Home

Rechtbank Den Haag, 27-03-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3007, C/09/568276 / KG ZA 19-148

Rechtbank Den Haag, 27-03-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3007, C/09/568276 / KG ZA 19-148

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27 maart 2019
Datum publicatie
4 april 2019
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2019:3007
Zaaknummer
C/09/568276 / KG ZA 19-148

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Art. 111 lid 2 onder d Rv. Nietigverklaring dagvaarding wegens het nalaten van een onderbouwing van de stellingen. Onderbouwing bij nadere akte kort vóór de zitting in strijd met de eisen van een goede procesorde.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/568276 / KG ZA 19-148

Vonnis in kort geding van 27 maart 2019

in de zaak van

[eiseres] te [plaats 1] ,

eiseres,

advocaten mrs. P.B.J. van den Oord en K.M. de Groes te Alphen aan den Rijn,

tegen:

het openbaar lichaam

SERVICEPUNT71 te Leiden,

gedaagde,

advocaten mrs. D. Wolters Rückert en C.I. Sickler te Den Haag,

waarin is tussengekomen:

[B.V. I] te [plaats 2] ,

advocaten mrs. J. Haest en R. Chee te Den Haag,

en waarin zich heeft gevoegd aan de zijde van Servicepunt71:

[B.V. II] te [plaats 3] ,

advocaten mrs. J.P.A. Greuters te Arnhem en J. Haest te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ' [eiseres] ', 'Servicepunt71', ' [B.V. I] ' en ' [B.V. II] '.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 12 februari 2019;

- de brief van [B.V. I] van 5 maart 2019, met bijlagen;

- de brief van deze rechtbank van 6 maart 2019;

- de brief van Servicepunt71 van 11 maart 2019, met bijlagen,

- de akte van vermeerdering van gronden, wijziging van eis en overlegging producties van [eiseres] ;

- de brief van Servicepunt71 van 19 maart 2019 met bijlage;

- de incidentele conclusie houdende verzoek tot tussenkomst (subsidiair voeging) van [B.V. I] ;

- de brief van [B.V. I] van 19 maart 2019, met bijlagen;

- de incidentele conclusie tot voeging van [B.V. II] ;

- de op 20 maart 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [B.V. I] (een deel van haar) pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De incidenten

2.1.

[B.V. I] heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiseres] en Servicepunt71, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van Servicepunt71. [B.V. II] heeft gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van Servicepunt71. Ter zitting hebben [eiseres] en Servicepunt71 verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de incidentele vorderingen. [B.V. I] en [B.V. II] zijn vervolgens toegelaten als respectievelijk tussenkomende en gevoegde partij, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst en de voeging aan de voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staan.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

Servicepunt71 heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure bekendgemaakt betreffende het groenonderhoud ten behoeve van de gemeente Leiden, welke opdracht is onderverdeeld in drie percelen. Op de procedure is - onder meer - de Aanbestedingswet 2012 ('Aw') van toepassing.

3.2.

Voor zover hier van belang vermeldt de Aanbestedingsleidraad:

"5.3 Bezwaar maken tegen de gunningsbeslissing

Inschrijvers die zich niet in de gunningsbeslissing kunnen vinden en hiertegen bezwaar willen maken, dienen binnen 20 kalenderdagen na dagtekening van het gunningsadvies een daartoe strekkend civielrechtelijk kort geding aanhangig gemaakt te hebben bij de civiele rechter te Den Haag, door middel van het doen betekenen van een dagvaarding.

(...)

Indien op voorgeschreven wijze een kort geding aanhangig wordt gemaakt, dan zal de Aanbestedende dienst de uitkomst van het kort geding afwachten alvorens zij tot definitieve gunning overgaat. De Aanbestedende dienst behoudt zich verder de keuze voor om een eventueel hoger beroep af te wachten dan wel om, bij een voor Aanbestedende dienst gunstig vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank, tot definitieve gunning over te gaan.

Indien niet binnen deze termijn van twintig kalenderdagen een correcte, inleidende dagvaarding wordt uitgebracht, gaat Servicepunt7l in beginsel over tot definitieve gunning, behoudens het recht om de Opdracht niet te gunnen (conform paragraaf 3.6). Indien een afgewezen Inschrijver niet, niet tijdig of niet correct een inleidende dagvaarding uitbrengt, dan wordt hij geacht uitdrukkelijk afstand te hebben gedaan van zijn recht om de rechtmatigheid van de gunningsbeslissing en/of de gevoerde Aanbestedingsprocedure door de rechter te laten toetsen en is hij niet-ontvankelijk in zijn vordering indien hij alsnog een rechtsmiddel aanwendt."

3.3.

[eiseres] heeft ingeschreven op de percelen 1 en 3.

3.4.

Op 27 augustus 2018 heeft Servicepunt71 medegedeeld dat noch perceel 1, noch perceel 3 wordt gegund aan [eiseres] .

3.5.

Nadat [eiseres] bezwaar had gemaakt tegen die gunningsbeslissingen, heeft Servicepunt71 op 3 december 2018 bericht dat deze worden ingetrokken en dat zal worden overgegaan tot een herbeoordeling van alle inschrijvingen door een nieuwe beoordelingscommissie.

3.6.

Vervolgens heeft Servicepunt71 op 23 januari 2019 medegedeeld dat de percelen 1 en/of 3 ook na herbeoordeling van de inschrijvingen niet worden gegund aan [eiseres] , maar dat deze percelen worden gegund aan respectievelijk [B.V. I] en [B.V. II] .

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing