Home

Rechtbank Den Haag, 29-03-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3252, C-09-566373-KG ZA 19-35

Rechtbank Den Haag, 29-03-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3252, C-09-566373-KG ZA 19-35

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29 maart 2019
Datum publicatie
4 april 2019
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2019:3252
Zaaknummer
C-09-566373-KG ZA 19-35

Inhoudsindicatie

Kort geding. Europese aanbestedingsprocedure betreffende de levering en distributie van leermiddelen en het aanbieden van onderwijsdiensten. Eiseres is een distributeur van leermiddelen aan wie de opdracht niet is gegund. Haar inschrijving is ongeldig verklaard omdat zij een opslagpercentage heeft geoffreerd in plaats van een kortingspercentage, zoals vereist was. Eiseres stelt niet dat haar inschrijving niet om deze reden ongeldig had mogen worden verklaard, maar zij klaagt over de inrichting van de aanbestedingsprocedure en de gehanteerde criteria. Dat had zij echter eerder moeten doen. Door dit pas te doen na de bekendmaking van de gunningsbeslissingen heeft zij te lang gewacht en haar rechten verwerkt. De omstandigheid dat een vennootschap die deel uitmaakt van hetzelfde concern (de moedermaatschappij van eiseres) wel eerder heeft geklaagd, doet daar niet aan af. Dat is een andere rechtspersoon. In het door die vennootschap aanhangig gemaakte kort geding is overigens aan haar bezwaren voorbij gegaan.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/566373 / KG ZA 19/35

Vonnis in kort geding van 29 maart 2019

in de zaak van

VANDIJK B.V. (tevens handelende onder de naam The Learning Network) te Kampen,

eiseres,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam,

tegen:

STICHTING CARMELCOLLEGE te Hengelo,

gedaagde,

advocaat mr. H.A.A. Berendsen te Heerlen,

waarin zijn tussengekomen:

ThiemeMeulenhoff B.V. te Amersfoort,

advocaat mr. A. Stellingwerff Beintema te Rijswijk,

en

L.C.G. Malmberg B.V. te ’s-Hertogenbosch,

advocaten mrs. P.H.L.M. Kuypers en R.M.T.M. Jaspers te Breda.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘VanDijk’, ‘Carmel’, ‘TM’ en ‘Malmberg’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de door Carmel overgelegde producties;

- de incidentele conclusies tot tussenkomst dan wel voeging van TM en van Malmberg;

- de door Malmberg overgelegde producties;

- de op 14 maart 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst dan wel voeging

2.1.

TM en Malmberg hebben gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen VanDijk en Carmel dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van Carmel. Ter zitting hebben VanDijk en Carmel verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. TM en Malmberg zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partijen, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

Carmel is een onderwijsstichting, bestaande uit twaalf instellingen voor bijzonder voortgezet onderwijs, die op ruim 50 schoollocaties een breed onderwijsaanbod verzorgt. Malmberg en TM zijn uitgevers van leermiddelen. VanDijk is een distributeur van leermiddelen.

3.2.

Carmel heeft op 30 juli 2018 een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor de levering en distributie van leermiddelen aan de leerlingen van Carmel en het aanbieden van onderwijsdiensten die gerelateerd zijn aan de levering van de leermiddelen voor het schooljaar 2019/2020. De opdracht is onderverdeeld in drie hoofdpercelen: A, B en C. In dit geding zijn enkel de percelen A en B relevant. Die percelen zijn onverdeeld in 23 respectievelijk 22 subpercelen, die elk zijn toegesneden op één specifiek leermiddel. In Perceel A is gevraagd om leermiddelen van de uitgevers TM en Malmberg en in perceel B om leermiddelen van Noordhoff Uitgevers B.V. (hierna: Noordhoff).

3.3.

Carmel heeft drie nota’s van inlichtingen opgesteld, waarin zij diverse door potentiële inschrijvers gestelde vragen heeft beantwoord.

3.4.

Carmel heeft in de aanbestedingsprocedure potentiële inschrijvers de gelegenheid geboden om, ingeval van bezwaren tegen aspecten van de aanbesteding, Carmel in kort geding te dagvaarden, in welk geval de procedure zou worden geschorst. Van die gelegenheid heeft The Learning Network B.V. (hierna: TLN) gebruik gemaakt. TLN is de enig aandeelhouder en bestuurder van VanDijk.

3.5.

In het hiervoor bedoelde kort geding (hierna: het kort geding van november 2018) zijn bij vonnis van 27 november 2018 afgewezen de vorderingen van TLN om de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en een heraanbesteding te initiëren, voor zover Carmel de opdracht nog wenst te gunnen. TLN heeft hoger beroep aangetekend tegen dat vonnis.

3.6.

Carmel heeft tijdig inschrijvingen ontvangen voor de opdrachten: voor de A-percelen afkomstig van Malmberg, TM, VanDijk en mr. Chadd B.V. (hierna: mr. Chadd) en voor de B-percelen van Noordhoff en mr. Chadd.

3.7.

VanDijk heeft in haar inschrijving aangegeven dat zij niet voldoet aan minimumeis 1 van de offerteaanvraag betreffende de uitgangspunten van de prijsstelling. Eén van die uitgangspunten is dat de inschrijver een kortingspercentage dient te offreren. VanDijk heeft een opslagpercentage geoffreerd. Over de minimumeisen staat in de offerteaanvraag vermeld: “Indien de offerte niet aan één of meerdere minimumeisen voldoet, dan wordt de offerte ter zijde geschoven en uitgesloten van de verdere beoordelingsprocedure.”

3.8.

Carmel heeft op 21 december 2018 de gunningsbeslissingen aan de inschrijvers verzonden. Hierin wordt meegedeeld dat in perceel A Malmberg de uitgekozen gegadigde is voor de subpercelen A1 tot en met A16 en TM voor de subpercelen A17 en met A23 en dat in perceel B Noordhoff de uitgekozen gegadigde is voor alle subpercelen. Ten aanzien van de andere inschrijver(s) van het betreffende perceel wordt als reden van de afwijzing vermeld dat niet is voldaan aan de minimumeisen.

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing