Home

Rechtbank Den Haag, 10-04-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3647, C-09-568842-KG ZA 19-183

Rechtbank Den Haag, 10-04-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3647, C-09-568842-KG ZA 19-183

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10 april 2019
Datum publicatie
15 april 2019
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2019:3647
Zaaknummer
C-09-568842-KG ZA 19-183

Inhoudsindicatie

Aanbesteding voor beveiligingsdiensten. De aanbestedende dienst was gerechtigd de aanbesteding in te trekken.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer:

Vonnis in kort geding van 10 april 2019

in de zaak van

Envido Contractmanagement 4 B.V. te Den Haag,

eiseres,

advocaten mr. M.S. Houweling en mr. B.T. Tonino te Den Haag,

tegen:

HTM Personenvervoer N.V. te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. A.C.M. Fischer-Braams te Rijswijk.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Envido’ en ‘HTM’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de door HTM overgelegde brief van 19 maart 2019 met producties;

- de bij de mondelinge behandeling door beide partijen overgelegde pleitnotities.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 maart 2019. Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

HTM verleent openbaar interlokaal personenvervoer over de weg. Envido verschaft dienstverlening op het gebied van personeel. Zij levert al geruime tijd beveiligingsdiensten aan HTM voor de beveiliging van onder andere tram en randstadrail. Envido leent op dit moment een groep van ruim 100 beveiligers uit aan HTM. Dit betreft personeel dat overwegend van HTM is overgenomen in verband met de lopende opdracht.

2.2.

HTM heeft op 24 juli 2018 de openbare aanbesteding van de opdracht “Beveiligingsdiensten OV 0318” aangekondigd, voor de levering van beveiligingsdiensten ten behoeve van de exploitatie van HTM in haar openbaar vervoer-domein.

2.3.

In de offerteaanvraag van 24 juli 2018 staat onder meer vermeld:

“16.4.1 Uit deze Offerteaanvraag vloeien geen verplichtingen voort voor HTM anders dan de verplichting zich aan de eigen procedureregels en de wettelijke regels te houden. HTM behoudt zich het recht voor om in elk stadium van de procedure de overeenkomst uiteindelijk niet te gunnen, alsmede het recht om de procedure op te schorten en/of definitief te staken.”

2.4.

Envido heeft tijdig een inschrijving ingediend. Bij brief van 17 oktober 2018 heeft HTM aan Envido bericht dat haar inschrijving als tweede is geëindigd en dat de inschrijving van G4S Direct B.V. (hierna: G4S) is aangewezen als economisch meest voordelige inschrijving en de opdracht om die reden voorlopig zal worden gegund aan G4S.

2.5.

Envido heeft HTM op 5 november 2018 gedagvaard om te verschijnen in kort geding, alwaar zij een verbod vorderde om uitvoering te geven aan het door HTM geuite gunningsvoornemen aan G4S en een gebod tot gunning aan Envido. Aan deze vorderingen heeft Envido onder meer ten grondslag gelegd dat G4S diende te worden uitgesloten van deelname omdat er sprake zou kunnen zijn van een belangenconflict en personeelsleden van HTM betrokken lijken te zijn geweest bij de uitvoering van de aanbestedingsprocedure of anderszins direct of indirect van invloed lijken te zijn geweest op het resultaat van de procedure.

2.6.

Bij brief van 8 november 2018 heeft HTM aan Envido bericht dat zij werd uitgesloten van deelname aan de aanbestedingsprocedure. Envido heeft daartegen bezwaar gemaakt.

2.7.

Bij brief van 16 november 2018 heeft HTM de voorzieningenrechter verzocht de behandeling van het kort geding, die was gepland op 5 december 2018, aan te houden, omdat het onderzoeksbureau [X] (hierna: [X] ) de door Envido geuite bezwaren zou onderzoeken. Envido heeft niet ingestemd met de verzochte aanhouding en het verzoek is door de voorzieningenrechter afgewezen.

2.8.

Bij brief van 27 november 2018 heeft HTM aan Envido bericht de voorgenomen gunning aan G4S in te trekken in afwachting van de resultaten van het onderzoek van [X] .

2.9.

Op 3 december 2018 heeft Envido de kortgedingprocedure op basis van de dagvaarding van 5 november 2018 ingetrokken.

2.10.

Bij brief van 1 februari 2019 heeft HTM aan Envido bericht:

“HTM heeft zich (...) genoodzaakt gezien de beschuldigingen nader te onderzoeken. Uit zorgvuldigheidsoverwegingen heeft HTM opdracht gegeven aan een extern onderzoeksbureau om het realiteitsgehalte van die beschuldigingen te onderzoeken. Daarbij is de vraag gerezen of continuering van de aanbesteding nog wel aan de orde kan zijn.

Bevindingen

Het onderzoek is inmiddels afgerond. Uit het onderzoek zijn geen bevindingen bekend geworden die erop wijzen dat bij de beoordeling van de inschrijvingen en de gunning van het nieuwe beveiligingscontract sprake is geweest van belangenverstrengeling. Wel werd bekend dat in het kader van de voorbereiding van het aanbestedingsproces sprake is geweest van belangenverstrengeling en van beïnvloeding van de voorbereiding van het aanbestedingsproces. HTM kan daarom niet uitsluiten dat in het kader van de voorbereiding van de aanbesteding de eisen of voorwaarden in de aanbesteding voor het nieuwe beveiligingscontract zijn beïnvloed. Door wat zich in de aanloop van het aanbestedingsproces heeft voorgedaan, kan HTM niet langer garanderen dat alle fasen van de aanbesteding transparant en non-discriminatoir zijn verlopen. Een transparante en non-discriminatoire afronding van de aanbesteding kan dan ook niet worden gegarandeerd door uitsluitend een herbeoordeling. Overigens zou een herbeoordeling ertoe leiden dat uw inschrijving om meerdere redenen ongeldig zou moeten worden verklaard.

Conclusie

Op grond van voorgaande bevindingen heeft HTM besloten niet tot gunning over te gaan en de aanbesteding af te breken. Daartoe heeft HTM zich ook uitdrukkelijk het recht voorbehouden.

(...)

De onderhavige opdracht zal, als deze nog wordt opgedragen, in de toekomst in wezenlijk gewijzigde vorm in de markt worden gezet. Zoals bevestigd in vaste rechtspraak staat dit een aanbestedende dienst vrij.”

3 Het geschil

3.1.

Envido vordert, zakelijk weergegeven:

I. HTM te gebieden om de beslissing tot intrekking van de aanbesteding in te trekken;

II. HTM te gebieden om de aanbestedingsprocedure te hervatten in de stand waarin deze zich bevond bij het verzenden van de gunningsbeslissing, althans vóór het verzenden van de intrekkingsbrief, en om de aanbestedingsprocedure op basis daarvan af te ronden, onder het bieden van een nieuwe stand-stilltermijn en vervaltermijn;

III. HTM te gebieden om de beslissing tot uitsluiting van Envido in te trekken;

alles op straffe van verbeurte van een dwangsom.

3.2.

Daartoe voert Envido – samengevat – het volgende aan. De intrekking van de aanbestedingsprocedure is onrechtmatig. HTM heeft geen deugdelijke motivering gegeven voor haar beslissing om de aanbesteding in te trekken. De door HTM in de brief van 1 februari 2019 weergegeven redenen voor intrekking kunnen geen van alle tot intrekking nopen. De onderbouwing is uiterst summier en gezocht. De constatering dat in het kader van de voorbereiding van het aanbestedingsproces sprake is geweest van beïnvloeding, is slechts een vermoeden en niet geconcretiseerd. Er zijn geen factoren geweest waardoor de ene partij meer kansen heeft gekregen dan de andere. Dat HTM niet kan uitsluiten dat beïnvloeding heeft plaatsgevonden is onvoldoende voor de verstrekkende beslissing tot intrekking.

De conclusie uit het deskundigenrapport van [X] dat sprake is geweest van belangenverstrengeling is gebaseerd op aannames. Het onderzoek is onzorgvuldig tot stand gekomen.

Daarnaast heeft HTM op onjuiste gronden beslist Envido uit te sluiten van de aanbestedingsprocedure.

3.3.

HTM voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

5 De beslissing