat die volmacht niet de bevoegdheid tot het verrichten van daden van beschikking omvat. Het vestigen van pandrechten moet als daad van beschikking worden aangemerkt. Verder zijn de akten tot het vestigen van pandrechten zowel namens De Raad Vastgoed als gevolmachtigde van het bowlingcentrum als namens De Raad Beheer getekend door [A]. Daarmee is gehandeld in strijd met het verbod op selbsteintritt. Tot slot zijn het vestigen van de pandrechten en het registreren van de pandlijsten paulianeus, aldus steeds de curator.
De Raad Beheer voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.