Home

Rechtbank Den Haag, 20-03-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2932, C/09/536473 / HA ZA 17-779

Rechtbank Den Haag, 20-03-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2932, C/09/536473 / HA ZA 17-779

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20 maart 2019
Datum publicatie
11 april 2019
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2019:2932
Zaaknummer
C/09/536473 / HA ZA 17-779

Inhoudsindicatie

.

Uitspraak

vonnis

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/536473 / HA ZA 17-779

Vonnis van 20 maart 2019

in de zaak van

PROMONTORIA HOLDING 107 B.V. te Baarn,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.J.F. Goethals te Amsterdam,

tegen

1 [gedaagde A] te [plaats 1] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. G.H. Fijma te Den Haag,

2. [gedaagde B] te [plaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. J-F. Grégoire te Den Haag.

Partijen zullen hierna Promontoria en [gedaagde A] respectievelijk [gedaagde B] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 11 juli 2017 met 16 producties;

-

de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie namens [gedaagde A] met de producties 1 tot en met 9;

-

de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie namens [gedaagde B] met de producties 1 tot en met 6;

-

het exploot van oproeping van de curator in het faillissement van [gedaagde B] ;

-

het tussenvonnis van 21 maart 2018 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

-

de akte overlegging producties en wijziging van eis tevens conclusie van antwoord in reconventie namens Promontoria met de producties 17 tot en met 26;

-

de akte overlegging productie en wijziging van eis namens Promontoria met productie 27;

-

de akte overlegging productie namens Promontoria met productie 28;

-

het proces-verbaal van de comparitie van 26 september 2018.

1.2.

Het proces-verbaal van comparitie is buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na toezending schriftelijk eventuele onjuistheden van feitelijke aard kenbaar te maken. Met een brief van 6 november 2018 heeft Promontoria daarvan gebruik gemaakt. Deze brief maakt deel uit van het procesdossier en het vonnis wordt gewezen met inachtneming hiervan, voor zover het correcties van feitelijke aard betreft.

1.3.

Ten slotte is vonnis nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde B] is eigenaar van het recht van erfpacht op een perceel grond en van de op die grond gebouwde opstal aan de [adres ] (de woning).

2.2.

Op 20 april 2006 heeft F. Van Lanschot Bankiers N.V. (Van Lanschot) aan [gedaagde B] als woningfinanciering een krediet verstrekt voor een bedrag van € 3.500.000,-.

2.3.

Bij notariële akte van 21 april 2006 heeft [gedaagde B] aan Van Lanschot voor een bedrag van € 4.000.000,- een eerste recht van hypotheek op de woning verleend, tot zekerheid van de nakoming van de betalingsverplichtingen uit de kredietovereenkomst. In de hypotheekakte is onder meer opgenomen:

Hypotheekbedingen

De comparanten verklaarden dat deze hypotheekverlening is geschied onder de volgende bedingen:

- (...)

- Huurbeding

Zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de bank mag het onderpand niet worden verhuurd, verpacht of anderszins in gebruik worden afgestaan of worden gedoogd dat derden het onderpand gebruiken (...).

- Inrichting, gedaante en bestemming van het onderpand

Zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de bank mag de inrichting, gedaante of bestemming van het onderpand niet worden veranderd. De hypotheekgever is in dit verband verplicht aannemingsovereenkomsten voor nieuwbouw of ingrijpende verbouwingen betreffende het onderpand vooraf ter goedkeuring aan de bank voor te leggen.

- Veranderingen en toevoegingen

Veranderingen en toevoegingen aan het onderpand aangebracht en/of aan te brengen strekken mede tot onderpand voor de vorderingen tot zekerheid waarvoor hypotheek is verleend. De hypotheekgever is niet bevoegd veranderingen en toevoegingen aan het onderpand weg te nemen.

(...)

Algemene voorwaarden

De comparanten verklaarden dat – voor zover niet anders is overeengekomen – voor deze hypotheekverlening en verpanding mede geldt het bepaalde in de Algemene Voorwaarden voor Hypotheken van F. van Lanschot Bankiers N.V., welke zijn gedeponeerd ter griffie van (...) en het bepaalde in de Algemene Voorwaarden, geldende in het verkeer tussen de bank en haar cliënten, hierna te noemen “de Algemene Voorwaarden”. De comparante onder A. genoemd, handelend als gemeld [gevolmachtigde van [gedaagde B] ], verklaarde voor en namens hypotheekgever met de Algemene Voorwaarden voor Hypotheken van F. van Lanschot Bankiers N.V. en de Algemene Voorwaarden, welke geacht worden woordelijk in deze akte te zijn opgenomen en daarvan deel uit te maken, bekend te zijn en akkoord te gaan en de tekst van deze voorwaarden te hebben ontvangen.”

In de Algemene Voorwaarden is voor zover relevant onder meer opgenomen:

Artikel 2. Zorgplicht bank en cliënt

  1. De bank neemt bij haar dienstverlening de nodige zorgvuldigheid in acht en houdt daarbij naar beste vermogen rekening met de belangen van de cliënt. Geen van de bepalingen van deze algemene voorwaarden of van de door de bank gebruikte bijzondere voorwaarden kan aan dit beginsel afbreuk doen.

  2. (...)

(...)

Artikel 27. Onmiddellijke opeisbaarheid

Als de cliënt in verzuim is met de nakoming van enige verplichting jegens de bank, mag de bank haar vorderingen op de cliënt door opzegging onmiddellijk opeisbaar maken, tenzij dit gelet op de geringe betekenis van het verzuim niet gerechtvaardigd is. Een dergelijke opzegging geschiedt schriftelijk met vermelding van de reden.

(...)

Artikel 35. Opzegging van de relatie

Zowel de cliënt als de bank kan de relatie tussen hen schriftelijk geheel of gedeeltelijk opzeggen. Als de bank de relatie opzegt, deelt zij desgevraagd de reden van de opzegging aan de cliënt mee. Na opzegging van de relatie worden de tussen de cliënt en de bank bestaande individuele overeenkomsten zo spoedig mogelijk afgewikkeld met inachtneming van de daarvoor geldende termijnen. Tijdens de afwikkeling blijven deze algemene bankvoorwaarden en de op de individuele overeenkomsten toepasselijke specifieke voorwaarden van toepassing.

Artikel 36. Contractsoverneming

Door het van toepassing worden van deze algemene bankvoorwaarden heeft de cliënt, voor het geval van (gedeeltelijke) overdracht van de onderneming van de bank, er bij voorbaat medewerking aan verleend dat zijn rechtsverhouding met de bank in het kader van die (gedeeltelijke) overdracht (gedeeltelijk) op een derde overgaat.”

2.4.

Op 20 juli 2006 hebben [gedaagde B] als opdrachtgever en [gedaagde A] , handelend onder [handelsnaam gedaagde] , als aannemer een aanneemovereenkomst gesloten voor bouwkundige en installatietechnische renovatiewerkzaamheden aan de woning. De werkzaamheden zullen aanvangen op 25 juli 2006 en het werk dient binnen 424 werkbare dagen te worden opgeleverd. De aanneemsom bedraagt € 1.315.588,44 inclusief btw, te voldoen in termijnen.

“Betalingstermijnen:

1e termijn 10 % bij opdracht € 131.558,82

2e termijn 20 % bij start werkzaamheden € 263.117,70

3e termijn 20 % bij ruwbouw gereed € 263.117,70

4e termijn 20 % bij werkzaamheden gereed € 263.117,70

5e termijn 20 % bij oplevering € 263.117,70

6e termijn 10 % onderhoudstermijn € 131.558,82

Totaal € 1.315.588,44

In de overeenkomst is verder onder meer opgenomen:

“2.2 In aanvulling op de UAV 1989 betaalt Opdrachtgever Aannemer de aannemingssom overeenkomstig het betalingsschema opgenomen in binnen 30 dagen na ontvangst van de factuur en na schriftelijke goedkeuring van de werkzaamheden door de directie. De laatste termijn geldt als onderhoudstermijn en wordt door Opdrachtgever eerst betaalbaar gesteld, nadat alle uit het proces-verbaal van oplevering voortvloeiende werkzaamheden door Aannemer zijn uitgevoerd en (...).

2.3

In afwijking van de UAV 1989 mag Aannemer alleen het Werk schorsen dan wel in onvoltooide staat beëindigen indien de tekortkoming van Opdrachtgever niet het gevolg is van een omstandigheid waarvoor Aannemer verantwoordelijk is en de tekortkoming van Opdrachtgever de schorsing dan wel de beëindiging van het Werk in onvoltooide staat rechtvaardigt. Voor de toepasselijkheid van artikel 6:119a BW dient Aannemer Opdrachtgever eerst schriftelijk in gebreke te hebben gesteld.

(...)

9 – Retentierecht

9.1

Aannemer verklaart dat hij met betrekking tot het Werk of delen van het Werk, afstand doet van zijn mogelijkheid om zich op zijn retentierecht te beroepen ter zake van het Werk of elk ander recht om de oplevering op te schorten of het Werk in zijn geheel of delen daarvan, vanaf de datum van oplevering, in bezit te houden, tenzij vast staat dat Opdrachtgever in verzuim is met betaling van de reguliere termijnen van de aannemingssom (inclusief opgedragen meer en minderwerk).”

2.5.

Bij notariële akte van 24 juli 2007 hebben [gedaagde B] en [gedaagde A] een schuldbekentenis en andere afspraken vastgelegd. In de akte is onder meer opgenomen:

“(...) zulks ter uitvoering van een tussen de schuldenaar [ [gedaagde B] ] en de schuldeiser [ [gedaagde A] ] gemaakte (onderlinge) afspraak met betrekking tot de verdeling van de (eventuele) overwaarde(n) bij uitsluitend verkoop van na te melden registergoederen, verklaarden de comparanten, handelend als gemeld, als volgt: (...)

A. SCHULDBEKENTENIS EN LENINGBEPALINGEN

Bovengemelde onderlinge afspraak behelst:

(...)

met betrekking tot het registergoed [adres ] , (...), zijn de partijen overeengekomen dat bij verkoop van bovengemeld registergoed de helft van de overwaarde (onder overwaarde wordt nu verstaan alles boven een bedrag van vier miljoen euro (€ 4.000.000,00) ten goede komt van de comparant sub 2 [ [gedaagde A] ], (zijnde derhalve de helft van de alsdan nog overeen te komen verkoopprijs minus een bedrag van vier miljoen euro (€ 4.000.000,00)).

HYPOTHEEKSTELLING MET BIJBEHORENDE BEPALINGEN

Ter uitvoering van het hierboven sub A. bepaalde, verleent de schuldenaar aan de schuldeiser, die zulks aanneemt, recht van tweede respectievelijk derde hypotheek respectievelijk – voor zoveel nodig nu voor alsdan – recht van pand op het hierna te omschrijven onderpand, tot meerdere zekerheid voor:

  1. een bedrag van achthonderd duizend euro (€ 800.000,00) ;

  2. al hetgeen de schuldeiser van de schuldenaar te vorderen heeft of mocht hebben uit hoofde van het hierboven bepaalde;

  3. de betaling van boeten, kosten en het overigens in verband met het vorenstaande verschuldigde, tezamen begroot driehonderdtwintig duizend euro (€ 320.000,00);

derhalve tot een totaalbedrag ad één miljoen éénhonderdtwintig duizend euro (€ 1.120.000,000).

(...)

VOORTS IS NOG BEPAALD

(...)

3. Onderpand

Het recht van respectievelijk tweede en derde hypotheek respectievelijk pand wordt gevestigd op:

(...)

c. het eeuwigdurend recht van erfpacht van een perceel grond eigendom van- en liggende in

de gemeente [Gemeente] aan [...] , met de rechten van de erfpachter van de op die grond gestichte opstallen, zijnde een villa met garage en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres ] , (...)

hiervoor reeds genoemd en hierna tezamen te noemen: “het onderpand”.

(...)”

2.6.

Met een brief van 24 januari 2012 heeft Van Lanschot de kredietovereenkomst met [gedaagde B] voor de woning met inachtneming van een opzegtermijn van vier maanden opgezegd wegens niet-nakoming van de financiële verplichtingen. [gedaagde B] dient de vordering van € 3.591.168,37, nog te vermeerderen met lopende rente en kosten integraal af te lossen voor 1 juni 2012, bij uitblijven waarvan de gestelde zekerheden, waaronder de woning, zullen worden uitgewonnen.

2.7.

Volgens een overzicht uit de Basis Registratie Personen (BRP) staat [gedaagde B] vanaf 17 juni 2014 ingeschreven op het adres [adres ] als woonadres.

2.8.

Bij notariële akte van 30 september 2015 is een overeenkomst tussen Van Lanschot en Promontoria ondertekend, betreffende de overname van een leningenportefeuille met non-performing vastgoedleningen. In deze Sale and Purchase Agreement (SPA) is voor zover relevant opgenomen:

BACKGROUND

( A) The Seller [Van Lanschot] wishes to transfer the Seller’s rights, title and interests in the Assets together with the Seller’s obligations (if applicable) in respect of the Assets (other than the Excluded Liabilities) and the Buyer [Promontoria] wishes to accept such transfer on the terms set out in this Agreement.

( B) (...)

( C) The Parties wish to amend and restate the original sale and purchase agreement dated 5 August 2015 in order to make certain corrections and clarifications as set out herein.

(...)

2. SALE AND PURCHASE

2.1

General

( (a) Upon the terms and subject to the conditions of this Agreement:

(i) the Seller sells and shall Transfer to the Buyer and the Buyer purchases and shall accept the Transfer by the Seller of its legal and benificial rights, interests in and title to as well as Assumed Liabilities in relation to the Assets and the Guarantee Assets in accordance with the provisions of the Transfer of Contract and Assignment; and

(ii) to the extent any of the Assets do not transfer in accordance with Clause 2.1 (a)(i) above, the Seller sells and shall assign (cederen) to the Buyer and the Buyer purchases and shall accept the assignment (cessie) of its rights in relation to such Assets and the Guarantee Assets in accordance with the provisions of the Transfer of Contract and Assignment; (...)”

In een bijlage bij de SPA, Schedule 1 ‘Transferred Assets’ part 1 ‘Loan Assets’ zijn twee hypotheekleningen van [gedaagde B] opgenomen voor bedragen van € 1.100.000,- en € 2.400.000,-.

2.9.

Bij notariële akte van 30 september 2015 heeft Van Lanschot door middel van een akte contractoverneming en cessie de portefeuille overgedragen aan Promontoria. In deze Deed of Transfer of Contract and Assignment (Deed) is voor zover relevant opgenomen:

BACKGROUND

-

A) On the fifth day of August two thousand and fifteen, the Transferor [Van Lanschot] entered into a sale and purchase agreement (the SPA) with the Transferee [Promontoria] for the sale and transfer of the Assets to the Transferee on the terms set out therein (the Sale). For the avoidance of doubt, the Seller will not transfer the Seller’s obligations in respect of the Excluded Liabilities to the Transferee.

-

B) In connection with the Sale, the Transferor and the Transferee have agreed that, except as set out under (D) below:

-

i) all rights and obligations of the Transferor under the documents entered into with respect of the Assets specified in Schedule 1 (the Transferred Assets) will be transferred by way of transfer of contract (contractsoverneming) to the Transferee subject to the terms set out herein; and

-

ii) all rights and benefits of the Transferor vis-à-vis the Excluded Counterparties (as defined below) under the documents entered into with respect to the Assets will be transferred by way of assignment (cessie) to the Transferee subject to the terms set out herein.

( C) Each Counterparty (as defined below) has agreed to, and has cooperated in advance with the transfer of the rights and obligations of the Transferror under the Transferred Assets and the other Relevant Documents to the Transferee within the meaning of Section 6:159 of the Dutch Civil Code.

(...)

2. TRANSFER OF CONTRACT

2.1

Transfer of Contract

(a) With effect as of the Closing Date, the Transferor agrees to transfer and hereby transfers to the Transferee by way of transfer of contract (contractsoverneming) within the meaning of Section 6:159 of the Dutch Civil Code its legal relationship (rechtsverhouding) under the Transferred Assets vis-à-vis each Counterparty which is expressed to be a party to the relevant Transferred Assets (the Transfer of Contract ). For the avoidance of doubt, the Transfer of Contract includes the transfer of the rights and obligations of the Transferor vis-à-vis each Counterparty in each of its capacities as referred to in the Transferred Assets (as the case may be).

(b) The Transferee hereby accepts the Transfer of Contract.

(c) With respect to the Transferred Assets relating to it, each Counterparty has pursuant to claus 36 of the General Banking Conditions agreed to the Transfer of Contract and to cooperate with such Transfer of Contract and therefore each Counterparty only needs to be notified of that Transfer of Contract.

(d) The Transferor agrees to transfer and hereby transfers to the Transferee by way of transfer of contract (contractsoverneming) within the meaning of Section 6:159 of the Dutch Civil Code its legal relationship (rechtsverhouding) in respect of the Hedging Assets and the Assets vis-à-vis Excluded Counterparties under the condition precedent (opschortende voorwaarde) that either it has become clear that the relevant Excluded Counterparty did provide its consent on (or prior to) the Closing Date, or if the relevant Excluded Counterparty has provided its consent after the Closing Date. Following the satisfaction of the relevant condition precedent, the Transferor and the Transferee shall use their best efforts to ensure that the Transfer of Contract is legally perfected.

2.2

Release of the Transferor

(a) (...)

(d) It is the intention of the Transferor and Transferee that upon the Execution of this Deed the Transferee will be the sole beneficiary under the Security Documents. Upon the execution of this Deed, the Transferor irrevocably and unconditionally cancels (opzeggen), or to the extent required, the Transferor and the Transferee (acting jointly) irrevocably and uncontionally cancel (opzeggen), the rights of mortgage and the rights of pledge granted by the Counterparties and/or the Excluded Counterparties under the security documents listed in Part 2 of Schedule 1 or otherwise granted by the Counterparties and/or the Excluded Counterparties, to the effect that such rights of mortgage and rights of pledge no longer secure debts, if any, other than the claims arising from or in connection with the Transferred Assets and the Assigned Rights.

2.3

Assignment

(a) With effect as of the Closing Date, the Transferor agrees to assign and hereby assigns (cedeert) to the Transferee all of the rights and benefits under the Assets (including the rights that result from the Excluded Hedging Assets, as defined in the sub-participation agreement dated on or about the date hereof) (the Assignment ), which assignment is hereby accepted by the Transferee.

(b) The parties agree to treat all Assets as if they were legally transferred to the Transferee. The Parties hereto will enter into a sub-participation agreement on or about the date hereof, which agreement will set out in more detail how parties will treat the Assets that are not transferred to the Transferee by way of a transfer of contract.

(...)”

Op de bij deze akte gevoegde bijlage ‘Deel 2 Zekerheidsdocumenten’ is als overgedragen zekerheidsdocument onder nummer 83 vermeld de akte van 21 april 2006 waarbij door [gedaagde B] een eerste recht van hypotheek is verstrekt.

2.10.

Met een brief van 8 juni 2016 heeft Promontoria aan [gedaagde B] meegedeeld dat de lening van Van Lanschot op 30 september 2015 is overgedragen aan Promontoria en door contractoverneming op haar is overgegaan. In de brief is vermeld dat [gedaagde B] op grond van artikel 36 van de Algemene Voorwaarden daaraan bij voorbaat medewerking heeft verleend. Promontoria constateert dat [gedaagde B] in verzuim is met de terugbetaling van de hoofdsom en een achterstand/overstand op de lening heeft van € 1.292.924,- en niet ingaat op minnelijke terugbetalingsverzoeken. Promontoria meldt dat de totale vordering op [gedaagde B] € 4.792.924,- bedraagt. Indien [gedaagde B] dit bedrag niet uiterlijk 23 juni 2016 alsnog heeft voldaan zal tot executie van de woning worden overgegaan.

2.11.

Met exploot van 19 december 2016 heeft Promontoria de executieverkoop van de woning aangezegd voor 14 februari 2017.

2.12.

Op 25 januari 2017 is in verband met de voorgenomen executie van de woning een kijkdag georganiseerd voor belangstellenden, aan welke bezichtiging [gedaagde B] aanvankelijk zijn medewerking heeft geweigerd. De deurwaarder heeft daarvan op 25 januari 2017 een proces-verbaal van constatering opgemaakt.

2.13.

Met een brief van 25 januari 2017 aan Van Lanschot heeft [gedaagde B] de vernietiging ingeroepen van artikel 36 van de Algemene Voorwaarden, waarop de overdracht van de rechtsverhouding aan Promontoria is gebaseerd, op de grond dat deze bepaling onredelijk bezwarend is.

2.14.

Bij vonnis in kort geding van 23 februari 2017 heeft de voorzieningenrechter de vordering van [gedaagde B] om de executoriale verkoop van de woning te verbieden, afgewezen. Daarbij heeft de voorzieningenrechter onder meer overwogen dat inhoud en strekking van artikel 36 van de Algemene Voorwaarden niet in de weg staan aan contractovername, dat de contractovergang van Van Lanschot aan Promontoria rechtsgeldig is en dat zich ook anderszins geen belemmeringen voordoen voor Promontoria om jegens [gedaagde B] tot uitwinning van de zekerheidsrechten over te gaan.

2.15.

[gedaagde B] heeft de woning op 9 maart 2017 verlaten. Daarop heeft [gedaagde A] een retentierecht ingeroepen in verband met niet-betaling van de aanneemsom door [gedaagde B] , en feitelijk zijn intrek in de woning genomen.

2.16.

Bij vonnis in kort geding van 31 mei 2017 heeft de voorzieningenrechter de vordering van Promontoria om [gedaagde A] te verbieden de feitelijke macht uit te oefenen over de woning afgewezen. De voorzieningenrechter overweegt dat niet met de vereiste mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld of [gedaagde A] een beroep op retentierecht toekomt.

2.17.

In november 2017 is [gedaagde A] afgereisd naar [land] en, in verband met detentie in [land] , sindsdien niet teruggekeerd naar Nederland.

2.18.

Op 27 december 2017 heeft de rechtbank Oost-Brabant het faillissement van [gedaagde B] uitgesproken met benoeming van mr. D.P. Schalken tot curator.

2.19.

In maart 2018 heeft de curator ernstige waterschade geconstateerd in de – in die periode onbewoonde – woning. In een expertiserapport van een op verzoek van Promontoria door Gevastgoed uitgevoerde inspectie op 20 juni 2018 is de schade geschat op € 400.000,- à € 500.000,- exclusief btw.

2.20.

Bij brief van 6 juni 2018 heeft de curator met een beroep op artikel 60 van de Faillissementswet (Fw) de woning opgeëist.

2.21.

Bij arrest van 4 september 2018 heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van 31 mei 2017 van de voorzieningenrechter vernietigd en opnieuw rechtdoende [gedaagde A] verboden de feitelijke macht over de woning uit te oefenen. Het hof heeft overwogen dat met voldoende mate van waarschijnlijkheid kan worden geoordeeld dat de bodemrechter het beweerde retentierecht zal verwerpen.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing